Romaanse kunst uit Keulen

Romaans kapiteel

Deze week ging ik twee dagen kerken kijken in Keulen, waar behalve een beroemde Dom ook twaalf kerken zijn te zien uit de romaanse tijd, dus zeg maar 1000-1200 plus of min wat decennia. Met een oppervlak van 400 hectare was Keulen destijds een van de belangrijkste steden in Europa. Ter vergelijking: Utrecht was met 100 hectare de grootste stad in Nederland.

De aartsbisschop van Keulen was een van de zeven keurvorsten en kroonde de koning van Duitsland (die zich vervolgens in Rome liet kronen tot keizer). De stad had het muntrecht en was de basis voor de Eerste Kruistocht. Na 1164 werd de stad ook nog een van de belangrijkste pelgrimsoorden, toen aartsbisschop Reinald van Dassel het gebeente van de Drie Koningen – uiteraard net zo echt als andere middeleeuwse relikwieën – vanuit Milaan overbracht naar de Keulse Dom.

Lees verder “Romaanse kunst uit Keulen”

De romaanse kerken van Keulen (2)

Maria speelt met Jezus (Museum in de St. Cäcilien, Keulen)

Ik heb een machtig leuke tijd doorgebracht in Keulen en laat u even delen in het plezier. Gisteren behandelde ik één Dom en vier romaanse kerken en beloofde ik u nog een vijfde romaanse kerk, nu neem ik eerst nog wat romaanse kerken onder handen. Uiteraard zijn de kerken zélf romaans, maar is er van alles toegevoegd, uit de gotische tijd en uit later tijdvakken.

6. St. Maria in Lyskirchen

Vlakbij de Rijn, in de richting van de Romeinse vlootbasis van Keulen, vlakbij de middeleeuwse haven ligt het kerkje van St. Maria in Lyskirchen, waar de plafondschilderingen nog zijn te zien. Ik vond ze erg moeilijk leesbaar maar het kerkje was het best bewaarde en gaf ook het beste idee van een kerk uit de Volle Middeleeuwen. Het orgel werd gestemd terwijl ik keek naar een prachtig modern gebrandschilderd raam van Sint-Nikolaas, de patroon van de zeevarenden. Vondel is op een boogscheut afstand geboren.

Lees verder “De romaanse kerken van Keulen (2)”

De romaanse kerken van Keulen (1)

St. Gereon, Keulen

Het was 1981. Ik weet dat zo precies omdat we in de auto terug naar Nederland “Vienna” van Ultravox hoorden. We, dat waren mijn vader en ik, en we waren naar Keulen geweest om daar de romaanse kerken te bekijken die zijn aandacht hadden getrokken en om grammofoonplaten te kopen bij Saturn. We zullen die dag drie romaanse kerken hebben gezien.

Keulen heeft, behalve een Dom en een Ludwigmuseum en een Rijn en een Römisch-Germanisches Museum, niet minder dan twaalf romaanse kerken, producten uit de tijd waarin Keulen een van de machtigste en belangrijkste steden in Duitsland was. Zeg maar de Volle Middeleeuwen. In de Late Middeleeuwen was het wat minder; de Dom bleef althans onvoltooid tot dit project na de Duitse vereniging van 1870 alsnog ter hand werd genomen. Maar die romaanse kerken zijn de eigenlijke sieraden van de stad.

Omdat we die dag in 1981 niet zo ver zijn gekomen, wilde ik die nog eens allemaal zien. Het kwam er echter nooit van. Ik ben heus wel vaker in die fijne stad geweest – vorige maand voor het laatst – maar de Romeinen hadden altijd mijn volle aandacht. Nu het Römisch-Germanisches Museum is gesloten, stonden die niet in de weg en was er alle tijd om de schade in te halen. Hier zijn er alvast een paar. Dat de gebouwen zelf romaans zijn maar veel kunstvoorwerpen van recenter datum, is natuurlijk vanzelfsprekend.

Lees verder “De romaanse kerken van Keulen (1)”

De kerken van Armenië

Kecharis
Kecharis

Er is veel goeds over Armenië te vertellen, maar één ding is toch wat minder: het erfgoedaanbod is een tikje eenzijdig. Ik heb niet geturfd wat ik hier bij drie bezoeken zoal heb gezien, maar middeleeuwse kerkgebouwen zijn sterk oververtegenwoordigd. Niet helemaal onlogisch, want de kerk vormt de belichaming van de nationale identiteit, maar je zou als toerist ook weleens iets anders willen zien dan wéér zo’n kerkje.

Dat gezegd zijnde, de kerken van Armenië zijn wel heel erg mooi. En sober. Als er al decoratie is, is die aan de buitenzijde aangebracht in de vorm van banden met reliëfs. Je vindt binnen geen iconen, geen ikonostasis, geen standbeelden, geen orgel en geen gebrandschilderde ramen, maar juist doordat deze kerkgebouwen kaal en donker zijn, hebben ze een bepaalde sereniteit. En in elk geval ik, die in Nederland al hoorndol word als iemand zit te praten in een stiltecoupé, ben daar gevoelig voor.

Lees verder “De kerken van Armenië”

Byzantium, een onbegrepen wereldrijk

Athene, Tempel van Zeus
Resten van het Byzantijnse Rijk in Athene: een huisje op de Tempel van Zeus

Vandaag rond ik mijn reeks stukjes over het Byzantijnse Rijk af met een lief verhaaltje over de bovenstaande gravure, gemaakt door de Beierse schilder Johann Michael Wittmer, die in 1833 Athene bezocht, één jaar nadat de Beierse prins Otto de eerste koning was geworden van het onafhankelijke Griekenland. U herkent links de Akropolis met het Parthenon, in het centrum de Boog van Hadrianus en in de voorgrond de Tempel van Zeus.

Wellicht ziet u wat er mis is: op de dwarsbalk boven de enorme zuilen staat een rare structuur die daar onmogelijk kan behoren. Het past eenvoudigweg niet in een Griekse tempel en bij een latere restauratie is dit uitstulpsel, de hut van een pilaarheilige à la Simeon de Styliet, verwijderd. Aan het begin van de twintigste eeuw waren er in Athene nog oude mensen die zich uit hun jeugd de pilaarheilige herinnerden.

Lees verder “Byzantium, een onbegrepen wereldrijk”

Ani

De oude Armeense hoofdstad Ani, nu in Turkije, gezien vanaf de Armeense grens

De Armeniërs waren er eeuwenlang in geslaagd buiten het Seleukidische, Parthische, Romeinse en Sassanidische Rijk te blijven, maar eind vierde eeuw begonnen de Romeinen en de Sassanidische Perzen met de geleidelijke annexatie van het oeroude koninkrijk. In 428 was de Armeense deling voltooid, al zijn de Armeniërs nog enkele keren in opstand gekomen, ook tegen de opvolgers van de Romeinse en de Perzische rijken: Byzantium, het kalifaat van Damascus en het kalifaat van Bagdad.

Eén van die opstanden leidde in 884 tot het herstel van de onafhankelijkheid onder leiding van koning Ashot I de Grote, die erkenning afdwong door de kalief en de keizer. Zijn dynastie staat bekend als die van de Bagratiden en hun hoofdstad was vanaf 952 Ani, gelegen in Turkije, in het niemandsland richting Armenië. Hoewel het Bagratidische koninkrijk intern verdeeld was en uiteenviel in vijf deelrijkjes, bleef Ani gelden als de mooiste en belangrijkste stad van de Armeniërs. Het was de plek waar kunstenaars naartoe trokken.

Lees verder “Ani”

Byzantijnse krabbel (9): Klassieken

Liefde voor de klassieken: reliëf van de heidense god Pan uit de elfde eeuw (Bode-Museum, Berlijn)

De speurtocht naar de herkomst van de uitdrukking “de wijze van Chaironeia” afgelopen weekend had een leuk gevolg: op Facebook attendeerde iemand me op een charmant gedichtje van de Byzantijnse auteur Johannes Mauropous, “Zwartvoet”, de bisschop van Euchaita in oostelijk Anatolië. U moet hem kort na het jaar 1050 plaatsen; hij was een vriend van de Michael Psellos over wie ik al eens eerder schreef.

Liefde voor de klassieken

Het gedichtje hieronder trof me omdat het zo aardig weergeeft hoe middeleeuwers dachten over de geleerden uit de Oudheid. De tekst is wat corrupt overgeleverd, maar de strekking is duidelijk. De  vertaling is voor de gelegenheid gemaakt door Hein van Dolen.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (9): Klassieken”

Abbasiden en Turken

Modern beeld van Al-Khwarizmi in Khiva
Modern beeld van Al-Khwarizmi in Khiva

Zoals ik eerder aangaf, kan de geschiedenis van Centraal-Azië schematisch worden samengevat in “vier vegen”. De eerste daarvan is een noord-zuid-beweging: de migratie van de Indo-Europeanen waardoor de regio een eenheid werd. De tweede “veeg” is vanuit het zuidwesten naar het noordoosten en is de komst van de islam. Hiermee kwam de religieuze identiteit vast te liggen. De derde beweging was noordoost-zuidwest: de etnische grenzen werden getrokken toen de Mongolen kwamen. Tot slot was er een noordwest-zuidoost-veeg, toen de Russen het gebied in handen kregen en de staten werden gevormd. Ik heb in de eerdere stukjes (1, 2, 3, 4, 5) de eerste twee vegen geschetst en vandaag heb ik het over de islamitische tijd.

De islam was de dominante godsdienst in Iran, in Oezbekistan en in de oases in het zuiden van wat nu Turkmenistan heet. De Abbasidische kalief zond gouverneurs naar het gebied, die soms wat trouwer aan Bagdad waren, soms wat meer hun eigen koers voeren en uiteindelijk de heerser der gelovigen alleen nog in naam erkenden. Ondanks het afbrokkelende centrale gezag maakte het feit dat je overal terecht kon met Arabisch, de bloei van de wetenschappen en kunsten mogelijk.

Lees verder “Abbasiden en Turken”

A great constitutive myth? (2)

horn_mus_cluny
Ivoren hoorn (Musée de Cluny, Parijs)

De letterenfaculteit van de Amerikaanse Harvard University kampte een jaar of twee geleden met wat problemen en liet, zoals grote instellingen dan doen, een rapport opstellen. Weliswaar had dat een aanleiding die voor u en mij niet zo relevant is, maar het rapport biedt een mooi overzicht van de zin, de ambitie en de toekomst van de humaniora.

One of the major contributions of the Humanities over the past thirty years has been a project of critique: of revealing the extent to which culture serves power, the way domination and imperialism underwrite cultural production, and the ways the products of culture rehearse and even produce injustice.

Ik denk dat dit een grosso modo correcte beschrijving is van althans een deel van de humaniora.

Lees verder “A great constitutive myth? (2)”

A great constitutive myth? (1)

Ivoren hoorn (Musée de Cluny, Parijs)
Ivoren hoorn (Musée de Cluny, Parijs)

Ik heb het wel eens de simsalabim-methode genoemd: de opvatting dat een historicus beschrijft hoe in een grijs verleden iets is ontstaan en zegt dat dit verklaart hoe iets nu is. Bijvoorbeeld: de Grieken, die een cultuur hadden waarin vrijheid belangrijk was, hielden de Perzen buiten de deur en daarom zijn wij nog steeds vrij. De fouten in deze redenering zijn legio: de aanname dat Grieken vrijer waren dan Perzen (onzin), de aanname dat de Perzen de Griekse vrijheid zouden hebben afgeschaft (weten we niet), de aanname dat onze cultuur op betekenisvolle wijze voort zou bouwen op de Griekse (kul) en de aanname dat die uitsluitend in Griekenland ontstane vrijheid alle eeuwen door steeds aanwezig zou zijn geweest, zodat met andere woorden – en voor dit stukje relevant – een continuïteit van toen tot op heden zou bestaan. De Grieken wonnen bij Marathon en Salamis, en simsalabim, wij zijn vrij.

Dit soort onzin kunt u vinden in de boeken van Paul Cartledge, Tom Holland, Anthony Pagden en Joost mag weten wie nog meer, en dat is triest, want Max Weber maakte al ruim een eeuw geleden gehakt van deze redenering. Dat ga ik nu niet uitleggen, u schuift maar aan bij een eerstejaarscollege theorie van de geschiedenis. Waar het mij nu om gaat is dat je een historische continuïteit niet mag postuleren maar moet bewijzen.

Lees verder “A great constitutive myth? (1)”