Het Mishna-traktaat Aboth

Menora’s (Archeologisch museum van Korinthe)

Na de val van Jeruzalem, in 70 na Chr., hadden de joden geen tempel meer en geen hogepriester. Zonder allerhoogste autoriteit moesten ze hun geloof opnieuw uitvinden. Als de sadduceeën, zoals je vroeger weleens las, vooral behoorden tot het meer welvarende deel van het Joodse volk, waren ze ten onder gegaan door de plunderingen tijdens de Joodse Oorlog. Van de mensen die de Dode Zee-rollen schreven (misschien de essenen) horen we niets meer. De sicariërs en de zeloten waren gesneuveld.

Nieuw leiderschap

Slechts twee groepen overleefden: enerzijds de farizeeën, anderzijds de volgelingen van Jezus. Uit die laatste groep is het christendom voortgekomen, met een kader van priesters, diakenen en bisschoppen. (Er waren aanvankelijk ook apostelen en christelijke profeten, maar die verdwijnen al snel uit zicht.) De christenen raakten van de andere joden gescheiden door de door de keizer geëiste Fiscus Judaicus, een maatregel die niet alle monotheïsten trof op dezelfde manier.

Lees verder “Het Mishna-traktaat Aboth”

De farizeeën in context

De farizeeën stonden aan de wieg van het jodendom van de synagogen, zoals deze in Sepforis

Dit is de laatste van drie blogs over de farizeeën. In het eerste behandelde ik hun geschiedenis en in het tweede hun opvattingen. Daarmee ga ik nu verder.

Twee beweringen van Josephus zijn dat de farizeeën sober leefden en dat ze grote invloed hadden op de gewone mensen. Het eerste kan best waar zijn, maar je denkt niet meteen aan een sobere levenswijze als je in het Evangelie van Johannes leest dat farizeeën bedienden uitsturen om zaken te regelen (Jh 7.32, 7.45).

Josephus’ andere opmerking, dat de farizeeën populair waren bij de gewone mensen, lijkt niet onjuist maar is selectief, omdat vaststaat dat leden van de beweging ook de hoogste posities bekleedden: we lezen over farizeeën die spreken met de hogepriester, we treffen farizeeën aan als leden van hoge raadscolleges en we lezen hoe ze het Sanhedrin samenroepen. Er is zelfs een hogepriester van wie aannemelijk is dat hij tot de beweging behoorde, Gamaliëls zoon Jezus. Dit alles wil niet zeggen dat de farizeeën niet populair waren bij gewone mensen, maar dat dat ze tevens goed lagen bij andere bevolkingsgroepen.

Lees verder “De farizeeën in context”

De ideeën van de farizeeën

Zoals Jezus de beroemdste Jood is, zo is Paulus de beroemdste van alle farizeeën (Catacombe van Petrus en Marcellinus)

Ik vertelde twee weken geleden over de geschiedenis van de farizeeën. Het is tijd eens te kijken naar hun opvattingen. Dat is nog niet zo makkelijk want uit het farizeïsme is weliswaar het rabbijnse jodendom voortgekomen, dat farizese opvattingen documenteert, maar ook aanpaste. We kunnen de getuigenissen uit de Mishna, Tosefta en Talmoed niet zo maar gebruiken om de voorgeschiedenis van het rabbijns jodendom te schetsen.

Een complexe voorgeschiedenis. Ik schetste vorig keer fasen van afsplitsing, invloed, oppositie en macht, terwijl van de twee hoofdstromingen alleen het huis van Hillel – ofwel de helft van de farizese ideeën – de catastrofe van 70 na Chr. overleefde.

Lees verder “De ideeën van de farizeeën”

Joodse literatuur (4): de Romeinse tijd

Nogal wat Joodse literatuur gaat over de cultus in de tempel in Jeruzalem (Israel Museum, Jeruzalem)

Het vierde deel van dit chronologisch overzicht van de joodse literatuur (waarvan het eerste deel hier was te lezen), is eigenlijk ook het lastigste. Al vóór de komst van de Romeinen in 63 v.Chr. was het jodendom versnipperd geraakt. Er waren verschillende canons van religieuze literatuur, waarin recente innovaties zijn gedocumenteerd als messianisme en apocalyptiek. Na de regering van koning Herodes (40-5/4 v.Chr.) meende menigeen dat de tijd was aangebroken waarop de messias Israël zou herstellen. Tot de kandidaten behoorde ook Jezus van Nazaret, de stichter van een nieuwe joodse stroming.

De verwoesting van de tempel in 70 na Chr. betekende het einde van het pluriforme Tempeljodendom. Hierop volgde de harde incassering van de Fiscus Judaicus. Het jodendom viel door deze gebeurtenissen uiteen in twee groeperingen: enerzijds diverse groepen die meenden dat het aloude jodendom zijn voleinding had bereikt met Jezus van Nazaret en die zijn terugkeer verwachtten, anderzijds de groepen die het onderricht in de Wet centraal stelden en werkten aan de voltooiing daarvan. Beide groeperingen, die we nu kennen als christendom en rabbijns jodendom, wortelen dus in het Tempeljodendom.

Lees verder “Joodse literatuur (4): de Romeinse tijd”

De Bergrede (9): De canon

De bergrede op een christelijke sarcofaag (Musée national des antiquités, Algiers)

Ook vandaag blog ik over de Bergrede. Het is een tekst waar nu eenmaal veel over te zeggen valt. Dit keer pak ik er een heel, heel klein detail uit, namelijk enkele woorden uit Matteüs 5.17. In de Nieuwe Bijbelvertaling:

Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen.

Even verderop zal Jezus dit toelichten, in Matteüs 13.8:

Wees elkaar niets schuldig, behalve liefde, want wie de ander liefheeft, heeft de gehele wet vervuld.

Maar dat is niet waarover ik het vandaag wil hebben. Mij gaat het om de vijf woorden “de Wet of de Profeten”. Daar staat niet wat u denkt.

Lees verder “De Bergrede (9): De canon”

De joden & christenen van Tom Holland (2)

De sarcofaag van de gemartelde Makkabeeënbroers (St Andreas, Keulen)

Tom Holland over farizeïsme

Ik legde al uit dat Tom Holland (a) het christendom origineler en onjoodser presenteerde dan het feitelijk was als hij stelt dat een godgeworden mens iets nieuws was en dat hij (b) het jodendom ten onrechte reduceert tot boekengeloof. Zijn christelijke visie op het jodendom hindert hem vaker. Hij schrijft bijvoorbeeld dat de bepalingen in de Wet van Mozes over de priesterlijke reinheid niet alleen golden voor de priesters maar voor alle kinderen van Israël. Dit is farizeïsme en daarom een voorloper van het rabbijnse jodendom, maar mag niet worden gegeneraliseerd. In elk geval Jezus’ halachische opvattingen wijken hier sterk van af en Paulus zou zich er weinig van aantrekken. Het christendom is niet ontstaan omdat de gelovigen braken met de Wet van Mozes, maar omdat ze (net als veel andere joden) de farizese innovatie afwezen.

Holland noemt de Wet famously strict, wat perfect aansluit bij de aloude christelijke framing van het jodendom, namelijk dat de Wet iets was wat moest worden overwonnen, terzijde geschoven en vervangen door een liefdesgebod. Een historicus kan deze christelijke polemiek tegen het jodendom vanzelfsprekend niet zomaar overnemen als historisch feit. Dat zou naïef positivisme zijn.

Lees verder “De joden & christenen van Tom Holland (2)”

De joden & christenen van Tom Holland (1)

Yosef Caro-synagoge, Safed: de Tien Geboden.

Er zijn drie visies op het jodendom zoals dat bestond toen de Tempel in Jeruzalem nog functioneerde. Zo is er de visie van christenen op de religieuze gebruiken en opvattingen in de wereld van Jezus. Doordat er zoveel christenen zijn is deze visie gangbaarder dan de visie van hedendaagse joden op de tempelcultus. Tot slot is er de visie van historici, die het Tempeljodendom bestuderen als iets dat op zichzelf interessant is en het niet willen zien als voorportaal tot het latere, rabbijnse jodendom of het christendom.

Deze visies zijn natuurlijk niet los van elkaar te zien. Het christelijke beeld van het antieke jodendom was deels gevormd door wat christenen ooit wisten over joden uit de eigen tijd. Het twintigste-eeuwse historisch onderzoek – met name dat naar de Dode Zee-rollen – heeft geholpen christelijke en joodse oordelen bij te stellen. Slechts weinig christenen zullen nu nog denken dat het Tempeljodendom verstard was en dat er met Jezus pas weer muziek in kwam. Er zullen ook maar weinig joden zijn die het christendom nog beschouwen als verwaterd jodendom. De meeste geïnteresseerden zijn zich er tegenwoordig wel van bewust dat de twee hedendaagse godsdiensten de afgelopen eeuwen nogal wat karikaturen van elkaar hebben geschetst.

Lees verder “De joden & christenen van Tom Holland (1)”

Israël verdeeld (synopsis)

Omslag

Hieronder de synopsis van Israël verdeeld; kort commentaar hier en enkele blogstukjes die ik tijdens het schrijven van dit boek publiceerde daar. Bestellen van Israël verdeeld lukt met deze link.

Israël verdeeld

1. Joden en Romeinen

Het Judea dat de Romeinen aantroffen, verkeerde in een diepe crisis. De burgeroorlog waarin de Romeinse generaal Pompeius intervenieerde, is maar één uiting van die verdeeldheid. Nu is verdeeldheid tot op zekere hoogte een normaal verschijnsel: in elke samenleving zijn krachten werkzaam die groepen opzetten tegen andere groepen. Doorgaans worden deze destabiliserende krachten gecompenseerd door instellingen die de mensen juist met elkaar verbinden, zodat een samenleving doorgaans verkeert in een dynamisch evenwicht. In Judea was dit evenwicht echter zoek.

In dit hoofdstuk verder een overzicht van verouderde sjabloons (“het spirituele oosten” versus “het humanistische westen”) en enkele wetenschappelijke debatten, zoals de herinterpretatie van de Dode Zee-rollen, de “derde speurtocht” naar de historische Jezus, de nieuwe typering van het Palestijnse jodendom, nieuwe ideeën over Paulus, enz.

2. Verdeelde elite

Hoe Judea aansluiting vond bij de rest van het oostelijk Middellandse Zee-gebied, dat werd gedomineerd door twee koninkrijken: dat van de Ptolemaïsche dynastie in Egypte en dat van de Seleukiden in Syrië, Anatolië, Mesopotamië en Iran. De langzaam toenemende rijkdom leidde in Judea tot het ontstaan van een financiële elite die niet samenviel met het traditionele leiderschap, dat werd belichaamd door de hogepriesters. Dit was geen ongebruikelijk probleem, maar er waren meer tegenstellingen. Eén daarvan was die tussen de rijken, die aansluiting zochten en vonden bij de internationale elite, en de armen, die deze aansluiting misten en assimilatie afwezen. Het kwam tot opstand: de destabiliserende krachten hadden het gewonnen van de verbindende.

3. Hasmoneeën en Herodianen

De Joden herwonnen hun onafhankelijkheid, maar niet hun eenheid. De Hasmonese dynastie bouwde weliswaar een machtig koninkrijk op, maar kon steeds rekenen op verzet: de nieuwe leiders claimden het hogepriesterschap, waarop ze volgens menigeen geen recht hadden, en ontkwamen er niet aan zaken te doen met de internationale elite, hoewel deze dynastie ooit naar voren was gekomen omdat ze assimilatie afwees. Toen Rome de macht in 63 v.Chr. overnam, meende men aanvankelijk dat hogepriester Hyrkanos de eenheid zou kunnen herstellen, zodat het gebied makkelijker door de Romeinen kon worden bestuurd, maar dit bleek niet het geval. In 40 v.Chr. vervingen Rome de Hasmonese dynastie door een nieuwe bestuurder, koning Herodes. Ook hij slaagde er niet in de middelpuntvliedende krachten te overwinnen en enkele jaren na zijn dood lijfden de Romeinen Judea in als provincie.

4. Diversiteit

Dit hoofdstuk biedt een overzicht van de zaken waarover consensus bestond en waarover men van mening verschilde. Alle joden waren het erover eens dat de tempel in Jeruzalem belangrijk was, dat God de joden had uitverkoren en er een verbond mee had gesloten, dat joden alleen aan deze God mochten offeren en dat Hij zich aan hen had geopenbaard via een heilig boek. In de praktijk bestond echter onenigheid over de vraag of het tempelritueel wel door geschikte hogepriesters werd uitgevoerd, waren er diverse interpretaties van de joodse uitverkorenheid, en was men het grondig oneens over de teksten die behoorden tot de Bijbel, om over de wijze van interpretatie nog maar te zwijgen. Dit leidt tot uitvoerige discussies en ruzies over de juiste joodse levenswijze, de halacha.

5. Josephus’ vier scholen

Josephus systematiseert de chaotische halachische discussies en stelt dat er drie echte stromingen waren binnen het jodendom: de farizeeën, de sadduceeën en de essenen. Later ontstond nog een vierde stroming van mensen die meenden dat vooral de gewelddadige verdrijving van de Romeinen de prioriteit moest hebben. Zij worden in de moderne literatuur veelal aangeduid als ‘zeloten’. In dit hoofdstuk wordt gekeken of Josephus’ schetsen van deze stromingen correct zijn.

6. Toekomstvisies

Eén van de geschilpunten was de komst van de messias, een Joodse leider die volgens de voorspellingen Israël zou herstellen. Enkele theorieën komen aan de orde: oorlogsleider, hogepriester, profeet, het dubbele messiasschap in Qumran, de profeet als Mozes en andere messiaanse typen. De conclusie is dat er geen intern-joodse scheuringen bekend zijn m.b.t. het messianisme, terwijl halachische kwesties wel tot scheuringen leidden. Dit betekent dat de claim van Jezus de messias te zijn, in zijn tijd geen echt probleem kan zijn geweest. Wie wil weten waarom joden en christenen gescheiden wegen zijn gegaan, moet zich concentreren op halachische kwesties.

7. Leven in de Eindtijd

Levend in wat hij beschouwde als de Eindtijd, combineerde Jezus van Nazaret uiteenlopende halachische opvattingen en creëerde zo een nieuwe, vijfde stroming, waarin centraal stond dat God de wereld zou komen besturen en dat Israël zou herstellen. Dit hoofdstuk bevat ook een korte geschiedenis van het Christendom tot het jaar 70 en een beschrijving van de bronnenproblematiek. Het eindigt met een korte typering van het vroege Christendom.

8. De val van Jeruzalem

De ondergang van de pluriforme wereld in de Joodse Oorlog van 66-70.

9. Gescheiden wegen

Hoe de rabbi’s in Javne de grondslagen legden voor een nieuw Jodendom, waarom de Christenen dat niet aanvaardden, waarom de Romeinen juridisch onderscheid begonnen te maken tussen Joden en Christenen, hoe sommige synagogen voor Christenen werden gesloten, hoe sommige Christenen de Joden beschouwden als duivelskinderen en hoe de twee religies in de tweede eeuw langzaam maar zeker uiteen groeiden, hoewel er nog tot eind vierde eeuw “cross-overs” waren.

Israël verdeeld eindigt met een appendix, gewijd aan de hermeneutische methode en een geschiedenis van de Joodse literatuur. Een lijstje met boeken voor wie meer wil weten, een verklarende woordenlijst en een register vormen het obligate nawerk.