Reconstructie van twee Baiuvaren (Museum Aschheim)
In een eerder blogje schreef ik over het lemma dat de Thesaurus Linguae Latinae (het grote oerwoordenboek van de Latijnse taal) wijdde aan de Baiuvaren, zoals de bewoners van het huidige Beieren in de zesde eeuw na Chr. heetten. In dat eerdere blogje behandelde ik het korte tekstje dat bekendstaat als de Frankische Volkentabel.
In de twee blogjes van vandaag neem ik de andere bronnen onder de loep: de oudste vermeldingen van de Baiuvaren. Weliswaar doen ook latere, middeleeuwse auteurs weleens verslag van de zesde eeuw en vermelden ook zij daarbij de Baiuvaren, maar ik beperk me tot de begintijd. De eerste bekende hertog (dux) van de Baiuvaren was Garibald I, die de titel in 548 kreeg van de Frankische koning Theudowald (meer).
[Dit is het derde blogje over de Luchtbrug naar Berlijn. Het eerste blogje was hier.]
De zwarte markt in Berlijn
Hoewel de Luchtbrug dus etenswaren, kolen, hout en aggregaten binnenvloog, was het maandenlang onvoldoende. De hele winter door waren de rantsoenen te klein en de huizen te koud. Veel West-Berlijners zochten langs de rand van de stad naar brandstof, zoals hout, en voedsel. Daarvoor overschreden ze regelmatig de grens met de Sovjet-bezettingszone, waardoor deze hongertochten niet zonder gevaar waren. Agenten van wat later de DDR zou zijn, namen goederen in beslag en in de bossen lagen blindgangers. Er ontstond een levendige zwarte markt waar, omdat er drie soorten mark waren met voortdurend veranderende wisselkoersen, de sigaret de voornaamste rekeneenheid was.
Het grote plaatje
Berlijn was maar één plaats waar de confrontatie tussen de communistische en kapitalistische systemen werd uitgevochten. Vier dagen nadat de Sovjets de elektriciteit hadden afgesneden en de blokkade waren begonnen, verplaatste de Amerikaanse president Truman niet minder dan zestig B29-bommenwerpers naar West-Europa. Dat is, zoals u correct constateerde, het vliegtuigtype dat werd gebruikt bij het transport (en de inzet) van atoombommen. Stalin begreep hierdoor dat verdere escalatie te riskant was. De westerse geallieerden stelden ook een tegen-blokkade in door handel met de Sovjet-bezettingszone te verbieden.
De instructies voor piloten, betrokken bij de Luchtbrug naar Berlijn
[Dit is het tweede blogje over de Berlijnse Luchtbrug. Het eerste blogje was hier.]
De blokkade van Berlijn, zoals gezegd rond 24 juni 1948 begonnen, trof vooral de arme bewoners hard. Dit was een fors deel van de bevolking, aangezien veel mannen nog in krijgsgevangenschap waren en lang niet elke vrouw kostwinner kon zijn. We moeten ons een stad voorstellen waarin vrouwen een voor die tijd heel grote rol in het openbare leven hadden, en daarnaast zorg hadden voor én hun kinderen én de armen: vluchtelingen, ouden van dagen, weduwen en wezen, mensen met oorlogswonden.
Hoewel er vrijwel onmiddellijk voedseluitdelingen kwamen, zat er voor arme West-Berlijners weinig anders op dan zich te registeren in het oosten. Dat je daarom in het westen met je nek werd aangekeken, namen de hongerenden maar op de koop toe. Erst kommt das Fressen dann die Moral. Zolang mensen met bonkaarten in de beter voorziene oostelijke winkels allerlei producten konden krijgen, was er feitelijk geen alternatief voor registratie. Lees verder “De luchtbrug naar Berlijn (2)”→
Henry Ries’ beroemde foto van de luchtbrug naar Berlijn
Een kleine twee jaar geleden was ik een paar dagen in Berlijn. Er was een expositie over Oezbekistan. Het hoogtepunt van de reis was echter de dag waarop we fietsen huurden en een tochtje maakten langs enkele locaties uit de Koude Oorlog. Iets wat ik al heel lang wilde. Vandaag dus een blogje over de Luchtbrug.
Terug naar 1945. De geallieerden hadden Duitsland verslagen, de Duitse industrie was kapotgebombardeerd, ook andere economische sectoren waren beschadigd en de Reichsmark was niets waard. Er was tekort aan levensmiddelen, aan brandstof en vanzelfsprekend aan woonruimte. Talloze mannen waren in krijgsgevangenschap en de wederopbouw verliep heel langzaam. U kent waarschijnlijk de filmbeelden wel van de Berlijnse vrouwen die de gebombardeerde stad aan het opruimen zijn.
Het beeld van Spes in het huis van Wilhelm von Humboldt in Tegel, Bertel Thorvaldsen, ca. 1817
[Dit is het laatste van twee blogjes over het kasteel Tegel van Wilhelm von Humboldt. Het eerste was hier.]
Net als een klassieke tempel is het kasteel van Wilhelm von Humboldt kasteel bedoeld als een plaats van transformatie, waarbij het werkelijke een symbool wordt van het hogere. Daarbij is er geen verschil tussen zijn kunstfilosofie en zijn Bildungsfilosofie. “Zichzelf zo tot een symbool van het universum te herscheppen, dat zou de hoogste opgave van de mensheid zijn”: het is een gedachte die “sinds langere tijd mijn lievelingsidee is en voor mij de sleutel van al wat bestaat”.
Het ging Humboldt om de
betrokkenheid op een bovenaardse wereld, die elk naar de aard van zijn geest op een zinnelijke of meer vergeestelijkte wijze, letterlijk of symbolisch kon beschouwen.
Tegel, het kasteel van Wilhelm van Humboldt, litho door Alexander Duncker
Tussen 1820 en 1824 liet Wilhelm von Humboldt zijn familieslot in Tegel verbouwen tot een klassieke tempel en het eerste oudheidkundige museum. Je kunt zowel met stenen als met woorden bouwen, schreef hij in een sonnet, en meer nog dan zijn teksten illustreert het gebouw zijn ideaal van klassieke Bildung (“zelfvorming”, maar ook “hogere cultuur”).
De verantwoordelijke architect was Karl Friedrich Schinkel (1781-1841), bekend van imposante Berlijnse gebouwen met lange rijen zuilen: de Neue Wache op Unter den Linden (1818), het Schauspielhaus (1819-1821) en het Altes Museum (1825-1830). Schinkel was bezig om de hele stad te veranderen in een “Athene aan de Spree” en was de aangewezen man om ook Humboldts huis een classicistische makeover te geven.
Maquette van de basis van VIII Augusta in Straatsburg (Palais Rohan)
Ik eindigde mijn vorige blogje met de constatering dat VIII Augusta in 70 na Chr. van de Balkan naar het westen werd overgeplaatst. Daar was het eerst gestationeerd in Mirebeau-sur-Bèze, vijfentwintig kilometer van Dyon. Een tweede basis was Argentoratum, het huidige Straatsburg aan de Midden-Rijn. Hier beschermde het legioen een belangrijke rivierovergang in Germania Superior. Het legioen zou daar nog ruim drie eeuwen blijven.
Het Zwarte Woud
In 74 legden de legionairs een weg aan van Straatsburg naar Rottweil en Hufingen: dwars door het Zwarte Woud. Dit was niet alleen een aanzienlijke bekorting van de reistijd tussen de Rijn en de Boven-Donau; het was ook het begin van de bezetting van het huidige Baden-Württemberg of, zoals het destijds heette, de Agri Decumates. Een Romeinse verovering, maar in de zin dat het een grensbekorting was ook een defensieve maatregel: de consolidatie van het imperium was begonnen.
Sieraden van een Baiuvaarse dame (Archäologische Staatssammlung, München)
Diluviale regens in zuidelijk Duitsland, ook in München, en de meteorologische dienst had een waarschuwing afgegeven: “Gefahr für Leib und Leben durch Überflutungen von Straßen/Unterführungen sowie gewässernahen Gebäuden; mögliche Erdrutsche.” Volmaakt museumweer dus. En daarom bezochten mijn betere helft en ik afgelopen zaterdag de Archäologische Staatssammlung. Het museum met de nationale collectie van Beieren is een maand geleden na een verbouwing heropend.
En het is een triomf. Zeg maar iets in de orde van het Akropolismuseum. De verzameling zelf is indrukwekkend, er zit een heldere visie achter de opstelling en die visie is ook effectief uitgewerkt. Het museum is nog niet helemaal klaar, overigens. De toelichting in het Engels en Beiers is nog niet overal aanwezig en er zijn nog geen tentoonstellingen. Althans niet in het museumgebouw; op verschillende plekken in de stad is aangegeven wat daar is opgegraven. Wie bijvoorbeeld vanaf de Odeonsplatz de Hofgarten binnenloopt, kan daar ontdekken dat hier ooit een Romeins reliëfje is opgegraven. Maar ook al is er nog geen tentoonstelling in het museum zelf, de collectie is klaar en staat prachtig opgesteld. Het personeel heeft er zin in en je voelt je welkom.
Vandaag rond ik mijn reeks af over de Europese canon. We bereiken onze eigen tijd en zoals u al kon raden: het is nauwelijks nog Europese geschiedenis. Het oude werelddeel is meer dan ooit opgenomen in een grotere wereld.
De Koude Oorlog
Periode: Vanaf 1948
Alternatief: De Muur
De Verenigde Staten, met een kapitalistisch systeem, en de Sovjet-Unie, met een communistisch systeem, hadden in de Tweede Wereldoorlog de Europese democratieën gered. Italië was van partij gewisseld en bleef autonoom, maar Duitsland en Oostenrijk kwamen onder curatele. Een curatele die moeizaam was doordat de twee supermachten het vaak oneens waren. Eén van de punten waar de fricties konden escaleren was de gedeelde Duitse hoofdstad Berlijn.
De Duitse deelstaat Beieren is bezig zijn oudheidkundige collecties te reorganiseren: het Pompejanum in Aschaffenburg, het fenomenale Keltenmuseum in Manching, het archeologisch park van Kempten en de musea van Würzburg, Augsburg, Weissenburg en München. Het is in die laatste stad dat ik dit nu zit te schrijven, want ik ben hier om de diverse musea te bekijken. Ik was hier in 2012 voor het laatst en er is nogal wat veranderd.
Koning Lodewijk I (r.1825-1848) was een van de grootste filhellenen die de wereld ooit heeft gezien en spaarde kosten noch moeite om Beieren een Grieks uiterlijk te geven. Hij bouwde het Walhalla bij Regensburg, de Befreiungshalle in Kelheim en schonk München de Antikensammlung met de Glyptothek aan de Königsplatz. Koning Lodewijk had ook nog een zoon die koning werd in Griekenland, Otto I. De relatie tussen beide gekroonde hoofden deed de gestage aanvoer van Griekse oudheden uiteraard geen kwaad. München is dus een paradijs voor wie belangstelling heeft voor Griekse en andere oudheden.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.