Your Friendly Neighborhood Helping God

Dansende Bes, met links Beset (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Eigenlijk houd ik niet zo van de animaties die je tegenwoordig ziet in tentoonstellingen. Ze zijn vaak wat kinderachtig en gaan nog lang door ook. Ik loop er dus meestal langs, op weg naar de eigenlijke voorwerpen. De openingsanimatie van de expositie “Bes, kleine god in het oude Egypte” in het Amsterdamse Allard Pierson-museum is echter perfect: een kort filmpje toont het leven van de oude Egyptenaren, bedreigd als dat was door wilde dieren en kwade geesten, en verklaart waarom mensen hunkerden naar goddelijke steun. Weliswaar waren Amon-Ra, Isis en Osiris te druk met het op orde houden van het universum, maar gelukkig was er altijd de god Bes, voor alle alledaagse zorgen. Your Friendly Neighborhood Helping God.

Met de animatie is de toon gezet voor een lichtvoetige tentoonstelling over een kleine maar nabije Egyptische godheid, die net als de zwangere nijlpaardgodin Taweret en de leeuwengod Toetoe de gewone mensen beschermde en hielp. Het is een geslaagde expositie. Als ik kinderen zou hebben, zou ik zo nog een tweede keer gaan. Dat doe ik trouwens sowieso, want ik wil nog wat foto’s maken.

Lees verder “Your Friendly Neighborhood Helping God”

De Tweede Punische Oorlog (5)

Het slagveld bij het Trasimeense Meer

[Dit is het vijfde stukje in een reeks over de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.). Het eerste is hier. In het vierde deel naderde de Karthaagse generaal Hannibal Rome, achtervolgd door consul Flaminius.]

Bij het Trasimeense Meer bereiken de heuvels op twee plaatsen de noordelijke oever van het water. De foto hierboven is genomen vanaf de oostelijke heuvelrug en kijkt uit op de westelijke. Daartussen ligt een vlakte. Hannibal liet zijn troepen posities innemen op de heuvels. De bedoeling was dat, als de laatste Romeinen de westelijke engte waren gepasseerd, een deel van de Karthaagse cavalerie uit de heuvels zou neerdalen en die toegang zou versperren, terwijl lichtbewapenden de oostelijke engte blokkeerden. De hoofdmacht van Libiërs en Spanjaarden zou de legioenen dan in de flank aanvallen.

Livius verwijt de Romeinse commandant, consul Flaminius, dat hij de weg niet goed had laten verkennen, maar dat verwijt kan niet terecht zijn, want een Romeins leger werd altijd voorafgegaan door bereden verkenners. Daarvoor hoefde niet eens bevel te worden gegeven. Het is veel aannemelijker dat de verkenners op pad gingen en, zodra ze de vlakte hadden bereikt, werden onderschept. Flaminius kreeg geen bericht over de vijand, maar vond dat niet verontrustend omdat de verkenners pas net waren vertrokken. Dat de vijand vlakbij het Romeinse kamp een hinderlaag had gelegd, kon hij zich niet voorstellen. En dus trok het Romeinse leger door de westelijke engte. De ochtendmist kroop uit het meer de vlakte op.

Lees verder “De Tweede Punische Oorlog (5)”

De Tweede Punische Oorlog (4)

Karthaags borstpantser uit Ksour es-Saf (Musée national du Bardo, Tunis)

[Dit is het vierde stukje in een reeks over de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.). In het eerste deel beschreef ik hoe de Romeinen en Karthagers opnieuw in conflict raakten, in het tweede en derde stukje trokken we met Hannibal over de Alpen.]

De bestuurlijke elite van het Romeinse Rijk bestond uit gefortuneerde oud-magistraten, die zitting hadden in de Senaat en de twee consuls adviseerden. In theorie kon elke rijke man zich kandidaat stellen voor een ambt en dus senator worden, maar in de praktijk hadden afstammelingen van eerdere hoogwaardigheidsbekleders een monopolie. Hun families bezaten een reputatie van betrouwbaarheid, en het feit dat ze vermogende vrienden hadden deed hun ook geen kwaad in kiesvergaderingen waarin de stem van de rijken zwaarder woog dan die van de armen. Bij andere volksvergaderingen gold echter een districtenstelsel, en daarin hadden de rijken minder invloed. Zo kon het gebeuren dat een enkele politicus zich profileerde als een buitenstaander die zijn positie niet baseerde op voorvaderlijke verdiensten, maar op eigen kwaliteiten. Zo iemand was Caius Flaminius Nepos.

Lees verder “De Tweede Punische Oorlog (4)”

MoM | Onbekende talen

Een deel van het linnen boek van Zagreb (Archeologisch museum, Zagreb)

Zoals ik al aangaf, heeft het Archeologisch Museum van Zagreb veel moois te bieden. Eén van de beroemdste stukken is de Zagreb Mummie. Die is in de negentiende eeuw ooit eens “afgewikkeld”. In het museum ligt nu een dode Egyptenaar tentoongesteld – wat ik eerlijk gezegd smakeloos vind – en daarnaast zijn de windsels te zien. Die bleken afkomstig uit een boek met linnen bladzijden waarop een Etruskische tekst te lezen stond. Hierboven een foto van het Liber linteus, het linnen boek.

Van het Etruskisch begrijpen we onvoldoende, al is het minder mysterieus dan wel wordt aangenomen en is duidelijk dat de tekst die via Egypte in Zagreb is beland, een religieus karakter heeft. Welke problemen zijn er zoal bij het doorgronden van een antieke taal?

Lees verder “MoM | Onbekende talen”

DNA, Ieren, Etrusken, Karthagers en Chinezen

Karthaags masker, eind zesde eeuw (Musée national du Bardo, Tunis)

Voor de oudheidkundige is het DNA-onderzoek nog vooral een belofte. Ik heb in eerdere stukjes enkele ontwikkelingen geschetst, maar die betroffen vooral de Prehistorie: hoe de mensheid wegtrok uit Afrika, de verspreiding van de landbouw en de migraties van de Indo-Europeanen. De conclusie is dat Europa in twee enorme golven bevolkt is geraakt: één golf van landbouwers en één golf van Indo-Europees-sprekenden.

Als we in de historische tijd aankomen, wanneer we geschreven bronnen krijgen, zijn de grote migraties al voorbij. Het DNA-onderzoek zal eerst verfijnder moeten raken vóór we veel verder kunnen kijken. Dat zal nog wel gebeuren, want het uitvoeren van tests wordt steeds meer routine (en goedkoper).

Overigens is geschreven documentatie niet helemáál zonder betekenis: de Centraal-Aziatische samenleving van de Indo-Iraniërs is enigszins gedocumenteerd in geschreven teksten, namelijk in het oudste deel van de Avesta, het heilige boek van de Iraanse volken: een wereld van nomadische veetelers op de steppe. Het is een wereld met een dualistisch wereldbeeld dat we misschien ook archeologisch kunnen documenteren.

Lees verder “DNA, Ieren, Etrusken, Karthagers en Chinezen”

Een Etruskische tekst

De gouden plaatjes uit Pyrgi (Museo Nazionale Etrusco di Villa Giulia, Rome)
De gouden plaatjes uit Pyrgi (Museo Nazionale Etrusco di Villa Giulia, Rome)

De taal van de Etrusken heeft de reputatie mysterieus te zijn, maar in feite valt dat wel mee. Geleerden kunnen honderden teksten gewoon lezen – helaas zijn ze kort en weinig informatief – en begrijpen grote delen van de grammatica. Het probleem is dat het Etruskisch niet lijkt te behoren tot een bekende taalfamilie en daardoor vooralsnog niet verder doorgrond kan worden.

Dit probleem is van enig belang omdat de Etruskische taal zich als een wig bevindt tussen twee nauw-verwante Indo-Europese talen: de Italische en de Keltische. Dit is het eenvoudigst te verklaren door migratie, maar waar kwamen de Etruskischsprekenden dan vandaan? In de vijfde eeuw v.Chr. opperde de Griekse onderzoeker Herodotos dat de Etrusken afkomstig waren uit Turkije. Het DNA-onderzoek, dat tot nu toe strijdige conclusies opleverde, zal de puzzel nog weleens oplossen en een aanwijzing bieden waar we met het Etruskisch verwante talen mogen gaan zoeken.

Lees verder “Een Etruskische tekst”

Ingewandenschouw

Model van een schapenlever (replica van een voorwerp uit Piacenza)
Model van een schapenlever (replica van een voorwerp uit Piacenza)

Ik behoor tot degenen die de laatste weken vrijwel elke dag even keken op de website Fivethirtyeight. Amerikaanse verkiezingen zijn belangrijk en ik wilde weten wat ons te gebeuren stond. Niet dat zoiets werkelijk uitsluitsel biedt, maar als je vooraf weet dat Trump 35% kans heeft het presidentschap te winnen, sta je niet verbaasd als het ook gebeurt. Kortom, ik snap wel waarom mensen de toekomst willen kennen en ik heb zelfs een boekje geschreven over de methoden van de futurologie. Het is namelijk niet alleen koffiedikkijken in de toekomstvoorspellerij.

Koffiedikkijken was het ook in de Oudheid nooit helemaal. De Babylonische astrologen ontdekten reële verbanden, zoals dat tussen bepaalde sterrenbeelden en de waterstanden. Als u nu zegt “correlatie is geen causaliteit” heeft u volkomen gelijk, want beide verschijnselen zijn het gevolg van de scheve baan van de aarde om de zon. Als je zoiets echter niet weet, is het ontdekken van zo’n verband een hele stap voorwaarts. Al is het maar omdat je de sterren kunt gebruiken om te leren wanneer je de sluizen van de afwateringskanalen moet gaan openen.

Lees verder “Ingewandenschouw”

Oudheidkundige prietpraat

De riviergod Acheloös; bronsje uit Tarquinia dat verder niet zoveel met dit stukje heeft te maken maar wel uit de juiste stad komt. Nu te zien in de Villa Giulia, Rome.

Twee jaar geleden werd in Tarquinia in Italië een mooi Etruskisch graf gevonden. Het had alles om een goed verhaal te vertellen, zoals een nog bewaard grafmaal (zie foto). Mooi, zou je denken, maar nee, het was nog niet spectaculair genoeg. De opgravers identificeerden het graf meteen als dat van een prins van koninklijke bloede en een familielid, misschien wel een broer, van de vijfde koning van Rome, Tarquinius Priscus.

In Italië wordt namelijk alles wat wordt opgegraven toegeschreven aan een uit de bronnen bekend persoon. Klaarblijkelijk zijn de aannames van de Italiaanse archeologie dat alle personen die ooit hebben bestaan, in onze bronnen staan vermeld, en dat archeologie geen bewijs kan leveren dat onafhankelijk is van geschreven bronnen. Als classici en oudhistorici het potentieel van de archeologie zo slecht begrijpen, lach je erom, maar in Italië zijn het de archeologen zelf en dat is om te huilen.

Lees verder “Oudheidkundige prietpraat”

Interview Z.K.M. Claudius

Claudius (British Museum)
Claudius (British Museum)

Het zal niemand zijn ontgaan dat het eergisteren tweeduizend jaar geleden was dat keizer Augustus overleed. Als oudhistoricus was ik uitgenodigd om de plechtigheden in Rome bij te wonen, en door een gelukkig toeval ontmoette ik daar een van de leden van het keizerlijk huis, Tiberius Claudius Nero Germanicus. De vierentwintigjarige prins zal vanaf heden een rol spelen in de cultus van de vergoddelijkte keizer. Ondanks zijn drukke bezigheden had hij enige tijd voor me.

Dank u wel voor de tijd die u voor me vrij hebt kunnen ma…

Geen dank, geen dank. Het is altijd een genoegen om hier in Rome een collega-historicus t-te ontmoeten. Zeker als hij afkomstig is uit een zo verre provincie als het Rijnland. Ik wist niet dat de Cananefaten al historici opleidden.

Lees verder “Interview Z.K.M. Claudius”