Het meisje van Vulci

Het meisje van Vulci (Torlonia-collectie, Rome)

Een week of twee geleden blogde ik over de Torlonia-collectie: de fenomenale verzameling van een rijke Italiaanse familie, sinds vorig jaar opengesteld voor het grote publiek. Een van de mooiste stukken is het bovenstaande portret, het Meisje van Vulci. Als u denkt dat het modern is, bent u de enige niet. In 1886 was dat namelijk het oordeel van de Duits-Oostenrijkse oudheidkundige Otto Benndorf, die u misschien kent als docent van de filosoof Nietzsche. Mij doet het bovenstaande beeld, dat is gevonden in Vulci in het uiterste noordwesten van Lazio, denken aan de vrouwenportretten van Modigliani.

Dat het Meisje van Vulci zo modern oogt, komt deels doordat de kunstenaar hier en daar scherpe lijnen gebruikt, zoals bij de wenkbrauwen. In de klassieke Griekse kunst zou je dat niet zo snel verwachten. Benndorf zou het beeld niet als modern hebben weggezet als hij de Etruskische en Italische portretten zou hebben gekend die later zijn ontdekt. Zijn scepsis wordt nu niet meer gedeeld.

Lees verder “Het meisje van Vulci”

De Zeevolken: meer problemen

Ramses III maakt korte metten met wat Zeevolken, herkenbaar aan hun hoofddeksels.

In de vorige vier stukken (één, twee, drie, vier) over de Zeevolken heb ik uitgelegd dat het bewijsmateriaal een consistent verhaal mogelijk maakt: een klimaatcrisis rond 1200 v.Chr. bracht een migratiegolf op gang van het Egeïsche-Zee-gebied richting Egypte en de Levant. Ik was begonnen uit te leggen dat het bewijsmateriaal echter zo eenduidig niet is. Het is lastig te dateren.

Het aardewerkprobleem

Een andere manier om migratie vast te stellen is kijken naar de verspreiding van deze of gene archeologische cultuur. Als we de voorwerpen die vóór 1200 v.Chr. gangbaar waren op Sardinië na een tijdje ook aantreffen in het Midden-Oosten, en als het daarbij niet alleen gaat om handelsaardewerk maar ook om keukenaardewerk, dan hebben we een aanwijzing voor migratie. Maar aardewerk is in deze periode niet alleen moeilijk te dateren, het is ook lastig te kwalificeren.

Lees verder “De Zeevolken: meer problemen”

De Zeevolken: het bewijsmateriaal

Ramses III in actie tegen de Zeevolken (Medinet Habu)

In het eerste stukje over de Zeevolken – dat ook “het einde van de Bronstijd” had kunnen heten, vatte ik het handboek samen van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld. Ik legde uit waarom de auteurs terughoudend zijn: ons beeld is onvoldoende scherp en er zijn allerlei complicaties. Die zijn in twee groepen in te delen: enerzijds de oorzaak van de crisis en anderzijds de vraag of de beschikbare data niet wat al te makkelijk zijn geplaatst in een negentiende-eeuws sjabloon over de ondergang van de beschaving. Veel gegevens waren destijds ambigu en lieten zich passen in elk narratief; een deel van de gegevens is nog altijd voor meerderlei uitleg vatbaar.

Wat betreft de oorzaak: we hebben inmiddels zoveel gegevens dat wél duidelijk is dat rond 1200 v.Chr. in het oostelijk bekken van de Middellandse Zee een periode aanbrak van droogte. Ik blogde er al over. Dat leidde tot een crisis en het wegvallen van de vraag naar tin, zodat de handelsnetwerken ook verdwenen, waarna men overschakelde van brons naar het overal vindbare ijzer. Alvorens te bezien of een consistent verhaal mogelijk is, moeten we het bewijsmateriaal eens bekijken.

Lees verder “De Zeevolken: het bewijsmateriaal”

De dwarse meningen van Hemelrijk

Een scherf van een vaas, beschilderd door de Sarpedon-schilder, uit de collectie van het Allard Pierson.

Om een dreigend misverstand weg te nemen: er zijn twee Amsterdamse professoren Hemelrijk, een jongere die tegenwoordig oude geschiedenis doceert en een oudere, kunsthistoricus van huis uit, die ook directeur was van het Allard Pierson-museum. Na zijn emeritaat schreef hij een stuk of zestig stukken over de Griekse kunstgeschiedenis in Amphora, het sympathieke tijdschrift van de Vrienden van het Gymnasium; die bundelde hij in 2009 en 2014 in twee boeken, Makron en zijn makkers. Fijne lectuur.

Dwarse meningen

Al was het maar omdat de oude Hemelrijk af en toe lekker dwars kon zijn. Zo vertelt hij met smaak over de wijze waarop de georganiseerde misdaad in Italië Etruskische graven plunderde en het spul vervolgens verkocht aan buitenlandse musea, zoals het Metropolitan Museum in New York en het Getty-museum in Malibu. Die zorgden voor wetenschappelijke uitgaven die, zo schrijft Hemelrijk, de wetenschap van de kunstgeschiedenis verder brachten. De politie rolde het netwerk echter op en dus gingen de voorwerpen terug naar Italië. Maar de Italianen, die zorgden niet voor goede publicaties. Hemelrijk was niet blij

Lees verder “De dwarse meningen van Hemelrijk”

Spiegelbeeld en Judaskus

Schoongemaakte Etruskische spiegel (Museum voor Schone Kunsten, Boedapest)

Het boek The Return of Martin Guerre (1983) van Natalie Zemon Davis, bevat het wondermooie verhaal van een zekere Martin Guerre. Een samenvatting van het waargebeurde dubbelgangersverhaal vindt u hier; er is ook een musical, die ik ooit in Londen zag en me minder kon bekoren dan het boek. Er zijn verfilmingen, waaronder een film die het verhaal van de zestiende eeuw verplaatst naar de tijd na de Amerikaanse Burgeroorlog.

Ik verraad niet veel als ik u vertel dat Guerre op een dag verdwijnt en later weer terugkeert, maar dat dit feitelijk een dubbelganger is, Arnaud du Tilh. Deze blijkt vrij veel van de echte Guerre te weten – voldoende om diens echtgenote er althans voor enige tijd van te overtuigen dat hij haar verdwenen echtgenoot is – en dat kan alleen als hij de echte Guerre heeft ontmoet. Als ik me goed herinner, speculeert Davis erover hoe dat is gegaan en merkt ze op dat omstaanders de twee hebben geattendeerd op hun gelijkenis. In de zestiende eeuw wisten mensen namelijk niet hoe ze er uit zagen. Een spiegel was een luxe-object, vervaardigd van gepolijst metaal en alleen in gebruik bij de elite.

Lees verder “Spiegelbeeld en Judaskus”

Votiefgift

Votiefgift uit de tempel van Aesculapius in Rome (Nationaal Museum, Rome)

Ik schreef onlangs over de leuke Bes-expositie in het Allard Pierson-museum en vertelde dat die ook aardig was voor kinderen. De voor dit doel gevraagde externe deskundige (8 jaar) beleefde veel plezier aan de speurtocht langs de diverse beeldjes en reliëfjes van de kleine Egyptische godheid. Ik schreef ook dat de Grieks-Romeinse afdeling mooi aan het worden is. Die is echter voor kinderen wat minder toegankelijk.

Zo kwam het dat de externe deskundige bij de Etruskische voorwerpen wat verbaasd stond te kijken naar enkele votiefgiften, de voorwerpen die mensen in de Oudheid achterlieten bij een heiligdom na een genezing.

Lees verder “Votiefgift”

Bes, Your Friendly Neighborhood Helping God

Dansende Bes, met links Beset (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Eigenlijk houd ik niet zo van de animaties die je tegenwoordig ziet in tentoonstellingen. Ze zijn vaak wat kinderachtig en gaan nog lang door ook. Ik loop er dus meestal langs, op weg naar de eigenlijke voorwerpen. De openingsanimatie van de expositie “Bes, kleine god in het oude Egypte” in het Amsterdamse Allard Pierson-museum is echter perfect: een kort filmpje toont het leven van de oude Egyptenaren, bedreigd als dat was door wilde dieren en kwade geesten, en verklaart waarom mensen hunkerden naar goddelijke steun. Weliswaar waren Amun-Ra, Isis en Osiris te druk met het op orde houden van het universum, maar gelukkig was er altijd de god Bes, voor alle alledaagse zorgen. Your Friendly Neighborhood Helping God.

Met de animatie is de toon gezet voor een lichtvoetige tentoonstelling over een kleine maar nabije Egyptische godheid, die net als de zwangere nijlpaardgodin Taweret en de leeuwengod Toetoe de gewone mensen beschermde en hielp. Het is een geslaagde expositie. Als ik kinderen zou hebben, zou ik zo nog een tweede keer gaan. Dat doe ik trouwens sowieso, want ik wil nog wat foto’s maken.

Lees verder “Bes, Your Friendly Neighborhood Helping God”

De Tweede Punische Oorlog (5): het Trasimeense Meer

Het slagveld bij het Trasimeense Meer

[Dit is het vijfde stukje in een reeks over de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.). Het eerste is hier. In het vierde deel naderde de Karthaagse generaal Hannibal Rome, achtervolgd door consul Flaminius.]

Bij het Trasimeense Meer bereiken de heuvels op twee plaatsen de noordelijke oever van het water. De foto hierboven is genomen vanaf de oostelijke heuvelrug en kijkt uit op de westelijke. Daartussen ligt een vlakte. Hannibal liet zijn troepen posities innemen op de heuvels. De bedoeling was dat, als de laatste Romeinen de westelijke engte waren gepasseerd, een deel van de Karthaagse cavalerie uit de heuvels zou neerdalen en die toegang zou versperren, terwijl lichtbewapenden de oostelijke engte blokkeerden. De hoofdmacht van Libiërs en Spanjaarden zou de legioenen dan in de flank aanvallen.

Lees verder “De Tweede Punische Oorlog (5): het Trasimeense Meer”

De Tweede Punische Oorlog (4)

Karthaags borstpantser uit de tijd van de Tweede Punische Oorlog (Musée national du Bardo, Tunis)

[Dit is het vierde stukje in een reeks over de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.). In het eerste deel beschreef ik hoe de Romeinen en Karthagers opnieuw in conflict raakten, in het tweede en derde stukje trokken we met Hannibal over de Alpen.]

De bestuurlijke elite van het Romeinse Rijk bestond uit gefortuneerde oud-magistraten, die zitting hadden in de Senaat en de twee consuls adviseerden. In theorie kon elke rijke man zich kandidaat stellen voor een ambt en dus senator worden, maar in de praktijk hadden afstammelingen van eerdere hoogwaardigheidsbekleders een monopolie. Hun families bezaten een reputatie van betrouwbaarheid, en het feit dat ze vermogende vrienden hadden deed hun ook geen kwaad in kiesvergaderingen waarin de stem van de rijken zwaarder woog dan die van de armen. Bij andere volksvergaderingen gold echter een districtenstelsel, en daarin hadden de rijken minder invloed. Zo kon het gebeuren dat een enkele politicus zich profileerde als een buitenstaander die zijn positie niet baseerde op voorvaderlijke verdiensten, maar op eigen kwaliteiten. Zo iemand was Caius Flaminius Nepos.

Lees verder “De Tweede Punische Oorlog (4)”

Onbekende talen

Een deel van het linnen boek van Zagreb (Archeologisch museum, Zagreb)

Zoals ik al aangaf, heeft het Archeologisch Museum van Zagreb veel moois te bieden. Eén van de beroemdste stukken is de Zagreb Mummie. Die is in de negentiende eeuw ooit eens “afgewikkeld”. In het museum ligt nu een dode Egyptenaar tentoongesteld – wat ik eerlijk gezegd smakeloos vind – en daarnaast zijn de windsels te zien. Die bleken afkomstig uit een boek met linnen bladzijden waarop een Etruskische tekst te lezen stond. Hierboven een foto van het Liber linteus, het linnen boek.

Van het Etruskisch begrijpen we onvoldoende, al is het minder mysterieus dan wel wordt aangenomen en is duidelijk dat de tekst die via Egypte in Zagreb is beland, een religieus karakter heeft. Welke problemen zijn er zoal bij het doorgronden van een antieke taal?

Lees verder “Onbekende talen”