V Macedonica aan de Donau

Inscriptie van V Macedonica uit Oescus (Archeologisch museum, Sofia)

Van de meeste Romeinse legioenen kennen we de ontstaansgeschiedenis. Soms weten we welke keizer het heeft gesticht, soms kunnen we de geschiedenis herleiden tot de tijd van Julius Caesar en zijn opvolgers Marcus Antonius en Augustus. Van V Macedonica is de herkomst minder duidelijk. We kennen uit de vroegste tijd twee vijfde legioenen, V Urbana en V Gallica, die allebei identiek kunnen zijn aan het vijfde legioen dat later naar zijn standplaats Macedonië zou worden vernoemd. Misschien is het geformeerd door consul Gaius Vibius Pansa en diende het voor het eerst in 43 v.Chr., maar dat is slechts een hypothese.

V Macedonica was waarschijnlijk aanwezig bij de campagne rond Aktion (31 v.Chr.), waarna veteranen werden gevestigd in de Veneto. Een latere generatie veteranen is vijftien jaar later gedemobiliseerd in Fenicië in Beiroet. Hier kregen ook veteranen van VIII Augusta land toegewezen. In elk geval diende het legioen zelf in Macedonië.

Lees verder “V Macedonica aan de Donau”

De Thraciërs (4)

Seuthes III (Archeologisch museum, Sofia)

[Dit is het vierde van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Lysimachos

Zoals ik in het vorige blogje al aangaf, slaagde de Macedonische officier Lysimachos er in de jaren na de dood van Alexander de Grote (323 v.Chr.) niet in om de Odrysische leider Seuthes III te onderwerpen. De Macedoniërs imiterend stichtte ook Seuthes een stad die hij naar zichzelf noemde, Seuthopolis. (De resten ervan bevinden zich op de bodem van een stuwmeer in de Vallei van de Thracische Koningen.) De Panagyurishte-schat, die in Macedonië niet zou hebben misstaan, dateert uit deze jaren en bewijst dat de Thracische elite culturele aansluiting zocht bij de Grieks-Macedonische wereld.

Pas na een decennium lijkt Lysimachos de situatie meester te zijn geweest; Seuthes erkende hem als heerser, maar bleef zelf aan en lijkt nog rond 295 in leven te zijn geweest. Seuthes’ graf is teruggevonden in de Vallei van de Thracische Koningen en is interessant omdat het bronzen hoofd van Seuthes III ritueel is begraven in de toegang. Het lichaamloze hoofd doet denken aan de mythe dat het lichaamloze hoofd van Orfeus bleef zingen: een soort minachting voor de dood.

Lees verder “De Thraciërs (4)”

De Thraciërs (3)

Thracische Pegasos (Archeologisch museum, Razgrad)

[Dit is het derde van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

De Perzische tijd

In mijn vorige blogje noemde ik de Perzische aanwezigheid in Thracië. Die begon toen koning Darius I de Grote de Bosporus overstak, een gebeurtenis die meestal wordt gedateerd rond 516 v.Chr. Zijn leger rukte op naar de Donau, waar de Geten weerstand boden maar werden onderworpen.noot Herodotos, Historiën 4.93. Daarna staken de Perzen de rivier over voor een campagne tegen de Skythen, waar we helaas weinig van begrijpen. Wat we wel begrijpen is dat een deel van de Thraciërs vanaf nu deel uitmaakte van het Perzische Rijk. Ze staan afgebeeld op de Apadana-reliëfs uit Persepolis en worden genoemd in diverse teksten.

De heuvel van Eïon, bij een riviermonding aan de Egeïsche noordkust, was de residentie van de bestuurder van de Perzische bezittingen in Europa. Deze versterking is in gebruik gebleven tot 476/475, toen de Atheners haar innamen. De Perzische aanwezigheid in Thracië duurde dus ongeveer veertig jaar, maar er is weinig over bekend, althans aan mij. Ik lees dat lokale vorsten daarna de macht overnamen, wat vooral blijkt uit de munten waarmee ze hun autonomie onderstreepten. Zoals ik al opmerkte, was het Odrysische koninkrijk, gelegen in het zuidoosten, in de vijfde eeuw het meest opvallend. Onze voornaamste bron, Herodotos, lijkt vooral dit gebied te beschrijven,noot Herodotos, Historiën 5.3-8.  al wekt hij de indruk ook de Geten te hebben bezocht. De Odrysen hadden goede relaties met de Atheners en de Krim.

Lees verder “De Thraciërs (3)”

Het nieuwe leger van Darius III

Volgens het Staatliches Münzkabinett in München is dit een goudstuk van Darius III Codomannus (maar misschien is ‘ie ouder)

Ik liet u vorige maand achter met een Alexander de Grote die in het voorjaar van 331 v.Chr. op het punt stond de strijd aan te binden met de Perzische koning Darius III. Diens bijnaam “Codomannus” kennen we alleen uit een Latijnse tekst, en we weten niet zeker wat de Perzische vorm kan zijn, maar de meest plausibele verklaring die ik ooit heb gelezen is dat het zoiets als “de krijgszuchtige” betekent. En dat zou niet voor niets zijn, want de man was voor de duvel niet bang en was een knappe organisator.

En na slag bij Issos, waarover we het in deze reeks al hebben behandeld, was hij zo’n beetje alles kwijt: zijn infanterie en cavalerie, zijn oorlogskas, zijn familie. Desondanks slaagde hij er in de maanden na zijn nederlaag in om alle moeilijkheden weer te boven te komen, wat bewijst hoe gevaarlijk hij was. Het mocht echter niet baten. Dat de vijanden uit het westen zouden doorbreken, stond geschreven in de sterren – letterlijk, zoals bleek bij Gaugamela – en geen sterveling kon daar verandering in brengen.

Lees verder “Het nieuwe leger van Darius III”

Alexander de Grote in Alexandrië

Alexander als stichter van Alexandrië (Louvre, Parijs)

Vorige maand blogde ik over het bezoek dat Alexander de Grote bracht aan de oase van Siwa, waar hij het orakel van Ammon bezocht en ongevraagd vernam dat hij de zoon van Zeus was. Na deze gebeurtenis keerde hij naar de kust terug, naar de plek waar hij een stad wilde stichten.

Alexandrië

De stedenbouwkundige Deinokrates van Rhodos had voorbereidingen getroffen en op 7 april 331 v.Chr. voltrok Alexander het stichtingsritueel van de nieuwe stad, die wel eens wordt getypeerd als zijn meest duurzame erfenis. Voor het moment was Alexandrië echter vooral een instrument om de graanhandel met de Griekse wereld te controleren, en uit verschillende contemporaine teksten blijkt dat de administrateur van Egypte, Kleomenes, de Grieken inderdaad fikse bedragen liet betalen voor het Egyptische graan.noot Aristoteles, Oikonomikos 1352a17ff en 1352b13ff; Demosthenes, Redevoering 56.7-8.

Lees verder “Alexander de Grote in Alexandrië”

Alexander de Grote in Siwa

De weg naar Siwa

Ik liet u gisteren achter op het moment dat Alexander de Grote, die de plek had gezien waar hij Alexandrië wilde stichten, langs de Mediterrane kust naar het westen trok, richting Siwa, voor een bezoek aan het orakel van de Libische god Ammon. Hij passeerde de plek waar eeuwen later de slag El Alamein zou plaatsvinden en bereikte Paraitonion (Marsa Matrouh), waarvandaan hij met zijn mannen de woestijn introk. Biograaf Curtius Rufus beschrijft het landschap dat u ook op de foto hierboven ziet:

Al het land was onvruchtbaar en doods. Maar toen vlakten verschenen die waren bedekt met diepe lagen zand, was het alsof ze een peilloze zee bevoeren. Met hun ogen speurden ze naar het vasteland, maar nergens zagen ze ook maar een boom of een spoor van bewerkte aarde. Ook het water dat de dromedarissen in leren zakken hadden gedragen raakte op en in de droge bodem en het gloeiende zand was niets te vinden.noot Curtius Rufus, Alexander 4.7.10-12; vert. Daan Stoffelsen.

Lees verder “Alexander de Grote in Siwa”

Alexander de Grote in Egypte (2)

De Nijl

Vorige maand blogde ik over de wijze waarop Alexander de Grote in Egypte was aangekomen en hoe hij zijn best had gedaan zich als vrome Egyptische vorst te presenteren. Dat was in november of december 332 v.Chr. en we weten niet waar Alexander de winter doorbracht. Zijn Romeinse biograaf Curtius Rufus vermeldt terloops dat de Macedonische veroveraar de Nijlvallei verkende, en hoewel geen enkele andere bron dit bevestigt, kan het waar zijn. Er was in elk geval voldoende tijd.

Nijlcruise?

De Macedonische koning liet een kapel inrichten in een van de tempels van Amun in Thebe, terwijl een inscriptie uit het stroomopwaarts gelegen Edfu melding maakt van de bouwactiviteiten van de “geliefde van Amun en uitverkorene van Ra”. De twee getuigenissen bewijzen niet onomstotelijk dat Alexander zo zuidelijk kwam, maar uitgesloten is een Nijlcruise ook niet, al was het maar omdat de Macedonische koning in Thracië en Illyrië de gewoonte al had ontwikkeld persoonlijk de grenzen van zijn rijk te inspecteren.

Lees verder “Alexander de Grote in Egypte (2)”

Alexander de Grote in Memfis

De Apis (Liebieghaus, Frankfurt)

In het vorige blogje vertelde ik dat Alexander de Grote zich eind november, begin december 332 v.Chr. vrij eenvoudig meester maakte van Pelousion, de oostelijke tak van de Nijl en Heliopolis. Even verderop lag de oeroude hoofdstad Memfis, die de eenheid symboliseerde van Nijldelta en Nijldal. In het deel van het stadscentrum dat bekendstond als Inebu-hedj, “het witte fort”, loste een Macedonisch garnizoen de laatste Perzische troepen af.

Vermoedelijk bleven zij in Egypte en traden ze in dienst van Alexander. Dat deed in elk geval een zekere Doloaspis, een man met een Iraanse naam die door de geschiedschrijver Arrianus ten onrechte wordt aangeduid als Egyptenaar. Na Alexanders vertrek deelde Doloaspis de hoogste macht met Petosiris, de hogepriester van de god Thoth, en toen zijn collega aftrad, werd Doloaspis satraap van zowel Beneden- als Boven-Egypte.

Lees verder “Alexander de Grote in Memfis”

Alexander de Grote in Egypte

Alexander als farao (Liebieghaus, Frankfurt)

In onze reeks over Alexander de Grote waren we gekomen bij de opmars naar Egypte. Het laatste militaire obstakel was Gaza geweest en een korte operatie richting Jeruzalem had de flank beveiligd. In november 332 v.Chr. marcheerden de Macedoniërs de Sinaï in. Ze hadden in de voorgaande weken kunnen wennen aan het woestijnlandschap, maar de tweehonderd kilometer lange mars over het strand langs de schaars begroeide zandduinen zal hen toch hebben verrast.

Het was echter geen overdreven moeilijke tocht. Langs de moderne weg kan op acht plaatsen water worden gevonden en hoewel dat een beetje brak is, moet er ook destijds groenvoer voor de paarden en muildieren hebben gegroeid. Voor het eerst ondervonden de Macedoniërs hoe nuttig dromedarissen waren. Ze aten alleen woestijngras, kruiden en twijgjes, die ze overal in de woestijn konden vinden. Fenicische transportschepen voeren langs de kust en zorgden ervoor dat het de Macedoniërs niet ontbrak aan zoet water en voedsel.

Lees verder “Alexander de Grote in Egypte”

Alexander de Grote in Jeruzalem

Alexander de Grote (Bode-Museum, Berlijn)

In onze reeks over Alexander de Grote komen we nu aan bij een weinig bekende scène: het bezoek aan de tempelstad Jeruzalem. Het was oktober of november 332 v.Chr. en de oorlog verkeerde in een impasse. Het eerste Macedonische krijgsdoel was, zoals gezegd, Egypte, maar het leger had in de voorafgaande maanden enorme verliezen geleden, eerst bij Tyrus en daarna bij Gaza. Alexanders rechterhand Parmenion was in Syrië om te verhinderen dat de Perzen Alexanders aanvoerlijnen zouden afsnijden, maar ook dat Syrische garnizoen moest worden versterkt. Alexander stuurde dus een gezant naar huis om extra manschappen te halen.

Zelf ging hij naar Jeruzalem. De gangbare bronnen vermelden dit niet, maar het is overgeleverd door de Joodse historicus Flavius Josephus (37-ca. 102). Zijn verhaal is echter deels legendarisch, en wordt daarom vaak genegeerd. Ik vermoed echter dat er wel degelijk een historische kern kan zijn.

Lees verder “Alexander de Grote in Jeruzalem”