Crossroads

In de vijftiende eeuw was ze er ineens, de term “Middeleeuwen”. Het achterliggende idee was dat er ooit een glorieuze Romeinse Oudheid was geweest, dat het daarna allemaal minder was geweest maar dat men nu, in het Italië van de Renaissance, althans de ambitie had die glorieuze tijd te doen herleven. De driedeling Oudheid – Middeleeuwen – Nieuwe Tijd is sindsdien blijven bestaan, inclusief de negatieve beoordeling van het middelste tijdvak. Het is geen compliment als iemand je toevoegt dat je er middeleeuwse denkbeelden op nahoudt.

Geen historicus die er nog zo over denkt. Enerzijds omdat aan het einde van de Middeleeuwen het belang van de Italiaanse Renaissance sterk is genuanceerd, anderzijds omdat aan het begin van de Middeleeuwen in feite een compleet nieuw tijdvak “ertussen is geschoven”. Werd vroeger een cesuur aangenomen op het moment dat het Romeinse staatsapparaat in West-Europa in de late vijfde eeuw desintegreerde, tegenwoordig zien historici de periode tussen pakweg 300 en 1000 meer als eenheid. Ik heb weleens geblogd over Chris Wickham, een van de historici die deze omslag hebben bewerkstelligd. Het Amsterdamse Allard Pierson-museum wijdt momenteel een prettige expositie aan dit tijdvak.

Lees verder “Crossroads”

De tien invloedrijkste antieke teksten (2)

Tyfon op een kruikje (Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)

Alvorens verder te gaan met mijn overzicht van teksten die facetten van de oude wereld illustreren met invloed op latere samenlevingen, wil ik nog even herhalen wat invloed is. Iets is invloedrijk als er vormende werking van uitgaat. Het zorgt ervoor dat we iets doen of vinden tenzij we ons daartegen verzetten. Ik herhaal deze definitie omdat invloed vaak wordt verward met inspiratie. Inspiratie is echter het tegendeel van invloed: we noemen iets inspirerend als we er bewust aansluiting bij zoeken. Het is datgene wat we niet als vanzelf doen.

Ik heb in het eerste deel drie teksten genoemd de labels uit graf U-j bij Abydos vertegenwoordigen het begin van de schrijfkunst, de wetten van Ešnunna tonen dat je rechtsregels kunt vastleggen en de Ilias draagt zowel een esthetische als een ethische norm uit die we nog altijd erkennen.

4 Het begin van de tijd

Nummer vier is de Babylonische tekst die bekendstaat als Enuma Elisj.

Lees verder “De tien invloedrijkste antieke teksten (2)”

De jonge islam

De aqedah (Byzantijns reliefje uit het Nationaal Museum in Beiroet)

Onlangs verzorgde ik een lezing waarbij het ontstaan van de islam ter sprake kwam. Over dat onderwerp is – door gelovige moslims, door islamofoben en door historici – voldoende gezegd dat niet herhaald behoeft te worden, maar ik wil wel wijzen op een punt dat ik belangrijk vind: er gingen ideeën aan de islam vooraf. Nu is dat natuurlijk het intrappen van een wagenwijd openstaande deur: nieuwe ideeën ontstaan doorgaans in wisselwerking met andere. Als het niet zou zijn, zouden we immers niet begrijpen wat er nieuw aan was. Maar het blijft interessant te kijken waartegen Mohammed zich afzette, welke ideeën de zijne voortbrachten, waartegen hij polemiseerde en wat de in de vroege islam gemaakte keuzes zeggen over de eerste gelovigen. Daar ligt, zoals ik zie, momenteel een van de fronten van de geschiedwetenschap.

In de eerste plaats: in het laat-Romeinse Rijk won het christendom aan populariteit. Eerst stonden de keizers Licinius en Constantijn het geloof toe, daarna waren er keizers die het als persoonlijke voorkeur hadden, vervolgens kwam een einde aan de overheidssubsidie van de heidense culten en tot slot zag keizer Theodosius erop toe dat de christenen één centrale leer hadden, vastgelegd in de geloofsbelijdenis die op het Concilie van Constantinopel in 381 werd bevestigd.

Lees verder “De jonge islam”

Nis

Tichel met christusmonogram uit Spanje (British Museum, Londen)

Nog heel even iets over het plaatje dat ik afbeeldde bij mijn stukje over de Visigotische aanwezigheid op het Iberische Schiereiland: het Christusmonogram dat ik hierboven nogmaals toon. De zesde-eeuwse tichel, mogelijk afkomstig uit Ronda, is te zien in het British Museum en het (moeilijk leesbare) randschrift luidt BRACARI VIVAS CUM TUIS, waarvan het eerste woord “van Bracarius” betekent en de drie andere zoiets als “moge jij leven bij de jouwen”. Anders gezegd, het is een grafsteen die ooit, beschilderd en wel, tegen een muur of plafond was aangebracht.

De dood wordt dus herdacht door te zeggen dat iemand leeft en dat is niet de enige paradox. De alfa en de omega (de eerste en laatste letters van het Griekse alfabet) staan voor het begin en het einde en dat representeert… de eeuwigheid. Multatuli wees er al eens op dat wie mensen wil mobiliseren, ze een paradoxale boodschap moest geven: we moeten bijvoorbeeld samenwerken voor onze bevrijding. Dat paradoxale boodschappen, die immuun zijn tegen falsificatie, het beste werken, is natuurlijk een wat platvloers inzicht, maar ja, de diepste waarheden liggen nu eenmaal aan de oppervlakte.

Lees verder “Nis”

Berbers en Arabieren

De moskee van Córdoba

Gisteren blogde ik over het Rijk van Toledo en ik schreef dat deze laat-Romeinse staat, centraal georganiseerd als ze was, door Arabieren in één keer kon worden overgenomen. Koning dood, het hof uitgeschakeld, hoofdstad ingenomen: dan houdt het verder op. Ik werd terecht gecorrigeerd: het leger dat de genadeklap uitdeelde bestond uit Berbers. Het grappige is dat ik daar bij het schrijven aan had gedacht. Omdat het leger marcheerde uit naam van de Umayyadische kalief van Damascus, had ik besloten het stukje niet nog ingewikkelder te maken dan het al was – maar het is geen onbeduidend detail.

De verovering begon in april 711, toen generaal Tariq, een islamitische Berber, met zo’n 12.000 soldaten de Straat van Gibraltar overstak. (“Gibraltar” is overigens een verbastering van Jebel Tariq, “Tariqberg”.) In juli versloeg hij bij Jerez het leger van de Toledaanse koning Roderik, waarna de joden in Córdoba en Écija Tariq en zijn mannen als bevrijders binnenhaalden. Of het enthousiasme oprecht was of een lepe reactie op het simpele feit dat er geen Toledaans leger meer was dat de steden kon beschermen, zullen we nooit meer weten. Wel moet worden aangetekend dat de handelingen van de diverse kerkelijke synodes duidelijk maken dat de christelijke autoriteiten de joden liever zagen gaan dan komen.

Lees verder “Berbers en Arabieren”

Verhalen over de Zondvloed

Een van de kleitabletten waarop het Babylonische verhaal over de Zondvloed valt te lezen (British Museum)

Zoals de trouwe lezers van deze kleine blog weten, ben ik bezig met het omzetten van de Livius.org-website. Die draaide ooit op klassieke html en kan weer tien jaar mee als alle pagina’s worden geconverteerd naar een eigentijds content management-systeem. Een en ander moet handmatig, want de html was echt heel, heel oud. Ik ben al drie jaar bezig, denk ik, en inmiddels is 94% van de klus gedaan. Ik kan gaan denken aan de volgende fase: het toevoegen van enkele hoogstnoodzakelijke pagina’s, zoals over de Hittieten, over de Neo-Hittieten en over de stad Aššur. Iets minder hoogstnoodzakelijk was een kattebelletje over de Kittim. Het is leuk om weer eens wat te kunnen toevoegen.

De grote tweede klus is de correctie van de ruim 3600 pagina’s. Het wemelt van de verouderde inzichten en andere evidente tekortkomingen, de uitleg van de methode is incompleet en ladders van makkelijke naar moeilijke literatuur ontbreken. Ik zal alle pagina’s stuk voor stuk moeten herlezen, te beginnen met het notitieblok dat ik de afgelopen drie jaar heb bijgehouden. In feite is het project me boven het hoofd gegroeid en dat is eigenlijk ook logisch: vroeger kon een website door één man of vrouw worden gedaan, nu is het hele takenpakket iets voor acht mensen. En dan heb ik het nog niet gehad over het feit dat ik voor sommig illustratiewerk eigenlijk een professional nodig heb.

Lees verder “Verhalen over de Zondvloed”

Henri Pirenne

St.-Pietersnieuwstraat 132, Gent

Afgelopen zondag en maandag ben ik in Gent een paar keer langs het huis aan de Sint-Pietersnieuwstraat 132 gewandeld waar de Belgische historicus Henri Pirenne (1862-1935) woonde, de auteur van Mahomet et Charlemagne. Het bleek een moderne bouwval. Zelfs geen gevelsteentje herinnerde aan de ooit beroemde bewoner, maar eigenlijk verbaasde dat me niet. Wie een écht belangrijk boek schrijft, zal zien dat zijn inzichten zó ingeburgerd raken dat niemand meer herkent dat je er anders over kunt denken, waarna degene die het heeft bedacht kan worden vergeten.

De vraag die Pirenne wilde beantwoorden, was waarom de Middeleeuwen zo’n ander karakter hadden dan de Oudheid. Er was een transitie geweest, zoveel was duidelijk. In het Romeinse Rijk was er interregionale handel, bloeiden de steden, betaalden de mensen met munten, beloonde de overheid zijn functionarissen in geld; in de Middeleeuwen was de handel beperkter, waren de steden kleiner, ruilde men producten en compenseerde de vorst zijn graven en hertogen door ze land in leen te geven. Wat was er gebeurd?

Lees verder “Henri Pirenne”

Allat, de vrouw van Allah

Allat (Museum van Aleppo)

Mijn reeks museumstukken heb ik altijd bedoeld om dingen te tonen die interessant zijn. Er moet een verhaaltje over te vertellen zijn. Als ze mooi zijn, is het meegenomen, maar het is niet mijn eerste opzet. Dit reliëf van de Arabische godin Allat is er een voorbeeld van. De ruwe zwarte steen (basalt uit de Hauran) is moeilijker tot verfijnde sculptuur om te zetten dan bijvoorbeeld marmer, maar de beeldhouwer heeft iets fraais gemaakt.

Allat  (اللات) betekent gewoon “godin”, zoals Allah gewoon “god” betekent. De gelijkenis van de twee namen suggereert dat we, zoals gebruikelijk in de Semitische wereld, te maken hebben met een normaal godenechtpaar, zoals Baäl en zijn Astarte of JHWH en zijn Asjera. In de Koran wordt Allat genoemd met Al-’Uzza en Manat als een van de drie godinnen die in Mekka bij de Kaäba werden vereerd en die een steen des aanstoots vormden voor Mohammed. De cultus beperkte zich echter niet tot het Arabische Schiereiland: Herodotos kende “Alilat” en stelde haar op gezag van een Perzische zegsman gelijk aan de liefdesgodin Afrodite (Historiën 1.131.3).

Lees verder “Allat, de vrouw van Allah”

Etniciteit en religie

Het DNA-onderzoek heeft denken over racisme een heel nieuwe wending gegeven: de kleur van de huid is maar één variabele in een hele reeks - en niet eens de belangrijkste.
Het DNA-onderzoek heeft denken over racisme een heel nieuwe wending gegeven: de kleur van de huid is maar één variabele in een hele reeks – en niet eens de belangrijkste. Ras is een categorie uit het sociaal verkeer maar is te simpel om de complexe biologische werkelijkheid te beschrijven.

De vraag is nu al een paar keer op verschillende manieren aan me gesteld: “hoe komt het dat moslims islamkritiek beschouwen als racisme?” Of, met de gemeenheid van het eigentijdse debat: “als ras word je geboren en religie word je aangepraat – zijn moslims te dom om het onderscheid te begrijpen?” De aanname is dat je iemand niet mag bekritiseren op wat hij vanaf zijn geboorte is – zwart of een Marokkaan – maar wél op de ideeën die hij aanhangt (en dat is doorgaans religie).

Toevallig ben ik in Nederland geboren en maak ook ik dit onderscheid tussen enerzijds aangeboren ras of volk of de biologische kant van etniciteit en anderzijds overtuigingen. Ik vind dat handig. Toevallig ben ik tevens historicus en komt de vraag me niet onbekend voor. Een oplossing voor alle maatschappelijke problemen heb ik niet, maar ik kan wel proberen te tonen waar de schoen wringt.

Lees verder “Etniciteit en religie”

Het graf van Daniël

Het graf van Daniël in Susa
Het graf van Daniël in Sousa

In Sousa, in het zuidwesten van Iran, is een mooi mausoleum voor de profeet Daniël. Inderdaad, die van de leeuwenkuil en de voorspellingen aan de Babylonische koning Nebukadnezar. Dat de bewoners van Sousa geloven dat Daniël begraven zou liggen in Sousa, is op het eerste gezicht wat merkwaardig, omdat de joodse profeet toch vooral met Babylon wordt geassocieerd. Waarom denken mensen dat hij desondanks ligt in Sousa?

Het heeft te maken met de Arabische veroveringen en het ontstaan van de islam. De Arabieren hadden de stad ingenomen en waren al aan het plunderen, toen bij de rivier een mummie werd ontdekt. De veroveraars wilden die kapotmaken, toen iemand hun voorhield dat ze het lichaam wilden vernietigen van de profeet Daniël. Dit weerhield de moslims, en zo bleef de mummie bewaard. Het is echter wat curieus, want Daniël wordt nergens in de Koran genoemd. De gebeurtenis illustreert hoezeer de vroege islam openstond voor allerlei ideeën uit de monotheïstische religies. De islamitische leer was nog niet uitgekristalliseerd.

Lees verder “Het graf van Daniël”