Twee soorten mensen

Imam Ali

Het kan geen westerling, reizend door een land met een overwegend islamitische bevolking, ontgaan dat daar allerlei Engelstalige slagzinnen zijn: soms staan ze op de muren geschilderd, soms zijn het spandoeken, soms is het een bord langs de weg. En het zijn altijd spreuken die je wil horen. “Als een reiziger in een islamitisch land schade lijdt, moeten de islamitische autoriteiten deze volledig vergoeden,” was lange tijd te lezen op een schilderijtje dat hing in vrijwel alle hotels in de Islamitische Republiek Iran. De uitspraak werd toegeschreven aan een van de heilige imams.

In Pakistan zag ik op een militair gebouw een citaat van Aristoteles:

We zijn vrienden van Plato maar nog meer zijn we vrienden van de waarheid.

Klinkt nobel, tot je je realiseert dat “waarheid” hier wordt opgevat als al-haqq, een van de negenennegentig namen van God. Je wordt daarna wat sceptisch over zulke mooie spreuken, vooral als je ze natrekt en ontdekt dat de context weleens een andere uitleg biedt. Zonder onaardig te willen zijn of te twijfelen aan de oprechtheid van de Iraanse hotelier die een medereiziger daadwerkelijk compenseerde voor verloren geld: veel van die spreuken lijken gericht op westerse bezoekers en tonen wat sociaal wenselijk is.

Lees verder “Twee soorten mensen”

Interview met Marcel Hulspas

Een van de bekendste uitspraken over de profeet Mohammed is die van de Franse geleerde Ernest Renan (1823-1892), die zei dat het ontstaan van de islam niet had plaatsgevonden in het geheim, zoals bij zoveel religies het geval was geweest, maar in het volle licht van de geschiedenis. Voor iemand die geen hoge pet op had van de islam was dat een opmerkelijke uitspraak. Renan nam namelijk voetstoots aan dat de verhalen die moslims over hun profeet vertelden, bedoeld waren om letterlijk te worden genomen. Dat is maar de vraag. De verhaalcultuur was destijds een andere.

Maar er is meer aan de hand. Zo fantastisch goed is de vroege islam helemaal niet gedocumenteerd. De voornaamste bron is het Leven van de Profeet door Ibn Ishaq, geschreven ruim een eeuw na het overlijden van Mohammed. Het boek, in het Nederlands vertaald door Wim Raven, gaat terug op ouder materiaal dat lastig is te authenticeren. We zouden graag wat meer bronnen willen hebben die niet door gelovigen zijn geschreven.

Lees verder “Interview met Marcel Hulspas”

Mohammed. Van profeet tot legerleider

Vorige week zou Mohammed. Van profeet tot legerleider van wetenschapsjournalist Marcel Hulspas zullen zijn gepresenteerd, maar de auteur was ziek. Dit boek verdient echter wel aandacht, want het is echt aardig. Ik zal het echter niet bespreken, aangezien ik meelezer ben geweest.

Moet u dit boek lezen? Een historische belangstelling behoeft natuurlijk geen rechtvaardiging. En zeker Mohammed, de beroemdste Arabier aller tijden, verdient een behoorlijke biografie. Hulspas is dan ook beslist niet de eerste die er een schrijft. Sterker nog, in feite is dit Hulspas’ vierde boek over de periode tussen pakweg 550 en 650 na Chr. Eerst publiceerde hij een lijvige biografie, namelijk deze. Vervolgens was er een boekje over de wijze waarop Mohammed moderne moslims inspireert. Daarna was er Uit de diepten van de hel. In dat boek behandelde Hulspas de christelijke geloofsconflicten, de daaruit voortvloeiende verzwakking van het Byzantijnse Rijk en de opkomst van de islam. En nu dus een boek dat als werktitel De kleine Mohammed had maar zoveel nieuws bevat dat het moeilijk kon doorgaan voor een samenvatting van het voorafgaande. Een geheel nieuw boek dus, dat ik met plezier heb gelezen.

Lees verder “Mohammed. Van profeet tot legerleider”

De vier families van de Koran

Negende-eeuwse Koran (Museum van islamitische kunst, Teheran)

Ik heb al vaker geblogd over de Lachmannmethode: de methode waarmee de vervaardigers van een tekstuitgave door middel van schrijffouten of afwijkende spellingen een stamboom (“stemma”) opstellen om een tekst te reconstrueren die zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke tekst komt. Die gereconstrueerde tekst heet het archetype. Daarnaast heb ik al geblogd over de bestudering van heel oude Korans, waarvan sommige onwaarschijnlijk vroeg zijn gedateerd. Twee onderwerpen die me boeien dus. Daarom was ik blij afgelopen zondag in Leiden een lezing te kunnen bijwonen van taalkundige Marijn van Putten, die allebei de onderwerpen behandelde. Dat ik aanwezig kon zijn, stemt tot dankbaarheid, want door de corona-maatregelen konden er maar veertien toehoorders zijn.

Vier oer-Korans?

Van Putten legde het traditionele verhaal uit. In 632 overleed Mohammed, waarna kalief Abu Bakr de openbaringen liet opschrijven. Zestien jaar later, rond 650, liet kalief Othman een standaard-Koran maken: vier exemplaren voor de vroeg-islamitische steden Medina, Basra, Kufa en Damascus. Alle Korans gaan, volgens de traditie, terug op dit viertal.

Lees verder “De vier families van de Koran”

Nieuwe oude alfabetten

Dedanitische inscriptie (Koning Saoed-universiteit, Riyad)

Ik heb al eens geschreven dat het niet de Feniciërs waren die het alfabet uitvonden, al hebben ze het wel doorgegeven aan de Grieken. Sinds het begin van de twintigste eeuw is bekend dat in de Sinaï-woestijn al alfabetisch werd geschreven in wat egyptologen de Tweede Tussenperiode noemen, tussen 1800 en 1550 v. Chr.

Primitievelingen

Nog oudere aanwijzingen voor het gebruik van iets dat alfabetisch kan worden genoemd, komen uit de Wadi el-Hol in Boven-Egypte. Daar lijken vermoedelijk West-Semitisch-sprekende arbeiders rond 1900 v.Chr. graffiti te hebben aangebracht. Je kunt je voorstellen hoe Egyptische klerken op die mensen neerkeken: wie een beetje wilde schrijven moest honderden hiërogliefen kennen, dat stelletje primitievelingen kende maar twee dozijn tekens, wat een simpelaars toch, die Aziaten konden nog niet eens een fatsoenlijk determinatief noteren.

Lees verder “Nieuwe oude alfabetten”

Laatantiek Cyprus

De bruiloft van David en Mikal: een van de stukken uit de Lambousa-schat uit Lapethos (Cyprus Museum, Nicosia)

In de vierde eeuw na Chr. werd Cyprus getroffen door twee aardbevingen (in 332 en 342). De schade was voldoende om de provinciale hoofdstad van Pafos te verplaatsen naar Salamis, dat werd omgedoopt tot Constantia (naar keizer Constantius II). Over het algemeen bleef het eiland echter floreren.

De geschiedenis van Cyprus was in deze tijd die van het oostelijke deel van het Romeinse Rijk. De bewoners volgden de religieuze mode en bekeerden zich tot het christendom. Naar verluidt heeft de moeder van keizer Constantijn de Grote, Helena, achter Larnaka het Stavrovouni-klooster gesticht. Christelijke basilieken verrezen in Nicosia, Salamis en Kourion. In 488 kreeg het eiland een speciale status binnen de kerk: het werd als autokefaal beschouwd, wat betekent dat de belangrijkste bisschop geen verantwoordelijkheid was verschuldigd aan een van de patriarchen. Dit is nog steeds het geval, al bevindt de bezoeker zich absoluut in de sfeer van de Griekse orthodoxie.

Lees verder “Laatantiek Cyprus”

Uit de diepten van de hel (bis)

Een achttiende-eeuwse weergave van het Concilie van Chalkedon (451). Let op de duivelse influisteringen van twee ketters rechts.

Ik denk dat ik wel ongeveer weet wat een goed boek is. Ik zou het omschrijven als een boek dat onze cultuur helpt verrijken. Dat is inderdaad een flauwe formulering, aangezien er letterlijk honderden definities bestaan van cultuur, maar omdat die onderling familiegelijkenis vertonen, durf ik erop te vertrouwen dat u wel begrijpt in welke richting ik zoek. Als verrijking beschouw ik het als boeken nieuwe – of niet heel gangbare – ideeën toevoegen aan het conglomeraat van opvattingen dat al de ronde doet.

Anders gezegd, ik zoek boeken die iets vertellen dat we nog niet wisten, zoals Gödel, Escher, Bach dat destijds deed. Of die een helder overzicht bieden waar dat online niet bestaat, zoals Gzella’s geschiedenis van het Aramees (bespreking) of Oudheid als ambitie (bespreking) van Enenkel en Ottenheym. Ik noem nu nonfictie-titels, maar ik verwacht hetzelfde van fictie. Dat is immers slechts een andere manier om ideeën over te dragen.

Om me tot geschiedenisboeken te beperken: daarvan verwacht ik om te beginnen dat de argumentatie op orde is. Een auteur moet niet à la Tom Holland negentiende-eeuwse sjabloons herhalen, maar de stand van zaken in het onderzoek kennen. Verder verwacht ik dat een boek in evenwicht is. Een Simon Schama die in zijn geschiedenis van de joden wél alle antijoodse polemieken van de christenen opsomt maar onvermeld laat dat de joden terugscholden, schrijft gewoon geen goed boek.

Lees verder “Uit de diepten van de hel (bis)”

Uit de diepten van de hel

Christus als wetgever. Detail van een sarcofaag uit Rome (Louvre, Parijs)

Griekenland en Rome. Twee volken met een gedeelde, klassieke cultuur: dit is hoe we het beste kunnen kijken naar de antieke mediterrane wereld in de eerste eeuwen van onze jaartelling. We kennen de literatuur van enkele minderheden, zoals teksten in het Armeens, Hebreeuws en Aramees, maar vrijwel alle bewoners van het Romeinse Rijk deelden in meerdere of mindere mate in de klassieke cultuur. Zelfs degenen die erbuiten woonden, keken ernaar op. De Franken en Visigoten probeerden bijvoorbeeld een Romeins staatsapparaat op te bouwen.

Als iedereen Grieks-Romeins wilde zijn, komt de vraag op hoe de klassieke cultuur ten einde is gekomen, want vijanden had ze blijkbaar niet. Die vraag is oud: Zosimos was de eerste die keek naar het Romeinse Rijk als iets dat voorbij was. Als oorzaak wijst deze verstokte heiden op de verwaarlozing van de eredienst van de oude goden; als belangrijkste symptoom van de crisis wijst hij op de komst van vreemde stammen. Die hebben in de achttiende en negentiende eeuw opnieuw een rol gespeeld in de discussie, dit keer als oorzaak van de transformatie, en de twintigste eeuw leverde weer nieuwe verklaringen op.

Lees verder “Uit de diepten van de hel”

Een nieuw blad van Codex Sana’a 1?

Het nieuwe blad (foto Mohsen Goudarzi)

Maar eerst even dit. Je hebt middeleeuwse handschriften en middeleeuwse handschriften. Als we even afzien van hun kwaliteiten als materieel object (hoe is het vervaardigd, is het geïllustreerd, is het professioneel geschreven?), wordt de waarde bepaald door de inhoud van de tekst. Om eens iets te noemen: als handschrift B is overgeschreven van handschrift A, is handschrift B minder belangrijk dan handschrift A (“elimineerbaar”).

Eén van de absolute topstukken is de Codex Sana’a 1. Die is in 1972, toen een lekkend dak restauratie noodzakelijk maakte, ontdekt in een afgesloten vertrek bij een van de bibliotheken van de Grote Moskee van Sana’a in Jemen. Dat is een van de oudste moskeeën ter wereld: het staat vast dat ze tussen 705 en 715 is uitgebreid en ze dus daarvóór moet zijn gesticht. In de eeuwenlang vergeten, afgesloten kamer werden 15.000 oude islamitische teksten gevonden en misschien was het vertrek wel wat de joden een geniza noemen: een opslagruimte van religieuze geschriften die te versleten zijn voor gebruik maar die je uit respect toch ook niet weggooit.

Lees verder “Een nieuw blad van Codex Sana’a 1?”

De wierookroute (3)

Een karavaan langs de Wierookroute (Bosra)

Van Mekka naar Bosra

De christenen, die in de loop van de vierde en vijfde eeuw meer invloed kregen op de Romeinse samenleving, beschouwden het branden van wierook als een vorm van afgodendienst en waren er lange tijd terughoudend mee. De handel in geurstoffen leed eronder en er waren grote sociale veranderingen op het Arabische Schiereiland – meestal niet ten goede. De islamitische verhalen over het onrecht tijdens de djahiliya (de “tijd der onwetendheid” vóór de profeet Mohammed) lijken echo’s te bevatten uit deze periode van maatschappelijke onrust.

Lees verder “De wierookroute (3)”