Circumcelliones

Timgad, Donatistisch complex

Als we de kerkvader Augustinus mogen geloven, is de naam circumcelliones afgeleid van het feit dat deze lieden circum cellas pleegden te zwerven, “rondom de heiligdommen”. Dat is niet onmogelijk, maar “heiligdom” is niet de eerste betekenis van cella. Misschien bezondigt de hoogwaardige bisschop zich aan een volksetymologie, ik geef straks een andere verklaring. In elk geval gaat het om opstandelingen op het Numidische platteland die iets te maken kregen met de donatistische kerk.

Wat was dat ook alweer? Het zat zo. Nadat keizer Licinius (r.308-324) zijn medekeizer Constantijn (r.306-337) ervan had overtuigd dat de christenen financieel moesten worden gecompenseerd voor de jarenlange vervolging, kwam de vraag op of de bisschop van Karthago wel correct was gewijd. Eén van de deelnemende geestelijken had zich namelijk nogal meegaand betoond tijdens de vervolging. De officiële, door de keizers erkende kerk zou zich op het standpunt stellen dat priesters ook maar mensen waren, maar dat zo’n kerkelijke wijding toch vooral Gods eigen werk was. Gods zegen rustte dus wel op een bisschop die door niet-helemaal-volmaakte mensen was gewijd. De donatisten waren het daarmee oneens. Ze verwachtten totale zuiverheid van elke geestelijke. Lange tijd is er in de Maghreb naast de keizerlijke kerk een donatistische parallelkerk geweest, en de enorme omvang van het donatistische complex in Timgad bewijst dat die parallelkerk beschikte over aanzienlijke middelen.

Lees verder “Circumcelliones”

Militaire termen in het Gallisch

De Gallische krijger uit Vachères (kopie uit het Musée des beaux-arts, Lyon)

In 387 v.Chr. plunderde een groep Gallische krijgers Rome. Sindsdien zat de schrik er goed in bij de Romeinen. De Grieken hadden een soortgelijke ervaring met plunderaars in Delfi. Dat heeft de Kelten een reputatie gegeven van ontembaar oorlogszuchtige strijders. Niet helemaal onverdiend, maar het waren ook boeren en herders en kooplieden en vissers.

Desondanks is er reden om eens te kijken naar woorden in het Gallisch die verwijzen naar oorlogsvoering. Ik baseer me op het Dictionnaire de la langue gauloise van Xavier Delamarre. U hebt wellicht gezien dat ik al eerder blogde over de manier van reconstructie van het Gallisch, dat immers een dode taal is, over kledingstukken, over enkele plaatsnamen, over boerderijwoorden en nog wat andere woorden.

Lees verder “Militaire termen in het Gallisch”

Sint-Gereon

St. Gereon, Keulen

Een van de romaanse kerken van Keulen is gewijd aan de heilige Gereon, een van de soldaten van het zogenaamde Thebaanse Legioen. Die eenheid zou zich in de vierde eeuw tot het christendom hebben bekeerd en bij St Maurice-en-Valais in Zwitserland collectief ter dood zijn gebracht toen het een dienstbevel weigerde uit te voeren dat de manschappen immoreel achtten.

De legende is ontstaan in 383 na Chr., toen – ik moet even uit mijn hoofd citeren – de rivier Rhône zijn loop verlegde en een massagraf zichtbaar werd. Bisschop Eucherius van Lyon hield zijn geschokte gelovigen voor dat dit de lichamen waren van die Thebaanse legionairs en vertelde over hun wederwaardigheden ten tijde van “caesar Maximianus”. In een boek waarover ik al eens blogde heeft Donald O’Reilly erop gewezen hoe vreemd dit is. Maximianus bekleedde een hogere rang, augustus, en was alleen enkele maanden in 285/286 caesar. Dit suggereert dat Eucherius het verhaal niet verzon en een contemporaine bron benutte.

Lees verder “Sint-Gereon”

Het legendarische Thebaans Legioen

Onderdeel van de helm van een christelijke soldaat (Archeologisch Museum, Zagreb)

Donald O’Reilly’s The Lost Legion Rediscovered is een curieus boek. De auteur, een gepensioneerde geschiedenisleraar, probeert de avonturen te reconstrueren van het Thebaans legioen, een eenheid uit het Romeinse leger die in 383 wordt genoemd door bisschop Eucherius van Lyon. Deze vertelt over christelijke soldaten die hadden geweigerd een bevel op te volgen dat ze immoreel achtten. Ze zouden daarom bij het huidige St Maurice-en-Valais in Zwitserland zijn gedood.

De “smoking gun” in Eucherius’ betoog is dat dit zou zijn gebeurd ten tijde van Maximianus, en dat deze de rang had van caesar. Dit zou voldoende moeten zijn om het verhaal terzijde te schuiven, aangezien Maximianus regeerde van 285 tot 305 en de (hogere) rang had van augustus. Eucherius heeft het over een gebeurtenis van een eeuw daarvoor en lijkt zich te vergissen. O’Reilly ziet dat anders – en ik denk dat hij op dit punt gelijk kan hebben: als Eucherius het had verzonnen, zou hij zijn schurk wel hebben voorzien van de rang waaronder hij bekend is geworden. Dat hij Maximianus desondanks aanduidt als caesar, een titel die deze heerser alleen in de winter van 285/286 heeft gedragen, opent de mogelijkheid dat Eucherius contemporaine bron heeft benut.

Lees verder “Het legendarische Thebaans Legioen”