Spanje tussen twee werelden

Spaanse manuscript met de tekst van de Griekse auteur Dioskourides (Pergamonmuseum, Berlijn)

Ik heb u de afgelopen maand meegenomen door de geschiedenis van het Iberische Schiereiland, vooral Spanje, in de tweede helft van het eerste millennium, met vooraf twee stukken over het Rijk van Toulouse en achteraf twee stukken over de Almoraviden en Almohaden. Ze gaan terug op een deel van de scriptie die ik in 1993 inleverde in Leiden; daarin stelde ik de vraag waarom de Romeinse samenleving de Visigotische invasie kon absorberen en waarom de Arabische samenleving dat niet kon doen met wat ik gemakshalve maar even de Reconquista zal noemen.

Ik concludeerde destijds dat de druk om je aan te passen aan de Romeinse habitus groter was dan de druk om je aan te passen aan de Arabische, maar die stof laat ik nu rusten. Om te beginnen omdat de analyse ongeschikt is voor een blog en verder omdat tegenwoordig niet ter discussie staat dat de Visigoten al vóór hun aankomst op het Iberische Schiereiland waren geromaniseerd. Liever eindig ik met een ietwat voorspelbare dubbele observatie.

Lees verder “Spanje tussen twee werelden”

De Almoraviden

Watermolen uit Córdoba

Een tijdje geleden blogde ik enkele keren over de geschiedenis van het Iberische Schiereiland in de tweede helft van het eerste millennium. Ik noemde de post-Romeinse staat van de Visigoten, het Rijk van Toledo, en ik vertelde over de Arabische verovering in 711. Daarna behandelde ik het ontstaan van het Emiraat van Córdoba, zijn bloeiperiode als kalifaat, de positie van de christenen in het Emiraat, en ten slotte was er een intermezzo over Asturië. Het verhaal eindigde rond het jaar 1000, toen een crisis in El-Andalus leidde tot het uiteenvallen van het Kalifaat in een stuk of dertig deelrijkjes, de zogeheten Eerste Taifas. Vandaag herneem ik dat verhaal.

Culturele bloei

Eerst dit: een eenheidsstaat die uiteenviel in deelrijken, wordt in de Europese historiografische traditie vaak getypeerd als een periode van neergang. Het klassieke voorbeeld is de geschiedenis van Egypte, met rijken en tussentijden. Deze (vaak impliciete) beoordeling zegt meer over de tijd waarin de Europese historiografische traditie is ontstaan: de negentiende eeuw, toen men overal streefde naar een sterke eenheidsstaat. In werkelijkheid was er vaak geen noemenswaardige afname van de welvaart en ging het culturele leven gewoon verder. Dat geldt ook voor Iberië.

Lees verder “De Almoraviden”

Asturië

Kerk van het Heilig Kruis, Castañeda (Asturië)

In de inmiddels veertien delen tellende reeks blogjes over de laatantieke en middeleeuwse geschiedenis van het Iberische Schiereiland, heb ik Asturië tot nu toe overgeslagen. Eén reden is dat ik er nooit ben geweest, een tweede reden is dat het tot nu toe een beetje een Fremdkörper in mijn verhaal zou zijn. Nu even wat toelichting dus, als intermezzo. En dan eerst een woord over het nationalistische Spaanse geschiedbeeld.

Reconquista

Ik stipte in het vorige blogje al aan dat er een beeld heeft bestaan van de geschiedenis van Spanje als die van een altijd christelijk gebleven gebied, nooit werkelijk geïslamiseerd. Al in het jaar waarin de Arabieren het Iberisch Schiereiland onder de voet liepen, zouden de christenen vanuit Asturië zijn begonnen aan de herovering, reconquista, die mogelijk was doordat de bevolking van het Emiraat van Córdoba christelijk bleef. Dit beeld dateert uit de negentiende eeuw en legt als het ware een soort nationale doelgerichtheid over bijna acht eeuwen Spaanse geschiedenis.

Lees verder “Asturië”

De Arabische verovering van Andalusië (3)

De Pyreneeën

[Laatste van drie blogjes over de Arabische verovering van het Iberische Schiereiland. Het eerste was hier.]

In de twee voorafgaande blogjes beschreef ik de manier waarop de Arabieren het Iberische Schiereiland onderwierpen en hun veroveringen consolideerden. In de volgende jaren staken de Arabische legers de Pyreneeën over voor strooptochten in het Frankische Rijk, waar de Merovingische koningen weinig gezag lijken te hebben gehad. (Ik schrijf “lijken” omdat er kanttekeningen zijn geplaatst bij het beeld van rois fainéants, al herinner ik me niet welke.) In 719 veroverden de Arabieren Narbonne, in 724 namen ze Carcassone en Nîmes, in het volgende jaar plunderden ze Autun, in het hart van Bourgondië. De Languedoc en de Provence waren op dat moment feitelijk Arabisch gebied en Aquitanië vormde een buffer tegen de Franken.

De slag bij Poitiers

Er is veel gemaakt van het gevecht bij Poitiers, waar Karel Martel, de hofmeier van alle Frankische gebieden, de Arabieren in 732noot Het jaartal is feitelijk niet met zekerheid bekend. Dat het precies honderd jaar na het (evenmin met zekerheid bekende) jaar van de dood van de profeet Mohammed is, verklaart de voorkeur voor 732. zou hebben verslagen. Als de Arabieren zouden hebben gewonnen, is de redenering, zouden ze het verdeelde Frankenrijk onder de voet hebben gelopen. Deze redenering, die dateert uit de negentiende eeuw, is vooral nog populair bij mensen die vandaag de dag een clash of civilizations ontwaren.

Lees verder “De Arabische verovering van Andalusië (3)”

Zelfbewieroking

Een tijdje geleden benaderde het Nederlands Klassiek Verbond me met de mededeling dat mijn boekje Bedrieglijk echt was genomineerd voor de Homerosprijs, die deze vereniging geeft aan mensen die de Oudheid uitleggen. Vererend als het was, stoorde het me. Het NKV had al eerder een van mijn boeken genomineerd en ik had toen aangegeven dat er weinig te prijzen viel. Als in een klas alle kinderen voor een proefwerk een drie halen, ga je niet de paar kinderen prijzen die een vier weten te scoren, maar richt je je energie op het verhogen van het algeheel peil. In dit geval: je kunt aan het bestaande aanbod verdieping toevoegen en je kunt actief reageren op media die flauwekul verspreiden. Ik schreef het NKV en het NKV schreef mij en daar bleef het bij.

Ik noem dit omdat zelfs een club die er niet om bekendstaat met alle winden mee te waaien, het problematische van prijsuitreikingen niet herkent. Het uitreiken van een prijs heeft vooral zin als je daarmee de doelen van de vereniging dichterbij brengt. In dit geval: uitdragen dat de Oudheid ertoe doet. Daartoe moet de voorlichting zich aanpassen aan enerzijds het gestegen opleidingspeil en anderzijds de revolutie die internet heet. Door een prijs uit te reiken, geef je het signaal af dat alles eigenlijk wel prima is. Terwijl commissies Kennedy het onderwijs stroomlijnen zonder oudheidkundig advies te vragen, terwijl Tommen Holland negentiende-eeuwse clash-of-civilizations-sjablonen mogen herintroduceren, terwijl archeologen meer praten over vondsten dan over archeologie. Het is niet prima. En het NKV gooit zijn eigen glazen in door mooi weer te spelen.

Lees verder “Zelfbewieroking”

Het belang van de Nineveh-expositie in het RMO

Ivoortje met een Egyptische sfinx, afkomstig uit Assyrië (Archeologisch museum van Bagdad)

Een paar weken geleden kreeg ik een mailtje dat me nogal verbaasde. Ik kreeg het verwijt dat ik veel aandacht besteedde aan de Nineveh-tentoonstelling in het Rijksmuseum van Oudheden. Dat ging ten koste van de aandacht die ik behoorde te besteden aan Griekenland en Rome.

Ik kan daarop natuurlijk antwoorden dat als iemand wil dat er meer wordt geblogd over de klassieke Oudheid, het hem of haar vrijstaat zelf elke dag een blogstukje te schrijven. (“Ik hoop dat hij zijn pols verrekt,” zoals Gerrit Komrij in een soortgelijke situatie opmerkte.) Ik kan ook antwoorden dat je pas kwaliteitseisen kunt stellen aan mijn werk als ik een verplichting zou zijn aangegaan tegenover een subsidiegever, maar ik ben zo vrij te denken dat die subsidiegever wel tevreden zou zijn. Als iemand namelijk zou vaststellen wat in 2017 de belangrijkste te beschrijven oudheidkundige onderwerpen waren, scoorde de Nineveh-expositie hoog. En eigenlijk precies om de reden die mijn correspondent aangaf: omdat het niet gaat over Griekenland en Rome.

Lees verder “Het belang van de Nineveh-expositie in het RMO”

Parijs, Europa

Jean Huber, Le souper des philosophes
Jean Huber, Le souper des philosophes

Parijs is méér dan de hoofdstad van Frankrijk. Het is de stad waar in de achttiende eeuw de ideeën van de Verlichting werden geconcipieerd en in de praktijk gebracht. Het is de basis waarvandaan Napoleon deze ideeën exporteerde, onder andere naar Egypte. Het is een plaats met een spreekwoordelijk losse seksuele moraal. Het is de belichaming van een land dat, trots op zijn laïcité, religieuze symbolen in het openbaar onderwijs verbiedt. Het biedt ruimte aan de meest vrije pers ter wereld.

Parijs is, tot slot, de plek waar de coördinatie plaatsvindt van militaire operaties in islamitische landen als Libië, Mali en Syrië. Dat is niet van vandaag of gisteren: het assertieve contraterrorismebeleid is ontworpen na de metro-aanslagen van ’95. Parijs staat hoog op de lijst van steden waaraan jihadisten een hekel hebben. Het is de hoofdstad van een militair actieve staat met een traditie van secularisme en Verlichting.

Lees verder “Parijs, Europa”

De invloed van het Roelandslied

Een gem met een kruisridder (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Het Roelandslied is een giftige tekst. Het typeert een werelds conflict als onderdeel van de grote kosmische strijd tussen goed en kwaad, waardoor er voor medemenselijkheid geen plaats meer is. Omdat moslims zijn gedemoniseerd, is kwaad doen aan een moslim iets goeds – en dan wordt zelfs wreedheid aanbevelenswaard. Het Nederlandse Roelandslied gaat hierin verder dan het Franse: in Thuroldus’ versie krijgt de verrader tenminste nog een rechtszaak voordat hij wordt gevierendeeld, in de Middelnederlandse wordt Guelloen afgevoerd om hem te coken (te verbranden).

Ik heb al verteld dat David Levering Lewis, de auteur van het boeiende boek God’s Crucible (2008), het Roelandslied omschreef als “a superordinate factor in the European sense of self and of otherness”. De tekst zou “one of the great constitutive myths of Christendom” zijn en een “foundational document”. Dat zijn deftige formuleringen die erop neerkomen dat Europeanen, te beginnen tijdens de Kruistochten, door deze tekst zijn beïnvloed. Toen ze moslims tegenkwamen, is het idee, werden die meteen beschouwd als “Untermenschen”. De compromisloosheid van de Kruisvaarders was dus gevormd door lectuur van het Roelandslied en soortgelijke teksten.

Lees verder “De invloed van het Roelandslied”

Het einde van de Oudheid

Herakleios verslaat de Perzische koning Khusrau II (Louvre, Parijs)

De bovenstaande icoon is te zien in de middeleeuwse afdeling van het Louvre in Parijs. Ze is geschilderd in de tijd van de Kruistochten en toont de Byzantijnse keizer Herakleios (rechts) die Khusrau II (links) bestrijdt, de koning van de Sassanidische Perzen. Het is wat ironisch dat laatstgenoemde de geschiedenis is ingegaan met de bijnaam Parvez, “de zegevierende”, want hij won nou net niet.

Lees verder “Het einde van de Oudheid”