Gumattius

Grafsteen van Gumattius (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Laten we het eens hebben over een museumstuk uit het Rijksmuseum van Oudheden, daar schrijf ik immers nooit over. Het monumentje hierboven is een van de beroemdste Romeinse grafstenen uit Nederland, wat niet zo heel moeilijk is omdat we hier weinig natuursteen hebben en we, tot de ontdekking van de Nehalennia-altaren in de jaren zeventig, eigenlijk maar een paar inschriften hadden. Deze was al in de zeventiende eeuw bekend – Gisbert Cuper schreef er in 1687 al over – toen Romeinse inscripties nog helemaal zeldzaam waren. Vandaar haar roem.

Hier is de tekst:

M TRAIANIV
GVMATTIVS GAI
SIONIS F VET ALAE
AFROR TPI

Wat kan worden aangevuld tot

Lees verder “Gumattius”

Koptische schaal

Koptische schaal uit Ewijk (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Een tijdje geleden blogde ik over het Interweekum, het viertal avonden dat RomeinenNu en het Rijksmuseum van Oudheden aanbieden om een brug te slaan tussen de Week van de Klassieken en de Romeinenweek. Vier avonden waarop we tonen welke ontwikkelingen er zijn en waarom de Oudheid interessant blijft. Het programma is bijna klaar en ik zal het binnenkort aanbieden. Het zal overigens “Oog op de Oudheid” gaan heten, want “Interweekum” – ach, ik zal niet hoeven uitleggen waarom dat woord geschikter is als werktitel dan als feitelijke naam.

Omdat ik namens RomeinenNu de voorbereidingen doe, heb ik de laatste tijd regelmatig in het RMO vergaderd. Dat deden we meestal in het restaurant en met uitzicht op de vitrine met de laatste aanwinsten. Dat waren eerst wat munten – ik had er graag meer gezien – en nu staat daar bovenstaande “Koptische schaal”.

Lees verder “Koptische schaal”

De muren van Batenburg

Kasteel Batenburg

Toen ik nog jong en mooi was, en ook atletisch, ben ik eens langs kasteel Batenburg gefietst. Waar ik vandaan kwam en waar ik naartoe ging, weet ik niet meer. Wel herinner ik me dat ik destijds het rood-witte muurwerk wilde zien. Ook de teleurstelling staat me nog voor de geest: er is nauwelijks iets van het kasteel over. De poort die u op de foto hierboven ziet. Een rond veldje. Een halve toren. Nog wat muurresten. De Franse soldaten die er in 1794 tekeer gingen, hebben geen half werk geleverd.

Het is een oud kasteel: het dateert uit de twaalfde eeuw. De ronde vorm is een aanwijzing dat deze versterking moet zijn ontstaan als motte. Latere generaties meenden dat het nog ouder was en brachten zelfs een inscriptie aan dat het slot was gebouwd over een Romeinse tempel voor Mars. Gerard Geldenhouwer, over wie ik al eens blogde, leidde de naam af van Bato, de verzonnen voorouder van de Bataven.

Lees verder “De muren van Batenburg”

De wolken achterna

De Stroese Heide voor Kootwijk

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, werk ik momenteel aan een boek over het visioen van Constantijn – doe mijn uitgever en mijn boekhandelaar een lol en bestel het alvast met deze link – en de tekst daarvan is grotendeels klaar. Ik ben nu in de fase waarin ik allerlei details controleer en ik meelezers vraag mijn werk te controleren. Gisteren, woensdag dus, kwam de correctie binnen van mijn coauteur, Vincent Hunink, en een deel van zijn aantekeningen deed me lachen. Ik had het manuscript al laten nakijken door een oud-leraar, die altijd komma’s bijplaatst; Vincent haalde die nu allemaal weer weg.

Om een uur of een had ik een tekst af die ik aan meelezers kon uitdelen. Een bescheiden mijlpaal en ik besloot de boel de boel te laten en een fietstochtje te gaan maken, de wolken achterna, waarheen de wind me maar zou blazen.

Zo gezegd, zo gedaan.

Lees verder “De wolken achterna”

De Chamaven (2)

De grote rivieren voor het graven van de Gelderse IJssel; in groen de grenzen van de gouw Hamaland.
De grote rivieren voor het graven van de Gelderse IJssel; in groen de grenzen van de gouw Hamaland.

Zoals Tacitus aangeeft, werd het land van de Chamaven – gisteren schreef ik erover dat het benoorden de Rijn moet hebben gelegen, waarschijnlijk in de Achterhoek – gecontroleerd door het Romeinse leger. Het lijkt erop dat de autochtone bevolking niet uitsluitend uit herders bestond, want de opgegraven boerderijen bewijzen dat de boeren oer wonnen en ijzer bewerkten. (Tot eind negentiende eeuw was de Oude IJssel beroemd om zijn ijzerwinning.) Het lijkt erop dat de Germaanse boeren hun kennis van de ijzerbewerking hebben opgedaan bij de Romeinen, die ook hun grootste klanten zullen zijn geweest.

Door de ijzernijverheid bloeide het oostelijk deel van Nederland, vooral in de derde eeuw na Christus. Dit is opmerkelijk, aangezien elders in onze contreien de derde eeuw een crisistijd was. De welvaart van oostelijk Nederland kwam ten einde toen het Romeinse bestuur in het Rijnland aan het begin van de vijfde eeuw ten einde liep en de vraag naar ijzer afnam.

Lees verder “De Chamaven (2)”

De Chamaven (1)

De grote rivieren voor het graven van de Gelderse IJssel; in groen de grenzen van de gouw Hamaland.
De grote rivieren voor het graven van de Gelderse IJssel; in groen de grenzen van de gouw Hamaland.

Nu ik regelmatig in Zutphen werk – op het moment dat dit stukje geautomatiseerd online gaat worstel ik om een trein te halen – raak ik ook geïnteresseerd in het verleden van Gelderland. Over Erve Eme schreef ik al, het belangrijke Living History-park dat een van de weinige plekken is dat ons eigen, Frankische verleden documenteert. Als vanzelf raakte ik ook geïnteresseerd in het verdere verleden, toen de Chamaven in dit gedeelte van Nederland woonden. Ze zijn weinig meer dan een naam.

Zoals alle Germaanse stammen zijn de Chamaven vooral bekend uit Griekse en Romeinse bronnen. De eerste auteur die over hen schrijft, is de Romeinse historicus Tacitus, die hun land van herkomst ergens ten noorden van de Beneden-Rijn situeert.

Lees verder “De Chamaven (1)”

Erve Eme

Erve Eme
Erve Eme

Zoals de vaste lezers van deze kleine blog weten, werk ik sinds een tijdje in Zutphen. Slechts een dag per week, maar genoeg om belangstelling te krijgen voor wat er in die stad zoal gebeurt. Je hecht je en omgekeerd word je herkend: bij de boekhandel waar ik mijn boeken haal, bij het restaurant waar ik lunch, bij de koffietent waar ik de voorraad caffè lento leeg maak. Als historicus zoek ik nog wat andere dingen op – en zo ontdekte ik Erve Eme. Ik schreef er al eens over.

Erve Eme is een “living history” park, waar je kunt zien hoe het verleden is geweest. Groot is het niet: in feite niets dan twee stevige boerderijen met wat bijgebouwen. Maar het belang van Erve Eme is omgekeerd evenredig aan zijn omvang. Dit is namelijk een van de weinige plekken in Nederland waar je kennis kunt maken met ons Frankische verleden. En de Frankische tijd is, voor wie het mocht zijn vergeten, het moment waarop ons eigen verleden begint.

Lees verder “Erve Eme”

Opnieuw Aquilius

Medaillon van Aquillius van VIII Augusta (Valkhof Museum, Nijmegen)

Een tijdje geleden blogde ik over het medaillon dat u hierboven ziet. Het voorwerpje is gevonden op het Kops Plateau in Nijmegen en ik vertelde dat deze vermoedelijk het eigendom is geweest van een centurio – eigenlijk: een primus pilus, de oppercenturio – Gaius Aquilius die ook door de Romeinse historicus Publius Cornelius Tacitus wordt genoemd.

De identificatie is belangrijk. De aanwezigheid van een centurio uit het Achtste Legioen Augusta – zie de inscriptie; dat het gaat om een centurio, blijkt uit het vishaakje > links op de derde regel – op het Kops Plateau werpt namelijk nieuw licht op het Romeinse beleid vóór de Bataafse Opstand. Tacitus, die causaliteit uitsluitend plaatst op individueel niveau, presenteert het alsof de opstand ontstond door toedoen van Julius Civilis, die de onrust door rekruteringspraktijken voor zijn eigen doeleinden benutte. Vervolgens was de Romeinse reactie inadequaat door – opnieuw een op individuen gebaseerde analyse – falend leiderschap. (Dat de troepensterkte met 75% was afgenomen, lijkt Tacitus niet te deren.)

Lees verder “Opnieuw Aquilius”

Beneden-Leeuwen

Beneden-Leeuwen, Julianastraat 10
Beneden-Leeuwen, Julianastraat 10

Zaterdagmiddag was ik in Beneden-Leeuwen. Het was niet helemaal de opzet: ik was van het Romeinenfestival in Nijmegen vertrokken op weg naar een afspraak die onverwacht werd afgebeld. Wat te doen? Omdat ik een fiets bij me had, ben ik maar langs de Waal gaan fietsen, met het idee in Geldermalsen weer op de trein te stappen. (Het werd uiteindelijk Utrecht.) Zo belandde ik dus in Beneden-Leeuwen, waar ik op 29 oktober 1964 ben geboren.

Ik heb er nog geen vijf jaar gewoond. Mijn ouders verhuisden in 1969 naar Apeldoorn en daarna ben ik slechts een paar keer terug geweest aan het dorp aan de rivier. De vorige keer – inmiddels dus de voorvorige keer – was in 1989. Mijn jeugdherinneringen gaan over de Veluwe, niet over het land van Maas en Waal.

Lees verder “Beneden-Leeuwen”

Apeldoorn, Stationsplein

Kunstwerk van Jeroen Henneman bij Station Apeldoorn.

Dat je de trein mist doordat het verkeer wordt omgeleid en je later dan gepland op het perron aankomt: dat kan gebeuren en daar kun je vrede mee hebben. Je hebt er echter géén vrede meer mee als je ontdekt wat de oorzaak is van de omleiding: dat er op het stationsplein een house-party plaatsvindt. Omdat de volgende trein pas over een half uur vertrekt, moet ik gedwongen meeluisteren.

Ik merk dat mijn hartslag is versneld, dat ik sneller en minder diep adem en licht zit te transpireren, hoewel het vrij koud is. (Ik geloof dat er door de kou ook weinig mensen op het house-feest zijn.) De vrouw die naast me zit, ziet inmiddels redelijk bleekjes. De ironie is dat ik eigenlijk een artikel had willen lezen over de invloed van stress op je cortisolspiegel, maar aanschouwelijk onderricht valt uiteraard te verkiezen.

Lees verder “Apeldoorn, Stationsplein”