Semiramis

Een Assyrische koningin (Pergamonmuseum, Berlijn)

Eutropius, wiens door Vincent Hunink vertaalde Korte geschiedenis van Rome onlangs in de winkel is gekomen (full disclosure: ik schreef de inleiding), vermeldt ergens een keizerin Symiasera, waarmee hij Julia Soeamias bedoelt, een uit Syrië afkomstige heerseres. Ik denk dat de rare schrijfwijze geen toeval is. Eutropius wil een herinnering oproepen aan de legendarische oosterse heerseres Semiramis, een van de grote verzinsels uit de Oudheid.

De naam

Toegegeven, de náám Semiramis heeft bestaan. De echtgenote van de Assyrische koning Šamši-Adad V (r.824-811 v.Chr.) heette Šammuramat ofwel Semiramis. Toen haar man was overleden, was ze gedurende drie (misschien vijf) jaar regent voor haar nog minderjarige zoon Adad-Nirari III. De Assyrische legers voerden in deze jaren oorlog tegen de Meden in het oosten en tegen de stad Arpad in het westen. Business as usual dus, zij het dat de commandant een vrouw was of een door haar aangewezen generaal. Veel meer weten we niet over deze koningin, behalve dan dat ze in 787 v.Chr. nog in leven was.

Lees verder “Semiramis”

Sint-Joris en de draak (1)

De draak van Sint-Joris te Beesel (Rik van Rijswick)

De draak hierboven, gemaakt door Rik van Rijswick, fotografeerde ik afgelopen zomer bij Beesel, dat u misschien kent van het draaksteken. Het is wel een tof beestje voor deze mooie zomerdag, want het is vandaag Sint-Joris. Maar wie was dat eigenlijk?

De Gulden Legende, de grote collectie heiligenlevens die Jacob van Voragine in 1260 publiceerde, noemt verschillende verhalen over de marteldood van christenen die Georgius hebben geheten, en ik sluit allerminst uit dat ze allemaal waar zijn omdat de naam destijds net zo gangbaar was als ons “meneer De Boer”. Het beroemdste verhaal is natuurlijk dat van zijn optreden als drakendoder, dat een variant is op het verhaal van de Griekse held Perseus. De christelijke legende is later weer door moslims opgepikt: zij noemen Perseus/Georgius Khidr, “de groene man”. In Jounieh bij Beiroet worden Khidr en Georgius samen vereerd; Khidrs graf is me ooit aangewezen in de citadel van Aleppo; en hij verschijnt aan u als u in Isfahan veertig dagen lang elke avond de stoep goed schrobt zonder u daarop te laten voorstaan.

Kortom, een volksverhaal waarvan er dertien in een dozijn gaan, maar omdat ik de legende eigenlijk eens wilde lezen, heb ik die maar eens opgezocht. Hieronder dus de tekst van een gedeelte uit de Gulden Legende, vertaald door Vincent Hunink. Maar eerst nog even dit: komt u vanavond naar Oog op de Oudheid in Leiden?

Lees verder “Sint-Joris en de draak (1)”

Siegfried, de MacGuffin

Hagen en Gunther (Alte Nationalgalerie, Berlijn)

Of we het nu hebben over de Ilias, over het Wilhelmus, over de eed van Von Stauffenberg c.s. of over Spiderman: steeds opnieuw vernemen we dat mensen die verkeren in een geprivilegieerde positie verplichtingen hebben. De homerische helden, Willem de Zwijger, de Duitse aristocraten en Peter Parker weten dat with great power also comes great responsibility. Maar wat als dat je eigen ondergang betekent?

Die vraag komt aan de orde in het tweede deel van het Nibelungenlied. Dat begint met een uitnodiging die koning Etzel stuurt aan de Bourgondiërs in Worms. Koning Gunther wil de invitatie aannemen, al was het maar om zo zijn zuster Kriemhild terug te zien, die met Etzel is getrouwd. Gunthers leenman Hagen geeft goede raad: zijn koning moet niet gaan, want Kriemhild zou weleens wraak kunnen nemen voor de moord op haar eerste echtgenoot, Siegfried. Hagen kan het weten: hij was de dader en handelde om de eer van zijn eigen koningin en van koning Gunther te redden.

Lees verder “Siegfried, de MacGuffin”

Odysseus en Kalypso

Odysseus smeekt Kalypso om verder te mogen reizen (Antikensammlung, Munchen)

Heel, heel lang geleden hoorde ik iemand uitleggen waarom de nimf Kalypso verliefd werd op de Griekse held Odysseus en waarom ze hem zeven jaar bij zich hield. Ik sta er niet voor in dat dit de uitleg is die de mensen in de Oudheid aan het verhaal gaven, maar dat is niet zo belangrijk. Mythen zijn immers van iedereen die ze nodig heeft en vandaag zijn wij dat.

In elk geval: Kalypso is onsterfelijk en Odysseus is dat niet. Dat laatste is wat hem voor haar aantrekkelijk maakt. Zijn tijd is beperkt en zijn beslissingen hebben consequenties. Als hij een verkeerd besluit neemt zal hij de gevolgen moeten dragen. Hij kan nooit helemaal opnieuw beginnen en dat maakt zijn leven een stuk interessanter dan dat van de onsterfelijke, die de tijd heeft een vergissing te herstellen. Alsof het leven een computerspelletje is waarin je op elk moment kunt terugkeren naar een punt dat je hebt gesaved.

Lees verder “Odysseus en Kalypso”

Manuscript met drakendoder

Middeleeuws Ovidius-manuscript (Vaticaanse Bibliotheek, Rome)

Scherp als uw ogen zijn en paraat als uw kennis van de Latijnse poëzie is, had u het bovenstaande natuurlijk terstond geïdentificeerd als de regels 27 tot en met 58 uit het derde boek (zie het cijfer bovenaan) van de Metamorfosen van Ovidius. Dat is het begin van een heel mooi verhaal dat ik hieronder aan u zal geven in de vertaling van Marietje d’Hane-Scheltema. Het manuscript is afkomstig uit de Vaticaanse Bibliotheek.

Het verhaal? Jupiter (zoals de Romeinen Zeus noemen) heeft van het strand bij de Phoenicische stad Tyrus – ik blogde er al eens over – het meisje Europa ontvoerd. Haar broer Cadmus gaat haar zoeken. Diens naam is overigens Semitisch: qedem betekent zoiets als “oosterling”. Hij belandt met wat vrienden in Griekenland en wil daar een stad gaan stichten. Hieronder leest u wat er toen gebeurde. Daarna, nog verder naar onder, nog een enkel woord over de slang in de boom.

Lees verder “Manuscript met drakendoder”

De ondergang van de Bourgondiërs

worms_burgundians1
Mantelspelden van de Bourgondiërs (Andreasstift, Worms)

Borbetomagus, het huidige Worms, lijkt ooit de stad te zijn geweest vanwaaruit de Bourgondiërs, een Germaans volk dat meestal loyaal was aan het Romeinse Rijk, een sector van de Rijngrens verdedigde. Meestal loyaal – maar niet altijd. Hun leider Gundihar lijkt zich, althans in de ogen van de Romeinse oppercommandant Aetius, nogal onafhankelijk te hebben gedragen. De chroniqueur Prosper Tiro noteert voor het jaar 435:

In deze tijd versloeg Aetius Gundihar, de koning van de Bourgondiërs die in de Gallische gewesten woonden, en toen deze smeekte om vrede, werd die hem verleend. Gundihar kon er niet lang van genieten omdat de Hunnen hem en zijn volk met wortel en tak uitroeiden.

Lees verder “De ondergang van de Bourgondiërs”

Ringelingen en Nibelungen (3)

2x Suske en Wiske en de Ringelingenschat

[Dit is het derde deel van een stuk over het klassieke Suske & Wiske-album. Het eerste is hier.]

De speelfilm Die Nibelungen. Siegfried van Fritz Lang is overigens niet de enige bron van inspiratie van De Ringelingenschat. Ook de opera’s van Wagner spelen een rol, bijvoorbeeld in enkele scènes rond het smeden van een zwaard. Trouwens, de beperking van het Nibelungenverhaal tot de avonturen van Siegfried, is eveneens ontleend aan Wagner; in het middeleeuwse epos draait het immers uiteindelijk om de wraak van Kriemhild, de tweede film van Lang, maar dat is een thema waar noch Wagner noch Vandersteen iets mee kon.

Lees verder “Ringelingen en Nibelungen (3)”

Ringelingen en Nibelungen (2)

2x Suske en Wiske en de Ringelingenschat

[Dit is het tweede deel van een stuk over het klassieke Suske & Wiske-album. Het eerste is hier.]

Waar gaat De Ringelingenschat over? Suske, Wiske, tante Sidonia en Lambiek komen in het bezit van een drinkhoorn, en omdat ze er meer van willen weten, gaan ze op vakantie in Xanten. Daar blijkt de hoorn over wonderlijke krachten te beschikken, zodat het viertal belandt in de middeleeuwse stad. Lambiek, die inmiddels is voorzien van de geweldige naam Bikfried – het Vlaamse volksvoedsel is nooit ver weg – aanvaardt nu een betrekking als drakendoder, en het moet gezegd: hij brengt het er bepaald niet slecht vanaf.

De bewoners van Xanten zuchten ondertussen onder de belastingen die hun koning, Hagen Kartoffel (nog meer patat) von Ringeling, hun oplegt. Zo ontstaat de Ringelingenschat, die gestolen zal worden; vanzelfsprekend wordt deze misdaad uiteindelijk opgelost en worden de daders bestraft, waarna onze helden terugkeren naar hun eigen tijd.

Lees verder “Ringelingen en Nibelungen (2)”

De Nibelungen

Hagen en Gunter, gedoemde Nibelungen (Alte Nationalgalerie, Berlijn)

Waar mijn fascinatie voor de Nibelungen vandaan komt, weet ik eigenlijk niet. Ik sluit niet uit dat het iets te maken heeft met het lezen van Suske en Wiske en de Ringelingenschat, waarmee weliswaar is bewezen dat kennis van stripklassieken een mens ten voordeel strekt, maar nog niet is verklaard waarom het duistere middeleeuwse heldendicht me ook later is blijven boeien. Ik ben omgereisd om de Nibelungenmusea in Xanten en Worms te bezoeken (het tweede is beter dan het eerste), hoop volgend jaar eindelijk de reis van de Bourgonden naar Wenen te maken, en heb de nieuwe vertaling van Jaap van Vredendaal meteen aangeschaft nadat ik er (gisteren pas) van had vernomen. En gelezen natuurlijk.

Alles is dubbel in het Nibelungenlied. Het bestaat bijvoorbeeld uit twee delen: het verhaal van Siegfrieds dood en het verhaal van de wraak die zijn echtgenote Kriemhilde voltrekt. Er zijn ook twee lagen: enerzijds een oude kern die zich afspeelt in de tijd van de Grote Volksverhuizingen en echo’s bevat van gebeurtenissen in het Merovingenrijk, anderzijds de tot ons gekomen bewerking, die tussen 1190 en 1205 moet zijn vervaardigd. Er zijn ook twee tradities: de IJslandse Völsungensaga en het Duitse Nibelungenlied, dat weer is overgeleverd in twee versies, met een verschillende beoordeling van Hagen en Kriemhilde.

Lees verder “De Nibelungen”