Mar Tadros

De kerk van Mar Tadros in Bahdidat

Ik zag vandaag iets moois: de kerk van Mar Tadros in Bahdidat. Die laatste naam wordt op allerlei manieren gespeld en de eerste naam is een andere weergave van Sint-Theodoros.

Volgens de legende was dat een Romeinse soldaat die weigerde aan de heidense goden te offeren en daarom werd verbrand. De wijze van executie zou kunnen bewijzen dat hij feitelijk geen christen was maar manicheeër. De wijze waarop hij wordt afgebeeld, als ruiter te paard, lijkt veel op afbeeldingen van de zogeheten Thracische Ruiter. Vaak staat hij afgebeeld tegenover Sint-Joris, eveneens te paard. Die heilige heeft zijn iconografie – drakendoder, geboeide prinses, toekijkend koninklijk echtpaar – geleend van de Griekse Perseusmythe.

De hemel zit vol heiligen die zich hebben gestoken in andermans pak.

Lees verder “Mar Tadros”

Het ros Beiaard (2)

De Vier Heemskinderen, gevelsteen op de hoek van de Herengracht/Leidsegracht in Amsterdam

[Tweede van vier door Dieter Verhofstadt geschreven stukken over de legende van het Ros Beiaard en de Vier Heemskinderen. Het eerste deel was hier.]

Van het verhaal bestaan sinds de dertiende eeuw diverse manuscripten met lichte variaties, ten gevolge van de mondelinge traditie waarin troubadours eigen elementen toevoegen.

Beiaard in vertaling

In 1508 komt een Nederlandse vertaling uit van de cyclus. In deze versie is Aymon niet erg opgetogen over de krijgsbuit die hem te beurt valt na trouw aan de zijde van Karel de Grote te hebben gevochten. Zelfs een huwelijk met Karels zuster Aye kan hem niet vermurwen. Hij zweert elk kind dat eruit voortkomt eigenhandig te doden. Als hij bij Aye na jaren klaagt over het kinderloos gebleven huwelijk, openbaart zij de vier zoons aan haar man. Aymon is in het bijzonder opgezet met de kloeke Reinout en schenkt hem het Ros Beiaard.

Lees verder “Het ros Beiaard (2)”

Traditionskern

Frankische mantelgesp (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Ik ben al weken bezig met het lezen van de Getica van de Byzantijnse auteur Jordanes, een tekst over de geschiedenis van de Goten waarvan onlangs een mooie en goed ontvangen becommentarieerde vertaling is verschenen van de hand van de Gentse oudheidkundigen Peter Van Nuffelen en Lieve Van Hoof. Er is een hoop over te zeggen, zoals dat de tekst teruggaat op een ouder origineel. Of dat ze begint met verhalen over de vroege geschiedenis van de Goten, die ooit hadden gewoond op “Scandza”, een eiland tegenover de Weichsel, onder leiding van een koning Berig. Er volgen beschrijvingen van migraties naar en langs de Weichsel naar Skythië, waar ze leefden onder een koning Filimer, en vervolgens naar Mysië, Thracië en Dacië. Daarvandaan barstten de Visigoten en Ostrogoten later het Romeinse Rijk binnen.

Oorsprongsgeschiedenis

Dit is een oorsprongsgeschiedenis waarvan we er meer kennen. Een ander voorbeeld is de Geschiedenis van de Franken van Gregorius van Tours. En weer een ander voorbeeld is de Geschiedenis van de Langobarden van Paulus de Diaken. En of het nu gaat om Goten, Franken of Langobarden, ze bewegen allemaal van de randen van de aarde naar de Mediterrane wereld. We hebben diverse van zulke geschiedwerken en ze bevatten allemaal dezelfde curieuze mengeling van bijbelse geschiedenis, citaten uit Griekse en Romeinse auteurs, én eigen tradities van de volken.

Lees verder “Traditionskern”

Mondelinge literatuur

Marcus Curtius, bezongen in de antieke mondelinge literatuur (Capitolijnse Musea, Rome)

Het alfabet is een democratischer schrift dan de hiërogliefen, het spijkerschrift of lettergrepensystemen als het Lineair-B. Twee dozijn alfabettekens uit het hoofd leren en presto, je kunt lezen en schrijven. Toen het alfabet eenmaal de oudere schriftsoorten had vervangen, varieerde de mate van geletterdheid in de oude wereld tussen de 10% in de meeste streken en de 35% in een democratische stadstaat als Athene. Voor Judea, met zijn boekengodsdienst, is een vergelijkbaar percentage genoemd: tweederde van de volwassen mannen. Wie in een antiek dorp kwam, kon altijd wel iemand vinden die kon lezen en schrijven.

Face to face

De vraag naar analfabetisme is dan ook verkeerd gesteld. De feitelijke vraag is hoe de informatie circuleerde. Ook mensen die konden lezen en schrijven, vernamen de meeste informatie mondeling. De antieke samenleving was een face-to-face society. Daardoor is de meeste informatie, ook in Athene en Judea, voor ons voorgoed ontoegankelijk. We hebben alleen toegang tot de geschreven teksten – zij vormen eilanden in een zee van mondeling overgeleverde verhalen, ideeën en tradities. Het ongeschrevene is lastiger te kennen, maar vergelijkingen met andere voorindustriële samenlevingen hebben oudheidkundigen wel geholpen te begrijpen hoe informatie circuleerde in de oude wereld. Er is veel geschreven over wat mondelinge literatuur heet. (Ik ervaar de term als een oxymoron.)

Lees verder “Mondelinge literatuur”

Het Nibelungenlied aan de IJssel

De IJssel bij Werth

Ik blog nog even over de IJssel, al is het dit keer de Oude IJssel. Dat is het deel van de rivier dat begint in Duitsland en langs Doetinchem stroomt naar Doesburg. Daar verenigt ze zich met de Gelderse IJssel, die begint in Arnhem en een zijtak is van de Rijn. Vanaf Doesburg stromen de twee rivieren gezamenlijk noordwaarts, langs Zutphen, richting IJsselmeer. De Gelderse IJssel is een kanaal, gegraven in de Vroege Middeleeuwen; Wageningse onderzoekers hebben in 2008 de ooit gangbare theorie weerlegd dat deze waterloop een van de door de Romeinen gegraven Drususgrachten zou zijn.

De Oude IJssel dus. Het gebied waar eeuwenlang ijzererts is gewonnen. De molen hierboven staat in Werth, net over de grens tussen Nederland en Duitsland, en het water is dus de bovenloop van de IJssel. We zijn hier in het gebied waar ooit de Chamaven woonden, wier naam voortleeft in het middeleeuwse graafschap Hamaland. Ook Nebisgast, een van de weinige Germaanse leiders die we bij naam kennen, kwam hier vandaan.

Lees verder “Het Nibelungenlied aan de IJssel”

Heldenverhalen, steeds hetzelfde

Heldenverhalen zijn steeds hetzelfde, zoals de Leeuwenkoning (StoryWorld, Groningenl klik = groot)

Je kunt verhalen op verschillende manieren analyseren. De kern is een plot waarin de diverse elementen noodzakelijk moeten samenhangen. Als twee kinderen alleen door het woud zwerven, moeten ze daar door hun stiefouders zijn achtergelaten, en dat moeten die stiefouders hebben gedaan omdat er grote armoede heerste. Er is daarnaast in een verhaal een achtergrond die je ter kennisgeving aanneemt. Alleen een scherpzinnig kind vraagt waarom een oude vrouw moederziel alleen op een afgelegen plek in het woud gaat wonen en een huis bouwt van pannenkoeken.

Ook binnen de plot zelf zijn, zeker als het om volksverhalen gaat, vaste elementen aan te wijzen. Dingen gaan in vertellingen bijvoorbeeld meestal twee keer verkeerd en de derde keer goed. Als een Griekse auteur schrijft dat Peisistratos twee keer vergeefs had geprobeerd de macht in Athene te grijpen voordat het de derde keer wel lukte, is dat een sterke aanwijzing dat de bron een mondelinge traditie is. De informatie is dus niet zo betrouwbaar. Iets dergelijks valt te zeggen over de geboorte van Caesar door middel van een keizersnede: een te gebruikelijk verhaalmotief om zomaar geloofd te mogen worden.

Deze twee voorbeelden tonen waarom de analyse van volksverhalen belangrijk is. Ze vormt een soort alarmbel die je op je qui vive maakt bij het lezen van antieke biografieën. En met het woord biografie belanden we als vanzelf bij de bestudering van mythen, sagen, legendes, heldenliederen en andere heldenverhalen.

Lees verder “Heldenverhalen, steeds hetzelfde”

Het Nibelungenmuseum van Worms

Hagen en het Rijngoud (standbeeld in Worms)

Volgens de Gallo-Romeinse kroniekschrijver Prosper Tiro maakte de Romeinse generaal Aetius in het jaar 435 een einde aan de heerschappij van de Bourgondische leider Gundihar:

Rond deze tijd versloeg Aetius Gundihar, de koning van de Bourgondiërs die woonden in de Gallische provincies. Toen hij om vrede smeekte, werd die hem verleend. Gundihar genoot echter niet lang van die vrede, aangezien de Hunnen hem en zijn volk uitroeiden.

Dit incident vormt de historische kern van het tweede deel van het Nibelungenlied, het nationale gedicht van Duitsland. Het is een duistere tekst over onheil en loyaliteit, die eerst de ondergang beschrijft van de stralende held Siegfried en in de tweede helft de verschrikkelijke wraak die zijn echtgenote Kriemhild neemt op degenen die verantwoordelijk zijn voor de dood van haar man. De eerste helft speelt in Worms, de residentie Gunther, en de tweede helft in het paleis van koning Etzel – namen waarin we Gundihar en Attila herkennen. Het is zeker mogelijk dat Attila als jonge man heeft deelgenomen aan de door Prosper Tiro vermelde veldtocht die resulteerde in de dood van koning Gundihar.

Lees verder “Het Nibelungenmuseum van Worms”

Keltische verhalen

Cernunnos, over wie geen Keltische verhalen bekend zijn (Musée de Cluny, Parijs)

Als de Vlaamse auteur Herman Clerinx, aan de trouwe lezers van deze blog bekend als de auteur van door mij bewonderde boeken over de hunebedden en de Romeinen in de Lage Landen, in zijn nieuwe boek Het oudste geheugen op aarde. Verhalen uit de Keltische wereld de La Tène-cultuur moet typeren, dus de tweede grote fase van de Keltische beschaving, schrijft hij:

deze kunstenaars leefden gelijktijdig met de meesters van de klassieke Griekse kunst. Maar terwijl de Grieken bedreven waren in het realistisch afbeelden van mensen, hadden de Keltische kunstenaars een andere belangstelling. De dagelijkse werkelijkheid boeide hen niet; zij toonden liever hun dromen, hun angsten, hun fantasie en hun mythen. Ook dat herkennen we in de verhalen uit de Keltische wereld. Realistisch kunnen we die moeilijk noemen, fantasierijk des te meer.

Ineens dacht ik: ja, dát is het. Wonderlijke goden met hertengeweien of drie gezichten, toverketels waar allerlei goeds in zit en dat in oneindige hoeveelheden, wezens van het duister, rondzwervende demonen: het zijn droomgezichten, fantasieën en soms ook angsten. Clerinx is een goede docent die vaak precies de juiste formulering weet te vinden.

Lees verder “Keltische verhalen”

Sint-Joris & co

Sint-Joris en de draak (achttiende-eeuwse ikoon uit het Antivouniotissa-museum, Korfu)

Als religie mensenwerk is, en zelfs de diepst gelovigen erkennen dat dit voor minimaal de helft zo is, zijn ook de grenzen tussen religies mensenwerk. En ook de ontkenning van die grenzen. Dat is een van de redenen waarom het moderne Midden-Oosten zo boeiend is: de grens tussen de diverse joodse, christelijke, islamitische en druzische stromingen is vloeiend. Onze Sint-Joris, de drakendoder, wordt niet alleen vereerd door christenen, maar ook door moslims, die hem aanduiden als Khidr, de “groene man”. Ik herinner me dat een van zijn graven me werd aangewezen in de citadel  van Aleppo, waarover zo meteen meer.

De joden associëren Joris/Khidr met de profeet Elia. De druzen kennen hem op dezelfde wijze als beschreven in de Koran: iemand die slechte dingen lijkt te doen die in feite goed zijn, al herkent niet iedereen Gods voorzienigheid. Dit weet ik wel: of het nu in Syrië, Libanon of Israël/Palestina is, de gelovigen gebruiken elkaars cultusplaatsen en trekken zich van de grenzen tussen de religies, die in West-Europa zo dogmatisch zijn, niets aan. Ik schreef er al eens over.

Lees verder “Sint-Joris & co”

“Lycurgue cavalier”

Lykourgos zonder paard (Louvre, Parijs)

Even een vraagje. Het bovenstaande beeldje fotografeerde ik twee weken in het Louvre op de afdeling Romeins Egypte. Het bordje met uitleg zegt dat het Lycurgue cavalier is en voegt toe – voor wie dat nog niet mocht hebben herkend – dat het rijdier ontbreekt. De datering is nogal vaag: eerste eeuw v.Chr. tot en met de vierde eeuw na Chr. De Romeinse tijd dus.

Probleem: ik heb geen idee wat kan zijn afgebeeld. Lykourgos is de legendarische wetgever van Sparta en hoewel zijn biografie een paar paarden vermeldt is er niets dat ik hier afgebeeld kan zien. Ook zijn er diverse Lykourgoi in de Griekse mythologie, maar dat brengt me ook niet verder. Kortom, ik heb geen idee wat hier kan zijn afgebeeld. Wie weet meer?

Misschien zinnig toe te voegen: het beeldje stamt uit de collectie van het Musée Guimet en heeft het catalogusnummer AE E 20842. Ik kan het desondanks in de online-catalogus van het Louvre niet vinden.

De oplossing

Dat was snel! Le dieu à la bipenne, c’est Lycurgue. Leve het internet.