Joodse oorlogen

Kyrene, de resten van de tempel van Hekate. De opstandige joden hebben dit heiligdom vernietigd. We weten niet waarom uitgerekend deze tempel het moest ontgelden.

Ik heb de afgelopen dagen geschreven over de alomtegenwoordigheid van geweld in de oude wereld en de reacties daarop vanuit het joodse geloof. Een interessante vraag is of zulke ideeën opstanden veroorzaken (U merkt dat ik alweer denk aan de reeks over methodologie die ik momenteel voorbereid.) In de meeste gevallen kan een oudheidkundige zulke causaliteitsvragen, door het overstelpende gebrek aan data, niet beantwoorden, maar dankzij de Dode Zee-rollen zijn we inmiddels in een iets andere positie gekomen.

Voor de aard van de problematiek verwijs ik nog maar eens naar dit stuk: je moet eerst kunnen vaststellen of een religie een in al haar verschijningsvormen aanwezige essentie bezit en daarna moet je een antwoord geven op de vraag of zulke essenties gedrag kunnen veroorzaken. Dankzij de Dode Zee-rollen kunnen we op de eerste vraag “nee” zeggen, waarna de tweede vraag irrelevant is. Het jodendom was zó divers dat er, afgezien van het belang van het offer voor de god die in Jeruzalem een tempel had, geen gedeelde kern valt aan te wijzen. Messianisme en Eindtijdverwachtingen, ze zijn simpelweg niet aan te wijzen bij álle groepen. Dat wil echter niet zeggen dat er helemaal geen verband is.

Lees verder “Joodse oorlogen”

Synesios

dans

Als er één classicus is van wie ik had verwacht dat hij nooit vroegchristelijke poëzie zou vertalen, dan is het Piet Gerbrandy, de auteur van het door mij bewonderde boek Het feest van Saturnus. In de inleiding tot dit overzicht van de Latijnse literatuur vraagt Gerbrandy zich af wat van dat onderwerp de grenzen zijn: wat rechtvaardigt dat de auteur van een Latijnse literatuurgeschiedenis stopt in de zesde eeuw na Chr.? Is er niet méér Latijn geschreven ná de Oudheid dan in het Romeinse Rijk? Gerbrandy antwoordt hierop dat de Romeinse literatuur heidens van karakter is. De latere Latijnse teksten, zo schrijft hij, hebben meer raakvlakken met middeleeuwse theologen dan met klassieke auteurs als Lucretius, Horatius en Tacitus. Gerbrandy noemt ook een persoonlijk argument: hij voelt zich bij die heidense auteurs meer op zijn gemak. Godsdienst is een “interessant maar bedenkelijk atavisme”.

Hij staat hiermee in de beste humanistische traditie en ik neem aan dat hij over de Griekse literatuur hetzelfde zou betogen: “geef mij maar de schrijvers uit de klassieke, hellenistische en Romeinse tijd, een ander mag schrijven over de Byzantijnse literatuur of de kerkvaders”. Vandaar dat het me verbaasde dat Gerbrandy onlangs een mooi boekje publiceerde met zijn vertaling van negen christelijke hymnen van de Griekse auteur Synesios van Kyrene, Dans die het heelal omkranst.

Lees verder “Synesios”

Erfenis

Het testament van Ptolemaios VIII Fyskon (Museum van Kyrene)

Tijdens het conflict dat bekendstaat als de Zesde Syrische Oorlog (170-168 v.Chr.), viel de Seleukidische koning Antiochos IV Epifanes het Ptolemaïsche Egypte binnen, waar hij Alexandrië begon te belegeren. Een woedende menigte stelde koning Ptolemaios VI Filometor verantwoordelijk en eiste dat deze zijn broer Ptolemaios VIII Fyskon (“dikbuik”) zou aanwijzen als medebestuurder. De val van Alexandrië werd dankzij een Romeinse interventie vermeden, maar nu zat Egypte opgezadeld met twee vorsten, die het zelden eens waren en al snel slaande ruzie hadden. Uiteindelijk werd een compromis gevonden waarin Filometor alleenheerser werd en zijn broer het bestuur kreeg toegewezen over het noordoosten van het huidige Libië, de vruchtbare Cyrenaica.

Het leek erop dat dit de oplossing was, maar in 155 maakte Fyskon bekend dat zijn broer had geprobeerd hem uit de weg te ruimen. Om nieuwe pogingen te vermijden, besliste de heerser van de Cyrenaica dat hij, behoudens de geboorte van een zoon, zijn gebied zou nalaten aan de Romeinen. Het staat in de bovenstaande inscriptie, die ik fotografeerde in het museum van Cyrene.

Lees verder “Erfenis”

Ananeosis

Ananeosis (Museum Qadr Libya)
Ananeosis (Museum Qadr Libya)

In de vroege vijfde eeuw werd Romeins Libië onder de voet gelopen door woestijnnomaden die bekendstaat als de Laguatan. De ruiters – soms op een dromedaris, vaak op een paard – wisten dat het gebied nauwelijks werd verdedigd. Misschien kenden ze de oorzaak: de Donaugrens stond onder druk en de Rijngrens was al bezweken. Constantinopel en Rome werden omgevormd tot de grootste vestingen van de oude wereld, met muren die nog altijd indrukwekkend zijn. In de ene stad deden ze dienst tot 1453, in de andere tot 1870. Het Romeinse Rijk werd dus bedreigd en alle troepen waren nodig aan het front.

En dus werd de Cyrenaica, het noordoosten van Libië, ontdaan van troepen en meteen onder de voet gelopen. Kyrene, ooit een van de belangrijkste culturele centra van de Griekse wereld en een van de rijkste steden van het Romeinse Rijk, zou nooit meer worden herbouwd. Toen het aan de Donau-grens even rustig was, kwam een generaal Anysius naar Libië, en hij boekte zowaar enig succes, maar verder was de verdediging overgelaten aan het privé-initiatief van de bewoners. Synesios, een rijke grootgrondbezitter, beschrijft in zijn brieven hoe het van kwaad tot erger ging. Zijn Katastasis is de deprimerende beschrijving van de totale vernietiging van het aloude gebied.

Lees verder “Ananeosis”

Synesios (5): Bisschop

Kerk in Ptolemais (vermoedelijk te jong om die van Synesios te kunnen zijn)

[Dit is de laatste van vijf blogposts over Synesios van Kyrene. De eerste is hier.]

Wie alleen de brieven en preken zou kennen die Synesios, de onwillige bisschop van Ptolemais, schreef na zijn aanvaarding van het kerkelijke ambt, zou niet op het idee komen dat de auteur in zijn hart een heidense filosoof was. Zijn preken bevatten geen doctrinaire vergissingen of onorthodoxe beweringen. Ze zijn hooguit wat ongebruikelijk van opbouw. In een Paaspreek (Homilie 1) waarschuwt hij de gelovigen dat ze zich, nu de Vasten voorbij is, niet plotseling moeten overgeven aan excessief eten en dronkenschap, aangezien “dat het tegen de rede zou indruisen”. Er volgen nog wat bijbelse bewijsplaatsen, maar die wekken vooral de indruk van een gedachte-achteraf.

Lees verder “Synesios (5): Bisschop”

Synesios (3): Huwelijk

Een laat-antieke dame van stand (Qasr Libya, niet ver van Kyrene)

[Dit is de derde van vijf blogposts over Synesios van Kyrene. De eerste is hier.]

Synesios keerde nu terug naar Afrika. In de winter van 400/401 was hij in Alexandrië, waar hij een christelijke dame ontmoette, met wie hij na een korte verloving trouwde. Hoe zij heette, is onbekend: in zijn brieven heet ze gewoon “mijn vrouw”. Dat hij zich, om met haar te mogen trouwen, bekeerde tot het christendom, vermeldt hij nergens, maar is aannemelijk. Het huwelijk werd namelijk ingezegend door Theofilos, de patriarch van Alexandrië, die er de man niet naar was een huwelijk te sluiten dat niet voldeed aan alle christelijke regels. Synesios zal zich dus hebben laten dopen, al is ook denkbaar dat hij altijd christen is geweest maar er niets mee deed.

Lees verder “Synesios (3): Huwelijk”

Synesios (1): Jeugd

Dit is niet Synesios, maar een eind-vierde-eeuws portret uit de Glyptothek in München. Synesios zou kaal worden, maar kan er als jonge man zo hebben uitgezien.

Hij was filosoof, maar van zijn ideeën weten we weinig. Hij was bisschop, maar niet uit overtuiging. Hij was echtgenoot, maar noemt nergens de naam van zijn vrouw. Hij was diplomaat, krijger, reiziger, instrumentbouwer en sofist. Hij liet drie toespraken, zes essays, tien hymnen, twee preken en 159 brieven na, maar wordt nauwelijks gelezen. Hij heette Synesios en kwam uit Kyrene. Dit is de eerste aflevering van een reeks van vijf blogposts over een man over wie ik nog eens een boek wil schrijven.


Synesios moet zijn geboren rond 371, tijdens de regering van keizer Valens. Zijn geboortestad was Kyrene, een op dat moment precies duizend jaar oude Griekse stad in het noordoosten van het huidige Libië. Het gebied was spreekwoordelijk vruchtbaar en Synesios’ familie had daarvan geprofiteerd. In de vierde eeuw behoorde ze tot de rijkste van de stad en ze beweerde af te stammen van een van de oorspronkelijke Dorische kolonisten. Hoewel we ons mogen afvragen of Synesios zijn stamboom werkelijk vijftig generaties kon terugvoeren, bewijst de claim dat hij buitengewoon bemiddeld was – alleen de allerrijksten konden een Ahnengalerie van een millennium claimen.

Lees verder “Synesios (1): Jeugd”