Een rolzegel: de dageraad

Rolzegel (Institut du monde arabe, Parijs)

Menig oudheidkundig museum heeft er een: een vitrine met rolzegels. Dat zijn, zoals de naam eigenlijk al wel aangeeft, bewerkte stenen met een afbeelding die je niet (zoals in Europa ooit gebruikelijk was) op je ring draagt en in de lak duwt, maar die je over de klei van een kleitablet afrolde. Je droeg ze niet aan een vinger, maar aan een koordje. Er zijn er duizenden bekend. Ik heb weleens overwogen zo’n rolzegel te kopen; echt onbetaalbaar was het voorwerpje niet, maar voor mijn studentenbudget was het toch te veel.

Er kan van alles staan op zo’n rolzegel, zoals een leeuwenjacht (op het zegel van de Perzische koning Darius I de Grote) of een fabeldier of een offerscène. De rolzegel hierboven – links de eigenlijke rolzegel van serpentijn en rechts een moderne afdruk – toont een mythologische scène. Ze dateert uit de tijd van het Rijk van Akkad, dus zeg maar 2350-2150 v.Chr. Even oud als de Schat van Priamos.

Lees verder “Een rolzegel: de dageraad”

Gudea van Lagash

Gudea van Lagash (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik heb weleens geblogd over de klimaatcrisis die bekendstaat als het 4,2 ka BP event: een periode van droogte die in Egypte het einde van het Oude Rijk markeert en in Mesopotamië het einde van het Rijk van Akkad. In Irak was er een periode zonder centraal gezag, tot de Derde Dynastie van Ur het tweestromenland opnieuw verenigde. Uit die tussentijd kennen we één koning vrij goed: Gudea, heerser van de Sumerische stadstaat Lagash. Het is ietwat verwarrend dat de voornaamste nederzetting in zijn koninkrijkje de tempelstad Girsu was. Beide steden liggen in het oosten van Sumerië.

We moeten de regering van Gudea plaatsen tussen 2144 en 2124 v.Chr.noot Dit is volgens de bewezen correcte middenchronologie; de Engelse Wikipedia, die door wetenschappers die de discussie hebben verloren is gevandaliseerd, vermeldt ook de weerlegde korte chronologie. Het lijkt een bloeiperiode te zijn geweest. Er zijn in Lagash, Girsu en elders duizenden inscripties gevonden, waaronder de langst-bekende Sumerische tekst, een cilinder uit Girsu.

Lees verder “Gudea van Lagash”

Mari in Mariemont

De expositie over Mari in het het Mariemontmuseum in Morlanwelz

Ik blogde zojuist over de Bronstijdstad Mari, waaraan het Musée Royal de Mariemont in het Belgische Morlanwelz momenteel een mooie expositie wijdt: Mari en Syrie. Renaissance d’une cité au 3e millénaire. Nu duurt de geschiedenis van de stad een eeuw of twaalf, van 2900 tot 1751 v.Chr. (lage middenchronologie), dus men heeft gekozen voor de tweede helft. Dat is de tijd van de šakkanakku’s die ik in het vorige stukje noemde: eerst waren zij gouverneurs van het Rijk van Akkad, later herstelden ze de onafhankelijkheid, nog wat later (ten tijde van Ur III) heersten ze als onafhankelijke koningen en tot slot verloren ze hun onafhankelijkheid aan de Babyloniërs. Dat is nog altijd een periode van een half millennium.

Als ik het goed heb gezien, kwamen alle voorwerpen in het Mariemontmuseum uit het Louvre in Parijs. Het waren er eigenlijk niet eens zo gek veel. Sterker, enkele stukken die ik zou hebben verwacht, zoals de parelmoeren inlegreliëfs waarvan het Louvre nogal wat heeft, vallen op door afwezigheid. Mari en Syrie is zo’n tentoonstelling waar het gaat om enkele goedgekozen objecten die tekstueel (Frans, Nederlands, Engels) of met geluid worden uitgelegd. Van de stukken uit de andere musea, zoals de watergodin in het Archeologisch Museum in Aleppo, waren foto’s met uitleg. Ik kan me voorstellen dat dit niet naar ieders smaak is; sommige mensen zijn minder tekstueel dan visueel ingesteld.

Lees verder “Mari in Mariemont”

Bronstijdstad Mari

Bronzen leeuw uit de “temple du roi du pays”, Mari (Archeologisch museum Aleppo)

In 2008 probeerde ik in Mari te komen. De ruïnes van de Syrische Bronstijdstad lagen vanuit mijn hotel in Deir ez-Zor ruim honderd kilometer stroomafwaarts langs de Eufraat, op een steenworp van de grens met Irak. Twee uur rijden zou voldoende moeten zijn. We zijn er echter nooit aangekomen. De Amerikaanse luchtmacht gooide bommen in het grensgebied. Ik heb het dus moeten doen met voorwerpen uit de musea van Damascus, Deir ez-Zor, Aleppo, Berlijn en Parijs. Het leeuwtje hierboven zag ik in Aleppo, het leeuwtje hieronder staat meestal in het Louvre. En momenteel staat het in Morlanwelz, in het Musée Royal de Mariemont.

Voor de Nederlanders: dat is een van de mooiste musea van Europa, gelegen in een prachtig park, niet ver van La Louvière. Het is vreemd dat het zo onbekend is, want het heeft een degelijke collectie en er zijn prachtige tentoonstellingen, zoals die over Mithras waarover ik eerder blogde. De expositie over Mari – of Tell Hariri – doet niet onder voor eerdere tentoonstellingen.

Lees verder “Bronstijdstad Mari”

Rolzegel

Rolzegel met afdruk (Nationaal Museum van Irak, Bagdad)

Mesopotamische rolzegels zijn precies wat je denkt dat het zijn: een soort zegelringen, alleen wordt het zegel niet in het te verzegelen materiaal gedrukt maar erover gerold. Gemaakt van steen zijn de rolletjes een centimeter of vier hoog. Ze zijn ruim drie, een kleine vier millennia lang vervaardigd en elk oudheidkundige museum heeft er wel een paar. Er moeten er duizenden zijn en je kunt er voor 1000 euro al een kopen. De Nederlandse verzamelaar Joost Kist bezat er zeker vijfhonderd, waarover hij een boek publiceerde. Ik meen dat hij zijn collectie heeft nagelaten aan het Allard Pierson in Amsterdam.

De afbeeldingen illustreren van alles en nog wat. Als ik naar mijn foto’s kijk, zie ik dat de goden prominent figureren, zie ik allerlei mythische wezens, zie ik allerlei dieren, zie ik gevechtscènes, zie ik rivierschepen, zie ik spijkerschriftteksten, zie ik leeuwenjachten.

Lees verder “Rolzegel”

Het oosterse wereldrijk

Akkadisch overwinningsreliëf (Louvre, Parijs)

In mijn reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, vandaag de vraag: kan het niet simpeler met al die rijken uit de Brons- en IJzertijd? De Egyptische geschiedenis is vrij overzichtelijk verdeeld in drie “rijken”, wat tussentijden en nog een Late Periode, maar het Nabije Oosten is een vrij complexe afwisseling van Sumeriërs, Akkadiërs, Babyloniërs (oud-, midden-, nieuw-), Assyriërs (oud-, midden-, nieuw-), Elamieten, Meden, Achaimenidische Perzen, Seleukiden, Parthen en Sassanidische Perzen. En daarna dus de Kalifaten van Damascus en Bagdad. Nogal complex.

Het oosters wereldrijk

Bij inleidend onderwijs zeg ik altijd “het oosters wereldrijk” en dat lijkt me een toegestane vereenvoudiging, vergelijkbaar met de “vier vegen” om de geschiedenis van alle volken van Centraal-Azië samen te vatten. Het idee dat er één koning voor de hele wereld moest zijn, heeft eerbiedwaardig oude wortels; de stedelijke infrastructuur bleef eeuwenlang bestaan; literatuur en talen waren al even duurzaam. Het is niet verkeerd al die “rijken” op te vatten als dynastieën in hetzelfde grote koninkrijk. (Eigenlijk zijn het etnoklassen die toevallig niet aan de onderkant maar aan de bovenkant van de samenleving zitten; ik laat dit even wat het is.) Tot de enorme etnische veranderingen ten tijde van de Mongolenstorm was er nogal wat continuïteit.

Lees verder “Het oosterse wereldrijk”

Klimaatcrisis, 2200 v.Chr.

Hoe een klimaatcrisis eruit ziet: stofstorm in het noorden van Mesopotamië

In een eerder stukje in mijn reeks over het handboek oude geschiedenis dat ik, in een recente herdruk, aan het lezen ben, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, wees ik erop dat als het boek nu zou zijn opgezet, er geen gescheiden behandeling zou zijn geweest van Egypte in het derde millennium en Mesopotamië in het derde millennium. De Vroege Bronstijd, zoals we deze periode ook wel noemen, veronderstelde handel in tin en netwerken die zich uitstrekten over duizenden kilometers. Hoewel in de twee genoemde regio’s voor ons leesbare schriftsystemen zijn ontstaan die voor ons begrijpelijke talen documenteren, was het Nabije Oosten onderdeel van één groot, vroeg wereldsysteem.

Hypercoherentie

Een systeem dat hypercoherent was geworden. U herinnert zich die term uit de complexiteitstheorie nog van de kredietcrisis van 2008 of kunt haar kennen uit het fijne boek van Eric Cline over het einde van de Late Bronstijd, 1177 BC. Het komt erop neer dat als alles met elkaar vervlochten is, een ramp in één onderdeel onvermijdelijk gevolgen heeft voor de andere delen. Je zou willen dat een van de onderdelen ongeschonden overeind bleef, als een anker voor de andere, maar in een hypercoherent systeem ontbreekt dat. Dat was niet alleen de situatie aan het einde van de Late Bronstijd, maar ook in de tweeëntwintigste eeuw v.Chr.

Lees verder “Klimaatcrisis, 2200 v.Chr.”

Junk news

Ik probeer me voor te stellen wat er zou gebeuren als de NASA zou melden dat er methaan was aangetroffen in de atmosfeer van Mars. Of hoe uw reactie zou zijn als scheikundigen aankondigen dat ze element 112 hebben ontdekt. Of wat de media zouden berichten als biologen opperen dat ijsberen kleiner worden. Of wat u zou denken als u las dat je voortaan je persoonlijke DNA-profiel kunt laten maken.

Inderdaad, u zou het gevoel hebben dat u in het ootje wordt genomen, want dit zijn berichten van tien jaar geleden. Maar oudheidkundigen doen niet anders. Neem “Precise timing of abrupt increase in dust activity in the Middle East coincident with 4.2 ka social change”. Door onderzoek naar stalactieten in een grot in Iran kunnen onderzoekers nu met iets meer precisie dan voorheen vaststellen dat er tegen het einde van het derde millennium v.Chr. een klimaatcrisis was waarbij opvallend veel stof in de lucht hing.

Ja. Oele.

Lees verder “Junk news”