Aan het einde van de zevende eeuw v.Chr. bezong de Griekse dichteres Sapfo de bruiloft van Andromache en Hektor. In dit gedicht (fr.44) noemt ze enkele geurstoffen, waaronder wierook, die ze aanduidt met het arabisme libanos. Ze gebruikte het leenwoord, dat bijdroeg aan een sfeer van exotische luxe, zonder toelichting: haar publiek wist wat wierook was en daaruit kunnen we afleiden dat de geurstof in Griekenland niet zeldzaam meer was. Dat blijkt ook uit het feit dat vanaf de achtste eeuw steeds meer wierookbranders en -altaren in gebruik kwamen.
Je kunt natuurlijk zelf je eigen papyri maken, zoals hier gebeurt, maar je bespaart jezelf veel werk door op eBay wat oud materiaal te kopen. Bijkomend voordeel is dat je niet bent te ontmaskeren met een C14-datering.
Ik blogde onlangs over de Green Collection: een beruchte verzameling oudheden waarvan het vermoeden bestond dat die illegaal tot stand was gekomen. Dat leidde tot FBI-onderzoek en de eigenaren, de Amerikaanse familie Green, hebben inmiddels erkend de Mesopotamische vondsten te hebben aangekocht op de zwarte markt. Ik wees er in mijn stukje op dat de schikking alleen dáárop betrekking had en niet op het Egyptische deel van de collectie, terwijl juist daar het vermoeden sterk was dat er iets niet in de haak was. Van minimaal één papyrusfragment, een vijfde-eeuwse snipper met een deel van Paulus’ Brief aan de Galaten, is namelijk absoluut zeker [dode link] dat het aangeboden is geweest via eBay.
Daarbij komt nog dat van Mesopotamische kleitabletten door middel van een techniek die bekendstaat als thermoluminescentie in het lab kan worden vastgesteld dat ze echt zijn. Bij Egyptische papyri kan zoiets niet: zolang een vervalser schrijft op antiek papyrus, voor zijn inkt de antieke receptuur benut en geen scherpe schrijfinstrumenten gebruikt, duidt een koolstofdatering op voldoende ouderdom, ziet een spectrometer niets raars aan de inkt en zijn er met een elektronenmicroscoop geen krasjes waarneembaar. Wetenschappelijk hebben uitsluitend papyri met een erkende herkomst (“provenance”) waarde. Fraude in het Egyptische deel van de Green-collectie is dus ernstiger dan in het Iraakse deel. Dus waarom begon de FBI het onderzoek niet daar?
[Bij mijn mail zat onlangs de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich er echt in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit bij een collegereeks aanschuiven. Voor de Latijnse literatuur is er Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet. Nu heldendicht en leerdicht zijn behandeld, begin ik vandaag aan twee of drie stukjes over alle andere poëzie. Eerst Sapfo, aan wier gedichten ik lange tijd veel plezier heb beleefd.]
Poëzie – ik haat haar en ik houd van haar. “Waarom zo ingewikkeld?” zou u kunnen vragen, en dan moet ik u een uitleg geven waarin ik evenveel vertel over de poëzie als over mezelf. Als ik iets indrukwekkend vind, wil ik het namelijk kunnen delen, erover vertellen. Maar dan moet ik het gedicht samenvatten en juist dan doe ik haar tekort. Desondanks wil ik u toch voorstellen aan enkele klassieke dichters.
Sapfo
De eerste daarvan is de Griekse dichteres Sapfo, die rond 600 v.Chr. in de stad Mytilene op het eiland Lesbos een schooltje lijkt te hebben gehad waar jonge, ongehuwde aristocratische meisjes een soort opleiding kregen. Een deel van haar charme is dat we alleen fragmenten hebben, waardoor we slechts glimpen opvangen van wat ooit een prachtig kunstwerk moet zijn geweest. Het mysterie verhoogt de charme – ik blogde daar al eens over.
Zeg “Sapfo” en er volgt onzin. Sapfo en onzin horen bij elkaar als Jip & Janneke, Suske & Wiske, Peppi & Kokki, Bassie & Adriaan, Wizzy & Woppy, Samson & Gert. Het is niet anders.
Twee jaar geleden was het De Volkskrant die zich waagde aan de oud-Griekse dichteres en dus onzin publiceerde: namelijk dat enkele pas ontdekte Sapfo-fragmenten authentiek moesten zijn omdat de inkt met een spectrometer zou zijn gedateerd. Nu kunnen forensisch onderzoekers inderdaad inkt tot een dag of tachtig oud dateren, maar die methode kan niet worden toegepast op inkt van twee millennia oud. Wat De Volkskrant over spectrometrisch dateerbare inkt meldde, was klinkklare kletskoek.
Vandaag waagde het NRC Handelsblad zich aan Sapfo en dus publiceerde de krant onzin: de onlangs door twee Texaanse onderzoekers geopperde theorie dat fragment 168b astronomisch valt te dateren.
Ik blogde al over Sapfo. Vandaag doe ik dat nog eens, want dit was dus iets waar ik helemaal blij van werd, die aankondiging, eergisteren, dat twee gedichten waren ontdekt van de Griekse dichteres. U vindt vond de voorgenomen wetenschappelijke publicatie hier, u vindt de vertaling die de Nijmeegse classicus Vincent Hunink terstond maakte daar en u vindt hieronder mijn poging te tonen hoe leuk oudheidkundige puzzels zijn.
Eerst even iets over Sapfo. Ze is een van de weinige bij het grote publiek bekende antieke auteurs. Vrijwel iedereen heeft wel eens van haar gehoord: ons woord “lesbisch” is afgeleid van haar woonplaats. Haar gedichten zijn echter minder bekend en dat is ook logisch, want ze zijn merendeels verloren gegaan.
Groot nieuws? Er zouden twee gedichten van de Griekse dichteres Sapfo zijn ontdekt. Gedichten met een substantiële lengte zelfs. Zoiets is te mooi om waar te zijn, en als iets te mooi is om waar te zijn, is het doorgaans ook niet waar.
Hier is Hier was de PDF waarmee de vondst is aangekondigd. Als u wantrouwend bent, heeft u gelijk. Er zijn sterke overeenkomsten met de affaire rond het Evangelie van de vrouw van Jezus uit 2012, waarover ik later deze week opnieuw zal schrijven. Ook dit keer is de herkomst van het tekstfragment niet gegeven en moeten we maar geloven dat de anonieme verzamelaar bona fide is. Er lijkt geen koolstofdatering te zijn van het schrijfmateriaal en ik zie ook zo snel geen verwijzing naar de samenstelling van de inkt. In eerste instantie denk je: hoax. Na de affaire van 2012 zijn we bovendien gewaarschuwd dat de kwaliteit van de redacties van althans één wetenschappelijk tijdschrift onder de maat is.
We zaten in het café, we dronken bier en we hadden het over Sapfo. Een vriend die ik veel te weinig zie, flapte eruit dat hij Sapfo niet anders kende dan als “één grote lacune”.
Daar zit wat in. De Griekse dichteres leefde ruim zesentwintig eeuwen geleden en haar poëzie is niet altijd even populair geweest. Hoewel ze is geprezen door bijvoorbeeld Plato, die haar de “tiende muze” noemde, raakte ze uit de mode. Nu werden teksten destijds geschreven op papyrusrollen, die nogal slijtagegevoelig waren. Een tekst moest elke eeuw worden overgeschreven. Aangezien in de Romeinse tijd niemand het geld nog over had voor het kopiëren van haar onmodieuze gedichten, verdwenen ze. Wat we over hebben, zijn vooral fragmenten, die vaak heel erg kort zijn.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.