Hypatia van Alexandrië

Een hydrometer, zoals Hypatia die heeft laten vervaardigen, dobbert in het water. Als het een suikerhoudende vloeistof was geweest, zou het instrument wat hoger hebben gestaan.

Het is altijd wel een “dag van…” of “week van…”. Zo ook vandaag. 11 februari is door de Verenigde Naties aangewezen als de Internationale Dag van Vrouwen en Meisjes in de Wetenschap. Het leek me aardig daarom eens te schrijven over Hypatia van Alexandrië.

We weten vrijwel niets over haar. Zodat ze de zin van deze “dag van…” mooi illustreert. Vrouwen zijn immers nogal eens vergeten.

Van Hypatia’s wiskundige oeuvre is bijvoorbeeld weinig meer bekend dan dat het vooral heeft bestaan uit commentaren op eerdere auteurs. Er zijn onderzoekers die denken haar hand te kunnen herkennen in overgeleverde teksten, maar aangezien antieke commentaren doorgaans anoniem waren, weten we dat eigenlijk niet voldoende zeker. Hypatia is dan ook veel bekender om haar dood in 414 na Chr. Het gaat de auteurs van de bronnen daarbij echter niet om háár, maar om de schande dat de christelijke leider zijn kudde niet in de hand had gehad. Dus dat ging ook weer over een man.

Lees verder “Hypatia van Alexandrië” →

Griekse wiskunde

Griekse mathematische papyrus (Neues Museum, Berlijn)

Ik blogde afgelopen donderdag over het hellenisme en FrankB stelde de vraag waarom de hellenistische geleerden nauwelijks of geen vooruitgang boekten in de wis- en natuurkunde. Die vraag is weleens eerder gesteld geweest. Om precies te zijn een kleine eeuw geleden. Eerst was er de ontdekking geweest van de Archimedespalimpsest. Daarna waren kleitabletten gepubliceerd die toonden dat de Grieken schatplichtig waren aan de Babyloniërs. Allemaal nieuwe informatie, die leidde tot de constatering dat de creatieve periode van de Griekse wiskunde rond 300 v.Chr. voorbij was.

Dijksterhuis versus Spengler

Een van degenen die dit constateerde, was Oswald Spengler in zijn in 1918 verschenen Der Untergang des Abendlandes. Hij meende dat elke beschaving een ontwikkeling kende van groei, bloei en verval. Aangezien de Griekse wiskunde zijns inziens niet van buitenaf was beïnvloed, viel alleen maar te verwachten dat ze ooit aan creativiteit zou inboeten.

Lees verder “Griekse wiskunde” →

Books that made History

Stevin

Ik geef het u te doen: een expositie maken over vijfentwintig boeken die de wereld hebben veranderd. Sommige keuzes liggen voor de hand. Niemand zal de plek van de Bijbel betwisten of bezwaar hebben tegen Scaligers chronologische studies. Andere keuzes zijn discutabel, en zo hoort het ook. Van een selectie die niet een beetje schuurt, heeft de bezoeker niets opgestoken. Hetzelfde geldt voor boeken waar je nog nooit van had gehoord. Dus ja, leg het pleidooi voor een onverstoord sterven van Adrienne van Till er maar bij.

De expositie waar ik het over heb is deze week begonnen in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Het is in een oudheidkundig museum minder een vreemde eend in de bijt dan je zou denken, want zeker tot 1600 was de westerse cultuurgeschiedenis een dialoog met de Oudheid. In de geesteswetenschappen duurde die dialoog nog langer. Wie let op het Romeins Recht kan zelfs 1900 als einddatum nemen. Dus ja, zo’n expositie kan prima in het RMO.

Lees verder “Books that made History” →

Geliefd boek: Spinozaland

Er zijn boeken waarvan je een beetje treurig wordt dat je ze uit hebt. Je leest en herleest nog eens een aantal bladzijden, bepaalde passages, het begin. Laat het nog een poosje dicht in de buurt liggen. En dan is toch het moment gekomen dat het in de kast moet, anders worden de stapels wel heel hoog rondom tafel en bed.

Het gebeurt niet vaak, hoogstens één keer per jaar, hoogstens.  Maar het overkwam me met dit boek.

Maxime Rovere is een Frans filosoof met grote kennis van het denken van Spinoza. En dit boek is zijn eerste ‘roman’. Dit begrip staat nergens genoemd op kaft of titelblad. Maar Wiep van Bunge, hoogleraar geschiedenis van de filosofie, noemt het werk zo in zijn korte inleiding, en terecht in mijn ogen.

Lees verder “Geliefd boek: Spinozaland” →

Friedrich August Wolf en de Altertumswissenschaft

Friedrich August Wolf

Friedrich August Wolf hield zich niet alleen bezig met de Homerische kwestie, waarover ik zojuist blogde. Hij stichtte ook de oudheidkunde als wetenschappelijk vakgebied. De vraag: waarom zou je je bezighouden met de cultuur van de Oudheid? Wij kennen die vraag natuurlijk ook. In onze tijd sneerde Halbe Zijlstra dat hij niet wist wat hij moest met musea vol opgegraven potten en pannen. Anders dan de Nederlandse oudheidkundigen, die zwegen toen ze deze kans kregen zich uit te leggen, sprak Friedrich August Wolf wel. En hoe.

Wat was de waarde van de oudheidkunde? In de tijd van de Europese revoluties, de Napoleontische oorlogen en de eerste industrialisering, was het opheffen van universiteiten niet ongebruikelijk. De belangrijkste onderzoekers opereerden vaak op zichzelf. De oudheidkunde was kwetsbaar toen Wolf in 1807 er een essay aan wijdde. In zijn Darstellung der Altertumswissenschaft nach Begriff, Umfang, Zweck und Wert (1807) stelde hij voor wat de oudheidkunde moest zijn. De door hem gemaakte keuzes – waarvan sommige verstandig zijn gebleken en andere niet – zijn voor de oudheidkunde vaak nog actueel.

Lees verder “Friedrich August Wolf en de Altertumswissenschaft” →

Muurschilderingen

In Leiden is men al een tijdje bezig om op blinde muren schilderingen van natuurkundige formules aan te brengen: Snellius, Huygens, Lorentz, Einstein, Oort, Goudsmit, ze zijn er allemaal, Lorentz zelfs twee keer. Ik vind het een leuk initiatief en weet dat het mensen nieuwsgierig heeft gemaakt. Doel gehaald, project geslaagd. Elders in Leiden zijn op muren gedichten aangebracht. Dat is een even leuk initiatief, maar het pakte wat minder uit. Het bovenstaande Arabische gedicht van de Libanees Adonis is bijvoorbeeld weergegeven in het Engels, als om expats duidelijk te maken dat ze zich niet hoeven verrijken door Nederlands te leren. Wat een haat toch voor onze taal. Niemand mag dan weten waar het graf van Stevin is, de grote Leidse wetenschapper draait zich erin om.

Terug naar de wetenschapsfresco’s, zoals ik ze maar zal noemen: in Utrecht zag ik er ook twee, ter ere van Buys Ballot en Ornstein. Zie mijn vorige blogje. En ik vroeg me af: wat zou je, wetenschapsfrescogewijs, kunnen doen voor de oudheidkunde?

Lees verder “Muurschilderingen” →

Koolstofdatering: Het principe

Koolstofdatering uitgelegd (Universiteitsmuseum, Groningen)

In mijn reeks Methode op Maandag bleef, zolang die reeks bestaat, één thema onaangeroerd: koolstofdatering. De ontwikkeling van deze techniek is een van de belangrijkste doorbraken geweest in de oudheidkunde. Tot de jaren veertig waren vrijwel alle archeologische dateringen namelijk gebaseerd op aardewerk, waarvan de ouderdom op zijn beurt weer was gebaseerd op teksten, zoals de koningslijsten van Egypte en Mesopotamië of de lijst van Siciliaanse stadsstichtingen van Thoukydides. Dit was de methode van Montelius.

Koolstofdateringen veranderden dat. Voortaan konden archeologen zonder teksten vaststellen hoe oud iets was. En dat, lieve kijkbuiskinderen, veranderde de discipline zélf: van een vak dat afhankelijk was van de filologische vakgebieden emancipeerde het tot een zelfstandig vak. De discipline veranderde – net als de historische taalkunde – van een kunsthistorische geesteswetenschap in een harde science, wat overigens niet wil zeggen dat er geen enkele onzekerheid is. Integendeel. In elk geval: er was sprake van een échte wetenschappelijke innovatie en de ontdekker, Willard Libby, ontving de Nobelprijs. (Medeontdekker Hessel de Vries zou die ook hebben verdiend, maar was onder tragische omstandigheden overleden.)

Belangrijk dus, die koolstofmethode, en ze behoorde allang behandeld te zijn in Methode op Maandag. Het probleem is dat het principe weliswaar simpel is maar de praktijk niet. Daarom heb ik deze blog vandaag uitgeleend aan iemand die er meer van weet: mijn goede vriend Richard, wiens blog u behoort te volgen. Ik heb zijn tekst, die eerder hier is gepubliceerd, voor mijn eigen blog bewerkt. Ga er even voor zitten, want als u het naadje van de kous wil weten, gaat u een kleine 5000 woorden tegemoet.

Lees verder “Koolstofdatering: Het principe” →

Een geschiedenis van kennis

Er is veel goeds te vertellen over het nieuwe boek van Rens Bod, Een wereld vol patronen. Een geschiedenis van kennis. Dat ga ik nu doen.

Eerst drie dingen die Bod gewoon goed doet en die ik vermeld omdat ze niet langer vanzelf spreken. Eén: de humaniora zijn in de kern een pedagogisch programma, bedoeld om de mensen inzicht te geven in de wijze waarop ze denken. Helaas zijn de humaniora de afgelopen dertig, vijfendertig jaar verschraald tot geesteswetenschappen: de resultaten worden zelden gedeeld en zijn dus even overbodig als een onuitgevoerd muziekstuk. Het is goed dat Bod zijn inzichten wel deelt.

Twee: hij doet dat ook professioneel. Een academicus die een boek voor het grote publiek schrijft, heeft weliswaar goede bedoelingen maar doet dat vaak nogal gedachteloos. We zoeken onze informatie immers online. Een ander nadeel van het medium “boek” is dat het wetenschapscommunicatie zonder goede reden ondergeschikt maakt aan het verdienmodel van de boekenbranche, die geen werkelijk belang heeft bij goede informatie. Alleen als een academicus iets biedt dat niet al bestaat op het internet, legt hij met een boek nog eer in. Een wereld vol patronen is zo’n boek.

Lees verder “Een geschiedenis van kennis” →

Karl Marx per Whatsapp

Marx en Engels (standbeeld in Berlijn)

De ideeën van de negentiende eeuw zijn nog bij ons: de democratie bijvoorbeeld en de nationale staat zoals geschapen door de politici naar wie de straten zijn vernoemd in uw plaatselijke staatsliedenbuurt. Of de moderne wetenschap met helden als Maxwell, Mendel, Mendeleev alsmede Koch, Cantor en Curie. We groeien met de negentiende eeuw op, leven er nog in en denken dat het niet anders kan. Sommige ideeën hangen we op aan een persoon, zoals de evolutieleer van Charles Darwin, de psychoanalyse van Sigmund Freud en het complex aan ideeën van Karl Marx.

Socioloog, econoom, politicus

Karl Marx was enerzijds socioloog en econoom en anderzijds politicus. Als politicus is hij – of misschien beter: zijn erfgoed – voldoende omstreden om een eerlijke blik op zijn rol als wetenschapper lastig te maken. En let’s face it: hij had het nogal bij het verkeerde eind, want hij meende het einde van het kapitalisme te beschrijven terwijl hij in feite stond aan het begin.

Geen wonder dat schoolkinderen, als ze over Karl Marx moeten schrijven, nogal eens radeloos zijn (“naar mijn mening was die man helemaal niet zo slim”). Eén moeder vroeg me om haar zoon van veertien of vijftien, op wie ik erg ben gesteld, eens te helpen. En zo kwam het dat ik vorige week een treinreis heb benut om per Whatsapp een cursus marxisme te versturen. Kortom: hier zijn Marx en zijn historische context, gereduceerd tot vierendertig appjes.

Lees verder “Karl Marx per Whatsapp” →

Negeer die rare Nobelprijs nou eens

De Nobelprijs van Hendrik Lorentz (Teylers Museum, Haarlem)Het is de tijd van het jaar waarin de Nobelprijswinnaars bekend worden gemaakt. Maandag de geneeskunde, dinsdag de natuurkunde, vandaag de chemie. Die prijzen zijn altijd nieuws en dat is eigenlijk best problematisch, want de Nobelprijs is even representatief voor de wetenschap als Willem-Alexander voor de Nederlanders, een Rolls Royce voor auto’s, Donald Trump voor de Amerikanen, Moby Dick voor de walvissen en de Mount Everest voor bergen. Inderdaad, ik verwijs naar de Everest Fallacy: wat opvallend is, is per definitie uitzonderlijk en dus per definitie niet representatief.

De meeste stukjes over de Nobelprijzen gaan bovendien over een uitvinding of een inzicht van alweer een paar jaar geleden. Actualiteit hebben Nobelprijssstukjes dus ook al niet. Zie ik het goed, dan vormen ze het wetenschapsjournalistieke equivalent van inspirational literature: ze tonen mensen dat wetenschap mooi is.

Lees verder “Negeer die rare Nobelprijs nou eens” →