MoM & misverstand: Natuurgodsdiensten

Standbeeld uit Ain Ghazal, even ten noorden van Amman, ongeveer 6700 v.Chr. Tot de ontdekking van een beeld in Şanli Urfa gold dit als de oudste vrijstaande sculptuur ter wereld. Het mythologisch-religieuze karakter staat met zo’n dubbel lichaam niet ter discussie (Archeologisch Museum van Amman)

Natuurgodsdiensten zijn de oudste vorm van religie. Zegt men. Vóór de moderne wetenschap bestond verklaarde de primitieve mensheid namelijk alle natuurverschijnselen als goddelijk ingrijpen. En nog eerder, vóór de mens begreep dat er goden bestonden, zag de oermens overal vage en ambigue natuurkrachten. Althans, dat dachten antropologen en godsdiensthistorici aan het eind van de negentiende eeuw. Zij meenden ook dat de oermens de vruchtbaarheid van het land had geïdentificeerd met die van de vorst. Vandaar dat de Graalkoning in een verwoest land leefde zolang de wond in zijn lendenen niet was genezen.

Koningsmoord

In natuurgodsdiensten was het niet onlogisch ’s konings vruchtbaarheid zo geconcentreerd mogelijk in te zetten: als men elk jaar een andere heerser aanstelde, maximaliseerde men diens vermogen de natuur te doen uitlopen en de oogst overvloedig te laten zijn. Aan het einde van het jaar moest de koning dan dood. Vandaar dat in zoveel Griekse mythen en sagen de koning akelig aan zijn einde komt: Herakles verbrandde, Agamemnon bezweek aan bijlslagen, Pelias werd geslacht.

Lees verder “MoM & misverstand: Natuurgodsdiensten”

Prehistorisch Roemenië

Olltenita, godin die een pot draagt (Gurnelniţa-cultuur, 4600-3900 v.Chr.)

Le Grand Curtius – dit voor de Nederlandse lezers van deze blog – is het historische museum van de Waalse stad Luik. Afgelopen zomer ben ik er een kijkje wezen nemen en hoewel de archeologische collectie me, om de waarheid te zeggen, ietwat tegenviel, wist ik wel dat dit een plek was om nog eens terug te komen. Men probeert het publiek echt iets mee te geven, zoals wel blijkt uit de seriatie van bijlen waarover ik ooit eens heb geblogd. Gisteren was ik er opnieuw, voor de expositie “Racines, les civilisations du Bas-Danube”. Anders dan de titel suggereert, gaat het alleen om prehistorische voorwerpen uit Roemenië en niet uit Bulgarije, hoewel ook dat land toch aan de Beneden-Donau ligt.

De tentoonstelling bestaat uit twee delen. Op de bovenste verdieping liggen de vondsten uit het Neolithicum waarover ik het vandaag wil hebben, daaronder de vondsten uit de Brons- en IJzertijd. (Elke archeoloog zal glimlachen: het is namelijk niet zo gebruikelijk als voorwerpen uit de Bronstijd liggen onder die uit het Neolithicum.) Het betekent dat de afdeling boven wat ruimer van opzet is en de afdeling beneden wat krapper, maar de verdeling is logisch, aangezien de Vroege Bronstijd in Roemenië opvallend slecht is gedocumenteerd.

Lees verder “Prehistorisch Roemenië”

“Woestijnkunst” (bij gebrek aan betere naam)

Een herder met een struisvogel, een haan en een schaap (Wadi Imla)
Een herder met een struisvogel, een haan en een schaap (Wadi Imla)

Als het gaat om antiek materiaal, heb je vandalen en vandalen. Je hebt er die ruïnes plunderen om de vondsten te gelde te maken en je hebt er die verlost willen zijn van erfgoed dat hun niet bevalt. De eerste categorie zal het zichzelf niet al te moeilijk maken en richt zich op plekken waarvandaan de oudheden snel kunnen worden afgevoerd; de tweede groep ziet er geen been in naar moeilijk bereikbare plaatsen te gaan om de boel kort en klein te slaan. Het berichtje, alweer een jaar of wat geleden, dat in Libië mensen diep de woestijn in waren getrokken om daar prehistorische kunst kapot te gaan maken, behoort tot die tweede categorie. Het is pure haat.

Wilde fauna

Terwijl het juist zo boeiend is dat de Sahara ooit een savanne is geweest waar mensen de rotswanden versierden met reliëfs en schilderingen. Er is in het zuiden van Libië van alles te zien: jagers, dansers, krijgers en zelfs zwemmers. Oké, de beroemde “Cave of the Swimmers” is in Egypte maar u snapt mijn punt.

Het is des te fascinerender als we zien hoe oud de woestijnkunst is. Dit is geen primitieve imitatie van Griekse of Romeinse kunst, zoals kunsthistorici aanvankelijk dachten, maar is eeuwen ouder. Dat werd alleen pas duidelijk toen het prehistorische klimaat een beetje werd begrepen, toen was gebleken dat dit gebied ooit een savanne, ja zelfs bos was geweest en toen kon worden beredeneerd welke dieren op welk moment over de savanne zwierven.

Lees verder ““Woestijnkunst” (bij gebrek aan betere naam)”

Het ontstaan van Byblos

De bron van Byblos

Je hebt steden, je hebt steden en je hebt Byblos in Libanon, dat een van de oudste steden ter wereld is. Het is ook een van de mooiste opgravingen die ik ken, al vermoed ik dat de wijze waarop een en ander wordt gepresenteerd, anno vandaag de dag niet meer mogelijk is. Daarover eerst een woord.

Zoals u weet kennen opgravingen vaak diverse lagen en dat betekent normaliter dat je als archeoloog het publiek maar één laag kunt tonen. Als je Troje VI toont, kun je op die plek niet ook Troje II tonen, dat er immers onder verborgen ligt. De opgravers van Byblos hebben dit probleem opgelost door de gebouwen simpelweg over te plaatsen: het Romeinse odeon ligt nu apart in het noordwesten van de site, maar lag ooit bovenop de “tempel met de obelisken”, die op zijn beurt weer lag boven de “L-vormige tempel” en nu een eindje verder in het oosten is gelegd. Wat ooit verticaal boven elkaar lag, is dus nu horizontaal gescheiden geraakt. Dat is geen heel wetenschappelijke manier om een opgraving te conserveren, maar voor de bezoeker is het ideaal. Jammer genoeg zijn er zelden bezoekers: ik ben er vier of vijf keer geweest en heb er nooit meer dan vier of vijf andere bezoekers gezien. En dat terwijl er zo verschrikkelijk veel moois is te zien.

Lees verder “Het ontstaan van Byblos”

NWA: Migratie

Stèles als deze uit Nevsha, gevonden langs de wegen naar de koperaders, documenteren de westelijke migratie van de Proto-Italo-Kelten Nevsha (Archeologisch Museum van Varna)

De komende tijd presenteer ik hier op onregelmatige momenten een reeks over de vragen van de Nationale Wetenschapsagenda (hierna: NWA). Ik zeg erbij dat ik het over die vragen zal hebben, want de antwoorden ken ik niet. Het zijn niet zonder reden vragen aan de wetenschap. Ze gaan over de fronten van onze kennis, over datgene wat vooraf gaat aan de publieksstukjes die ik doorgaans schrijf. Ik kan er echter wel iets over vertellen.

Ik ben niet de enige die de vragenlijst langs gaat. Klaas Pieter Hart deed het met wiskunde (daar) en Marc van Oostendorp heeft inmiddels de vragen behandeld die over taalkunde gaan (hier).

Lees verder “NWA: Migratie”

Het ontstaan van Egypte

Romer_Egypt

Akkerbouw, koningschap, kunst, schrift: ze zijn allemaal ontstaan in de Late Prehistorie en de Vroege Oudheid. Wie een datering zoekt, zit met de periode tussen 5000 en 2500 v.Chr. ruwweg goed; wie een plaats wil weten, moet denken aan de brede zone van de Indusvallei door zuidelijk Iran en het Tweestromenland naar Syrië en Egypte. Doordat de diverse culturen onderling handel dreven, waren er voldoende contacten om de ontwikkelingen in dit gebied min of meer synchroon te laten verlopen. Zo ontstonden, ergens rond de overgang van het vierde naar het derde millennium, vrijwel tegelijk het spijkerschrift in Irak en het hiërogliefenschrift in Egypte.

Zonder zijn ogen te sluiten voor de interregionale verbanden, die hij zelfs opvallend vaak noemt, vertelt de Britse egyptoloog John Romer in het onlangs verschenen eerste deel van A History of Ancient Egypt hoe in het land langs de Nijl de samenleving van de eerste boeren langzaam maar zeker veranderde en een eigen karakter kreeg, hoe het koningschap ontstond, hoe de Egyptische staat werd gevormd en hoe een werkelijk monumentale architectuur ontstond. Het boek eindigt met de bouw van de piramide van koning Cheops, ergens rond 2550 v.Chr.

Lees verder “Het ontstaan van Egypte”

Culturele eerstes

gobekli_tepe_05_er
Göbekli Tepe

Wie in de achttiende eeuw zou hebben gevraagd waar de beschaving vandaan kwam, zou hebben kunnen rekenen op verbaasde reacties: uit Mesopotamië natuurlijk! De Bijbel was daarover immers duidelijk: de eerste hoofdstukken van de Bijbel spelen in de Hof van Eden, op de vlakte van Sinjar en in de stad Harran. Ook de steden Babylon en Ur, die wat zuidelijker liggen, worden vermeld. De vroegste mensen hadden gewoond in Mesopotamië en waren daar hun paradijselijke superioriteit kwijtgeraakt. Uitzwervend over de wereld waren ze gedegenereerd.

Je zou in de achttiende eeuw ook een ander antwoord hebben kunnen krijgen, dat een andere definitie van beschaving veronderstelt. Sinds de Renaissance was men van mening dat het vooral Rome was geweest waar de wereldgeschiedenis een sprong voorwaarts had gemaakt. Daar was getoond hoe je efficiënt moest besturen, mooie kunst kon maken, goed kon schrijven. In de tweede helft van de achttiende eeuw ontstond een derde theorie: toen kregen de Grieken de reputatie als eersten het stadium van primitiviteit te hebben verlaten en dat der beschaving te hebben bereikt. Griekenlands voortreffelijkheid werd vooral verkondigd door J.J. Winckelmann, en ook al was zijn verklaring stapelgek, dit idee bleef nog enige tijd in zwang. Het scheelde weinig of de Griekse originaliteit zou zijn vastgelegd in de preambule van de Europese Grondwet, en dat zou dan even absurd zijn geweest als de wet waarmee Indiana de waarde van pi wilde vastleggen.

Lees verder “Culturele eerstes”