Het Onze Vader (3)

Reliëf met iemand in gebed (Makthar)

Ik had vorige week een beginnetje gemaakt met het Onze Vader, een onderdeel van de Bergrede uit het Matteüsevangelie (6.9-15), ook bekend is uit het evangelie van Lukas (11.2-4) en de Didache 8. Ik heb erop gewezen dat er allerlei criteria zijn waaraan valt af te lezen dat het Aramese origineel mogelijk teruggaat op Jezus zelf. Het is in elk geval ouder dan de drie bronnen waarin de tekst is overgeleverd. Vandaag iets meer over de inhoud, die bestaat uit enkele simpele verzoeken:

  1. dat Gods koninkrijk komt,
  2. dat er dagelijks brood zal zijn,
  3. dat schulden worden vergeven,
  4. dat men niet beproefd zal worden.

Lees verder “Het Onze Vader (3)”

Erasmus en Luther

Erasmus (Nationaal Archief, Den Haag)

De tweede gekozen episode, nou ja een fase die jaren duurt, is de botsing tussen Erasmus en Luther. Een botsing die als ultieme consequentie had dat Erasmus’ geschriften, net als die van Luther trouwens, op de pauselijke index kwamen te staan. Waar ze pas in 1966 weer van afgehaald zijn.

Wetenschapper versus theoloog

Erasmus had dezelfde afkeer van  de verkeerde praktijken van de kerk (aflaten, obscene rijkdom, de ongerijmdheid van allerlei religieuze voorschriften, waaronder het priestercelibaat). Daar ging het conflict niet over. Het ging over Erasmus als wetenschapper en Luther als gelovige, of misschien moet ik zeggen als gelovige theoloog.

Voor Erasmus was de uitgave van het Nieuwe Testament in het (oorspronkelijke) Grieks (met daarnaast in een kolom een verbeterde Latijnse Vulgaat) gebaseerd op zoveel mogelijk bronnen, niet een geloofsdaad maar een wetenschappelijk daad. Voor Luther was de vertaling van de bijbel in het Duits een geloofsdaad. Hij gebruikte wel Erasmus’ Griekse uitgave maar waar hem Erasmus’ nauwkeurigheid niet zinde omdat dat niet strookte met zijn geloofsopvattingen, corrumpeerde hij gewoon de tekst, beter: hij ging weer terug op de oude Vulgaat-vertaling waarvan Erasmus nu vastgesteld had dat die niet deugde of voegde gewoon de geloofswaarheden van Augustinus in, in plaats van de oorspronkelijke Griekse tekst.

Lees verder “Erasmus en Luther”

Het Onze Vader (2)

Dagelijks brood (Ezinge)

In de Bergrede, zoals bekend door de auteur van het Matteüsevangelie samengesteld uit Q-materiaal en dus per definitie voorzien van een parallel in Lukas, is ook het Onze Vader opgenomen. Beide auteurs hebben een Aramees origineel, waarover ik al eens heb geschreven, vertaald in het Grieks.

Twee à drie versies

Er is bovendien een buitenbijbelse overlevering van dit gebed. Die is opgenomen in de Didache, een tekst die heeft gecirculeerd onder een groep volgelingen van Jezus die de Wet van Mozes bleven onderhouden. Ze worden wel aangeduid als joodse christenen. De Griekse versie in de Didache lijkt op die van Matteüs, maar daar waar ze ervan afwijkt, komt ze overeen met de Koptische versie. Dit kan het beste verklaard worden met de aanname dat de Didache en de Koptische versie teruggaan op hetzelfde origineel, dat niet Matteüs is. Het is allemaal niet 101% zeker, maar ik wil serieus overwegen dat we te maken hebben met een onafhankelijke, buiten-bijbelse overlevering. Ik zet ze hieronder naast elkaar: tweemaal de Nieuwe Bijbelvertaling en de Didache in de vertaling van Arjan de Kok.

Lees verder “Het Onze Vader (2)”

Jezus, Petrus, Domitianus en een vis

Op zondag blog ik meestal over het Nieuwe Testament, maar ik ben deze maand ook bezig met een reeks over keizer Domitianus. Het een sluit het ander niet uit. De twee zijn immers te combineren. Hier is Matteüs 17.24-27 in de Nieuwe Bijbelvertaling.

Toen ze in Kafarnaüm waren aangekomen, kwamen de inners van de tempelbelasting bij Petrus en vroegen: ‘Draagt uw meester de dubbeldrachme niet af?’ Hij antwoordde: ‘Zeker wel!’ Toen hij thuiskwam, was Jezus hem voor met de vraag: ‘Wat denk je, Simon: van wie innen de heersers op aarde tol of belasting? Van hun eigen kinderen of van anderen?’ Op zijn antwoord: ‘Van anderen,’ zei Jezus tegen hem: ‘Dan zijn de kinderen dus vrijgesteld. Maar laten we hen niet voor het hoofd stoten; ga naar het meer, werp een vishaak uit en pak de vis die je het eerst bovenhaalt. Als je zijn bek opent, zul je een vierdrachmenstuk vinden. Betaal hen daarmee voor ons allebei.’

Lees verder “Jezus, Petrus, Domitianus en een vis”

Geen plaats in de herberg

Het is bijna kerstmis. Het is zinvol in mijn reeks over het Nieuwe Testament een beroemde passage uit het Evangelie van Lukas te behandelen. De voorgeschiedenis – de volkstelling van Quirinius – veronderstel ik bekend. Jozef en zijn zwangere echtgenote Maria zijn aangekomen in Betlehem.

Geen plaats in de herberg

Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in doeken en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het gastenverblijf.

De laatste regel wordt vaak vertaald als “geen plaats in de herberg”. Dat heeft geleid tot het misverstand in het bovenstaande plaatje: dat een harteloze herbergier het echtpaar zou hebben geschoffeerd. Het is niet eens helemaal uit te sluiten. Betlehem lag in Juda, waar men de neus wat ophaalde voor de boerenkinkels uit Galilea.

Lees verder “Geen plaats in de herberg”

De Bergrede (13): Heb je vijanden lief

Christus als wetgever. Sarcofaag uit de catacombe van S. Sebastiano, Rome

De Bergrede, waarover ik al een enkele keren heb geblogd, bestaat uit pakweg vijf delen: de Zaligsprekingen, een reeks aanwijzingen, de oproep tot volmaaktheid, meer aanwijzingen (waaronder het Onze Vader), en een epiloog. De oproep tot volmaaktheid is dus ruwweg het midden van deze tekst. Matteüs 5.43-48 in de NBV21:

Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten.” Dit zeg ik daarover: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen; alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel. Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Is het een verdienste als je liefhebt wie jou liefheeft? Doen de tollenaars niet net zo? En als jullie alleen je broeders en zusters vriendelijk bejegenen, wat voor uitzonderlijks doe je dan? Doen de heidenen niet net zo? Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.

Lees verder “De Bergrede (13): Heb je vijanden lief”

Een militaire geschiedenis van Bar Kochba

Judea, zomer 132 n.Chr.: de Joden komen in opstand tegen de Romeinen. Gouverneur Tineius Rufus verliest zijn greep op de situatie en pas drie jaar later is Rome de situatie opnieuw meester. Deze opstand, het onderwerp van Bar Kokhba van de Amerikaanse krijgshistoricus Lindsay Powell, is minstens zo belangrijk als de eerdere opstand van 66-70 n.Chr., die echter veel bekender is omdat er meer bronnen over zijn.

Bar Kochba, zoals de opstandelingenleider zich noemde, betekent “sterrenkind”. Net als de Ster van Bethlehem verwijst deze nom de guerre naar Numeri 24.17, dat de opkomst van “een ster uit Israël” voorspelt. Die gold als symbool van de messias, de heerser uit het Huis van David die de zelfstandigheid van Israël zou herstellen en de heerschappij van minder legitieme vorsten zou beëindigen. De invloedrijke joodse leider Aqiba zag in Bar Kochba de vervulling van de voorspellingen.

Lees verder “Een militaire geschiedenis van Bar Kochba”

De Bergrede (12): De andere wang

Sint-Nikolaas in actie als ketterpletter: hij slaat op de linkerwang.

De Bergrede, dat is toch een verdraaid aardige tekst. Ik schreef er al elf keer over. Even samenvatten: de redevoering is door de auteur van het Matteüs-evangelie samengesteld uit uitspraken uit de bron Q. Verder is de tekst geschreven tegen een achtergrond van lokale vervolgingen, in de tijd waarin keizer Domitianus de verhouding tussen joden en christenen op scherp zette. De Bergrede begint met de Zaligsprekingen – overigens een prachtvoorbeeld van het attentum facere dat de klassieke redenaars adviseren – en gaat dan over op de behandeling van een reeks halachische kwesties die qua vorm doet denken aan 4QMMT.

De strekking is vaak een radicalisering: wees volmaakt zoals God volmaakt is, want jullie zijn het licht van de wereld en het zout der aarde. Voorbeelden van deze radicaliseringen zijn smaad en overspel. Dat dit niet het oordeel is van Matteüs maar van Jezus zelf, is alleszins goed denkbaar, want bijvoorbeeld het advies geen eden af te leggen is meervoudig geattesteerd.

Lees verder “De Bergrede (12): De andere wang”

Het bekken van Sint-Nikolaas

Reliekhouder uit Worms

Nog even over de resten die Sint-Nikolaas op aarde achterliet toen hij opsteeg naar de hemel – een verhaal waarover we het al eerder hebben gehad en dat we nu kunnen laten rusten, al is het nog zo mooi. We hebben het dus over Nikolaas’ gebeente.

Relikwieën over de hele wereld

Nog even herhalen: de ketterpletter is vermoedelijk in 342 of 343 begraven in een kerk aan de rand van de havenstad Myra. Die kerk is later herbouwd en in 1087 hebben mensen uit Bari daarvandaan de relieken meegenomen. Later gaven ze zo nu en dan botten mee aan bevriende steden. Het is dus mogelijk dat er een rib is terechtgekomen in de Egmondse Abdij, maar daarvoor zie ik, zoals ik gisteren schreef, zo snel geen aanknopingspunt in de bronnen van het latere graafschap Holland. Er zijn ook botfragmenten elders terechtgekomen, zoals in Venetië. De fragmenten in de Duitse keizerstad Worms zijn in de Tweede Wereldoorlog verloren gegaan. En een stukje van het bekken van Sint-Nikolaas zou zijn beland in Lyon.

Lees verder “Het bekken van Sint-Nikolaas”

Factcheck: de rib van Sint-Nikolaas

Ikoon van Nikolaas van Myra (Basiliek, Bari)

Het Sinterklaasjournaal besteedt er geen aandacht aan, maar er is nieuws over Sint-Nikolaas, goedheiligman, ketterpletter, bisschop van Myra alsmede beschermheilige van Amsterdam. Het nieuws: zondag zal een stukje van een van zijn ribben worden overgebracht naar de Amsterdamse Nikolaasbasiliek. Het botfragment is afkomstig uit de Abdij van Egmond.

Is dat botje echt?

Het is verre van mij daar de draak mee te steken. De verering van Sint-Nikolaas staat voor een waarde die minimaal overweging verdient: dat het goed is te geven aan mensen die niets terug kunnen geven. Daarom, zo lezen we in de Nieuwe Catechismus (vraag 25), geeft Sinterklaas aan kleine kinderen en is het een feest voor volwassenen. De vraag of het Egmondse botmateriaal werkelijk afkomstig is van de op 6 december 342 ontslapen bisschop, is niettemin een legitieme.

Lees verder “Factcheck: de rib van Sint-Nikolaas”