Veertig kerken

Kerk van de Drie-eenheid, Berat

Schreef ik in mijn vorige stukje dat er veertig kerken stonden op de citadel van Berat? Ja, dat schreef ik. Hierboven ziet u de grootste van die kerken, gewijd aan de Drie-eenheid. Welbeschouwd is de kerkenrijkdom van Berat echter wat vreemd. Weliswaar ligt er een compleet dorp binnen de muren van de citadel, maar veertig kerken is nogal veel om de spirituele behoeften te lenigen van zelfs het meest religieuze dorp. Er is dus iets anders aan de hand.

Het grappige is nu dat behalve Berat ook Butrint, Voskopoja en Peč (in Kosovo) een stuk of veertig kerken hebben. Begrijp ik het goed, dan is de grootste daarvan steeds gewijd aan de Drie-eenheid, volgen er achtendertig steeds kleinere kerken, en is de allerkleinste kerk gewijd aan Shen Mihili ofwel de aartsengel Michaël.

Lees verder “Veertig kerken”

Ikoon

Ikoon met de bron des levens

Berat mag dan het antieke Antipatreia zijn, de Oudheid is niet waarom je in deze mooie stad bent, al denk ik dat ik op de citadel wat hellenistisch muurwerk heb gezien. Die citadel, dát is waarom je hier komt, en het moet gezegd: die is buitengewoon de moeite waard. Er ligt daar een compleet dorp, hoog boven de witte huizen van de stad, met een stuk of veertig kerken (om twaalf uur vandaag meer over dit duizelingwekkende aantal), kasseienstraten, twee moskeeën, torens, een indrukwekkende toegangspoort en natuurlijk een brede en hoge muur. Er is trouwens ook een modern beeld van Constantijn de Grote omdat de Albanezen denken dat deze keizer in hun land is geboren.

Eén van de kerken is gewijd aan Maria Hemelvaart en in het eraan grenzende Onufri-museum fotografeerde ik deze icoon. U ziet Maria en de “bron des levens”, maar het gaat me om de achtergrond: twee moskeeën. Je kunt dat interpreteren alsof Gods liefde zich uitstrekt naar niet-christenen. Ik vermoed dat dat ook is wat de onbekende kunstenaar uit de achttiende eeuw heeft willen zeggen: wij Albanezen horen bij elkaar. Zie ik het (vanuit mijn toeristische ivoren toren) goed, dan spelen er in elk geval momenteel weinig religieuze spanningen. Na de Culturele Revolutie van Hoxha, die in de jaren zestig alle uitingen van religiositeit verbood, is dat misschien ook niet zo vreemd: moslim of christen, ze delen allemaal dezelfde nare ervaringen en hebben allemaal op gelijke wijze hun religie aan de nieuwe tijd aangepast.

Lees verder “Ikoon”

Transparantie

Zo ben je evangelist, zo ben je de inzet van wetenschapsfraude. Arme Marcus.

Ik zit op een hotelkamer in Vlorë, ben te vroeg wakker en lees dit. Het komt erop neer dat het eerste-eeuwse fragment van het Evangelie van Marcus dat een tijd geleden is opgedoken, nu wordt uitgegeven. Dat is op zich aardig nieuws, maar er lijkt een bommetje te zijn verborgen. Ik schrijf “lijkt” want ik kan het hier, op een hotelkamer dus, niet zo snel controleren.

Waarom is dat bijzonder? Omdat het papyrusfragment waar het om gaat, ooit met veel bombarie uit een kartonnage is gehaald. Een kartonnage is het papier-maché-deel van een mummie; de methode om zo portretten aan te brengen, kwam aan het begin van de jaartelling ten einde. Degenen die de kartonnage destijds “disassembleerden” toonden het op film en vertelden dat het geen probleem was omdat ze het voorwerp hadden gekocht. Het probleem is nu dat een Marcus-fragment nooit voor het jaar 70 n.Chr. (de datering van dat evangelie) kan zijn geschreven. Een eerste-eeuws Marcusfragment is dus niet alleen verschrikkelijk oud (en reden tot vreugde voor evangelische christenen) maar vormt tevens bewijs dat de gewoonte mummies te voorzien van kartonnages langer heeft bestaan dan we wisten. De evangelische christenen hadden onvervangbare egyptologische data vernietigd.

Lees verder “Transparantie”

Sinterklaas op school

De H. Nikolaas op school. Muurschildering in het Kykkos-klooster, Cyprus.

Het is vandaag een van de feestdagen van de heilige Nikolaas: op 9 mei (Juliaanse kalender) herdenken de orthodoxe kerken hoe het gebeente van de bisschop van Myra werd overgebracht naar Bari. Daar valt weinig over te vertellen – ik heb het althans al eens gedaan – dus ik behandel liever een gebeurtenis uit het begin van het aardse bestaan van de heilige: zijn bezoek aan de school in zijn geboortestad Patara.

De bovenstaande muurschildering fotografeerde ik vorig jaar in het Kykkos-klooster in Cyprus. Links Nikolaas met op zijn schrijfplankje de letters alfa tot en met nu. Dit in tegenstelling tot de kinderen rechts, die pas tot en met de iota en de mu zijn gekomen. Ik vind de afbeelding even charmant als ’ie lelijk is, maar ondertussen plaatst deze fresco ons voor een dijk van een theologisch probleem. Lees even mee in de catechismus.

Lees verder “Sinterklaas op school”

MoM | De Oudheid en de sociale wetenschappen

Reliëf van elf goden, een heros en keizer Theodosius uit Efese (Archeologisch Museum, Selçuk)

Een punt dat in Het visioen van Constantijn enige keren aan de orde komt, is het bestaan van niet-exclusivistische christenen als keizer Severus Alexander, generaal Bacurius en de aristocraat Synesios, die Christus vereerden als een van de vele goden. In onze bronnen wordt veelal wat neergekeken op deze demi-chrétiens (om de Franse term te gebruiken): dit is geen echt christendom, vinden de auteurs van die bronnen, die zichzelf natuurlijk wél beschouwden als recht in de leer.

Het is echter denkbaar dat die niet-exclusivisten lange tijd de meerderheid vormden, dat de mogelijkheid Christus toe te voegen aan de verzameling door jou vereerde goden er altijd was en dat degenen die onze bronnen schreven niet-representatief waren. We hebben domweg de statistieken niet om er veel zinnigs over te zeggen. Wat mijns inziens wel zeker is, is dat de vervolgingen door Decius en Valerianus zich richtten op de exclusivisten, op degenen dus die meenden dat Christus exclusief diende te worden vereerd. Voor de demi-chrétiens was de eis een offer te brengen aan andere goden immers geen probleem. Het was wat je als Romein nu eenmaal behoorde te doen op de feestdagen van je stad.

Lees verder “MoM | De Oudheid en de sociale wetenschappen”

Boekpresentatie

Vanmiddag wordt in het Rijksmuseum van Oudheden Het visioen van Constantijn gepresenteerd. U bent natuurlijk de hele dag welkom in het dit jaar twee eeuwen jonge museum, maar als u de heren hierboven de ingang aan het Rapenburg ziet bewaken, weet u zeker dat u op ruwweg het juiste moment binnen komt lopen. Dat is een andere manier om te zeggen dat de inloop begint rond een uur of drie.

Voor wie het nog niet weet: Het visioen van Constantijn gaat over een gebeurtenis die de wereld heeft veranderd. Vóór de regering van keizer Constantijn werden christenen vervolgd en gedood. Tijdens zijn regering – maar niet dankzij hem – kwam aan die vervolging een einde. Sterker, hij begon de kerk te begunstigen. Volgens een legende deed Constantijn dat na een visioen en een militaire zege, maar het wonderlijke is dat dat visioen een heidens karakter had en dat noch de teksten over die overwinning noch het beeldmateriaal veel christelijks bevatten.

Lees verder “Boekpresentatie”

Zelfinterview

Als het goed is, ligt vanaf vandaag Het visioen van Constantijn in de winkel, een boek waarin classicus Vincent Hunink en ik een bekende oudheidkundige puzzel presenteren: hoe kon een heidens visioen veranderen in een christelijke legende? Een volledig antwoord is er niet maar we gebruiken de puzzel om en passant te wijzen op de problemen waar een oudheidkundige mee wordt geconfronteerd. In een kort vraaggesprek interviewen we elkaar.

Jona: Je had zin in het vertalen van de Lofrede van 310, de tekst waarin het heidense visioen wordt gepresenteerd, omdat dit het hoge stijlregister betrof en laatantieke welsprekendheid. Wat is daar zo speciaal aan?

Vincent: Het is een genre dat wij eigenlijk niet meer kennen. Ook wie tegenwoordig een speech houdt tegenover de koning of minister-president zal zich uitdrukken in min of meer “gewoon” Nederlands. Maar in deze antieke speeches gaan echt alle remmen los. De redenaar pakt breed uit en hanteert alle talige middelen die hij kent om zijn lofzang te zingen. Of juist om onwelkome details te verdoezelen. Ik vond het spannend om te kijken of ik die talige “grandeur” enigszins in taal van nú kon uitdrukken, zonder te belanden in de valkuil van oubollig Nederlands. Of dat gelukt is mag de lezer beoordelen.

Lees verder “Zelfinterview”