De Everest Fallacy (opnieuw)

Op de achtergrond de westelijke uitlopers van de Himalaya.

1.

Bijna zes jaar geleden schreef ik:

Als ik bergen zou onderzoeken, zou de Mount Everest mij meteen opvallen, omdat het nu eenmaal de hoogste top ter wereld is. Maar zou ik al mijn kennis op deze berg baseren, dan gaat het mis: de Mount Everest is bijvoorbeeld grotendeels bedekt met sneeuw, en de meeste andere bergen zijn dat niet.

Het verschijnsel dat we het opvallendste ook belangrijk vinden, staat bekend als de “Everest Fallacy”. Deze neiging is vooral relevant voor de media, want nieuws is per definitie opvallend, extreem en dus niet-representatief. Een bomaanslag is extreem en daarom nieuws, maar is niet typerend voor wat er feitelijk gebeurt in een stad. Ik heb nooit de illusie gehad dat we ooit zonder de Everest Fallacy zouden leven. We zullen ons wereldbeeld altijd baseren op te extreme observaties.

2.

In het stukje waar ik zojuist naar linkte, gaf ik ook enkele voorbeelden van de Everest Fallacy. Voorbeelden die zes jaar geleden actueel waren. En over een daarvan wil ik het vandaag hebben.

Lees verder “De Everest Fallacy (opnieuw)”

Damasus

Kopie van een van de inscripties van Damasus (Romeinse Katakomben, Valkenburg)

In september 366 overleed Liberius, de bisschop van Rome. Het was het einde van een tumultueus bewind dat in het teken had gestaan van een conflict met keizer Constantius II, die volgens onze bronnen een aanhanger was van een christelijke opvatting die bekendstaat als arianisme. Liberius had het opgenomen voor een tegenstander van het keizerlijke standpunt, bisschop Athanasius van Alexandrië, en was daarom door de keizer verbannen en vervangen door Felix II. De Romeinse geestelijkheid had daarop de terugkeer van Liberius geëist, de keizer had ermee ingestemd en geopperd dat de twee bisschoppen samen zouden regeren – Rome was ooit groot gemaakt door twee collegiaal regerende consuls, zal hij hebben gedacht – maar de Romeinse menigte had Felix al vrij snel verjaagd.

De man die in deze onoverzichtelijke situatie de kerkelijke bezittingen had beheerd, was de aartsdiaken Damasus. Hij moet het goed hebben gedaan want toen Liberius overleed, was hij de gedoodverfde nieuwe bisschop en kon hij rekenen op de steun van degenen die daarvoor bisschop Felix hadden gesteund. De aanhangers van bisschop Liberius vertrouwden daarentegen op een andere aartsdiaken, Ursinus. Om de chaos compleet te maken, bespraken de twee partijen de opvolging op twee plaatsen en kozen ze beide mannen tot bisschop. Een niet-christelijke historicus, Ammianus Marcellinus, vertelt:

Lees verder “Damasus”

Herlevingswonderen

O.L.V. Sterre der Zee, Maastricht

Eén van de wetenschapsjournalisten met wie ik vrijdag in Maastricht werd rondgeleid, was Herman Clerinx, wiens boek Een paleis voor de doden ik een maand of twee geleden heb gelezen. Het was een leuk toeval kennis met hem te kunnen maken, zo kort nadat ik zijn boek had besproken in het NRC Handelsblad. Hij vertelde me dat hij nu bezig was met een boek over de Kelten en attendeerde me op een andere publicatie van zijn hand, een artikel over “herlevingswonderen”.

Daar had ik nog nooit van gehoord, maar het gaat om een intens-menselijk stukje van de rooms-katholieke traditie. In de voorindustriële tijd, toen gezonde voeding en goede hygiëne niet vanzelfsprekend waren, was de zuigelingensterfte immens – ik zal er binnenkort over bloggen – en werden ook veel kinderen dood geboren. Was dat al verschrikkelijk voor de ouders, het werd nog erger doordat de kerk verbood ongedoopte kinderen te begraven in gewijde aarde. De baby werd dan bijgezet te midden van moordenaars en andere mensen die hun plaats in het Koninkrijk hadden verspeeld. Niet bepaald troostrijk.

Lees verder “Herlevingswonderen”

Catacomben in Valkenburg

Het verhaal van de profeet Jona: rechts in zee geworpen, middenin verzwolgen door een zeemonster, links wachtend op de vernietiging van Nineveh. Het inmiddels kleurloze origineel is in de (laat-tweede-eeuwse) Callixtus-catacomben in Rome en dit is de Valkenburgse kopie.

Al bijna drie jaar ligt op de stapel “boeken waarmee ik toch ’s iets moet doen” De Romeinse Katakomben in Valkenburg van Paul Post. Het gaat over een leuk monument in Zuid-Limburg, waar de ondergrondse begraafplaatsen uit het antieke Rome aan het begin van de vorige eeuw in mergel zijn nagebouwd. Je zou de Romeinse Katakomben, zoals Post aangeeft, zowel kunnen beschouwen “als een uit de hand gelopen hobby of misschien wel gril van een vrijgezel-gentleman”, namelijk Jan Diepen, maar ook als “een cultureel project”, niet onvergelijkbaar met de ongeveer even oude Heilig Land-Stichting. Beide dienden om het religieuze aspect van de oude wereld te tonen aan mensen die de reis naar het Middellandse Zee-gebied niet konden betalen.

Uiteraard bouwde Diepen, afkomstig uit een katholieke familie die rijk was geworden in de Tilburgse textielindustrie, de gekopieerde catacomben niet alleen. Hij liet zich bijstaan door een adviescommissie en bracht het project onder in een stichting met een gedegen bestuur. “Het katakombeninitiatief”, schrijft Post, “kan niet beschouwd worden als een naïef filantropisch project.” De stichting werkte bijvoorbeeld samen met de bekende bouwkundige Pierre Cuypers en met generaal Frederic Hoefer, die het Arnhemse Openluchtmuseum heeft helpen oprichten.

Lees verder “Catacomben in Valkenburg”

Adalbert

Het altaar waarin de resten van Adalbert liggen

Een tijdje geleden belandde ik, enigszins ongepland, in de Egmondse Abdij. Ik wist dat het historische klooster, waar de graven van Holland ooit hun kanselarij hadden, niet langer bestond en had daarom nooit eerder een reden gezien erheen te gaan. Nu zal ik niet zeggen dat ik daarmee een onherstelbaar cultureel misdrijf heb gepleegd, maar ik had er beter wél eens een kijkje kunnen nemen. Het is een mooie, rustige plaats. De plek waar ooit de kloosterkerk heeft gestaan is aangegeven en in de buurt ligt in een moderne kerk Adalbert, de missionaris die hier ooit het christendom zou zijn komen uitleggen, opnieuw begraven.

Toen hij hier rond 700 aankwam, waren hier wat Friese boerennederzettingen. Missionarissen als Wigbert en Willibrord hadden geprobeerd het gebied te kerstenen, maar hadden weinig bereikt, hoewel de lokale heerser Radboud behulpzaam was geweest. Er kwam pas schot in de zaak toen deze koning in 719 was overleden en de Frankische leider Karel Martel zich van alle gebied ten westen van het Vlie meester had gemaakt. Rond 730 waren er kerken in Velsen, Heiloo en Petten. En ergens daartussen leefde dus Adalbert.

Lees verder “Adalbert”

En het Woord was…

De Drie-eenheid op een zeventiende-eeuwse muurschildering uit Arbanasi (Bulgarije)

[Onlangs gaf ik hier ruimte aan Alexander Smarius, die schreef over de nieuwe Bijbelvertaling van de Jehovah’s Getuigen. Elke vertaling is keuzes maken en sommige daarvan vertellen nogal wat over de vertaler zelf. Zo is er de kwestie van de openingszin van het Johannesevangelie, die Smarius hieronder toelicht, want Jehovah’s Getuigen maken daar een significant andere keuze dan andere christenen. Ik kom er later vandaag ook nog op terug in “Methode op Maandag”.]

In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.

In de meeste Nederlandstalige Bijbels is dat de openingszin van het Evangelie van Johannes (Johannes 1:1). Verderop in de tekst wordt duidelijk dat met “het Woord” de Zoon van God wordt bedoeld, Christus. Minder duidelijk is hoe de lezer moet begrijpen dat degene die “bij God” was zelf ook “God” was. Volgens de gangbare Bijbelverklaring zijn de Vader en de Zoon samen één God, zoals twee lucifers één vlam kunnen delen.

Lees verder “En het Woord was…”

De jonge islam

De aqedah (Byzantijns reliefje uit het Nationaal Museum in Beiroet)

Onlangs verzorgde ik een lezing waarbij het ontstaan van de islam ter sprake kwam. Over dat onderwerp is – door gelovige moslims, door islamofoben en door historici – voldoende gezegd dat niet herhaald behoeft te worden, maar ik wil wel wijzen op een punt dat ik belangrijk vind: er gingen ideeën aan de islam vooraf. Nu is dat natuurlijk het intrappen van een wagenwijd openstaande deur: nieuwe ideeën ontstaan doorgaans in wisselwerking met andere. Als het niet zou zijn, zouden we immers niet begrijpen wat er nieuw aan was. Maar het blijft interessant te kijken waartegen Mohammed zich afzette, welke ideeën de zijne voortbrachten, waartegen hij polemiseerde en wat de in de vroege islam gemaakte keuzes zeggen over de eerste gelovigen. Daar ligt, zoals ik zie, momenteel een van de fronten van de geschiedwetenschap.

In de eerste plaats: in het laat-Romeinse Rijk won het christendom aan populariteit. Eerst stonden de keizers Licinius en Constantijn het geloof toe, daarna waren er keizers die het als persoonlijke voorkeur hadden, vervolgens kwam een einde aan de overheidssubsidie van de heidense culten en tot slot zag keizer Theodosius erop toe dat de christenen één centrale leer hadden, vastgelegd in de geloofsbelijdenis die op het Concilie van Constantinopel in 381 werd bevestigd.

Lees verder “De jonge islam”