Twee duiven

Koghb, relief met twee duiven en Maria (Nationaal Museum van Armenië, Yerevan)
Koghb, relief met twee duiven en Maria (Nationaal Museum van Armenië, Yerevan)

Dit wonderlijke reliëf komt uit Koghb in het uiterste noorden van Armenië. Het ligt dichter bij de Georgische hoofdstad Tblisi dan bij Yerevan. Onderaan ziet u Maria met het Christuskind; het haar van de moeder is zó afgebeeld dat het lijkt op een aureool. Christelijke kunst is in Armenië onvermijdelijk – het stikt hier van de middeleeuwse kerkjes – maar dit reliëf is ongebruikelijk.

Het aardige is dat van boven twee duiven neerkomen die een kroon aanbieden. Dat is op zich geen ongebruikelijke afbeelding: meestal stelt een neerdalende duif de Heilige Geest voor. Maar daarvan zijn er geen twee. En trouwens, de Heilige Geest brengt doorgaans geen kronen.

Lees verder “Twee duiven”

Sint-Joris en de draak (2)

Gevelsteen van Sint-Joris (Vlasmarkt, Middelburg)

De gevelsteen van Sint-Joris hierboven zult u vinden op een steenworp (letterlijk) van de beroemdste monumentale trap uit de Nederlandse literatuur (ook letterlijk) en het is natuurlijk geen toeval dat in de hoofdstad van Zeeland de draak hier blauw is en golf als water.  Het paard lijkt overigens meer op een stier die ten aanval gaat, maar dat terzijde.

U vond het begin van de legende van Sint-Joris hier en u leest hieronder hoe het afloopt.

Lees verder “Sint-Joris en de draak (2)”

Sint-Joris en de draak (1)

Draak te Beesel (Rik van Rijswick)

De draak hierboven, gemaakt door Rik van Rijswick, fotografeerde ik afgelopen zomer bij Beesel, dat u misschien kent van het draaksteken. Het is wel een tof beestje voor deze mooie zomerdag, want het is vandaag Sint-Joris. Maar wie was dat eigenlijk?

De Gulden Legende, de grote collectie heiligenlevens die Jacob van Voragine in 1260 publiceerde, noemt verschillende verhalen over de marteldood van christenen die Georgius hebben geheten, en ik sluit allerminst uit dat ze allemaal waar zijn omdat de naam destijds net zo gangbaar was als ons “meneer De Boer”. Het beroemdste verhaal is natuurlijk dat van zijn optreden als drakendoder, dat een variant is op het verhaal van de Griekse held Perseus. De christelijke legende is later weer door moslims opgepikt: zij noemen Perseus/Georgius Khidr, “de groene man”. In Jounieh bij Beiroet worden Khidr en Georgius samen vereerd; Khidrs graf is me ooit aangewezen in de citadel van Aleppo; en hij verschijnt aan u als u in Isfahan veertig dagen lang elke avond de stoep goed schrobt zonder u daarop te laten voorstaan.

Kortom, een volksverhaal waarvan er dertien in een dozijn gaan, maar omdat ik de legende eigenlijk eens wilde lezen, heb ik die maar eens opgezocht. Hieronder dus de tekst van een gedeelte uit de Gulden Legende, vertaald door Vincent Hunink. Maar eerst nog even dit: komt u vanavond naar Oog op de Oudheid in Leiden?

Lees verder “Sint-Joris en de draak (1)”

De paasdatum in het jaar 30 (2)

Bij gebrek aan paas-ikoon geef ik u een ikoon die goede vrijdag voorstelt. Heilig Kruis-klooster, Omodos.
Bij gebrek aan paas-ikoon geef ik u een ikoon die goede vrijdag voorstelt. Heilig Kruis-klooster, Omodos.

Zoals ik al beschreef, kampen we met elkaar tegensprekende bronnen. Zoals altijd in de oudheidkunde. Dat is de gewoonste zaak ter wereld. We kennen ook twee elkaar uitsluitende verhalen over de Atheense tyrannendoders, we weten de namen van diverse verraders die de Perzen de weg om Thermopylai zouden hebben gewezen, we bezitten vier of vijf beschrijvingen van het visioen van Constantijn (al tijdens zijn leven), we beschikken over elkaar tegensprekende beschrijvingen van de slag bij Kadesj, we kennen uit de Griekse literatuur twee sterfdata voor Alexander de Grote (die allebei onjuist bleken) en zo voort en zo verder. Zoals bijna altijd is een beredeneerde hypothese in de oudheidkunde het hoogst haalbare.

In dit geval zijn er vooral praktische bezwaren tegen het verhaal van Marcus. Het is bijvoorbeeld niet bijster aannemelijk, denken we te weten, dat de Joodse leiders iemand konden arresteren, getuigen tegen hem konden oproepen, een verhoor konden organiseren en de gearresteerde konden uitleveren in de nacht waarop iedereen Pesach vierde. En denk eens aan die wonderlijke episode dat Pilatus de gewoonte heeft een gevangene vrij te laten en dat het volk kiest voor Barabbas. Als zo’n gebruik heeft bestaan – er is discussie over – had het uitsluitend zin zo’n kerel vrij te laten om hem in staat te stellen het paasmaal te gebruiken. Dat pleit toch echt meer voor Johannes dan voor Marcus.

Lees verder “De paasdatum in het jaar 30 (2)”

Byzantijnse krabbel (14): Een onbegrepen wereldrijk

Athene, Tempel van Zeus
Athene, Tempel van Zeus

Vandaag rond ik mijn reeks stukjes over het oude Byzantium af met een lief verhaaltje over de bovenstaande gravure, gemaakt door de Beierse schilder Johann Michael Wittmer, die in 1833 Athene bezocht, één jaar nadat de Beierse prins Otto de eerste koning was geworden van het onafhankelijke Griekenland. U herkent links de Akropolis met het Parthenon, in het centrum de Boog van Hadrianus en in de voorgrond de Tempel van Zeus.

Wellicht ziet u wat er mis is: op de dwarsbalk boven de enorme zuilen staat een rare structuur die daar onmogelijk kan behoren. Het past eenvoudigweg niet in een Griekse tempel en bij een latere restauratie is dit uitstulpsel, de hut van een pilaarheilige à la Simeon de Styliet, verwijderd. Aan het begin van de twintigste eeuw waren er in Athene nog oude mensen die zich uit hun jeugd de pilaarheilige herinnerden.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (14): Een onbegrepen wereldrijk”

Het evangelie van Marcus

De leeuw: het symbool van de evangelist Marcus én het wapen van Venetië. Gevelsteentje in Amsterdam (Stromarkt 7).

De “Markus-Passion”, zo kopte het Handelsblad zaterdag, “blijft iets voor fijnproevers”. Ik neem voetstoots aan dat de beoordeling van Bachs gedeeltelijk verloren gegane oratorium correct is. Maar het slot is raar.

Het stuk zelf mist het meeslepende drama van zijn grote broers Matthäus en Johannes. De koren en aria’s blijven nogal liturgisch en afstandelijk. Nergens kruipt het verhaal echt onder de huid. De Markus-Passion zal – zal zoals het evangelie zelf – wel iets voor fijnproevers blijven.

Wat kan muziekrecensent Joost Galema bedoelen met zijn bewering dat het evangelie van Marcus iets voor fijnproevers is? Ik schrijf dit zonder ironie of sarcasme, ik snap het gewoon werkelijk niet. Het Marcus-evangelie is namelijk een van de toegankelijkste teksten uit de oude wereld.

Lees verder “Het evangelie van Marcus”

Kort Libanees (4)

Kerk van Sint-Nikolaas, Sidon

Waar ik ook ga, ik zal nooit een kerk overslaan die is gewijd aan Sint-Nikolaas. Mits die geopend is natuurlijk en helaas heb ik in Sidon al enkele keren gestaan voor de gesloten deur van de kerk van bovengenoemde heilige. Vandaag was de kerk echter toegankelijk.

Als ik het goed begrijp, is het gebouw eigendom van een groep gelovigen die vroeger “melkitisch” werd genoemd, een naam die zoiets wil zeggen als “keizerschristenen”. Het gaat om christenen uit Syrië die de besluiten onderschreven van het door keizer Marcianus belegde Concilie van Chalkedon (451) en die later de Arabische taal accepteerden. Je kunt ze ook omschrijven, denk ik, als Grieks-orthodoxen die toevallig geen Grieks gebruikten. Hun leider is de Grieks-orthodoxe patriarch van Antiochië.

Lees verder “Kort Libanees (4)”