Onbegrijpelijk glas

cenchreai_glass_mosaic_mus_isthmia4
Glasmozaïek uit Kenchreai (museum van Isthmia)

In het museum van Isthmia fotografeerde ik het bovenstaande mozaïek, dat is opgegraven in Kenchreai, de noordelijke haven van Korinthe. Het leuke is dat het volledig is gemaakt van glas. Mozaïeken van steentjes waren in Griekenland bekend sinds de vijfde eeuw v.Chr., glas was al eeuwen bekend, en mozaïekleggers gebruikten al stukjes gekleurd glas om kleuren te krijgen die ze niet konden krijgen door steentjes te leggen, zoals purper en turquoise. Dat je ook grote stukken glas op maat kon snijden en bij het inlegwerk kon gebruiken, moet echter iets nieuws zijn geweest toen rond 500 n.Chr. iemand het bovenstaande maakte.

Althans, dat vermoed ik. Ik ken namelijk geen oudere voorbeelden. Je moet echter voorzichtig zijn als je enige argument is gelegen in de afwezigheid van andere voorbeelden. Maar wanneer de methode ook ontwikkeld zij, het mozaïek dateert van rond 500.

Lees verder “Onbegrijpelijk glas”

Zwagermans mystiek

zwagerman_wakend_over_god

Ik blogde gisteren over de “great chain of being”, het door Homeros genoemde koord dat de oude Griekse filosofen benutten als metafoor om te beschrijven dat alle niveaus van het universum bij elkaar horen. Ik kwam het beeld ook tegen in de laatste, postuum verschenen poëziebundel van Joost Zwagerman, Wakend over God. In feite is het zijn Belijdenissen: het verslag van de spirituele ontwikkeling van een onrustige geest die niet geboeid is door een steriel katholicisme, God uit zijn bestaan wist maar constateert dat Hij toch bestaat (“een rotstreek”; “God is van verduveld lange duur”).

Zwagerman zijnde Zwagerman knipoogt hij voortdurend naar andere teksten: alleen al op één pagina komen Tolstoj, Lucebert en Komrij langs. Thematisch interessanter zijn verwijzingen naar de middeleeuwse mysticus Eckhardt en naar Gerard Reve, die beide expliciet worden genoemd. Zwagerman zal zeker hebben gedacht aan de beroemde regel uit Nader tot U:

Eigenlijk geloof ik niets,
en twijfel ik aan alles, zelfs aan U.
Maar soms, wanneer ik denk dat Gij waarachtig leeft,
dan denk ik, dat Gij Liefde zijt, en eenzaam,
en dat, in zelfde wanhoop, Gij mij zoekt,
zoals ik U.

Lees verder “Zwagermans mystiek”

The great chain of being

Een zestiende-eeuwse weergave van het idee van een "great chain of being"
Een zestiende-eeuwse weergave van het idee van een “great chain of being”

Voor sommige dingen zijn in het Nederlands geen woorden en dan gebruiken we leenwoorden, zoals team. Als Nederlandse vertaling van “great chain of being” suggereert de Wikipedia scala naturae, wat ons natuurlijk niet veel verder helpt. Het gaat terug op een verhaal van Homeros, die in de Ilias vertelt dat de goden bezorgd zijn om de Grieken en zich afvragen of Zeus wel zo verstandig was zijn steun aan de Trojanen te geven. Moeten ze de Grieken steunen? Aan het begin van het achtste boek antwoordt de vader van goden en mensen (in de Damsté-vertaling):

Wie ik zie gaan om de Trojanen of Grieken te helpen, zal pijnlijk geslagen terugkeren naar de Olympos. Of ik zal hem grijpen en in de nevelige Tartaros werpen, waar de afgrond onder de aarde het diepst is, waar een ijzeren poort is en een bronzen drempel, even ver onder de Hades als de hemel is boven de aarde. Dan zal hij bemerken dat ik de sterkste ben van alle goden. Komaan, gij goden: probeert het en gij zult het allen weten. Bindt aan de hemel een gouden koord en grijpt het vast, gij alle goden en godinnen tezamen. Niet zult ge, hoe hard ge ook trekt, Zeus de opperste heerser, uit de hemel trekken naar ’t aardvlak. Maar als ik eens in ernst wilde trekken, ik trok u omhoog met aarde en zee erbij. Dan bind ik het koord om de top van de Olympos en alles zou zweven in de lucht.

Lees verder “The great chain of being”

De Grafbasiliek in Jeruzalem

grafbasiliek

In een artikel in Het Parool over de spanningen in de Grafbasiliek in Jeruzalem wordt de aandacht getrokken door een fotobijschrift:

Volgens veel christenen bevindt het lichaam van Jezus zich onder deze tombe.

Tja. Er zijn nogal wat soorten christenen, “veel” is een rekkelijk begrip en de meeste gelovigen hechten niet zo aan de finesses der geloofsleer. Maar of het nu gaat om nestorianen, om Armeniërs of Kopten, om maronieten, om Grieks- of Russisch-orthodoxen, om Rooms-katholieken, om lutheranen, om anglicanen, om calvinisten, om doopsgezinden, om de amish, om evangelischen, om quakers, om mormonen, om zevendedagsadventisten, om het Leger des Heils, om de pinkstergemeenschappen, om Jehova’s Getuigen of om gereformeerden (al dan niet vrijgemaakt, binnen dan wel buiten verband), of om rekkelijken dan wel preciezen, om de geestelijkheid of de gelovigen: geen van die groepen denkt dat Jezus nog begraven ligt. De christelijke leer draait immers om zijn opstanding.

Lees verder “De Grafbasiliek in Jeruzalem”

Zalig de hoerenlopers

Uit "Mary wept"
Uit Chester Brown, “Mary wept”

[Een bijdrage vandaag van Joris Verheijen, wiens blog u hier vindt.]

Het moet raar lopen als er dit jaar nog een graphic novel uitkomt die zo persoonlijk, zo uitzinnig en tegelijk zo afstandelijk en doordacht is als Mary wept over the feet of Jesus van Chester Brown. De geleerde ondertitel is Prostitution and religious obedience in the Bible. Net als een dissertatie gaat de strip vergezeld van zo’n honderd pagina’s aan toelichtingen, noten en verwijzingen naar wetenschappelijke literatuur over bijbelse sekswerkers. Maar dat is nog niet eens het ongewoonste aan dit boek.

Lees verder “Zalig de hoerenlopers”

Heidendom in de Late Oudheid

cameron_pagans

Bacurius was een generaal in het Romeinse leger in de late vierde eeuw. De kerkhistoricus Rufinus noemt hem een christen en kan gelijk hebben: de twee hadden elkaar ontmoet. Bacurius’ penvriend Libanius beschouwt hem echter als een heiden. Interessanter dan de vraag wie gelijk had, is de vraag wat oudhistorici hadden gedacht als alleen Rufinus’ geschiedwerk overgeleverd zou zijn geweest. Ze waren dan beslist niet op het idee gekomen dat de informatie mogelijk onjuist was en zouden Bacurius zonder meer als christen hebben getypeerd.

Dit voorbeeld illustreert het kernprobleem van de oudheidkunde. Er zijn te weinig teksten, zodat onderzoekers de kwaliteit van hun informatie moeilijk kunnen evalueren. Conflicterende bronnen zijn daarom een buitenkans: dan komen problemen aan het licht en kan worden beredeneerd welke informatie waarom de voorkeur verdient.

Lees verder “Heidendom in de Late Oudheid”

Dus Jezus was ongetrouwd?

Harvard volhardt in het verspreiden van onjuiste informatie
Harvard volhardt in het verspreiden van onjuiste informatie

Toen ze de “vondst” van het Evangelie van de Vrouw van Jezus aankondigde, zei de ontdekster dat het tekstje geen gevolgen had voor ons beeld van de historische Jezus. Dat moet de laatste keer zijn geweest dat iemand uit Harvard iets zinvols zei over die dekselse papyrussnipper. Zoals de vaste lezers van deze kleine blog weten, zijn ze in Harvard compleet kierewiet geworden. Toen eenmaal duidelijk was dat de tekst was vervalst, koos men er immers voor onderzoek naar de authenticiteit te doen, hoewel elke student weet waarom zulk onderzoek niets kan opleveren. Toen dus werd vastgesteld dat niet viel te bewijzen dat de snipper vals was, concludeerde de Amerikaanse universiteit dat de tekst authentiek was, wat een dijk van een non sequitur is. Zoals gezegd: kierewiet.

Nu Harvard had aangegeven dat wetenschap wil zeggen dat je maar wat brult, was het hek van de dam. Time vroeg zich meteen af “what implications that has for how [Christians] should view women”. Dat het Vaticaan, de vanzelfsprekende boosdoener in alle complottheorieën, de tekst afdeed als “clumsy forgery”, vormde natuurlijk het beste bewijs dat het fragment echt was. Inmiddels heeft Harvard echter toegegeven dat het ding nep was. Hoe clumsy de forgery was, leest u hier.

Lees verder “Dus Jezus was ongetrouwd?”