Het heiligdom van Yanouh

De Romeinse tempel bij Yanouh

Een paar maanden geleden was ik voor het eerst in Yanouh. Er zijn in Libanon grotere cultusplaatsen, zoals in Faqra, Sfiré of Niha (om niet wéér Baalbek te noemen). Er zijn ook lieflijker gesitueerde sites, zoals Machnaqa of het bronnenheiligdom Afqa. Maar Yanouh is dan weer een van de meest interessante complexen.

Het ligt dus aan de weg van Byblos naar Afqa, van de Dame van Byblos naar Adonis. Hoewel de namen van die twee godheden in de loop der eeuwen veranderden, gaat de verering terug tot het vroege derde millennium v.Chr. De oudste vondsten in Yanouh dateren dan ook uit de achtentwintigste eeuw. Of het al een cultusplaats was, valt niet uit te maken. (De vraag of de grens tussen profaan en sacraal überhaupt te trekken valt in die tijd, laat ik maar even wat ze is).

Lees verder “Het heiligdom van Yanouh”

Exorcisme

Genezing van een blinde (Catacombe van Petrus en Marcellus, Rome)

Ooit dineerde ik in Griekenland bij een familie thuis en toen het tijd werd af te ruimen, nam ik het tafellaken om het vanaf het balkon uit te kloppen. Mijn gastvrouw kwam ietwat lacherig op me af: “Dat hoeft niet, kruimels in de tuin trekken boze geesten aan”. Het was mijn eerste kennismaking met het Mediterrane volksgeloof in geesten. Een geloof dat ook in de oude wereld is gedocumenteerd. Bisschop Synesios van Kyrene, een heel geleerd en rationeel man, was er zeker van dat een moordenaar zich het beste kon aangeven om zich te laten executeren, opdat zijn geest niet zou blijven rondspoken. Ik neem zonder bewijs aan dat het geloof in geesten sinds de Oudheid via de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd continu aanwezig is geweest.

Alledaags antiek exorcisme

Dat ook Jezus boze geesten uitdreef, lijkt me een feit. Wat daarbij de empirische werkelijkheid is geweest, is niet belangrijk. Ik wil u best wel trakteren op wat obligaat gegemeenplaats over dat geesten niet bestaan en dat mensen met een geestelijke ziekte wellicht rust vonden bij Jezus’ charismatische persoonlijkheid, en wie weet is dat waar, maar aangezien de betrokkenen al een millennium of twee dood zijn, is het opstellen van een medische status nogal lastig. Ik laat die vraag, even onbeantwoordbaar als oninteressant, verder onbesproken. Wat te weten valt, is alleen dat zijn tijdgenoten dachten dat Jezus geesten kon uitdrijven.

Lees verder “Exorcisme”

De genezing van de verlamde (2)

Betzata

We hadden het over het verhaal over de genezing van de verlamde. Naast de versie van Marcus, waarover ik het in het vorige blogje had, is er een versie van Johannes. Die is opvallend anders.

Voor ik u die te lezen geef, even een tekstkritische kwestie: in de NBV21 is ervoor gekozen een bijzinnetje weg te laten dat niet in de oudste manuscripten staat en vermoedelijk een later ingevoegde toelichting is. Dat zinnetje luidt dat er weleens een engel neerdaalde die het water van Betzata in beweging bracht en geneeskrachtig maakte.

Lees verder “De genezing van de verlamde (2)”

De genezing van de verlamde (1)

Reconstructie van een antiek huis met een plat dak (Museumpark Orientalis, Berg en Dal)

Ik heb al vaker aangegeven dat het Nieuwe Testament is geschreven in een wereld met een ander waarheidsbegrip. Waar wij van een bewering vaststellen of ze waar is door te kijken of ze correspondeert met de feiten, keek men in de Oudheid of ze leek op soortgelijke beweringen. In voorindustriële samenlevingen heeft men immers de middelen niet om beweringen te toetsen. In het antieke wereldbeeld deden bijzondere mensen bijzondere dingen, want dat bleek uit elk bekend verhaal. Men vertelde dus dat de Romeinse keizer lammen kon laten lopen en blinden kon laten zien (vgl. Suetonius, Vespasianus 7.2). En het Nieuwe Testament vertelt zulks dus over Jezus.

Ik heb ook al vaker aangegeven hoe we zo’n anekdote moeten bekijken. Eén, we kijken hoe ze is overgeleverd. Twee, er zijn authenticiteitscriteria waarmee we voorbij de overlevering kijken naar wat er feitelijk gebeurd kan zijn.

De synoptici

De anekdote is twee keer overgeleverd: één keer door de evangelist Johannes, één keer door de drie andere evangelisten (de synoptici). De laatsten zullen we als eersten behandelen.

Lees verder “De genezing van de verlamde (1)”

Een nieuw-ontdekte Aramese tekst

Jacobus van Serugh

Ik kan me voorstellen dat u even niet paraat hebt wie Jacobus van Serugh was, dus ik praat u eerst even bij: een laatantieke bisschop die leefde in het grensgebied van het huidige Syrië en Turkije. Tevens dichter, theoloog en in 503, tijdens de belegering door de Sasanidische koning Kavad I, leider van de christenen in Amida. Volgens de dertiende-eeuwse historicus Bar Hebraeus componeerde Jacobus van Serugh 763 preken, die wel zo aardig zijn omdat ze zijn geschreven als gedichten. Daarvan zijn er 400 bewaard. De Libanese onderzoeker Khalil Alwan heeft de 401e ontdekt.

Vergeten Aramese teksten

Homilie #401 lag in een bibliotheek in Birmingham. In de Europese bibliotheken liggen namelijk letterlijk honderden Aramese, Armeense, Ethiopische en Koptische teksten onuitgegeven te zijn. Er zijn heus wel onderzoekers geweest die er naar omkeken, maar lange tijd beschouwden westerse geleerden de teksten van de oosterse kerken alleen als documentatie van ketterijen & dwaalleren. Jacobus van Serugh, die de Geloofsbelijdenis van Chalkedon afwees, kreeg dus niet de aandacht die Latijnse of Griekse kerkvaders kregen.

Lees verder “Een nieuw-ontdekte Aramese tekst”

Godvrezenden en de Theos Hypsistos

Zeus Hypsistos (Archeologisch Museum, Dion)

In mijn wekelijkse reeks over het Nieuwe Testament maak ik even een zijsprong die niet helemaal als een verrassing zal komen voor degenen die deze blog al wat langer volgen. Ik heb er immers al vaker op gewezen dat het vroege christendom – of misschien moet ik het hebben over “de Jezusbeweging” – pluriform was. Joden uit diverse stromingen herkenden iets in Jezus’ leer en later waren er ook niet-joden die er iets in zagen.

Deze tweede groep wordt doorgaans in verband gebracht met Paulus, die meende dat er bij het naderende wereldeinde ook redding kon zijn voor heidenen. Hij was niet de enige apostel die niet-joden toeliet tot het Verbondsvolk. Er zijn bijvoorbeeld al snel christenen te vinden in Egypte, dat bovendien uitgroeide tot een fabriek van nieuwe ideeën, maar we weten niet wie het christendom daar voet aan de grond heeft doen krijgen. Er zijn echter zeker meer Paulussen geweest.

Lees verder “Godvrezenden en de Theos Hypsistos”

Een grap om te huilen

Een echte vervalsing van een valse papyrus.

U herinnert zich misschien de enorme hoax rond het nep-Evangelie van de Vrouw van Jezus. De herkomst (“provenance”) was onbekend en hoewel een wetenschapper dan niet kan weten of een papyrus echt is of niet, en alle wetenschappelijke gedragscodes het gebruik van dit soort ontransparante informatie ontmoedigen, ging Harvard-onderzoekster King toch verder met publicatie. (In Nederland nam de Volkskrant het kritiekloos over.) Enkele dagen nadat het fragment bekend was geworden, was duidelijk waarom het natuurlijk een vervalsing was: een zetfout uit een online-editie van het Evangelie van Thomas was gekopieerd. U leest er hier meer over.

Daarop gelastte Harvard laboratoriumonderzoek. Wat niks opleverde omdat een vervalsing zó gemaakt kan worden dat ze niet te herkennen is. Gebruik oud papyrus en je hebt geen problemen met de koolstofdatering, gebruik het recept van antieke inkt (te vinden in elk handboek) en je komt langs de spectrometer, gebruik een kwast (te koop in elke winkel met tekenbenodigdheden) en de elektronenmicroscoop ziet geen recente krasjes. Klaar.

Lees verder “Een grap om te huilen”

De zegels uit de Openbaring van Johannes

Apollo in actie (Glyptothek, München)

Een bevriende Jehovah’s Getuige heeft me weleens geattendeerd op de manier waarop zijn geloofsgenoten teksten als de Openbaring van Johannes interpreteren. Ze lezen die, zoals generaties christenen voor hen, als voorspellingen die in de eigen tijd in vervulling gaan. Ik zal geen grappen maken over het almaar uitblijven van de Jongste Dag. Al was het maar omdat Jehovah’s Getuigen ook geen grappen maken over historici. Ik lees de Openbaring echter wel anders: het lijkt me een troostschrift voor mensen in vervolgingstijd. Maar toch. Soms is het moeilijk bij deze tekst niet te denken aan de huidige gebeurtenissen.

Vier zegels

Neem de vier ruiters uit Openbaring 6. Het Lam (Christus) verbreekt de zeven zegels van een boekrol en bij de eerste vier verschijnt steeds een paard. Om te beginnen een wit ros met een zegevierende boogschutter. Nadere toelichting ontbreekt. Het is op zichzelf niet per se negatief. Dat geldt niet voor de rest van het apocalyptisch concours hippique. Het volgende paard, vuurrood van kleur, brengt een zwaardvechter met de opdracht de vrede uit de wereld te verdrijven. Een ruiter op een zwart paard brengt graanschaarste en hongersnood. De Dood zelf berijdt een lijkbleek paard. “En het Dodenrijk vergezelde hem.”

Lees verder “De zegels uit de Openbaring van Johannes”

Het scheiden der wegen

Het is er twee weken niet van gekomen, maar meestal gebruik ik de zondag voor een stukje over het Nieuwe Testament. Ik probeer dat te lezen vanuit zijn joodse context. Niet dat ik iets tegen het hedendaagse christendom heb, maar ik ben historicus en wil de oude teksten lezen als onderdeel van toenmalige discussies, verwijzend naar toenmalige situaties en als deel van de toenmalige ideeënwereld. Als iemand voor 2022 inspiratie aan de Bijbel wil ontlenen, prima, maar als historicus ga ik daar niet over.

Dat gezegd zijnde: het is natuurlijk niet zo dat de Grote Historische Waarheid zich openbaart zo snel je een tekst leest of een vondst bekijkt. De schaarse oudheidkundige data veronderstellen interpretatie en daarbij doet je perspectief ertoe. De perfecte formulering van mijn perspectief vond ik onlangs in de titel van een boek: The Judaisms of Jesus’ Followers (2017). Ik wou dat ik die formulering zelf had bedacht, maar de Amerikaanse rabbijn Juan Marcos Bejarano Gutierrez was me voor. Het boek is wat klungelig uitgegeven maar biedt een prima geschiedenis van de volgelingen van Jezus die de Wet van Mozes bleven onderhouden.

Lees verder “Het scheiden der wegen”

De gelijkenis van de farizee en de tollenaar

Tiberius (Musée Grand Curtius, Luik)

Als historicus mag (nee, moet) ik dan seculier zijn, de zondag is een fijne dag om te bloggen over het Nieuwe Testament. Afkomstig uit een wereld waar bijna alle geschreven bronnen gaan over de elite, biedt het Nieuwe Testament verhalen over gewone mensen, zoals vissers en timmerlieden. En tollenaars, waarover ik het vorige week had. Vandaag wil ik daarop verder gaan met de gelijkenis van de farizee en de tollenaar uit het Evangelie van Lukas.

Wat farizeeën zijn, is een lastige vraag. Historici grappen weleens dat de speurtocht naar de historische farizee net zo lastig is als de speurtocht naar de historische, joodse Jezus. Het staat echter vast dat de farizeeën de diverse regels die verplicht waren voor de priesters ook aanvaardden voor zichzelf. Omdat de ontstaansgeschiedenis van de stroming onduidelijk is, weten we niet waarom ze dat deden. Eén theorie zegt dat met het aantreden van de hogepriester Jonathan rond 150 v.Chr. de cultische reinheid van het hoge ambt was gecompromitteerd en dat de farizeeën daarop reageerden. Dat klinkt plausibel, maar nogmaals: we weten het niet.

Lees verder “De gelijkenis van de farizee en de tollenaar”