Limburg: Kessel

Helm uit Kessel (Limburgs Museum, Venlo)

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar, en ik plaats vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftiennoot Vandaag zijn Holland en Vlaanderen elk weer één gewest. Nederlandssprekende provincies.] 

Kessel

De bovenstaande helm schijnt te zijn gevonden in de Maas, of bij de Maas. Hij dateert uit de vierde eeuw en het opvallende aspect is natuurlijk dat op de helmkam een Christusmonogram ☧ is te zien: de in elkaar geschoven letters chi en rho, waarmee het woord Christus begint. De eerste interpretatie was natuurlijk: de drager van deze helm was een christelijke soldaat.

Lees verder “Limburg: Kessel”

Petrus in Rome (2)

Petrus krijgt van Christus de sleutels (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

In het vorige blogje heb ik het literaire bewijs voor Petrus’ aanwezigheid in Rome uiteengezet. Het was ambigu. In dit blogje behandel ik het archeologische bewijs.

In 1950 kondigde de paus aan dat tijdens de Tweede Wereldoorlog in het geheim onder de Sint-Pietersbasiliek opgravingen waren verricht en dat een graf was gevonden dat wellicht van Petrus was geweest. Er waren bij dat graf ook botten gevonden, maar die waren op dat moment slechts oppervlakkig onderzocht. Dat de paus erover zweeg, was verstandig, want ze bleken afkomstig van twee mannen, een vrouw, een varken en een paard.

Een rode muur

Dit was echter niet het einde van het verhaal. Achter het graf hadden de opgravers een roodkleurige muur met een nis en een klein altaartje gevonden. Dit kon niet anders zijn dan het door Eusebios van Caesarea op gezag van Gaius genoemde tropaion. Op en rond die muur waren graffiti aangebracht die Petrus vermeldden. De opgravers haalden Margherita Guarducci erbij, een specialiste die al eerder de Wet van Gortyn had uitgegeven. Aan de hand van de graffiti concludeerde zij dat hier toch ergens het graf van Petrus moest zijn. Toen ze een van de arbeiders vroeg of er weleens botten bij die muur waren gevonden, antwoordde die van wel. Elke avond, als de opgravers naar huis gingen, was een Vaticaanse functionaris langs gekomen om de menselijke resten weg te nemen, aangezien die nou eenmaal netjes dienden te worden herbegraven.

Lees verder “Petrus in Rome (2)”

Petrus in Rome (1)

Petrus (Agoramuseum, Athene)

Ik merkte vorige week terloops op dat we feitelijk niet weten wat er is geworden van Petrus na zijn verblijf in Antiochië. Ik kreeg de terechte opmerking dat allerlei antieke bronnen vertellen dat Petrus was in Rome, waar ook zijn graf wordt aangewezen in (of beter: onder) de Sint-Pietersbasiliek. Dit is interessante materie, en dit blogje groeide als vanzelf.

De bronnen

De informatie over Petrus’ optreden na de kruisiging komt erop neer dat hij als een van de eersten verkondigde dat Jezus was opgestaannoot 1 Korintiërs 15.5; Lukas 24.34; Johannes 21.1-14. en dat hij een rol speelde in de jonge kerknoot Galaten 1.18; Galaten 2.7-9. of daar zelfs leiding aan gaf. noot Handelingen 1.15-12.18. Ik verklap geen geloofsgeheim als ik vertel dat Petrus in Antiochië ruzie kreeg met Paulus.noot Galaten 2.11-14. De rotskerk die in Antiochië wordt toegeschreven aan Petrus, is als gebouw jonger, en de toeschrijving zelf is nog veel jonger.

Lees verder “Petrus in Rome (1)”

Een portret van Petrus

Petrus (Ägyptisches Museum, Leipzig)

Op de katholieke heiligenkalender is het morgen de feestdag van Petrus en Paulus. Het leek me daarom aardig eens te bloggen over het bovenstaande, Koptische portretje uit in de zesde eeuw. Het stelt Sint-Petrus voor en ik fotografeerde het, net als het Koptische alfabet waarover ik gisteren blogde, vorig jaar in het charmante Ägyptisches Museum van Leipzig.

Het reliëfje is onderdeel van een gedeeld bewaard gebleven, versierde dwarsbalk; de beeldhouwer had links ervan drie rozetten afgebeeld. Daarnaast – helemaal links op het fragment – was een volgend rozet, waarop Christus lijkt te hebben gestaan. De symmetrie van de Byzantijnse kunst dicteerde dat er nog verder naar links opnieuw drie rozetten zijn geweest met uiterst en links het portret was van een tweede heilige.

Lees verder “Een portret van Petrus”

Sint-Jan

De Sint-Jan van Den Bosch (in Madurodam)In onze zin des woords hadden de volkeren uit de Prehistorie vanzelfsprekend geen enkel weet van astronomie en meteorologie, maar ze herkenden de regelmaat in de natuurverschijnselen. Zo viel het op dat het na wat wij 21 december noemen langer licht bleef en dat het na 21 juni met het zonlicht weer bergafwaarts ging. 21 december en 21 juni – de datum varieert een klein beetje – staan bekend als de winterzonnewende en de zomerzonnewende.

De regelmaat was dus bekend. Het gebeurde elk jaar weer, al bracht men voor alle zekerheid offers, opdat de dagen werkelijk weer gingen lengen. Die offers, rituelen en midzomerfeesten bleven nog eeuwenlang bestaan, vooral op plaatsen waar men afhankelijk was van “de terugkeer van de zon”. De oorsprong van die feesten ligt vanzelfsprekend besloten in de mist der tijden, waardoor we weinig méér kunnen dan gissen. Zo zijn er nogal wat verzinsels ontstaan.

Lees verder “Sint-Jan”

Faits divers (54)

Spiegel uit Argos (Zwinger, Dresden)

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer twee leuke ontdekkingen en iets wat u ontdekken moet.

Augustinus

De eerste leuke ontdekking betreft twee preken van Augustinus. Eigenlijk is het niet helemaal eerlijk dat we nu meer materiaal hebben van een Latijnse auteur van wie we sowieso al overstelpend veel teksten hebben: met naar schatting 5.000.000 woorden is het oeuvre van de laatantieke bisschop het grootste uit de Latijnse literatuur. En nu dus twee extra preken.

Lees verder “Faits divers (54)”

Vitus, een vuurvaste heilige (5)

NN: Vitus waakt over vissers (twintigste eeuw, San Vito Lo Capo; ©Shutterstock)

[Dit is het laatste van vijf blogjes door Jos Hanou over Sint-Vitus. Het eerste was hier.]

Vitus de zorgverlener

Zichzelf respecterende heiligen bezitten hulpgerichte eigenschappen die ontleend zijn aan hun levensverhaal. Ook Vitus verleent als ervaringsdeskundige specialistische zorg aan mensen in nood, en bovendien beschermt hij beroepsgroepen. Oorzaak en gevolg zijn steeds te vinden in de Gulden Legende, parallelle varianten en latere toevoegingen. Daaruit afgeleide woord- en beeldassociaties spelen ook een rol.

Vitus’ ontsnapping per schip uit Sicilië resoneert in een vrome legende waarin hij vissers uit een storm redt. Een imposante beeldengroep in San Vito lo Capo bevestigt die nautische reputatie. Aan de haven, de plek van de jaarlijkse heropvoering van zijn aankomst per schip en het startpunt van een feestelijke processie, speurt hij met wapperend haar en samen met zijn waakzame honden de zee af. Kruis en palmtak geven spiritueel decorum aan zijn sportschooltorso.

Lees verder “Vitus, een vuurvaste heilige (5)”

Vitus, een vuurvaste heilige (4)

Heinrich Papen of Johann Sasse: Vitusmonument (ca.1675; ©Kirchengemeinde Corvey)

[Het is vandaag de feestdag van Sint-Vitus. Dit is het voorlaatste van vijf blogjes die Jos Hanou schreef over deze heilige. Het eerste was hier.]

Reislustige relieken

De historiografische invulling van dit hoofdstuk is een collage van divers bronmateriaal en wil niet meer zijn dan een aanvaardbare omlijsting van de gekozen iconografie. Volgens een mistige overlevering werd Vitus’ lichaam in 583 ontdekt, en in 700 naar Rome overgebracht. Daar bleef het niet lang. Paus Stephanus II zocht wereldlijke steun tegen zijn Langobardische en Byzantijnse vijanden in Italië en nam de met geestkracht gevulde relieken in 756 mee naar de abdijkerk Saint-Denis voor de zalving van Pippijn de Korte tot koning der Franken.

Daar genoot het prestigieuze relatiegeschenk kort rust, want in 836 belandde het in de benedictijner abdij Corvey, een Karolingisch cultuurcentrum aan de Weser. Een mogelijke oorzaak was onmin tussen de Frankische keizer Lodewijk de Vrome en abt Hildewijn van Saint-Denis, die noordwaarts vluchtte met Vitus als reisbagage. Zo’n illegale translatio werd gedoogd als ongevraagd verplaatste heiligen gewoon doorgingen met het verlenen van afgesmeekte gunsten. Ook Vitus ging akkoord, want volgens geschiedschrijver Widukind van Corvey “begon het geluk van de Franken te dalen en van de Saksen te stijgen”.

Lees verder “Vitus, een vuurvaste heilige (4)”

Vitus, een vuurvaste heilige (3)

Meester van het Augustijner Altaar: Vitus drijft een duivel uit (1487; Germanisches Nationalmuseum Neurenberg)

[Dit is het derde van vijf blogjes door Jos Hanou over Sint-Vitus. Het eerste was hier.]

Rumoer in Rome

Abrupt verspringt het verhaal naar Rome, waar de zoon van keizer Diocletianus bezeten wordt door een demon. Geen erg snugger exemplaar, want hij verklapt dat “als Vitus niet kwam, hij nooit uit hem weg zou gaan”. Vitus wordt opgespoord en voor de keizer geleid, die hem gebiedt zijn zoon te genezen. Net als eerder antwoordt Vitus bescheiden dat niet hij, maar de Heer dat kan: “meteen legde hij de handen op en onmiddellijk vluchtte de demon weg”. De Meester van het Augustijner altaarstuk maakte er een drukbezocht schouwspel van waarin eigentijdse Neurenbergers een duiveluitdrijving konden herkennen. Een assistent houdt de stuiptrekkende zoon in bedwang, terwijl Vitus hem in een kennelijke priesterrol zijn stool omlegt en in woord en gebaar een bezwering uitvoert. Het wijwatervat op tafel is een essentieel onderdeel van dit proces, terwijl de blote voeten van de tegenspartelende patiënt mogelijk verwijzen (onderzoek is gaande) naar een doopritueel voorafgaand aan de exsufflatio: uitblazing van de duivel. Het pekzwarte duiveltje vertrekt zoals hij binnenkwam: door de mond van zijn slachtoffer. Diocletianus en zijn gevolg kijken nog sceptisch gebarend toe, terwijl achterin sensatiezoekers angstig om een deurpost gluren. Door de open vensternissen onder het tongewelf verschijnt een berglandschap met Duitse architectuur en een Romeins aquaduct.

Lees verder “Vitus, een vuurvaste heilige (3)”

Vitus, een vuurvaste heilige (2)

Omg. Jörg Kölderer: Vitus gedoopt, weigert afgodenverering (Ferdinandeum, Innsbruck; REAL Online)

[Dit is het tweede van vijf blogjes door Jos Hanou over Sint-Vitus. Het eerste was hier.]

Straffen op Sicilië

Jacob van Voragine begint bijna ieder heiligenverhaal in de Gulden Legende met een etymologische uitleg. Bij Vitus kan dat op vita (leven) of virtus (deugd) duiden. Daarna brandt het verhaal los, doorgaans in korte zinnen die predikanten met hun retorische talenten konden verrijken. Kunstenaars deden dat natuurlijk ook met hun beeldende middelen.

De twaalfjarige senatorszoon Vitus was Siciliaan en als christen opgevoed door zijn huisleraar Modestus en zijn voedster Crescentia. Van zijn heidense vader Hylas “kreeg  hij de zweep omdat hij de afgoden verachtte en ze niet wilde aanbidden”. Een bijna terloopse mededeling die een Oostenrijkse schilder rond 1515 inspireerde tot de hierboven afgebeelde, levendige en gelaagde beginscène van een aan Vitus gewijd altaarstuk. Onder een zilveren afgodsbeeld  proberen verbijsterd kijkende volwassenen Vitus van zijn ongelijk te overtuigen. Het is een debat op filosofisch niveau, want op talrijke vingers worden argumenten afgeteld. Eigentijdse kijkers konden deze iconografische conventie herkennen van (prenten naar) Dürers schilderij waarin de twaalfjarige Jezus de Bijbel rustig uitlegt aan ongunstig uitziende Schriftgeleerden. Het altaarstuk benadrukt daarmee Vitus’ navolging van Jezus. Als tegenhanger van het zielloze tempelbeeld voegde de schilder in de achtergrond een gotische kapel met Vitus’ doop toe, onder bescherming van de neerdalende Heilige Geest. De doopvont is bovendien een visuele cliffhanger die kijkers voorbereidt op een antitype: de ketel waarin Vitus een latere marteling zal ondergaan.

Lees verder “Vitus, een vuurvaste heilige (2)”