Kort Libanees (2)

Wandschildering van Maria (Nationaal Museum van Libanon, Beiroet)

Libanon is een verdeeld land en het zal u wel bekend zijn dat de scheidslijnen religieus zijn. Je hebt christenen en moslims; die laatsten zijn weer verdeeld in soennieten en sji’ieten, en van die laatsten zijn de druzen een zó bijzondere variant dat je je kunt afvragen of je ze nog als sji’itisch kunt beschouwen. Die groepen zijn onderling weer verdeeld, soms langs religieuze lijnen en soms langs politieke lijnen. Er zijn bijvoorbeeld twee grote sji’itische partijen, de nationalistische Amal en de pro-Iraanse Hezbollah. En er zijn altijd de ego’s en de belangen van de diverse politieke leiders.

Hoe schep je eenheid in “a house of many mansions”? De overheid heeft in het verleden ingezet op een gedeeld verleden door de vernieuwing van het Nationaal Museum. Men is daarbij bepaald niet zuinig geweest en het is een van de mooiste culturele instellingen van de wereld, maar ik krijg niet de indruk dat het verleden werkelijk helpt om eenheid te scheppen. Geschiedenis is er natuurlijk ook helemaal niet om nationale identiteiten te helpen vormen, maar ik kan me bovendien niet aan de indruk onttrekken dat veel Libanezen ook niet al te veel van het verleden weten willen. Niet helemaal onbegrijpelijk natuurlijk, want elke politieke groep heeft lijken in de kast. Niet zelden letterlijk.

Lees verder “Kort Libanees (2)”

Waarom is het geen Pasen?

Reconstructie van een Romeinse kalender (Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

Het zal u niet zijn ontgaan dat het inmiddels officieel lente is. Afgelopen woensdag, 20 maart, kwam de zon, die zich de afgelopen zes maanden bevond onder het vlak van de hemel-evenaar, daar weer boven. De plaats waar de (ogenschijnlijke) baan van de zon de evenaar snijdt, heet het lentepunt of ook wel equinox, wat wil zeggen dat dag en nacht even lang duren. Inderdaad duren die allebei nu ongeveer twaalf uur.

Verder is u misschien opgevallen dat het afgelopen donderdag, 21 maart, volle maan was. En dat betekent dat het vandaag Pasen zou moeten zijn, want christenen vieren dat feest immers op de eerste zondag na de eerste volle maan na het begin van de lente. Toch moet u nog een paar weken wachten tot het zover is.

Lees verder “Waarom is het geen Pasen?”

Uit de diepten van de hel

Christus als wetgever. Detail van een sarcofaag uit Rome (Louvre, Parijs)

Griekenland en Rome. Twee volken met een gedeelde, klassieke cultuur: dit is hoe we het beste kunnen kijken naar de antieke mediterrane wereld in de eerste eeuwen van onze jaartelling. We kennen de literatuur van enkele minderheden, zoals teksten in het Armeens, Hebreeuws en Aramees, maar vrijwel alle bewoners van het Romeinse Rijk deelden in meerdere of mindere mate in de klassieke cultuur. Zelfs degenen die erbuiten woonden, keken ernaar op. De Franken en Visigoten probeerden bijvoorbeeld een Romeins staatsapparaat op te bouwen.

Als iedereen Grieks-Romeins wilde zijn, komt de vraag op hoe de klassieke cultuur ten einde is gekomen, want vijanden had ze blijkbaar niet. Die vraag is oud: Zosimos was de eerste die keek naar het Romeinse Rijk als iets dat voorbij was. Als oorzaak wijst deze verstokte heiden op de verwaarlozing van de eredienst van de oude goden; als belangrijkste symptoom van de crisis wijst hij op de komst van vreemde stammen. Die hebben in de achttiende en negentiende eeuw opnieuw een rol gespeeld in de discussie, dit keer als oorzaak van de transformatie, en de twintigste eeuw leverde weer nieuwe verklaringen op.

Lees verder “Uit de diepten van de hel”

Byzantijnse krabbel (13b): Paulus Tagaris

De H.Sofia van Nicosia

Het zag er nu niet goed uit voor Paulus Tagaris. In Constantinopel zou zeker uitkomen dat hij geen lid was van de keizerlijke familie. Naar de patriarchen van Jeruzalem of Antiochië kon hij ook niet. Of hij Alexandrië of een terugkeer naar Perzië heeft overwogen is niet bekend. In elk geval vluchtte hij naar de vijfde patriarchenstad: Rome, waarheen de paus net vanuit Avignon was teruggekeerd. In Italië waren Byzantijnse geestelijken welkom, zeker nu er in Constantinopel een stroming was die in de zogenaamde Filioque-discussie, een van de meest heikele kwesties in die tijd, verzoening met de paus nastreefde.

Omdat Paulus om voor de hand liggende redenen niet door Constantinopel wilde reizen, trok hij door het gebied van de Mongoolse Gulden Horde – zeg maar Oekraïne – en Hongarije, bereikte Rome en gaf zich weer uit voor de patriarch van Jeruzalem, die was gekomen om te overleggen over de Filioque-kwestie. Wat de paus natuurlijk het liefste hoorde was dat zijn dwalende medebroeder in Christus zich bekeerde tot de ware christelijke leer – en dat deed Paulus dus. De paus, die een mogelijkheid zag zijn macht te vergroten, erkende hem in 1379/1380 als patriarch van Constantinopel, dit keer voor de Latijnse kerk. Dit was een officiële positie, al resideerde deze patriarch niet in Constantinopel maar in Chalkis op Euboia. Paulus stond nu aan het hoofd van alle rooms-katholieken op de Balkan en in Azië.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (13b): Paulus Tagaris”

Byzantijnse krabbel (13a): Paulus Tagaris

Tyrus, de resten van de kerk waar Paulus tot bisschop werd gewijd

Om een of andere duistere reden heeft Jan van Aken, die toch zo’n beetje alle schelmen van de Middeleeuwen heeft beschreven, zich nog niet gewaagd aan Paulus Tagaris, de grootste bluffer uit de Byzantijnse geschiedenis. We hebben het over de tweede helft van de veertiende eeuw, toen het Byzantijnse Rijk vanuit het oosten door de Ottomaanse Turken en vanuit het noordwesten door de Serviërs in de tang werd genomen. Alsof dit nog niet genoeg was, trok van 1346 tot 1353 de Zwarte Dood door Europa, die Constantinopel hard trof. De samenleving wankelde en dat bood aan een avonturier alle ruimte.

Het eerste wat we horen van Paulus is dat hij zich, na een mislukt huwelijk en een verblijf als monnik in Palestina, aandiende in Constantinopel met in zijn bezit een icoon met geneeskrachtige eigenschappen, waar hij goed geld mee wist te verdienen. De patriarch durfde aanvankelijk niet tegen hem op te treden omdat Paulus lid was van de vooraanstaande Tagaris-familie, maar uiteindelijk overspeelde hij zijn hand en werd hij teruggestuurd naar Palestina.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (13a): Paulus Tagaris”

Lijkwadegeleuter en wetenschap

Mocht u nog betwijfelen dat sommige onderzoekers kierewiet zijn en ten onrechte gelden als wetenschappers, dan krijgt u vandaag het bewijs. Onder het mom van wetenschap zijn vrijwilligers gekruisigd op de wijze waarop degene is gestorven die staat afgebeeld op de Lijkwade van Turijn.

A comprehensive evaluation was performed of the totality of blood flows found on the Shroud to determine which flows occurred during the alleged crucifixion process and which were of a postmortem nature.

De resultaten worden hier (p.573) aangekondigd. Met dit onderzoek kon worden vastgesteld, zo lezen we, dat het bloed, zoals te zien op de Turijnse lijkwade, zich heeft gedragen zoals dat van een levensechte kruisiging. Cliffhanger uit de aankondiging: “conclusions were obtained that appear to support the hypothesis of Shroud authenticity in some new and unexpected ways”.

Nou nou nou.

Lees verder “Lijkwadegeleuter en wetenschap”

De aqedah

De aqedah (Byzantijns reliefje uit het Nationaal Museum in Beiroet)

Nog even een stukje naar aanleiding van iets dat ik eergisteren schreef over het offerdier, waarvan de poten waren gebonden. Ik moest ineens denken aan de aqedah, het “vastbinden” van de jonge Isaak door Abraham, de aartsvader. Het verhaal wordt verteld in Genesis 22 en begint met het onthutsende bevel van God dat Abraham zijn enige zoon moet offeren op een bergtop. Voor het goede begrip: dit soort offers kwamen in de oude wereld voor maar golden binnen het jodendom als volkomen onaanvaardbaar.

Isaak zei: “Wij hebben wel vuur en hout, maar waar is het offerdier?”
Abraham antwoordde: “God zelf zal wel voor het offerdier zorgen, mijn zoon.”
En samen gingen zij verder. Toen zij de plaats bereikt hadden die God hem had aangewezen, bouwde Abraham daar een altaar, stapelde er het hout op, bond zijn zoon Isaak vast en legde hem op het altaar, boven op het hout. Toen Abraham echter zijn hand uitstak naar het mes om daarmee zijn zoon de keel af te snijden, riep de engel van Jahwe hem van uit de hemel toe: “Abraham, Abraham!”
En hij antwoordde: “Hier ben ik.”
Hij zei: “Raak de jongen met geen vinger aan en doe hem niets! Ik weet nu dat gij god vreest, want gij hebt Mij uw zoon, uw enige, niet willen onthouden.”
Abraham keek om zich heen en bemerkte een ram, die met zijn horens in het struikgewas vastzat. Hij greep de ram en droeg die als brandoffer op, in plaats van zijn zoon.

Lees verder “De aqedah”