Het scheiden der wegen

Allegorie van de Wet en Genade (Schnütgenmuseum, Keulen)

Waarom zijn joden en christenen gescheiden wegen gegaan? Het bovenstaande glas-in-lood-raam, daterend uit de zestiende eeuw en te zien in het Schnütgen-museum in Keulen, helpt het doorgronden. Het documenteert het oude antwoord, dat ik zal proberen af te zetten tegen het nieuwe. Links ziet u hoe Adam en Eva eten van de verboden vrucht, vooraan ziet u hoe Adam, als symbool voor de gehele mensheid, de keuze krijgt tussen twee wegen: links de weg van de joodse hogepriester, die wordt gesymboliseerd door de Wet van Mozes (helemaal achteraan), en rechts de weg die wordt aangegeven door Johannes de Doper, wijzend naar het Lam (Christus). Een lijk links en de wederopstanding rechts maken duidelijk welke weg de betere is. Volgens de glazenier natuurlijk.

In zijn visie sloot God tweemaal een verbond met de mensheid. Eerst deed Hij dat door de mensen via Mozes de Wet te geven. Als de Joden zich daar maar aan hielden, lag de wereld die zou komen binnen hun bereik. Het leidde – nogmaals: ik geef een zestiende-eeuwse mening weer – tot een godsdienst waarin mensen zich onzeker voelden van hun redding, nerveus probeerden zich zo nauwgezet mogelijk aan de regels te houden en uiteindelijk allemaal nieuwe regels erbij verzonnen, die zijn vastgelegd in de Mishna en de Talmoed.

Lees verder “Het scheiden der wegen”

Laatantiek Cyprus

De bruiloft van David en Mikal: een van de stukken uit de Lambousa-schat uit Lapethos (Cyprus Museum, Nicosia)

In de vierde eeuw n.Chr. werd Cyprus getroffen door twee aardbevingen (in 332 en 342). De schade was voldoende om de provinciale hoofdstad van Pafos te verplaatsen naar Salamis, dat werd omgedoopt tot Constantia (naar keizer Constantius II). Over het algemeen bleef het eiland echter floreren.

De geschiedenis van Cyprus was in deze tijd die van het oostelijke deel van het Romeinse Rijk. De bewoners volgden de religieuze mode en bekeerden zich tot het christendom. Naar verluidt heeft de moeder van keizer Constantijn de Grote, Helena, achter Larnaka het Stavrovouni-klooster gesticht. Christelijke basilieken verrezen in Nicosia, Salamis en Kourion. In 488 kreeg het eiland een speciale status binnen de kerk: het werd als autokefaal beschouwd, wat betekent dat de belangrijkste bisschop geen verantwoordelijkheid was verschuldigd aan een van de patriarchen. Dit is nog steeds het geval, al bevindt de bezoeker zich absoluut in de sfeer van de Griekse orthodoxie.

Lees verder “Laatantiek Cyprus”

De Synode van Arles

De “Dame de Carthage”: zomaar een mooi mozaïek uit laatantiek Karthago (Musée de Carthage)

Lactantius’ De dood van de vervolgers is een van de meest hatelijke teksten uit de Oudheid. De auteur heeft de christenvervolgingen overleefd en vertelt in geuren en kleuren hoe de vervolgers om het leven zijn gekomen. De woede druipt van elke pagina en ik denk dat iedereen die weleens een traumatische ervaring heeft gehad, daar begrip voor kan opbrengen.

Vermoedelijk speelden trauma’s als deze op de achtergrond mee in een affaire die begon in 311. Ongeveer op het moment waarop keizer Galerius de vervolging had beëindigd, was bisschop Mensurius van Karthago overleden en opgevolgd door zijn medewerker Caecilianus. Deze was niet slechts bisschop, maar ook primaat van Afrika, dat wil zeggen dat hij voorzitter was van de vergadering van bisschoppen in zijn provincie. Hij was een gematigd man die in het verleden had aangegeven geen voorstander te zijn van de verering van martelaren die de dood hadden opgezocht, bijvoorbeeld door de autoriteiten te provoceren.

Lees verder “De Synode van Arles”

Eutropius (5): De feiten verantwoorden

Kleio, de muze van de historische wetenschappen.

Terwijl u dit op leest, breng ik een bezoek aan het nieuwe Nabu-museum in Batrun. Daar ga ik zeker over bloggen, maar het zal wel volgende week worden. Om u toch te vervelen met de Oudheid, bied ik u in tien afleveringen de tekst aan van de inleiding die ik schreef voor de vertaling die Vincent Hunink maakte van de Korte geschiedenis van Rome van de laat-Romeinse auteur Eutropius. Als alles goed gaat, verschijnt die medio november. Het eerste deel van deze reeks vindt u hier.

Toen Polybius zijn negenendertig boekrollen over de opkomst van Rome had voltooid, voegde hij een veertigste toe, waarin hij zijn werkzaamheden verantwoordde. Dat lijkt het eerste deel te zijn geweest dat kopiisten niet langer overschreven, zodat het verloren is gegaan. In de Oudheid bekreunde men zich niet erg om de controleerbaarheid van een geschiedverhaal. Lucianus, die in Hoe schrijf je geschiedenis? vertelt wat de Romeinen van een historicus verwachtten, heeft over het tweede punt op ons lijstje van vijf weinig te melden. Eutropius kan het maar weinig schelen: hij geeft op precies één plaats aan waar zijn informatie vandaan komt en vrijwel zeker heeft hij dat overgeschreven uit een uittreksel van Livius’ verloren twintigste boek.

Lees verder “Eutropius (5): De feiten verantwoorden”

Kort Libanees (5)

Je hoort wel zeggen dat in de Middeleeuwen de diverse steden ernaar streefden de hoogste kerktoren te bouwen. Of het waar is, weet ik niet, al ken ik een anekdote over twee dorpen uit Friesland die voor een wat latere periode precies dit soort kerktorenrivaliteit veronderstelt.

In Libanon spelen dit soort zaken in elk geval werkelijk. De skyline van Beiroet kende geen werkelijke uitschieters, tot de maronieten een kerk voor Sint-Joris bouwden. Daar staat nu de Hariri-moskee naast, die nog groter is. Wie langs de kust naar Byblos rijdt, ziet het beeld van Onze Lieve Vrouw van Harissa en het twaalf meter hoge beeld van Christ Roi hierboven, dat ik vanmiddag fotografeerde vanuit een rijdende bus. De Bekaa-vallei in het oosten van het land bleef niet achter: in Zahle hebben ze een Maria-beeld geplaatst op een enorme toren, van waaruit ze de hele vallei overziet.

Lees verder “Kort Libanees (5)”

Sint-Gereon

St. Gereon, Keulen

Een van de romaanse kerken van Keulen is gewijd aan de heilige Gereon, een van de soldaten van het zogenaamde Thebaanse Legioen. Die eenheid zou zich in de vierde eeuw tot het christendom hebben bekeerd en bij St Maurice-en-Valais in Zwitserland collectief ter dood zijn gebracht toen het een dienstbevel weigerde uit te voeren dat de manschappen immoreel achtten.

De legende is ontstaan in 383 n.Chr., toen – ik moet even uit mijn hoofd citeren – de rivier Rhône zijn loop verlegde en een massagraf zichtbaar werd. Bisschop Eucherius hield zijn geschokte gelovigen voor dat dit de lichamen waren van die Thebaanse legionairs en vertelde over hun wederwaardigheden ten tijde van “caesar Maximianus”. In een boek waarover ik al eens blogde heeft Donald O’Reilly erop gewezen hoe vreemd dit is. Maximianus bekleedde een hogere rang, augustus, en was alleen enkele maanden in 285/286 caesar. Dit suggereert dat Eucherius het verhaal niet verzon en een contemporaine bron benutte.

Lees verder “Sint-Gereon”

Romaanse kunst uit Keulen

Romaans kapiteel

Deze week ging ik twee dagen kerken kijken in Keulen, waar behalve een beroemde Dom ook twaalf kerken zijn te zien uit de romaanse tijd, dus zeg maar 1000-1200 plus of min wat decennia. Met een oppervlak van 400 hectare was Keulen destijds een van de belangrijkste steden in Europa. Ter vergelijking: Utrecht was met 100 hectare de grootste stad in Nederland.

De aartsbisschop van Keulen was een van de zeven keurvorsten en kroonde de koning van Duitsland (die zich vervolgens in Rome liet kronen tot keizer). De stad had het muntrecht en was de basis voor de Eerste Kruistocht. Na 1164 werd de stad ook nog een van de belangrijkste pelgrimsoorden, toen aartsbisschop Reinald van Dassel het gebeente van de Drie Koningen – uiteraard net zo echt als andere middeleeuwse relikwieën – vanuit Milaan overbracht naar de Keulse Dom.

Lees verder “Romaanse kunst uit Keulen”