Monnica

Grafschrift van Monnica (Sant’ Aurea, Ostia)

In de tijd waarin ik werkte aan Stad in marmer ging ik tweemaal per jaar naar Rome. Daar kon ik woonruimte huren in Ostia, een ietwat slaperig dorpje bij de kust waar het goed toeven was. Er was een coöperatie voor de boodschappen, er was een barretje voor espresso, er was een opticien die ook diarolletjes ontwikkelde en er was een stationnetje om de sneltram te nemen naar hetzij het strand hetzij het historische centrum. En er was de opgraving van de oud-Romeinse stad aan de monding van de Tiber. Ik heb er fijne tijden doorgebracht.

In de jaren tachtig van de vierde eeuw n.Chr. woonde Augustinus hier, samen met zijn moeder Monnica. Als we Augustinus’ woorden mogen geloven, had Monnica het maar niets gevonden dat hij een tijd lang een manicheeër was geweest, een aanhanger van een dualistisch godsdienst die we dankzij enkele vrij recente tekstuitgaven pas de laatste tijd beginnen te doorgronden. Ondanks haar bedenkingen – of misschien wel juist daarom – volgde Monnica haar zoon vanuit hun geboorteland Algerije naar Italië, waar zoonlief carrière maakte als redenaar.

Lees verder “Monnica”

Manuscript met drakendoder

Middeleeuws Ovidius-manuscript (Vaticaanse Bibliotheek, Rome)

Scherp als uw ogen zijn en paraat als uw kennis van de Latijnse poëzie is, had u het bovenstaande natuurlijk terstond geïdentificeerd als de regels 27 tot en met 58 uit het derde boek (zie het cijfer bovenaan) van de Metamorfosen van Ovidius. Dat is het begin van een heel mooi verhaal dat ik hieronder aan u zal geven in de vertaling van Marietje d’Hane-Scheltema. Het manuscript is afkomstig uit de Vaticaanse Bibliotheek.

Het verhaal? Jupiter (zoals de Romeinen Zeus noemen) heeft van het strand bij de Phoenicische stad Tyrus – ik blogde er al eens over – het meisje Europa ontvoerd. Haar broer Cadmus gaat haar zoeken. Diens naam is overigens Semitisch: qedem betekent zoiets als “oosterling”. Hij belandt met wat vrienden in Griekenland en wil daar een stad gaan stichten. Hieronder leest u wat er toen gebeurde. Daarna, nog verder naar onder, nog een enkel woord over de slang in de boom.

Lees verder “Manuscript met drakendoder”

Op de fiets naar Thessaloniki (3)

Reconstructie van Caesars belegeringswerken bij Alesia (Archéodrome, Beaune)

Was er in Sombernon, waar ik had overnacht, een echte camping of heb ik in het wild gekampeerd? Ik weet het niet meer. Ik heb geen aantekeningen gemaakt; ik schrijf dit allemaal uit mijn hoofd. Ik ontdekte pas toen ik dit begon te schrijven dat dit verhaal zich afspeelt in 1992 en niet, zoals ik altijd had gedacht, in 1991. Er zal nog een moment komen waarop u zult merken dat ik de chronologie niet precies meer weet. Maar voor het moment: ik werd in elk geval op dinsdagmorgen 5 mei wakker met uitzicht op het Kanaal van Bourgondië, waar een prachtige ochtendmist overheen hing. Het was sereen stil en ik voelde me bijna schuldig dat ik de idylle doorbrak door Sombernon binnen te rijden.

Maar er moest toch ontbijt worden gekocht. Ik trof het: er was markt. Eén herinnering is dat ik, met een bepakte fiets tussen de kramen door gaand, tegen een dame aanstootte. Ik verontschuldigde me, maar ze antwoordde alleen maar “vous êtes tout excusé”, een uitdrukking die ik nog nooit eerder had gehoord maar die me meteen trof als beleefd en elegant.

Lees verder “Op de fiets naar Thessaloniki (3)”

Fik Meijers Petrus (3)

[Ik wijd vandaag een stuk aan het boek Petrus. Leerling, leraar, mythe van Fik Meijer. Ik wil tonen dat er voor geschiedschrijving en wetenschapscommunicatie kwaliteitsnormen zijn. Meijer haalt die niet, zal bij menig lezer scepsis oproepen en draagt zo bij aan het afkalvende draagvlak voor de oudheidkundige wetenschappen. Het eerste deel is hier.]

Einfühlen en de sociale wetenschappen

Ik verraad geen geloofsgeheim als ik zeg dat Petrus en Paulus elkaar niet lagen. Meijer noemt het slot van Paulus’ Brief aan de Romeinen, waarin de auteur iedereen de groeten doet maar niet Petrus, van wie de katholieke kerk aanneemt dat hij in Rome is geweest. Meijer:

De mogelijkheid dat [Petrus] zich wel in Rome bevond, maar actief was onder gelovigen die zich … hadden verenigd in een soort Petrus-partij, die op een andere golflengte zat dan de Paulus-groep, is nagenoeg uit te sluiten. Paulus zou zich wel erg hebben laten kennen als hij om die reden Petrus niet had genoemd. Meer voor de hand ligt dat Petrus op dat moment, in 56-57, niet in Rome was. (blz.107-108)

Dit is een schoolvoorbeeld van de stap in de hermeneutische cyclus die bekendstaat als einfühlen: de historicus wil iets verklaren, onderzoekt de situatie, leeft zich in de actoren in en beredeneert waarom een persoon als deze onder omstandigheden als deze zal handelen op deze manier. Een man als Paulus zou, zelfs als hij meningsverschillen had met Petrus, hem de groeten hebben gedaan. Het subjectieve karakter moge duidelijk zijn: een onderzoeker die houdt van harmonie, zal een ander type actor reconstrueren dan een onderzoeker die bereid is de hakken in het zand te zetten. Zeker als het gaat om de oude wereld, waarover we weinig informatie hebben, is einfühlen geen heel betrouwbare methode.

Lees verder “Fik Meijers Petrus (3)”

Fik Meijers Petrus (2)

[Ik wijd vandaag een stuk aan het boek Petrus. Leerling, leraar, mythe van Fik Meijer. Ik wil tonen dat er voor geschiedschrijving en wetenschapscommunicatie kwaliteitsnormen zijn. Meijer haalt die niet, zal bij menig lezer scepsis oproepen en draagt zo bij aan het afkalvende draagvlak voor de oudheidkundige wetenschappen. Het eerste deel is hier.]

Verouderde interpretaties

Zie ik het goed, dan citeert Meijer niet-Griekstalige joodse teksten (apocriefen, Dode Zee-rollen en rabbijnse literatuur) allemaal uit de secundaire literatuur. Net als in Jezus en de vijfde evangelist is Petrus dus een boek over een jood, geschreven zonder te kijken naar de joodse bronnen. De uitzondering die deze regel bevestigt is de Grieks-schrijvende joodse historicus Flavius Josephus, die Meijer vrijwel letterlijk volgt.

Josephus was een aristocraat die zich aan zijn privileges verplicht voelde op te komen voor de Joden én hun leiders. (Daarin was hij overigens niet anders dan zijn tijdgenoten Tacitus en Ploutarchos.) In Josephus’ visie waren niet alle Joden anti-Romeins, maar was het verzet beperkt tot een kleine groep, die niet luisterde naar het goedbedoelde leiderschap van de joodse elite. Die kleine groep zou sinds de Romeinse annexatie voortdurend de orde hebben verstoord: in de jaren tussen 6 n.Chr. en 66 zou het van kwaad tot erger zijn gegaan tot de Joodse Oorlog was uitgebroken en in 70 Jeruzalem was verwoest. Althans volgens Josephus.

Lees verder “Fik Meijers Petrus (2)”

Fik Meijers Petrus (1)

Wie via een boek van Fik Meijer kennismaakt met de Oudheid, herkent misschien dat de auteur een karikatuur biedt van wat wetenschap is. Dat is een probleem. Hij kan zich namelijk ook presenteren als lid van de academische gemeenschap, waardoor (ten onrechte) de indruk ontstaat dat oudhistorici wetenschappelijk niet meekomen, wat er op zijn beurt toe leidt dat bona fide oudheidkundigen niet de aandacht krijgen die ze verdienen.

Meijers vorige boek, Jezus en de vijfde evangelist, illustreerde het mechanisme. Het bood Jezusmythicisten op een presenteerblaadje de argumenten om te concluderen dat de emeritus-hoogleraar, en dus de wetenschap waarin hij een leerstoel bekleedde, het spoor volkomen bijster is. Helemaal onterecht is die conclusie niet: vijfendertig jaar academisch wanbeleid trekken hun sporen. Desondanks is oude geschiedenis nog altijd een serieuze activiteit. Dat wil ik tonen aan de hand van Meijers Petrus. Leerling, leraar, mythe.

Het gaat me daarbij niet om Meijers o zo zichtbare slordigheden. Ook gaat het niet om het feit dat hij (zoals wel meer oudhistorici) het grote publiek denkt te kunnen informeren op een wijze die al een kwart eeuw verouderd is. Ik wil me in plaats daarvan concentreren op fouten die voortkomen uit het onvoldoende toepassen van de historische methoden. Daardoor is Petrus, net als Jezus en de vijfde evangelist, geen geschiedenisboek zoals je van een historicus verwacht maar in feite een boek met een christelijke agenda.

Lees verder “Fik Meijers Petrus (1)”

Tien teksten (deel 4)

Een van de snippers van “Enige werken der Wet” (© Wikimedia Commons)

Alvorens verder te gaan met mijn overzicht van tien teksten die een invloedrijk aspect van de Oudheid documenteren, herhaal ik nog even dat invloed wil zeggen dat iets ons denken en eventueel ons handelen in een bepaalde richting duwt. We doen of vinden iets, tenzij we ons daartegen verzetten. Vergelijk het met een berghelling: het is meestal makkelijker naar beneden te gaan, maar als je wil kun je ook naar boven klauteren. Invloed is niet hetzelfde als inspiratie, want we noemen iets inspirerend als we er aansluiting bij zoeken, wat impliceert dat we het niet als vanzelf doen.

Een van de aspecten van de Oudheid die ik in deze reeks behandeld wil zien, is het idee dat God zich kenbaar heeft gemaakt in de vorm van een tekst. De Wet van Mozes is het bekendste voorbeeld. Omdat dit Gods woord was, diende je het als mens serieus te overwegen maar het probleem was dat de Wet niet altijd even duidelijk was. Dus ontstonden er discussies over de juiste manier om zoveel mogelijk te leven in overeenstemming met de Wet. We spreken van halachische discussies en een van de mooiste voorbeelden is Enige werken der Wet, een de belangrijkste Dode Zee-rollen.

Lees verder “Tien teksten (deel 4)”