Kerk of tempel?

Deel van een preekstoel (Museum voor Byzantijnse en christelijke kunst, Athene)
Deel van een preekstoel (Museum voor Byzantijnse en christelijke kunst, Athene)

Het bovenstaande museumstuk is voor reisleiders een klassieker. Het is te zien in het Museum voor Byzantijnse en Christelijke Kunst in Athene, dat volgens mij het mooiste museum van die toch al met mooie musea gezegende stad was vóór de Grieken zichzelf overtroffen met het nóg mooiere Akropolismuseum. Het voorwerp zelf is natuurlijk simpel: dit is deel van een preekstoel die ooit in een Atheense kerk stond. De reisleider kan de groep zelf laten raden wat het is.

Vervolgens het trucje: vertellen dat het een mooie en belangrijke kerk was, die echter door oorlogshandelingen werd verwoest en eeuwenlang als ruïne middenin de stad lag. Omdat de kerk echter ooit was gebouwd in een oud-Griekse tempel en er nou eenmaal meer toeristen komen voor antieke dan voor christelijke kunst, besloot het moderne Athene op een gegeven moment de kerk te slopen, zodat die tempel beter zichtbaar werd. Vandaar dat dit onderdeel van een laatantieke preekstoel nu een museumstuk is, terwijl ze natuurlijk ook de kerk hadden kunnen restaureren, die een van de weinige in Athene was uit die tijd, terwijl de stad genoeg klassieke tempels heeft.

Lees verder “Kerk of tempel?”

Augustinus (4)

lane_fox_augustine

[Dit is het vierde deel van een artikel over Augustinus, geschreven n.a.v. Lane Fox’ Augustine. Conversions and Confessions (2015). Het eerste deel is hier.]

Zoals gezegd vond ik Lane Fox’ Augustine. Conversions and Confessions een fijn boek om te lezen en ik heb er genoeg moois in gevonden. En toch overtuigde het me niet: er zit te veel speculatie in. Nu is dat onvermijdelijk bij dit onderwerp, dat, als ik het wat deftig mag uitdrukken, een dubbele hermeneuse veronderstelt.

“Hermeneuse” is de kunst om anderen goed te begrijpen. In een gesprek is dat natuurlijk niet zo moeilijk want als je iets niet snapt, kun je opheldering vragen. Het wordt al iets lastiger als je iets leest, want dan moet je de auteur zien te bereiken. Als de auteur dood is, schreef in een vreemde taal en leefde in een ons volstrekt vreemde samenleving, is antwoord uitgesloten. De aanname achter de wetenschappelijke hermeneuse is dat we desondanks toch zijn bedoeling wel enigszins kunnen benaderen: we lezen een tekst, vormen een beeld van het geheel en begrijpen – als we de tekst herlezen – de details beter doordat we weten wat we mogen verwachten, en doordat we de details nu snappen, begrijpen we de hoofdlijn weer beter. Dat is een in principe eindeloze cyclus, waarin je steeds beter begrijpt wat de tekst betekent, zeker als je haar leest met andere teksten en dezelfde cyclus toepast op de antieke samenleving. Zo zou je inzicht in een oude tekst uit een vervlogen tijd moeten groeien, maar de discussies die al twee millennia over de Bijbel worden gevoerd illustreren dat het niet per se leidt tot consensus. Er blijft een fors subjectief element.

Lees verder “Augustinus (4)”

Augustinus (3)

De oudste afbeelding van Augustinus (Lateraan).
De oudste afbeelding van Augustinus (Lateraan).

[Dit is het derde deel van een artikel over Augustinus, geschreven n.a.v. Lane Fox’ Augustine. Conversions and Confessions (2015). Het eerste deel is hier.]

Augustinus mocht in het klooster dan een prettige levensvorm hebben gevonden, hij bleef twijfelen. Hij denkt in vragen – als manicheeër al en na zijn bekering tot het christendom niet minder. We herinneren ons dingen, maar waar komen die herinneringen vandaan? Hoe kan in zoiets kleins als ons lichaam zo onmetelijk veel informatie liggen opgeslagen? En hoe zit het met voorstellingen die we ons kunnen maken van dingen die we nog nooit hebben gezien? Of neem dit: als kind denk en redeneer je als kind, als volwassene denk je weer anders, maar waar is die kindertijd gebleven?

In feite was Augustinus begonnen de diepten van de menselijke geest te peilen en onderzocht hij wat “ik” nu eigenlijk was. Dat levert fenomenaal proza op dat in feite onvertaalbaar is. “Jij (= God) zat dieper in mij dan ikzelf” is omslachtiger dan het laconieke Latijnse interior intimo meo. (Let op het beginrijm en het klankspel.) Of bedenk eens wat mihi quaestio factus sum, “ik ben mezelf een raadsel geworden”, van indruk moet hebben gemaakt op lezers die anderhalf millennium leefden voordat Freud het onbewuste uitvond.

Lees verder “Augustinus (3)”

Augustinus (2)

Het keizerlijk hof (op een reliëf uit Istanbul). Augustinus zou bij officiële gelegenheden ergens op de bovenste rij hebben gezeten, in de nabijheid van de keizerlijke familie, verheven boven de stedelijke menigte.
Het keizerlijk hof (op een reliëf uit Istanbul). Augustinus zou bij officiële gelegenheden ergens op de bovenste rij hebben gezeten, in de nabijheid van de keizerlijke familie, verheven boven de stedelijke menigte.

[Dit is het tweede deel van een artikel over Augustinus, geschreven n.a.v. Lane Fox’ Augustine. Conversions and Confessions (2015). Het eerste deel is hier.]

Augustinus werd geboren in Thagaste, het huidige Souk Ahras in noordoost Algerije, en had het geluk dat een rijk man wel iets zag in de intelligente jongeman – want intelligent moet je zijn om de Categorieën van Aristoteles door zelfstudie te begrijpen. Augustinus’ patroon zorgde ervoor dat hij een goede opleiding kreeg en de jonge man vestigde zich in Karthago als leraar in de welsprekendheid. Een belangrijke baan: in een halfgeletterde samenleving als het Romeinse Rijk, waarin alle besluitvorming mondeling plaatsvond, was het voor elke bestuurder van wezensbelang dat hij zich goed kon uitdrukken. Scholing in de welsprekendheid was daarom een voorwaarde voor iedereen die iets wilde bereiken. Die scholing hield overigens meer in dan alleen het componeren van een goede toespraak: het was een volledig cultureel programma dat iemand definieerde als beschaafde Griek of Romein.

In deze Karthaagse jaren behoorde Augustinus, zoals gezegd, bij een manichese sekte. De hoofdstukken die Lane Fox eraan wijdt, vond ik erg informatief, al troffen de beschreven rituelen me als zó bizar dat ik moeite had te geloven dat de reconstructie correct was. Een interessant probleem is hier dat we niet weten kunnen welke delen van de manichese teksten letterlijk zijn bedoeld en welke overdrachtelijk moeten worden gelezen. Waar een hedendaagse oudheidkundige een moderne christen kan vragen wat is bedoeld met het op het eerste gehoor kannibalistisch klinkende “dit is mijn lichaam”, is hij hulpeloos bij een manichese tekst.

Lees verder “Augustinus (2)”

Augustinus (1)

Achttiende-eeuws portret van Augustinus (Porta Nigra, Trier)
Achttiende-eeuws portret van Augustinus (Porta Nigra, Trier)

Manicheïsme is een antieke godsdienst waarin de kosmos werd voorgesteld als een eeuwige strijd tussen het goede en het kwade, tussen licht en donker, tussen geest en materie. Lange tijd is er weinig over bekend geweest: hoewel het in de Vroege Middeleeuwen een wereldreligie was, ging het manicheïsme ten onder in de concurrentie met het christendom en de islam. Er waren geen kopiisten voor de manichese teksten, die dus – zoals zoveel antieke literatuur die uit de mode raakte – verloren gingen. Alleen langs de Zijderoute, waar lange tijd allerlei religies naast elkaar bestonden, overleefde het, tot de Mongolen de laatste gelovigen doodden. De manichese opvattingen waren zodoende lange tijd vooral bekend uit de strijdschriften van hun tegenstanders, zoals Tegen de manicheeërs van bisschop Augustinus van Hippo (354-430), die enkele jaren lid was van een manichese sekte.

Aan het begin van de vorige eeuw veranderde de situatie, toen in Centraal-Azië enkele oeroude manichese teksten werden ontdekt. Verder beschikken we over de Tebessa Codex en de Keulse Mani-codex, een boekje zo klein als een luciferdoosje. De belangrijkste tekstvondsten komen echter uit de bibliotheek die in 1930 is ontdekt bij het Egyptische Medinet Madi: preken, een boek met de titel Synaxeis (“de vergaderingen”), een boek met antwoorden op vragen van gelovigen (de Kefalaia, “hoofdstukken”) en een enorm boek met manichese psalmen. De bibliotheek is samengesteld rond 400, dus in de tijd van Augustinus. Dit materiaal is de laatste jaren uitgegeven door de Chester Beatty-bibliotheek in Dublin.

Lees verder “Augustinus (1)”

Late Romeinen

Uitleg over het Romeinse leger in de Late Oudheid (Orientalis bij Nijmegen)
Uitleg over het Romeinse leger in de Late Oudheid (Orientalis bij Nijmegen)

Er zijn momenten waarop ik denk dat we met een Romeinenweek, een Nijmeegs Romeinenfestival, een Zuid-Limburgs Romeinenfestival, een limes-zomer, Romeinse Spelen en een “Late Roman Event” wat erg veel Oudheid hebben. Zeker als ze in Tongeren en Xanten, dus net over de grens, ook uitpakken, als er bovendien een Week van de Klassieken is en als we ook nog enkele goed-bezochte musea hebben. Het wonderlijke is echter dat er vrijwel steeds voldoende bezoekers komen om het voor de betrokkenen interessant te houden. Er is elk weekend wel ergens wat te doen, scholen blijven mensen vragen om uitleg te komen geven.

Zonder iets ten nadele van de andere activiteiten te willen zeggen: ik voor mij vind het “Late Roman Event” het leukst. Misschien wel om de rustige toon waarmee het zich presenteert; misschien omdat ik de organiserende re-enactmentgroep al jaren ken; misschien omdat het op de perfecte plek is, namelijk Museumpark Orientalis bij Nijmegen; misschien omdat de re-enactors uit meer landen komen en je dus beter voelt hoe groot dat wereldrijk was; misschien omdat de Late Oudheid veel belangrijker is dan men wel aanneemt.

Lees verder “Late Romeinen”

Onbegrijpelijk glas

cenchreai_glass_mosaic_mus_isthmia4
Glasmozaïek uit Kenchreai (museum van Isthmia)

In het museum van Isthmia fotografeerde ik het bovenstaande mozaïek, dat is opgegraven in Kenchreai, de noordelijke haven van Korinthe. Het leuke is dat het volledig is gemaakt van glas. Mozaïeken van steentjes waren in Griekenland bekend sinds de vijfde eeuw v.Chr., glas was al eeuwen bekend, en mozaïekleggers gebruikten al stukjes gekleurd glas om kleuren te krijgen die ze niet konden krijgen door steentjes te leggen, zoals purper en turquoise. Dat je ook grote stukken glas op maat kon snijden en bij het inlegwerk kon gebruiken, moet echter iets nieuws zijn geweest toen rond 500 n.Chr. iemand het bovenstaande maakte.

Althans, dat vermoed ik. Ik ken namelijk geen oudere voorbeelden. Je moet echter voorzichtig zijn als je enige argument is gelegen in de afwezigheid van andere voorbeelden. Maar wanneer de methode ook ontwikkeld zij, het mozaïek dateert van rond 500.

Lees verder “Onbegrijpelijk glas”