Een gewiekste zwendelaar en een verblinde wetenschapper

Wat te mooi is om waar te zijn, is vaak niet waar. Dat gold ook voor de in 2012 opgedoken papyrussnipper waarop te lezen viel hoe Jezus van Nazaret sprak over ‘mijn vrouw’. Wat een mooie bevestiging leek van Da Vinci-code-achtige theorieën en daarom enig opzien baarde, bleek al gauw een vervalsing. Daarmee paste dit ‘Evangelie van de Vrouw van Jezus’ in een eeuwenlange traditie van onechte manuscripten. Een wetenschappelijke blamage, zeker, maar geen werkelijk nieuws.

Cover-up

Dat werd het wél toen ontdekker Karen King (Harvard) zei dat het laboratorium de echtheid zou bewijzen. Die aankondiging was alarmerend. Het lab kan namelijk wel vaststellen dat een papyrustekst een slechte vervalsing is, maar herkent een goede vervalsing niet en kan zeker niet bepalen of iets authentiek is. Harvard was rookgordijnen gaan optrekken.

Lees verder “Een gewiekste zwendelaar en een verblinde wetenschapper”

De troon van Satan

Het Pergamonaltaar (Berlijn)

In Berlijn zijn een kleine zeventig voorwerpen in de oudheidkundige musea op het beroemde Museumeiland met een kleverige vloeistof besmeurd. Er zit geen patroon in het vandalisme, de schade is niet zó groot dat de restauratie vóór het politieonderzoek moest gaan. De voornaamste zorg van de beheerders is dat er ook leenstukken zijn besmeurd. Het is lelijk nieuws, maar vooralsnog zijn er geen aanwijzingen dat het groter is dan dit.

De media zijnde de media is het wel groter gemaakt. In het museum staat namelijk ook het Pergamonaltaar ofwel de Troon van Satan. Ik ga hier de verbanden die complotdenkers bedenken geen extra publiciteit geven. Ik beperk me tot de bewering dat dit de Troon van Satan zou zijn.

Dat is gebaseerd op de Openbaring van Johannes, het wonderlijke laatste boek van het Nieuwe Testament, geschreven in de laatste jaren van de eerste eeuw n.Chr. Er waren christenen gedood en de auteur spreekt zijn lezers moed in. Als ze vast hielden aan hun geloof in Christus, zouden ze op de Jongste Dag worden gerechtvaardigd. Johannes’ collectie fantasmagorieën vormt fenomenale literatuur. U hoeft niet te geloven in een naderend Oordeel om het met ingehouden adem te lezen. (Indien u desondanks een aanbeveling nodig heeft: het was de favoriete hotelkamerlectuur van Hunter S. Thompson zaliger nagedachtenis.)

Lees verder “De troon van Satan”

Lukas, arts en evangelist?

Zesde-eeuwse muurschildering van Lukas, gevonden in zijn zogenaamde graf in Efese (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Maar de apostel Lukas, die van het evangelie, die was toch arts? Ik hoorde het deze week weer iemand zeggen. Het is twee, misschien drie keer niet waar. In de eerste plaats was Lukas geen apostel. In de tweede plaats is hij niet de auteur van het evangelie dat zijn naam draagt. En of hij arts was, dat weten we eigenlijk ook al niet.

Drie vermeldingen

Lukas staat drie keer genoemd in de Bijbel. Paulus vermeldt een medewerker met die naam aan het slot van de korte Brief aan Filemon: een zekere Epafras doet de geadresseerde de groeten, en Paulus’ medewerkers Marcus, Aristarchus, Demas en Lukas sluiten zich daarbij aan.

Lukas duikt ook op in twee aan Paulus toegeschreven brieven. (Het maken van teksten in andermans naam was in de Oudheid niet ongebruikelijk. De auteur vertelt dan wat hij denkt dat de echte auteur zou hebben kunnen schrijven. ) In de Brief aan de Kolossenzen staat het enige biografische detail: Lukas “de arts” en Demas doen de groeten. In de Tweede Brief aan Timotheüs vertelt Paulus dat hij door Demas in de steek is gelaten, dat andere metgezellen verder zijn gereisd en dat alleen Lukas nog bij hem is.

Lees verder “Lukas, arts en evangelist?”

Nogmaals: hoe zag Jezus eruit?

De doornenkroning (Praetextatuscatacombe, Rome)

De allereerste zin van een artikel dient om de aandacht te trekken. De auteur mag het even scherp zeggen; de nuances komen verderop wel. Maar dan moet de auteur die nuances wel tonen. En het is ook fijn als de eerste zin niet zó overdreven is dat de lezer meteen afhaakt. Dit gaat verkeerd in Marije van Beeks artikel “De ongeloofwaardige witheid van Jezus”, onlangs in Trouw.

Op de eerste afbeeldingen die van Jezus gemaakt zijn, in de eerste eeuw, is hij een witte man.

Dit is klinkklare onzin. Het probleem is niet alleen de datering. Het gaat ook om de verkeerde typering van de eerste afbeeldingen. Als we afzien van de Palatijnse spotcrucifex, waarop een gekruisigde ezel is te zien die misschien wel en misschien niet een afbeelding is van de executie van de messias, is de beroemdste Jood aller tijden aanvankelijk gewoon afgebeeld geweest zoals alle ingezetenen van het Romeinse Rijk. Ietwat gebruind, zeker niet als een moderne Noordwest-Europeaan.

Lees verder “Nogmaals: hoe zag Jezus eruit?”

Relevance is the enemy of history

Het bovenstaande plaatje doet de ronde op de sociale media. De strekking is duidelijk: christelijk Rechts in de Verenigde Staten heeft niets begrepen van het christendom. Dat wil ik best wel voor mijn rekening nemen maar er zijn kanttekeningen te plaatsen.

Vraag één: wat is christendom? Dat is zo simpel nog niet. Het is in elk geval een verzameling ideeën, gegroeid in de loop van een kleine tweeduizend jaar. Sommigen benadrukken Bijbelstudie, anderen leggen de nadruk op sacramenten en rituelen. Zo nu en dan is het een onderdeel van ’s mensen culturele of nationale identiteit. Doordat eigenlijk alles én het tegendeel daarvan vroeg of laat christelijk is, zijn christelijke ideeën overal om ons heen. Ook waar we het misschien niet meteen verwachten. Het humanisme valt bijvoorbeeld te interpreteren als een vorm van christendom.

Hieruit volgt dat de Christus van Amerikaans evangelisch Rechts een loot kan zijn aan de christelijke boom, aangezien alle ideeën vroeg of laat christelijk zijn, en dat deze Christus óók valt te interpreteren als niet-christelijk. Datzelfde geldt voor het in het plaatje getoonde alternatief: ja, die Linkse Christus staat in een christelijke traditie, en nee, deze Christus is net zo goed een politiek construct.

Lees verder “Relevance is the enemy of history”

Het doorgeven van de Wet

Sarcofaag uit het mausoleum van de Anicii (Louvre, Parijs)

De bovenstaande sarcofaag is te zien in het Louvre in Parijs maar is gevonden in Rome. Meer precies: ze is gevonden in het zogeheten Mausoleum van de Anicii, een beroemde Romeinse familie uit de Late Oudheid. Ze waren zó vooraanstaand dat ze hun grafmonument konden bouwen vlakbij het graf dat in de vierde eeuw werd aangewezen als dat van Petrus. Of dat graf werkelijk van Petrus is, is nu niet de vraag. Het gaat me erom dat het mausoleum onder de apsis is van de in 326 door Constantijn gebouwde basiliek. Deze sarcofaag is dus óf ouder dan 326 óf daar neergezet toen dat nog mogelijk was. We hebben te maken met een heel oud christelijk graf.

Aan de zijkanten staat aan de ene kant de tenhemelopneming van Elia. Een vrij normaal type afbeelding voor een graf. Er is echter meer aan de hand. Links van Elia staat Elisa, die de mantel van zijn voorganger overneemt; aan de rechterzijde staat naast Elia Mozes, die de Wet aanneemt uit Gods helemaal rechts afgebeelde hand. We hebben hier een afbeelding van het “doorgeven” van de (uitleg van de) Wet: van rechts naar links van God aan Mozes aan de profeten aan hun leerlingen.

Lees verder “Het doorgeven van de Wet”

Messias of messias?

Munt van Bar Kochba (British Museum, Londen)

Even taalfeitje uit de oude doos. Volgens het Spellingsbesluit 1995, meer precies artikel 16.7, onder S, dienden woorden die een aspect van het goddelijke weergaven gespeld te worden met een hoofdletter. Dat bleek lastig bij het maken van het toenmalige Groene Boekje. (Even een misverstand vermijden: het Groene Boekje is niet de spellingswetgeving maar een toelichting, ongeveer zoals Elseviers Belastingalmanak uitleg biedt maar niet de eigenlijke wet is.) De samenstellers van het Groene Boekje hadden bij de uitwerking van deze regel weinig moeite als het ging om uitdrukkingen als “Voorzienigheid” of “Almacht”,  maar ze namen ook het woord “messias” met een hoofdletter op in de woordenlijst.

Dat valt wel te begrijpen: de bekendste messias, Jezus van Nazaret, wordt door christenen niet alleen beschouwd als de in het boek Daniël aangekondigde Mensenzoon die het Laatste Oordeel zal uitspreken, maar ook als de tweede persoon van de Drie-eenheid. Deze messianologie past uitstekend binnen de toenmalige joodse ideeën over een tweede goddelijke macht.

Lees verder “Messias of messias?”

Textiel uit Egypte

Christelijk-Dionysische scène (eigen collectie Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

De Oudheid is vaak kleurloos. De fleurige verf die er ooit voor zorgde dat standbeelden, reliëfs en tempels fonkelden in de zon, is in de loop der eeuwen verbleekt. Pas in de negentiende eeuw ontdekten kunsthistorici dat antieke sculptuur en architectuur buitengewoon bont beschilderd waren geweest. Het vooroordeel dat alles ooit was gemaakt van stralend wit marmer, leeft echter nog in talloze stripverhalen en films.

De antieke kleurenpracht is dan ook wat moeilijk voorstelbaar, maar een enkele keer beschikken oudheidkundigen over voorwerpen waarop de antieke kleuren zijn bewaard. Zoals op het Egyptische textiel dat momenteel, nu de coronasluiting van de musea voorbij is, wordt tentoongesteld in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.

De expositie is alleen al een bezoek waard omdat het materiaal niet zo vaak wordt geëxposeerd. Blootstelling aan licht doet de kleuren immers vervagen.

Lees verder “Textiel uit Egypte”

Christelijke magie

miletus_theater_inscr_wall1
Magische tekst uit Milete

Het antieke christendom is wat ze een “valse vriend” noemen. Die term slaat van oorsprong op woorden uit een vreemde taal die lijken op woorden uit de eigen taal maar een andere betekenis hebben: dus het Duitse Meer, dat niet slaat op wat wij een meer noemen, maar verwijst naar de zee. Een instinker dus. Op soortgelijke wijze lijkt het antieke christendom bedrieglijk veel op het christendom van onze tijd, met priesters en religieuze maaltijden en heilige teksten, maar is het de vraag in welke mate het werkelijk hetzelfde is.

Veelvormig vroeg christendom

Voor het goede begrip: het huidige christendom is ontstaan in de Oudheid en niemand betwijfelt dat wat na pakweg 400 n.Chr. heeft bestaan, grosso modo is wat nu bestaat. Ook staat vast dat het christendom van rond 400 is voortgekomen uit oudere vormen, die op hun beurt teruggaan op een messiaans geïnspireerde halachische stroming binnen het jodendom. Het grote probleem is nu dat die joodse stroming de inspiratie is geweest van diverse religieuze vormen, die na de regering van Constantijn zijn overvleugeld door twee ideeën: één, dat de verering van Christus de verering van andere goden uitsloot, en twee, dat binnen dit exclusivistische geloof maar één opvatting bestond, de juiste. In het Grieks: orthodoxie.

Lees verder “Christelijke magie”

Altaar in Rindern

Het altaar van Rindern (foto Paul van der Heijden)

Eerst even een misverstand uit de wereld helpen: het dorpje Rindern, even ten noorden van Kleef, is niet het Romeinse Arenacum. De namen lijken op elkaar, zeker, maar archeoloog Jan Verhagen heeft aannemelijk gemaakt dat de Romeinen met die naam Kleef bedoelden. (Op mijn website moet ik dit nog corrigeren.) De heridentificatie neemt niet weg dat Rindern in de Oudheid bewoond is geweest en dat het kleine museum Forum Arenacum heet.

Ik ben daar in 2009 met mijn zakenpartner langs gereden, op weg naar een echt buitenland dat ik me nu niet herinner. We wilden destijds ook het altaar in de kerk zien, want er is een beroemde Romeinse inscriptie, maar die dag was de kerk op slot. Afgelopen zaterdag hadden mijn vriendin en ik meer succes. Hier is de tekst op de ongeveer een kubieke meter grote steen, zoals die er momenteel uitziet (EDCS-11100795).

Marti Camulo
sacrum pro
salute Tiberii
Claudi Caesaris
[A]ug(usti) Germanici Imp(eratoris)
[c]ives Remi qui
[t]emplum constitu-
erunt

Lees verder “Altaar in Rindern”