Dag Hans

Hans Overduin

Een paar dagen geleden bezocht ik het Bardomuseum in Tunis. Dat het museum is gevestigd in het paleis van de Ottomaanse onderkoning, de bey, zie je aan het feit dat boven veel deuren de Turkse maansikkel is afgebeeld. Alleen is die een kwart slag gedraaid, waardoor het symbool wat lijkt op een hoefijzer. Ineens bedacht ik dat ik niet wist waarom we in Nederland hoefijzers boven de deur hangen. En ik miste Hans Overduin.

Die zou het wel hebben geweten. Hij zou er zeker een stukje over hebben geschreven op de website Sargasso. Gedurende ruim vijf jaar – om precies te zijn: van maart 2018 tot en met september 2023 – publiceerde hij daar 129 stukjes. Of eigenlijk 130, want de redactie heeft een ervan, dat Hans’ veelzijdigheid mooi illustreerde, opnieuw gepubliceerd nadat hij op vrijdag 19 april overleed.

Lees verder “Dag Hans”

Dag Frans

Een tekening die Frans Wiggermann maakte van Mesopotamische demonen

Onlangs is een van mijn oud-docenten overleden: Frans Wiggermann (1948-2024), kenner van het oude Mesopotamië. Ik heb van hem onder andere colleges over de oosterse literatuur gehad. Daar ben ik nooit veel verder in gegaan, maar een docent is niet alleen iemand die informatie overdraagt. Hij toont dingen. Ik noem één voorbeeld.

Contre coeur archeologiedocent

De Vrije Universiteit in Amsterdam, waar ik toen studeerde, had in de jaren tachtig een overeenkomst met de Universiteit van Amsterdam dat enkele studierichtingen daar niet zouden worden opgeheven: egyptologie, hittitologie en archeologie van het Nabije Oosten. De UvA brak haar woord en de VU-studenten waren mede de dupe. Wiggermann was nu gedwongen voor ons de archeologiecolleges over te nemen. Dat deed hij naar eigen zeggen niet met plezier, want hij wist meer van teksten en iconografie. Zo had hij in zijn proefschrift Babylonian Prophylactic Figures (1982) verbanden gelegd tussen de afbeeldingen van allerlei wonderlijke demonen en de teksten waarin die staan vermeld.

Lees verder “Dag Frans”

Koperen Jubileum

Bij een koperen jubileum hoort natuurlijk koper, zoals dit mineraal uit het Natuurhistorisch Museum in Parijs.

Vandaag is het 12½ jaar geleden dat ik begon met deze blog. Ik had destijds al een kleine Engelse blog om reclame te maken voor Livius.org, dus nieuw was het bloggen niet. Het eerste stukje op de Mainzer Beobachter ging over de Quichot, en de dagen erna plaatste ik vooral bestaand materiaal. Na een maand kreeg nieuw geschreven kopij de overhand en sindsdien is er vrijwel elke dag wel een blogje verschenen. De liefhebber vindt enkele kengetallen daar.

Aanvankelijk wilde ik op deze blog een breed spectrum aan onderwerpen behandelen. Daarom ook de naam: een krantentitel, geplagieerd van Multatuli, die over alles een mening had en in de Ideën dezelfde vrijheden nam die een blogger neemt. Uiteindelijk werd het, om redenen die ik eerder uitlegde, een Oudheidblog. Tot zover het verleden.

Lees verder “Koperen Jubileum”

Koperen Jubileum

Bij een koperen jubileum hoort natuurlijk koper, zoals dit mineraal uit het MIM in Beiroet.

Aanstaande zondag bestaat de Mainzer Beobachter 12½ jaar. Het koperen jubileum. Medio volgende maand gaat het 6000e stukje online (dit is het 5955e). In totaal heb ik ruim vier miljoen woorden geschreven. De blog heeft meestal tussen de 3000 en 3500 bezoekers per dag, terwijl zo’n 1700 abonnees mijn krabbels ontvangen per mail. Er zijn ruim 50.000 reacties. Er zijn andere auteurs, die ongeveer een tiende van de kopij voor hun rekening nemen. Verschillende mensen hebben elkaar leren kennen via de reageerpanelen. Er groeit, zoals dat heet, een community.

Daar ben ik trots op. Al weet ik dat het maar de vraag is of al die bezoekers en al die abonnees al die blogjes ook lezen. Of de blog, in het licht van de eeuwigheid, heel erg veel zin heeft, is ook zo’n vraag.

Lees verder “Koperen Jubileum”

Boekpresentatie

De vaste lezers van deze blog weten het: ik heb een boek geschreven over mijn vakgebied. Het heet Oudheidkunde is een wetenschap en ik behandel daarin achtereenvolgens de gedeelde grondslag van archeologie & geschiedenis & de meer literaire benaderingen; de dagelijkse perspectiefwisselingen en datavergaring; de innovaties; en de wijze waarop het vak (almaar niet) in het nieuws komt.

Ik vertelde al dat er op donderdag 30 november, aan het einde van de middag, n.a.v. Oudheidkunde is een wetenschap een bijeenkomst is in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Rens Bod, de auteur van onder meer Waarom ben ik hier?, en ik vertellen over het belang van de geesteswetenschappen. Voor degenen die niet in Zuid-Holland wonen, is er een livestream. U kunt zich hier aanmelden.

Lees verder “Boekpresentatie”

De staalwoestijn (2)

[Tweede deel van een stuk dat Saskia Sluiter schreef over haar boek De Staalwoestijn.]

Vervuiling

De werkgelegenheid uit het vorige blogje vormt is één kant van het verhaal. Een andere kant is de CO2-uitstoot van het bedrijf. Die is gigantisch: vorig jaar nog tussen de 11,4 miljoen ton (Tata Steel duurzaamheidsverslag 2021-2022) en 15 miljoen ton (Milieudefensie). Dat is ruim zeven procent van alle stikstofuitstoot in Nederland. Plus fijnstof, roet, looduitstoot, PAKS, zware metalen en ‘zeer zorgwekkende stoffen’ als vanadium en beryllium. Die zeer zorgwekkende stoffen zijn al in een minieme dosis supergiftig. In de rapporten staan ze vermeld als ZZS, want het ambtenarenjargon kronkelt zich in vele bochten om de werkelijke aard van dit soort gifstoffen niet expliciet te benoemen – de kool en de geit worden zorgvuldig gespaard.

Staal maken is een uiterst vervuilend proces en Tata is een supervervuiler. Het aantal kankergevallen in de IJmond ligt zo’n 25%, op sommige plekken zelfs 50% hoger dan gemiddeld, en dat is al vele jaren zo. Geen wonder dat er fel tegen het bedrijf wordt geprotesteerd. De kranten staan er bol van. Er staat een rechtszaak tegen Tata op de rol en het bedrijf heeft ook een schadeclaim van 1500 inwoners van Wijk aan Zee aan de broek hangen. De juridische messen worden zorgvuldig geslepen.

Lees verder “De staalwoestijn (2)”

De staalwoestijn (1)

“Wat een gaaf thema, dat van die Staalwoestijn. Voel je vrij eens een blogje te schrijven om er reclame voor te maken.” Dat mailde Jona me. Zoiets laat je je geen twee keer zeggen natuurlijk. Deze blog gaat dus over mijn nieuwe boek: De Staalwoestijn. Verandering van een landschap, van Hoogovens tot Tata: een geschiedenis. In die geschiedenis is de Oudheid ver weg: 1815-2023 is moderne tijd en, naarmate het verhaal vordert, recent en hedendaags.

Ik woon in Velsen-Noord, waar vervuiling, rook en stoom van diverse pluimage je dagelijks de neus in waait. Tata, Vattenfall, papierfabriek Van Gelder, intensief wegverkeer, scheep- en luchtvaart: ze dragen er allemaal een flinke steen aan bij. De grootste boosdoener is echter het fabrieksconglomeraat van Tata Steel. Tegelijkertijd is Tata ook de grootste werkgever in het gebied en dat maakt dit een lastig probleem.

Lees verder “De staalwoestijn (1)”

Reclame

Reclame is onvermijdelijk want de consument moet op een of andere manier ontdekken dat een product of een dienst bestaat. Dat maakt het niet minder opdringerig en ergerlijk. Dus het is met enige terughoudendheid dat ik deze blog even interrumpeer met reclame.

Het tweeluik

Ik schrijf boeken die ik in elk geval zelf interessant vind. Zo was er mijn tweeluik over enerzijds tekstwetenschappers die papyri uitgeven zonder acht te slaan op wat archeologen te melden hebben (en dat gaat dus fout) en anderzijds mensen die archeologisch een probleem willen oplossen zonder te kijken naar wat tekstwetenschappers weten (en dat gaat ook fout): Bedrieglijk echt en het onlangs herdrukte Hannibal in de Alpen. U bestelt het ene boek hier en het andere boek daar, maar vooral: léés die boeken.

Lees verder “Reclame”

Een dienstreis naar Cádiz

Punische terracotta (Museum van Cádiz)

Er was eens een man in Karthago die, naar eigen zeggen, stapelgek was. Insanus. Deze Heliodorus liet zijn geestelijke situatie merken door in zijn testament te bepalen dat zijn sarcofaag geplaatst moest worden in Cádiz, opdat hij zou zien wie helemaal naar de rand van de aarde zouden reizen om zijn graf te zien. Die mensen zouden nog gekker zijn dan hij.

Die gek, dat ben ik. Eind jaren tachtig hoorde ik over dit grafschrift en dus moest ik het zien. Toen ik destijds door Andalusië reisde, nam ik vanuit Sevilla de trein naar Cádiz. Helaas stapte ik verderop over op de verkeerde trein, zodat ik het grafschrift destijds niet heb gezien. Zo’n drieëndertig jaar later, afgelopen zaterdag, had ik de herkansing. Mijn vriendin had in Nederland al een treinkaartje besteld van Córdoba naar Cádiz, want voor mij zijn online financiële transacties te ingewikkeld en de hogesnelheidslijn veronderstelt reservering.

Lees verder “Een dienstreis naar Cádiz”

Een dienstreis naar Munda

De heuvelrug bij Munda

Vandaag was de grote dag: ik ging op weg naar Munda, de plaats waar Julius Caesar op 16 maart 45 v.Chr. zijn gevaarlijkste tegenstander versloeg: Gnaeus Pompeius Junior. Als u mijn Caesar-reeks volgt, bent u bent hem al tegengekomen als vlootcommandant. Caesar had in de slag bij Farsalos weliswaar Pompeius Senior verslagen, maar was vervolgens in Egypte vast komen zitten, waarop zijn republikeinse tegenstanders het verzet hadden gereorganiseerd in Tunesië en Spanje.

Het Spaanse leger was groter dan wat Caesar in het veld kon brengen en de Pompejanen hadden redenen om bloedfanatiek te zijn. Ook had Pompeius het slagveld zorgvuldig gekozen en feitelijk een val voor Caesar opgezet. De dictator zou zegevieren, maar verklaarde achteraf niet alleen te hebben gevochten voor de overwinning, maar ook om te overleven. Latere bronnen schrijven hem zelfs zelfmoordplannen toe. Munda was een enorm belangrijk gevecht.

Lees verder “Een dienstreis naar Munda”