Domitianus (17): Piazza Navona

De Minotaurus van Myron (Capitolijnse Musea, Rome)

Zoals ik in het vorige stukje aangaf, zijn de gebouwen die keizer Domitianus neerzette op het Marsveld overbouwd. Dat begon al in de Oudheid. Keizer Hadrianus zette een nieuw Pantheon neer, met ostentatieve bescheidenheid voorzien van de naam van de oorspronkelijke bouwheer, Agrippa. Domitianus bleef onvermeld, hoewel hij toch ook een bouwfase op zijn naam had. Zijn naam was inmiddels taboe (al zouden er later nog twee keizers zijn die zich zo noemden). In de Middeleeuwen bleef het gebied bewoond, het leger van Karel V ging er in 1527 als een beest tekeer en wat er sindsdien staat dateert grosso modo uit de tijd van de Barok.

En toch is Domitianus niet helemaal verdwenen. De Piazza Navona in Rome, het mooiste plein van Italië, bewaart de contouren van het stadion dat de keizer er heeft laten aanleggen. Zelfs de naam van het langwerpige plein is een echo uit de Oudheid: het woord agon is herkenbaar, wat zoiets betekent als wedstrijd.

Lees verder “Domitianus (17): Piazza Navona”

Domitianus (16): Quintus Haterius Tychicus

Het reliëf van de Haterii (Vaticaanse Musea, Rome)

Het Haterii-reliëf! Dit is een van de bekendste afbeeldingen uit de Oudheid. Elk boek over Romeinse bouwkunde bevat er wel een plaatje van. Ik weet niet of ik het eerder heb gezien of dat het me vertrouwd voorkwam door de vele boeken waarin het is afgebeeld. Hoe dat ook zij, het is nu niet in de Vaticaanse Musea maar op de door de lockdown vooralsnog verborgen expositie over de Romeinse keizer Domitianus (r.81-96) in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.

Het reliëf, dat op een graf aan de Via Labicana heeft gestaan, toont enkele gebouwen die de aannemersfirma van Quintus Haterius Tychicus heeft neergezet. Van links naar rechts zijn dat de ereboog voor de tempel van Isis, een Colosseum dat zijn bovenste verdieping nog niet had, de boog voor Domitianus’ broer Titus, een ereboog met een beeld voor de godin Roma, en de tempel van Jupiter Stator die naast de Titusboog heeft gestaan.

Lees verder “Domitianus (16): Quintus Haterius Tychicus”

Hannibal, de Rhône en Mozes

De samenvloeiing van Rhône en Isère

Wetenschap begint met het gecontroleerd verzamelen van data. Archeologen graven dingen op, classici vervaardigen tekstedities. Dit is de dagdagelijkse gang van zaken. Het wordt al boeiender bij de interpretatie van die data. En echt interessant is het als we kijken naar de ontwikkeling van nieuwe technieken en methoden, waarmee onderzoekers nieuwe soorten inzicht verwerven.

Nieuwe soorten inzicht

Wat gebeurt er zoal als het gaat over de oude wereld? Ik wees vorige week al op de digitale paleografie, die kan leiden tot ander en beter inzicht in de antieke en middeleeuwse schrijfcultuur. Deze ontwikkeling hangt samen met een tweede: de groeiende belangstelling voor het materiële aspect van oude teksten. Mediëvisten waren daar altijd al goed in. In de oudheidkunde is deze belangstelling gegroeid doordat er zoveel vervalste teksten uitgegeven zijn.

Een andere ontwikkeling is al enkele jaren gaande: door het gebruik van technieken als LIDAR richt de archeologie zich meer op hele landschappen en beperkt ze zich niet langer tot afgebakende opgravingen. Ik aarzel of ik in dit lijstje van innovaties ook de chronologie moet noemen: er komen namelijk wel nieuwe kalibratiecurven, maar de aard van het inzicht verandert er niet door. Het ontstaan van een historische klimaatwetenschap is dan wel weer een echte innovatie. Tot slot is er de DNA-revolutie, die betekent dat er geen hermeneutische horizon meer is. Hier ligt de negatieve heuristiek aan flarden en is sprake van een scientific revolution in de letterlijkste zin des woords. Filologen krijgen er een rijkdom aan materiaal bij.

Lees verder “Hannibal, de Rhône en Mozes”

Domitianus (15): Het Capitool

Lamp met afbeelding van de Jupitertempel op het Capitool (Allard Pierson, Amsterdam)

In het jaar 80 werd Rome getroffen door een grote brand. Cassius Dio schrijft:

Juist toen keizer Titus in Campanië was om de catastrofe in ogenschouw te nemen die dat gebied had getroffen, verspreidde een grote brand zich over grote delen van Rome. De vlammen verteerden de tempel van Serapis, de tempel van Isis, de Saepta, de tempel van Neptunus, het Badhuis van Agrippa, het Pantheon, het Diribitorium, het theater van Balbus, het theater van Pompeius, de Porticus van Octavia met alle boeken, en tempel van Jupiter op het Capitool en alle omliggende tempels. De ramp leek geen menselijke, maar een bovennatuurlijke oorsprong te hebben.

Dit keer geen vervolging dus van een groep menselijke zondebokken. Toen Domitianus een jaar later de macht van zijn broer overnam, erfde hij een verwoeste stad. Dat bood hem een mogelijkheid om een enorm deel van de stad te herbouwen. Het gaat om de vlakke zone binnen de bocht van de Tiber. Het heette destijds het Marsveld en is het deel van Rome dat altijd bewoond is gebleven. De gebouwen van Domitianus zijn allemaal vervangen door Barokgebouwen. (De meeste van de heuvels waarop Rome is ontstaan, zijn in de Middeleeuwen verlaten. Ze zijn pas weer in gebruik genomen toen na 1870 woonruimte nodig was voor de ambtenaren van het nieuwe koninkrijk Italië.)

Lees verder “Domitianus (15): Het Capitool”

Domitianus (14): De triomfboog van Titus

Een soldaat van XII Fulminata (Capitolijnse Musea, Rome)

Wat heb je aan een tentoonstelling als daar niet iets te zien is dat je niet had verwacht? Het bovenstaande stukje reliëf kende ik. Het behoort tot de collectie van de Capitolijnse Musea in Rome en is afkomstig van de triomfboog van Titus. Ik bedoel de echte, in het Circus Maximus, dus niet de ereboog met de beroemde reliëfs naast het Forum Romanum. Ook een leuk monument, maar een ereboog is geen triomfboog.

Brand in Rome, brand in Jeruzalem

De triomfboog in het Circus Maximus memoreerde natuurlijk de overwinning op de Joden. Er is weinig van het monument over, maar we weten het desondanks zeker. De middeleeuwse auteur die bekendstaat als de Anonymus van Einsiedeln citeert  namelijk het opschrift. De plek is opvallend. Het monument voor de brand van Jeruzalem staat namelijk precies op de plek waar, zo dacht menigeen, de groep messiasbekennende joden (d.w.z. de groep die we tegenwoordig christenen noemen) enkele jaren eerder de stad Rome in brand hadden gestoken.

Lees verder “Domitianus (14): De triomfboog van Titus”

Xenofon in Armenië

Bij Bitlis

We gaan naar Armenië. Ik liet u een paar dagen geleden achter bij de Assyrische hoofdsteden Kalhu en Nineveh, waar Xenofon en zijn huurlingen de nachten hadden doorgebracht. Vervolgens marcheerden ze langs de rivier de Tigris naar het noordwesten. We kunnen de route tot Cizre vrij precies op de landkaart volgen, maar daarna wordt het lastiger. Zowel het commentaar van Otto Lendle als de Landmarkvertaling houden het erop dat de huurlingen de rivier Bitlis stroomopwaarts volgden tot aan de gelijknamige stad. Ook het huidige Muş zou zijn aangedaan.

De tocht door het destijds nog door Armeniërs bewoonde land was lastig. Een snee was ghevallen groot. Het was februari 400 v.Chr. en stervenskoud.

Lees verder “Xenofon in Armenië”

Domitianus (13): Keizer tegen wil en dank

Domitianus (Capitolijnse musea, Rome)

Het is vandaag Drie Koningen, dus we hebben het over geschenken. En lang niet elk geschenk is gewenst. Ik schat zo in dat Domitianus, toen hij in 81 hoorde dat zijn broer Titus was overleden en dat hij zich moest beschouwen als de nieuwe keizer, gemengde gevoelens heeft gehad. Tegenover de macht, die hij aantrekkelijk zal hebben gevonden, stond het verdriet om de dood van zijn broer en wellicht ook het bewustzijn dat hij niet voldoende was ingewerkt. Het keizerschap was een dubieus geschenk.

Bovendien: er gingen geruchten. Titus was zo onverwacht overleden. Domitianus kreeg de schuld in de schoenen geschoven. Hij zou een vis hebben vergiftigd. Het verhaal duikt vrij laat in onze bronnen op (begin derde eeuw) maar het is zeker niet uit te sluiten dat het al tijdens Domitianus’ leven werd verteld. Zulke verhalen circuleren immers wel vaker als een geliefde leider snel overlijdt. In onze tijd is te denken aan de complottheorieën over de dood van paus Johannes Paulus I en de moord op president Kennedy.

Lees verder “Domitianus (13): Keizer tegen wil en dank”

Domitianus (12): Titus

Titus (British Museum, Londen)

In 79 overleed Domitianus’ vader Vespasianus. Suetonius geeft een indrukwekkende beschrijving van zijn dood:

Hij bleef zijn keizerlijke verplichtingen vervullen zoals hij gewoon was. Delegaties ontving hij zelfs te bed. Toen hij door een aanval van buikloop bijna het bewustzijn verloor, zei hij dat een keizer staande hoorde te sterven. Terwijl hij overeind kwam, is hij gestorven in de armen van de mensen die hem ondersteunden. (vertaling Daan den Hengst)

Imago

Zijn oudste zoon Titus, de man die Jeruzalem had veroverd, volgde hem op. Nog eens Suetonius:

Titus was het idool en de lieveling van heel het mensdom. Al wat ertoe bijdraagt de volksgunst te verwerven – natuurlijke begaafdheid, ontwikkeling, succes – bezat hij namelijk in de hoogste mate en, wat heel moeilijk is, hij behield het toen hij keizer was geworden.

Lees verder “Domitianus (12): Titus”

Domitianus (11): De DNA-revolutie

De mythe van Io op een muurschildering uit Herculaneum (Museo Archeologico Nazionale, Napels)

Ik vind het sneu voor de mensen die voor het Rijksmuseum van Oudheden de expositie over de Romeinse keizer Domitianus maakten dat er tot 14 januari een lockdown is. Dus blog ik over de tentoongestelde voorwerpen. Mijn sympathie weerhoudt me er echter niet van om zo nu en dan een vraagteken te plaatsen. Zoals vandaag.

Bovenstaande wandschildering is afkomstig uit Herculaneum en doorgaans te zien in het museum in Napels. Het is de mythe van Io. De oppergod Jupiter vond het meisje aantrekkelijk, Zeus’ echtgenote Juno was voorspelbaar jaloers, Jupiter dacht Io te beschermen door haar in een koe te veranderen (wie verzint zo’n mythe?!), Juno kwam er achter en stuurde een horzel, die de arme Io opjoeg tot in Egypte aan toe. Een diepere moraal dan dat de Bosporus sindsdien Bosporus (“Coevorden”) heet, schijnt in het verhaal niet aanwezig te zijn.

Lees verder “Domitianus (11): De DNA-revolutie”

Schermutselingen en gesprekken

Munt met een Romeins oorlogsschip (Museum für antike Schifffahrt, Mainz)

Als ik u zeg dat het februari was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar (voor de tweede keer) en Publius Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar januari 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Blokkade

Eigenlijk niet zoveel. Hij en Pompeius lagen in het huidige Albanië en wachtten af. De impasse zou duren totdat Caesar versterkingen uit Italië ontving. Zolang het winter was, was de open zee echter onveilig. Dat was dus niet mogelijk. Bovendien patrouilleerde de vloot van Caesars tegenstanders, gecommandeerd door Marcus Calpurnius Bibulus, voor de door Caesar bezette havens. Deze Bibulus had met Caesar het consulaat bekleed in 59 v.Chr. Het was een buitengewoon rumoerig jaar geweest en de twee mannen konden elkaar niet luchten of zien. In zijn Burgeroorlogen geeft Caesar diens manschappen een compliment.

Lees verder “Schermutselingen en gesprekken”