Cypriotisch badhuis

Het is geloof ik geen geheim dat ik Cyprus prachtig vind. Het heeft een prachtig landschap, er zijn wouden, er is altijd weer de zee, er hangt steeds een geur van Mediterrane kruiden, je kunt dwalen door de ruïnes van Enkomi, Salamis en Pafos, in afgelegen valleien liggen beeldschone Byzantijnse kerkjes en in de steden zijn kruisvaarderskastelen en -kathedralen. Er zijn havensteden, er is in Nicosia een Cyprusmuseum. Sommige mensen spreken Grieks, anderen spreken Turks, weer anderen spreken Engels omdat de Britten een basis aanhouden met het oog op het Suezkanaal. In al zijn verdeeldheid is Cyprus een wonder.

Cyprus is een samenvatting van de hele oude wereld, van de Steentijd via de Brons- en IJzertijd, via een klassieke en een hellenistische periode, via de Romeinse tijd en de Late Oudheid tot en met de komst van de islam. En altijd weer: contacten met alle windstreken: het Nabije Oosten, Egypte, Griekenland, Anatolië. Geef Cyprioten de kans te handelen met die gebieden en het eiland bloeit, artistieke elementen uit al die culturen vermengend. Egyptische kapitelen in een Griekse tempel, dat soort dingen.

Lees verder “Cypriotisch badhuis”

Waarom ik “Xerxes in Griekenland” schreef

Gistermorgen heb ik bij uitgeverij Omniboek het bestand ingeleverd van mijn nieuwe boek, Xerxes in Griekenland. De presentatie is donderdagmiddag 28 november in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden; het ligt vanaf 3 december in de boekhandel en als u het meteen wilt hebben, bestelt u het hier. Dat is een Amsterdamse boekhandel maar ze leveren landelijk.

Xerxes in Griekenland is een kwart eeuw in de maak geweest, vanaf het moment waarop classicus Hein van Dolen me vroeg om de landkaarten en het register voor zijn vertaling van de Historiën van Herodotos te maken, die in 1995 is gepubliceerd onder de titel Het verslag van mijn onderzoek. De Historiën zijn de voornaamste bron over Xerxes’ veldtocht. Sindsdien cirkel ik steeds weer naar Xerxes’ veldtocht terug, is het niet omdat ik op vakantie naar Griekenland ging, dan was het wel omdat ik een boek schreef over Alexander de Grote of omdat kwakhistorici na de Amerikaanse inval in Irak hun kans schoon zagen om een hoop negentiende-eeuwse rotzooi de wereld in te pompen.

Lees verder “Waarom ik “Xerxes in Griekenland” schreef”

Fabeldieren

Sfinx met jong (Museum van Bagdad)

Alle oude volken kenden zo hun eigen fabeldieren en voegden daar de fantasiebeesten van hun buurvolken aan toe. De sfinxen die in de Mesopotamische mythologie de Boom des Levens bewaken, keren terug in het joodse verhaal over de Tuin van Eden. De Humbaba’s van de Babyloniërs werden de Gorgonen van de Grieken. Ik schreef er al eens over. De lamassu’s uit Mesopotamië staan op munten uit Sicilië. De Romeinen namen van de Grieken de hele goddelijke veestapel over en daarvandaan wandelde die door naar de middeleeuwse bestiaria.

Hierboven ziet u een sfinx op een ivoortje uit het Archeologisch Museum van Bagdad; de foto is gemaakt door Marjon Verburg, die Irak onlangs bezocht. Op de achtergrond herkent u de paradijselijke vegetatie maar het leukste is natuurlijk dat deze sfinx een jonkie heeft. De ivoorsnijder kende aan het mythologische beest normale dierlijke eigenschappen toe.

Lees verder “Fabeldieren”

Antieke tragici

Zomaar even een kwisje tussendoor. Wie is uw favoriete Griekse tragedieschrijver? Het gaat me niet werkelijk om het antwoord, om eerlijk te zijn, maar om de motivatie. Voel u dus vrij de comments te benutten, ze zijn ervoor. Beschrijvingen van uw favoriete voorstelling, argumenten waarom de thematiek van Euripides actueler is dan die van Sofokles, commentaar op flesjes met olie, alles mag vandaag. (Eigenlijk vraag ik u dus vandaag om de blog vol te schrijven.)

Xerxes in Griekenland

Als alles naar wens gaat, rond ik vandaag mijn nieuwe boek af. Het heet Xerxes in Griekenland. De mythische oorlog tussen Oost en West. Net als in het boek over Constantijn de Grote probeer ik u te tonen dat er een wetenschappelijk proces is waarmee oudheidkundigen komen tot reconstructies. Xerxes’ invasie van Griekenland in 480 v.Chr. is daarbij een fijn voorbeeld, hoop ik, waardoor mensen het boek met plezier zullen lezen.

Weinig archeologie dit keer, wel veel teksten, en dan natuurlijk vooral die van Herodotos. In feite neem ik u ruim 52.000 woorden mee langs zijn Historiën, om te kijken hoe hij nu eigenlijk zijn doelen najaagt. Ondanks de titel van dit werk is Herodotos namelijk geen historicus. Hij is de vader van de journalistiek en zijn Historiën zijn te lezen als een artistieke reconstructie van wat was gebeurd, als een verslag van wat de auteur persoonlijk geneigd was te geloven, als een monument voor de gevallenen en de overwinnaars.

Lees verder “Xerxes in Griekenland”

MoM | Vertalen is moeilijk

Dit zijn dromedarissen en geen kamelen

Een dromedaris heeft één bult en een kameel heeft er twee. Hun Amerikaanse neefje lama heeft er geen. Een kameel komt uit Centraal-Azië, waar de winters koud zijn, en heeft daarom lange haren, dikke vetlagen en zo kort mogelijke poten. Zo bewaart ’ie zijn lichaamswarmte. De dromedaris woont daarentegen in het Nabije Oosten, waar het loeiheet is en daarom heeft het beest korte haren, lange poten en dunne vetlagen. Wat ik maar zeggen wil: het zijn verschillende dieren, levend in tegengestelde ecologische niches.

Het Nederlands maakt onderscheid. We hebben dat ontleend aan de Grieken, die de eenbulter in de zesde eeuw v.Chr. leerden kennen en begrepen dat de dromedarios, “renner”, een snelle loper was. De tweebulter leerden ze ruim twee eeuwen later kennen en daarvoor gebruikten ze kamelos, een Semitisch leenwoord dat voortleeft in het Arabische jamal. De Engelsen, de koloniale macht die ooit heerste over een half dozijn Arabische landen, heeft dit woord eveneens geleend: camel kan zowel slaan op een kameel als op een dromedaris. Zie daar de verklaring voor de dromedaris op het pakje Camel-sigaretten waar u als kind zo verbaasd over was.

Lees verder “MoM | Vertalen is moeilijk”

De ondergang van Jeruzalem

Het “verbrande huis” in Jeruzalem: een van de herinneringen aan de verwoesting van Jeruzalem in 70.

[Laatste deel van een reeks over de Joodse Opstand in 66-70 n.Chr. Het eerste deel was hier.]

Met de brand in de tempel van Jeruzalem (plattegrond) was de catastrofe nog niet voorbij. Nadat de legionairs bij de smeulende tempelruïne een offer hadden gebracht aan hun adelaars, vernietigden ze de wijken ten westen en ten zuiden van de tempel, daalden af naar de Benedenstad (de huidige Joodse Wijk), waar Simon bar Giora nog altijd de macht had. Na die te hebben verwoest, trokken de legionairs naar de Bovenstad (de Armeense Wijk) en bouwden een dam naar het paleis waar ooit de Romeinse procurator had gewoond. Dit keer was er minder tegenstand van de uitgeputte verdedigers. Op 8 september was de hele stad, of wat daarvan restte, in Romeinse handen.

De Joodse leiders trachtten te ontkomen door rioleringen en andere onderaardse gangen, maar omdat de uitgangen waren geblokkeerd, moesten ze ook gangen graven, wat niet altijd lukte. De eerste die zich door de honger gedwongen overgaf was Johannes van Gischala. Daarna was het de beurt aan Simon bar Giora en Josephus houdt weer relevante informatie achter:

Lees verder “De ondergang van Jeruzalem”