MoM| Brownwashing

Ik had mijn blogje voor zaterdag al geschreven toen het nieuws kwam dat Steve Green ruim 10.000 voorwerpen uit zijn verzameling – die ooit werd geschat op 40.000 – zou gaan teruggeven. Dat is netjes en de manier waarop hij het formuleerde, dat hij zélf verantwoordelijk was, trof me als verantwoordelijk. Hij erkende de verkeerde wetenschappelijke adviseurs te hebben genomen, die hij niet bij naam en toenaam noemde, al weten we dat het gaat om Scott Caroll en Dirk Obbink. Minimaal kan gezegd worden dat hun excuus nogal opvallend achterwege blijft; voor het overige komt de vraag op welk cijfer de olijke tweeling heeft gehad voor het eerstejaarscollege wetenschapsethiek.

Aan Greens verklaring was het een en ander voorafgegaan. We vernamen vorige week dat alle Dode Zee-rol-fragmenten in het Museum van de Bijbel (een spin-off van de Greencollectie) vals waren. Dat kwam niet als een schok, want we wisten al dat Green vervalsingen had aangekocht. Daarbij bleef het niet: op Twitter constateerde archeoloog Michael Press dat van de duizenden voorwerpen in het museum slechts van 150 de herkomst was opgegeven. Zoals elke student weet kunnen voorwerpen zonder gedocumenteerde provenance vals zijn. (In het geval van papyri is authenticiteit bovendien niet in een laboratorium vast te stellen.) Het zal niet zo zijn dat de voorwerpen in bezit van de Greencollectie en het museum allemáál onecht zijn, maar de publiciteit kan Green hebben doen besluiten het zinkende schip te verlaten. Het probleem is dat hij zelfs dat verkeerd doet.

Lees verder “MoM| Brownwashing”

Gladiator of niet?

Gladiatoren op een zilveren broche, gevonden in het paleis van de gouverneur te Aquincum

Jona Lendering heeft een blogstukje geschreven dat over een tekst van Pseudo-Quintilianus gaat. Jona denkt dat deze tekst het moment voor een gladiatorengevecht beschrijft. Ik denk dat deze tekst niet over een gladiator gaat, maar over een terdoodveroordeelde.

In de tekst staat namelijk dat “het volk was samengekomen voor het schouwspel van onze bestraffing”. Er bestond zeker een bestraffing ad ludos (naar de gladiatorenschool), waar de veroordeelde een kans behield te overleven. De meeste gladiatoren waren echter slaven en soms ook enkele vrijwilligers. Vechten als gladiator was voor hen niet altijd een bestraffing; de slaven zullen het misschien als hun lot hebben gezien aan een gladiatorenschool te zijn verkocht. Daarnaast bestond er de bestraffing ad bestias (voor de wilde dieren) en dit was wél een doodstraf.

Lees verder “Gladiator of niet?”

Twee heel oude dames

Graf van Antonia en Artema (Thubursicum Numidarum, Algerije)

Het is u vergeven als u nog nooit hebt gehoord van Thubursicum Numidarum, want het was een nogal obscuur Romeins stadje in Numidië. Tacitus zou het één keer kunnen vermelden maar zelfs dat is niet zeker, want hij heeft het over Thubuscum en er zijn andere kandidaten.

Ik belandde er afgelopen december dan ook min of meer bij toeval. Ik was in Madauros geweest, er was tijd over en de bewakers van Madauros wisten nog iets dat ons zou boeien. Zo belandden we op een volkomen onbekende opgraving met een theater, een forum, een tempel op een heuvel en een waterheiligdom bij de bronnen van de rivier de Medjerda, die oostwaarts stroomt via Bulla Regia naar Utica.

Lees verder “Twee heel oude dames”

Papyrologie: update (2)

Soms maakt een diepe verslagenheid zich van je meester

Eigenlijk had gisteravond mijn boek Bedrieglijk echt gepresenteerd zullen zijn in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Er zouden leuke antieke teksten zijn voorgelezen, we wilden ramanspectroscopie demonstreren en ik wilde het filmpje vertonen dat u hier kunt bekijken. Tot slot wilde ik gistermorgen op deze blog een update geven bij het boek. Want die was nodig, aangezien Bedrieglijk echt een verhaal bevat waarover nog steeds dingen bekend worden.

Ik raakte geboeid door de materie door het schandaal van het Evangelie van de Vrouw van Jezus. De betrokken onderzoekster zei dingen waarvan ze weten moest dat ze onwaar waren. In het onwaarschijnlijke geval dat ze het echt niet wist, had haar geheugen opgefrist behoren te zijn door de rel rond de Artemidorospapyrus. Terwijl ik het boek schreef, ontvouwden zich echter nog meer schandalen, zoals dat rond Eerste-eeuwse Marcus, de Sapfo-papyri en de diverse valse fragmenten van de Dode Zee-rollen. Ik heb bepaalde delen van mijn boek drie, vier, vijf keer moeten herschrijven. De laatste weken bleef het rustig maar een update is nog steeds zinvol.

Lees verder “Papyrologie: update (2)”

Misverstand: IV

De cenotaaf van Marcus Caelius, een Romeinse officier die sneuvelde in de slag in het Teutoburgerwoud. In de tweede regel is te lezen dat hij behoorde bij legioen XIIX. Dit monument komt uit Xanten, maar wordt tentoongesteld in het Rheinisches Landesmuseum in Bonn.

Misverstand: De Romeinen schreven IV

Kennis van de legioenen is vaak een kwestie van geduldig inscripties lezen, en iedereen die dat doet komt vroeg of laat – of hij nu militaire of andere teksten leest – tot dezelfde ontdekking: de Romeinen noteerden de “Romeinse cijfers” anders dan wij. Wij leren dat je het getal vier als IV moet noteren, zoals je ook IX, XIV en XIX zou moeten schrijven. Maar op inscripties lees je vaak IIII en VIIII. De regel die wij gebruiken, is dan ook pas tijdens de Renaissance ontstaan. De Romeinen zelf rommelden eigenlijk maar wat aan, en zagen er geen been in het cijfer achttien, dat ze volgens ons zouden hebben moeten schrijven als XVIII, te noteren als XIIX. Wat ook wel zo mooi is.

Lees verder “Misverstand: IV”

Efedrismos

Efedrismos (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Nu we anderhalve meter afstand moeten houden, nauwelijks kunnen reizen en niet naar musea kunnen, geef ik u wat u niet krijgen kunt: twee dames uit het verre Griekenland in een museum, en ze houden zeker geen anderhalve meter afstand.

Ze spelen efedrismos, een spelletje dat een beetje lijkt op pétanque in de zin dat er eerst een kleine bal of steen werd weggeworpen en dat de spelers die vervolgens met een steentje of een bal moesten zien te raken. Daarna moest de verliezer de winnaar op de rug nemen en naar de doelsteen dragen.

Lees verder “Efedrismos”

Computer reconstrueert het Latijn

Zomaar een Latijnse inscriptie met mooie letters (Timgad)

Het idee dat de taalkunde een exacte wetenschap kan zijn, is een negentiende-eeuwse gedachte. Taalkundigen ontdekten toen dat de verschillen tussen talen systematisch kunnen zijn: waar Romaanse talen een p hebben, hebben Germaanse een of een vpater correspondeert met vader, pied met voet, pellis met vel. Zulke regelmatigheden noemen we een wet. In dit geval is de voorouder van de Germaanse talen waarschijnlijk ooit gaan afwijken: de p werd een f (en later in het Nederlands een v).

Dat gold voor iedere p: de wet is even hard als willekeurig welke wet uit de natuurkunde, zo meende men. Het blijkt ook, zeker op de langere termijn, voor iedere taalverandering gelden. In ieder geval als je rekening houdt met het feit dat allerlei gebeurtenissen het beeld op het eerste gezicht kunnen verstoren. Behalve vel heeft het Nederlands ook pels, maar dat blijkt een woord te zijn dat we ná die verandering alsnog hebben geleend van het Latijn.

Lees verder “Computer reconstrueert het Latijn”