De geboorte van Afrodite

De baetyl van Pafos

Eind volgende week begint in het Rijksmuseum van Oudheden de expositie “Cyprus. Eiland in beweging”. Ik was gisteren in het museum en mocht even achter de schermen kijken. Ik zag al enkele prachtige voorwerpen en ik verklap geen geheim als ik u zeg dat de catalogus er ook piekfijn uitziet. Wat u vermoedelijk niet zult zien, is de baetyl uit Oud-Pafos.

Een baetyl is een grote steen die religieuze eerbewijzen krijgt omdat er een godheid in zou wonen. De naam, afgeleid van het Semitische Beth-El, betekent dan ook “huis van god”. Het gebruik stamt uit het oosten: er waren bijvoorbeeld baetyls in de Fenicische havensteden Byblos en Tyros. In het Syrische Emesa, het huidige Homs, werd de zonnegod Elagabal vereerd als een kegelvormige zwarte steen die werd beschermd door een adelaar, de Syrische zonnevogel. Van deze steen werd gezegd dat ze uit de hemel was komen vallen, wat de gedachte heeft doen postvatten dat het een meteoriet zou kunnen zijn geweest. Dat vertelde men ook van de steen die tijdens de Tweede Punische Oorlog van Pessinos in Turkije naar Rome werd overgebracht en die niets minder zou zijn dan de godin Kybele zélf. In onze tijd is er vanzelfsprekend de Zwarte Steen in Mekka.

Lees verder “De geboorte van Afrodite”

2x Priamos en Achilleus

Het loskopen van van het lijk van Hektor (sarcofaag uit Tyrus, nu in het Nationaal Museum in Beiroet)

Het laatste boek van de Ilias bevat de aangrijpende scène dat Priamos, de oude koning van Troje, in het holst van de nacht de vlakte rond zijn stad oversteekt om het lijk van zijn gesneuvelde zoon Hektor voor een enorme prijs los te kopen van diens moordenaar, Achilleus. De Griekse krijger heeft zijn woede op Hektor uitgeleefd door zijn stoffelijk overschot zoveel mogelijk te onteren en Priamos weet dat zijn missie niet bepaald zonder gevaar is. Hij heeft echter een hart van ijzer en de goden kijken vol compassie naar de oude man. Zeus stuurt de god Hermes om hem te begeleiden. Ook Iris bemoeit zich met de nachtelijke tocht.

Het vervolg ziet u hierboven op een Romeinse sarcofaag, afkomstig van het indrukwekkende Al-Bass-grafveld bij Tyrus en nu in het Nationaal Museum in Beiroet. Priamos heeft zich rechts voor de knieën van Achilleus ter aarde geworpen, vertelt dat al zijn zonen zijn gedood en vraagt de Griekse krijger te denken aan zijn eigen oude vader. Achilleus kan zijn emoties niet de baas en wendt zich af. Iris en Hermes staan erbij en zien dat het goed is. Op de linkerzijde zien we een van Achilleus’ knechten, twee paarden, een paardenknecht, de wagen met de wagenmenner (gekleed alsof hij in een Romeins circus optreedt) en een knecht die een kostbare vaas uit de wagen haalt.

Lees verder “2x Priamos en Achilleus”

Eutropius (10): Presenteïsme

Valens (Penning uit het Römisch-Germanisches Zentralmuseum, Mainz)

Terwijl u dit op leest, ben ik op de deze week geopende Picasso-expositie in het Sursock-museum in Beiroet. Omdat ik vermoedelijk geen tijd zal hebben voor mijn dagelijkse stukje, bied ik u in tien afleveringen de tekst aan van de inleiding die ik schreef voor de vertaling die Vincent Hunink maakte van de Korte geschiedenis van Rome van de laat-Romeinse auteur Eutropius. Als alles goed gaat, verschijnt die medio november. Het eerste deel van deze reeks vindt u hier.

De Korte geschiedenis van Rome is het werkstuk van iemand die het historisch metier niet beheerst en valt op z’n vriendelijkst te typeren als inspirational literature. Dat genre doet tegenwoordig de kassa rinkelen en dat was in de Oudheid maar weinig anders: Eutropius’ schets werd waanzinnig populair. De Korte geschiedenis van Rome kreeg dus een continuator, de achtste-eeuwse Italiaanse auteur Paulus de Diaken, wiens werk rond het jaar 1000 weer werd gecontinueerd door Landolfus Sagax. Omdat Eutropius’ schets eeuwenlang dienst heeft gedaan als schoolboek, zijn niet minder dan vierentwintig middeleeuwse manuscripten overgeleverd. Ter vergelijking: van de Enmannsche Kaisergeschichte, Eutropius’ bron, is niet één handschrift over.

Lees verder “Eutropius (10): Presenteïsme”

Eutropius (9): Vorstenspiegel

Een vierde-eeuwse triomftocht (Boog van Galerius, Thessaloniki)

Terwijl u dit op leest, ben ik in het Nationaal Museum in Beiroet, het mooiste museum in het Midden-Oosten. Omdat ik met zoveel moois echt geen tijd ga vrij maken voor het dagelijkse blogstukje, bied ik u in tien afleveringen de tekst aan van de inleiding die ik schreef voor de vertaling die Vincent Hunink maakte van de Korte geschiedenis van Rome van de laat-Romeinse auteur Eutropius. Als alles goed gaat, verschijnt die medio november. Het eerste deel van deze reeks vindt u hier.

De regering van keizer Augustus vormt een breuk in Eutropius’ schets. Was het verhaal tot dan toe een betoog over de Romeinse expansie, weg vanuit Centraal-Italië, naar Sicilië en de Povlakte en uiteindelijk naar Spanje en Syrië en Egypte en Germanië, ineens beperkt het verhaal zich tot één plek: het keizerlijk hof. De Korte geschiedenis van Rome is vanaf dit punt een reeks keizerbiografietjes en reduceert een imperium met tientallen miljoenen inwoners tot één man. De onderwerpen die Eutropius in die biografietjes aansnijdt tonen wat een voorname hoveling in de vierde eeuw van zijn vorst verwachtte. De boodschap is dubbelzinnig: aan de ene kant somt Eutropius een hele reeks keizerlijke deugden op, aan de andere kant is er ook een zekere stekeligheid.

Lees verder “Eutropius (9): Vorstenspiegel”

Eutropius (8): De feiten presenteren

Janus op een Romeins zilverstuk

Terwijl u dit op leest, ben ik voor mijn werk een dagje in Baalbek. Omdat ik vermoedelijk geen tijd zal hebben voor mijn dagelijkse stukje, bied ik u in tien afleveringen de tekst aan van de inleiding die ik schreef voor de vertaling die Vincent Hunink maakte van de Korte geschiedenis van Rome van de laat-Romeinse auteur Eutropius. Als alles goed gaat, verschijnt die medio november. Het eerste deel van deze reeks vindt u hier.

Eutropius is op zijn best bij het laatste punt van het lijstje: het presenteren van de feiten. Hij denkt echt aan zijn lezer, bijvoorbeeld door uit te leggen hoe dicht bij Rome enkele steden lagen. Een door de Thracische Bessi bewoonde nederzetting duidt hij aan met de naam die in de tijd van zijn lezers gangbaar was, Hadrianopel, aangezien het niet aannemelijk was dat Valens zou weten waar Uskudama had gelegen. Een grote verdienste van Eutropius is bovendien dat hij de ruim driehonderd plaatsnamen uit zijn tekst, anders dan de persoonsnamen, foutloos weergeeft. De verklaring moet liggen in zijn dagelijkse betrokkenheid bij de keizerlijke correspondentie.

Zijn ambtelijke ervaring zal ook de reden zijn waarom Eutropius goed begrijpt hoe het staatsapparaat functioneerde. Over juridische zaken geeft hij een geloofwaardig oordeel, zoals zijn commentaar dat van de wetten van keizer Constantijn “sommige goed en billijk, de meeste overbodig, enkele nodeloos streng” waren. Als hij uitlegt wat de bevoegdheden waren van een dictator, doe het hij het zó dat keizer Valens het zal hebben begrepen.

Lees verder “Eutropius (8): De feiten presenteren”

Eutropius (7): De feiten verklaren

Een geschiedenis van louter individuen (Reliëf met afbeelding van Gordianus III; Palazzo Massimo, Rome)

Terwijl u dit op leest, ben ik voor mijn werk een dagje in Tyrus. Omdat ik vermoedelijk geen tijd zal hebben voor mijn dagelijkse stukje, bied ik u in tien afleveringen de tekst aan van de inleiding die ik schreef voor de vertaling die Vincent Hunink maakte van de Korte geschiedenis van Rome van de laat-Romeinse auteur Eutropius. Als alles goed gaat, verschijnt die medio november. Het eerste deel van deze reeks vindt u hier.

Zoals al aangegeven zien historici het als hun taak oorzaken aan te wijzen. Het is het vierde punt op het lijstje. Het probleem hier is hoe we het beste naar oorzaken kunnen kijken. De antieke auteurs meenden dat de menselijke gedragingen waarover historici schreven veroorzaakt moesten zijn door ander menselijk gedrag. Anders gezegd: het ene individu oefent invloed uit op het andere, en zo ontstaat de keten van gedragingen en gebeurtenissen die we geschiedenis noemen. Een gevolg van deze antieke visie is dat alles altijd tot persoonlijke beslissingen te herleiden valt en dat er altijd iemand verantwoordelijk is. In modern wetenschapsjargon waren de antieke auteurs “methodisch individualisten”, wat wil zeggen dat ze een waarom-vraag beantwoordden door uitsluitend te kijken naar individuen. De Grieken en Romeinen beschouwden de maatschappij dus als het geheel van alle enkelingen en hun handelingen.

Lees verder “Eutropius (7): De feiten verklaren”

Eutropius (6): De feiten ordenen

Detail van de Fasti Capitolini, de onjuiste maar door Augustus geautoriseerde chronologie van de Romeinse Republiek (Rome, Capitolijnse Musea)

Terwijl u dit op leest, ben ik een middagje in Tripoli om Oscar Niemeyer-architectuur te bekijken. Iemand moet het doen. Omdat ik vermoedelijk geen tijd zal hebben voor mijn dagelijkse stukje, bied ik u in tien afleveringen de tekst aan van de inleiding die ik schreef voor de vertaling die Vincent Hunink maakte van de Korte geschiedenis van Rome van de laat-Romeinse auteur Eutropius. Als alles goed gaat, verschijnt die medio november. Het eerste deel van deze reeks vindt u hier.

Geschiedenis is meer dan vaststellen wat is gebeurd. Hoe groot de verschillen tussen antieke en hedendaagse historici ook mogen zijn, ze delen de opvatting dat het draait om het verklaren van de gebeurtenissen. Om dat te doen is het noodzakelijk dat eerst alles in de juiste volgorde staat – het derde punt in het lijstje – en dat was voor antieke auteurs niet eenvoudig. Eutropius’ chronologie in Korte geschiedenis van Rome is bijvoorbeeld inconsistent.

Lees verder “Eutropius (6): De feiten ordenen”