Pompeii aan het Malieveld

Frescofragment uit Pompeii

Eigenlijk had ik vandaag “methode op maandag” willen hernemen maar ik zit voor een dubbele deadline en heb even wat anders aan mijn hoofd. Ik doe er even een museumstuk tussendoor: een frescofragment uit Pompeii. Het behoorde ooit tot een decoratieve band onder een grotere wandschildering en stelt een demon voor.

Kunsthistorici kunnen het dateren tijdens de overgang van de Tweede naar de Derde Pompeiaanse Stijl. Ik vind dat eerlijk gezegd nogal kras, omdat het zo’n klein fragment betreft. Hoe dan ook: het zou rond 30 v.Chr. zijn vervaardigd. De schilder maakte dus de laatste jaren van de grote Romeinse burgeroorlogen en de machtsopbouw van Octavianus mee. Hij – ik bedoel de kunstenaar – moet in de Baai van Napels de vloot hebben zien oefenen waarmee Octavianus en Agrippa naar Sicilië voeren om hun rivaal Sextus Pompeius uit te schakelen.

Lees verder “Pompeii aan het Malieveld”

Zondvloedverhalen

Een moderne reconstructie van de Ark.

Zoals de trouwe lezers van deze kleine blog weten, ben ik bezig met het omzetten van de Livius.org-website. Die draaide ooit op klassieke html en kan weer tien jaar mee als alle pagina’s worden geconverteerd naar een eigentijds content management-systeem. Een en ander moet handmatig, want de html was echt heel, heel oud. Ik ben al drie jaar bezig, denk ik, en inmiddels is 94% van de klus gedaan. Ik kan gaan denken aan de volgende fase: het toevoegen van enkele hoogstnoodzakelijke pagina’s, zoals over de Hittieten, over de Neo-Hittieten en over de stad Aššur. Iets minder hoogstnoodzakelijk was een kattebelletje over de Kittim. Het is leuk om weer eens wat te kunnen toevoegen.

De grote tweede klus is de correctie van de ruim 3600 pagina’s. Het wemelt van de verouderde inzichten en andere evidente tekortkomingen, de uitleg van de methode is incompleet en ladders van makkelijke naar moeilijke literatuur ontbreken. Ik zal alle pagina’s stuk voor stuk moeten herlezen, te beginnen met het notitieblok dat ik de afgelopen drie jaar heb bijgehouden. In feite is het project me boven het hoofd gegroeid en dat is eigenlijk ook logisch: vroeger kon een website door één man of vrouw worden gedaan, nu is het hele takenpakket iets voor acht mensen. En dan heb ik het nog niet gehad over het feit dat ik voor sommig illustratiewerk eigenlijk een professional nodig heb.

Lees verder “Zondvloedverhalen”

Romeins bestuur

De burgemeesters van Seebronn

Het is vermoedelijk geen karaktertrek die u meteen associeert met de oude Romeinen, maar ze waren op hun manier bescheiden. Ze erkenden dat de Grieken hen in bijvoorbeeld wetenschap en kunst overtroffen. Met deze zelfkennis gingen de Romeinen op verschillende manieren om: een auteur als Plinius de Oudere ver-Romeinste de Griekse kennis, anderen stelden de situatie voor als twee volken met één cultuur en de dichter Vergilius meende dat ondanks alle Griekse genialiteit één talent exclusief Romeins was, namelijk het bestuur.

Hoe de Romeinen de wereld bestuurden is het thema van twee boeken, allebei onlangs vertaald in het Nederlands, van de Britse oudhistoricus Adrian Goldsworthy. Romeinse legioenen behandelt niet alleen de zwaarbewapende legionairs, maar ook de hulptroepen, de cavalerie en de zeestrijdkrachten. Pax Romana behandelt het openbaar bestuur, waarvan het leger slechts een aspect was.

Lees verder “Romeins bestuur”

Consullijst

Detail van de Fasti Capitolini (Rome, Capitolijnse Musea)

Als je één stad zou moeten aanwijzen als hét centrum van de oude wereld, kun je kiezen uit Babylon, Athene, Jeruzalem en Rome. Als je in die laatste stad één plek moest aanwijzen, zou dat het Forum Romanum zijn. En daar was de Triomfboog van keizer Augustus een van de opvallendste monumenten. De inscriptie waarvan ik hierboven een fragment toon, was onderdeel van die boog (of van een monument er onmiddellijk naast).

Het is de geautoriseerde lijst van de Romeinse magistraten. Iets boven het midden leest u bijvoorbeeld Bellum Punicum Primum ofwel “Eerste Punische Oorlog”, het eerste conflict tussen Rome en Karthago. Daaronder vindt u de namen van de consuls uit het eerste oorlogsjaar: Appius Claudius Caudex en Marcus Fulvius Flaccus. Daar weer onder staan Manius Valerius Maximus en Manius Otacilius Crassus. Als u goed kijkt ziet u dat voor die regel nog XC staat. Ooit stond er CCCCXC maar vier Cs zijn weggevallen. De betekenis is dat Valerius en Otacilius consuls waren in het 490e jaar sinds de stichting van Rome.

Lees verder “Consullijst”

Zeus’ weegschaal

De “Zeus-krater” uit Enkomi (Cyprusmuseum, Nicosia)

Ik blogde gisteren over het Cyprusmuseum in Nicosia, waar onder meer de voorwerpen uit Enkomi zijn te zien, een Bronstijd-havenstad uit oostelijk Cyprus die door Mykeense kooplieden werd aangedaan. Ik wees erop dat in Enkomi aspecten van de vroegste Griekse cultuur kunnen zijn gedocumenteerd die later in het moederland wat ondergesneeuwd zouden zijn.

De vaas hierboven – perfect bewaard, zoals veel aardewerk in het Cyprusmuseum – is wat dat betreft intrigerend. Het voorwerp staat bekend als de “Zeus-krater” en kan worden gedateerd in de vroege veertiende eeuw. Aan de voor- en achterkant staan octopussen, een standaardmotief waar wij vandaag geen aandacht aan hoeven besteden. Het gaat om de strijdwagen die is afgebeeld onder een van de oren. Er staan twee mannen in, maar er is een derde persoon afgebeeld: onder het paard staat nog een krijger, die de strijd lijkt te willen aanbinden. Een vierde persoon, gekleed in een lang gewaad, staat helemaal rechts, vóór de wagen. Dat is de figuur waar het om gaat.

Lees verder “Zeus’ weegschaal”

Tranen om het Valkhof

Gezichtsmasker van een Romeinse helm (Valkhofmuseum, Nijmegen)

Een jaar of zo geleden begeleidde ik een vriendelijke Duitse journalist die een stuk wilde schrijven over Nederland in de Romeinse tijd. Op zijn laatste dag belde hij me vroeg in de ochtend wakker: hij wilde eerder op weg gaan, het was nog ver naar Beieren, en hij zou om half tien al langsgaan in het Valkhofmuseum in Nijmegen. Dat was wat problematisch omdat de conservator, die had beloofd de man te zullen rondleiden, niet aanwezig kon zijn voor elf uur. Ik beloofde de journalist dat ik zo snel mogelijk naar Nijmegen zou sporen en dat ik hem in de tijd dat hij te vroeg voor zijn afspraak was, zou rondleiden over het Valkhof (met zijn mooie Ottoonse kapel voor Sint-Nicolaas). Dan had hij dat alvast gezien en kon hij na het museumbezoek meteen verder. Vanuit de trein belde ik de conservator, die zich daarna werkelijk alle moeite getrooste om de onverwacht vroeg aankomende gast een vervroegde rondleiding te geven.

Wat ik maar zeggen wil: de mensen van het Valkhofmuseum zijn verschrikkelijk aardig. Met de mogelijke uitzondering van het Multatulihuis ken ik in Nederland geen vriendelijker museum. Een museum bovendien met een fenomenale collectie Romeinse voorwerpen. (Hier zijn mijn foto’s, en zie verder hier en daar.) Wie in Nederland van de Oudheid houdt – en dat zijn er tienduizenden – heeft een zwak voor het Valkhof, en ik was dan ook geschokt toen ik gisteren in het NRC Handelsblad las over de moeilijkheden in het museum. Er waren al eerder berichten over problemen, maar nu het onder de kop “Ondergang dreigt voor Museum Het Valkhof in Nijmegen” werd uitgespeld, zonk pas echt bij me in hoe precair de situatie is.

Lees verder “Tranen om het Valkhof”

Buitenaards gesteente

Het bovenstaande plaatje komt uit De Volkskrant van afgelopen zaterdag. Het is een citaat van natuurkundige Robbert Dijkgraaf, voormalig president van de KNAW en dus niet de eerste de beste. Het is een wat wonderlijke passage. De aardwetenschapper voor wie ik onlangs op Cyprus stenen heb gezocht, reageerde een tikje kregel dat zijn soort onderzoeksgegevens werden weggezet als “gewoon een steentje”. Zelf was ik verbaasd om de bewering aan het einde: bergen bestaan uit gesteente en hadden “niets buitenaards, zoals lang werd gedacht”.

Nou verbeeld ik me als historicus dat ik iets weet van het verleden. Maar ik heb nog nooit gehoord van mensen die dachten dat bergtoppen buitenaards waren. En ook niet bovenaards, bovennatuurlijk of hemels. Een bergtop was gewoon een bergtop. Daarnaast waren er mythen over godenbergen met namen als “Kasios”, “Meru” en “Olympos”, maar ik ken geen claims dat die waren vervaardigd van bijzonder gesteente. De namen van die mythische bergen werden ook wel gebruikt om reële toppen aan te duiden – de Grieken kenden diverse Olympossen – maar ook die speelden bij mijn weten geen rol in antieke mineralogische theorieën.

Lees verder “Buitenaards gesteente”