Nehemia

Geen enkele steen in Jeruzalem kan met zekerheid worden geïdentificeerd als onderdeel van de muur van Nehemia. In de oostelijke muur van het Tempelterras is echter een verschil aan te wijzen tussen herodiaans steenwerk (links van de rode pijl) en ouder steenwerk (rechts). Dit laatste lijkt op het Perzische steenwerk uit Sidon en Byblos. Het kan echter ook jonger zijn en dateren uit de hellenistische tijd.

Eerder dit jaar schreef ik een paar stukjes over Perzië in de Bijbel. Het eerste deel was hier. Ik heb één aspect laten liggen omdat ik er even wat literatuur op wilde naslaan: de rol van Nehemia, over wie ik schreef in het vierde deel van de reeks. Nehemia was werkzaam aan het hof van koning Artaxerxes I Makrocheir (r.465-424), die hem in zijn twintigste regeringsjaar (dus in 446 v.Chr.) naar Jeruzalem liet gaan om daar de stadsmuren te herbouwen.

Dat bracht Nehemia in conflict met Sanballat van Samaria, met Tobia van Ammon en een Arabier die Gesem wordt genoemd en die we ongetwijfeld moeten plaatsen in de wijde omgeving van Petra. Ook zou Nehemia maatregelen hebben genomen om de stad opnieuw te bevolken en dwong hij naleving af van de Wet van Mozes. Schuldendelging was één van de maatregelen en een huwelijkspolitiek was een andere: de bewoners van Jeruzalem kregen opdracht om, als ze als jood erkend wilden blijven worden, alleen met joden te trouwen. Sommige huwelijken lijken inderdaad ten einde te zijn gekomen.

Lees verder “Nehemia”

Op de fiets naar Thessaloniki (12)

De boog van Galerius in Thessaloniki (detail)

Het was oorspronkelijk mijn plan geweest vanuit Thessalië naar Thessaloniki te rijden en daarvandaan door Joegoslavië, Oostenrijk en Duitsland terug te keren naar Nederland. Er was echter oorlog uitgebroken in het eerstgenoemde land en dus wilde ik nu door Bulgarije, Roemenië en Hongarije naar Wenen rijden, waarheen ik de volgende stapel landkaarten had vooruitgestuurd. Onderweg hoopte ik onder andere Sofia, de resten van de Donau-brug van Trajanus, Aquincum en Carnuntum te bezoeken. Zoals ik me herinner had ik alle visa in mijn paspoort staan, maar er staat me niets bij van bezoekjes aan Haagse consulaten, dus misschien herinner ik me dat wel verkeerd.

Wat ik wel herinner is de fietstocht noordwaarts vanuit Almyros: naar Larisa, de immer stoffige hoofdstad van Thessalië, en daarvandaan verder door het prachtige Tempe-ravijn. Hier breekt de rivier de Peneios door de bergketen van Olympos, Ossa en Pelion: een mythologisch landschap, want volgens een beroemd verhaal stapelden ooit de opstandige reuzen de twee laatste bergen op elkaar om daaroverheen de Olympos te bestormen. Ik ben verschillende keren door de kloof gekomen en vind het een van de mooiste landschappen in Griekenland.

Lees verder “Op de fiets naar Thessaloniki (12)”

Factcheck: Griekse democratie

Het spreekgestoelte op de Pnyx in Athene.

In een van de oudste versies van het epos van Gilgameš wil de titelheld ten oorlog gaan, maar een college van adviseurs verbiedt het hem. Daarop roept hij een volksvergadering samen die hem wel toestemming verleent. Simpele conclusie: democratie bestond al in het Mesopotamië van de Vroege Bronstijd.

Van de Fenicische steden uit de Late Bronstijd en de IJzertijd – Tyrus, Sidon, Beiroet, Byblos, Arwad – is niet zo heel erg veel bekend en ze zullen ook niet allemaal hetzelfde bestuurd zijn geweest, maar het staat vast dat er naast de koningen magistraten waren en dat de vorsten van tijd tot tijd het advies vroegen van volksvergaderingen. Ik aarzel of we dit een democratie moeten noemen: je zou willen lezen over soevereine besluiten door die vergadering en voor zulke informatie hebben we domweg te weinig bronnen. De jarenlange belegering van Tyrus in de vroege zesde eeuw is bij mijn weten de enige periode in de Fenicische geschiedenis waarvan we weten dat het volk zonder koning regeerde en dat is nou net een atypische situatie.

Lees verder “Factcheck: Griekse democratie”

Livius Nieuwsbrief | September 2017

Dit is de 144e aflevering van de Livius Nieuwsbrief met nieuws over de Oudheid. De nieuwsbrief is elke maand gratis; voor adreswijzigingen en afmeldingen volstaan uitsluitend mailtjes naar nieuwsbrief@livius.nl.

Jona Lendering (redactie)

======================================

HUISHOUDELIJKE MEDEDELING

De Livius Nieuwsbrief heeft momenteel op de kop af 6670 abonnees, die we nooit zullen lastigvallen met abonnementsgelden of advertenties. Maar één keer per jaar bedelen we – en dat is vandaag.

Uw redacteur is per maand ongeveer drie dagdelen bezig met de Nieuwsbrief: uren waarin hij niet kan werken voor de Livius-vennootschap en in feite leeft op de kosten van de vennoten. Die doen daar niet moeilijk over, maar als u hun geste wil beantwoorden en in hun kosten wil delen, kunt u een donatie doen op rekeningnummer

IBAN NL26 INGB 0670 7911 21
t.n.v. Livius,
o.v.v. Ondersteuning Nieuwsbrief.

Dank u wel. (Als u niet in Nederland woont: BIC/SWIFT INGBNL2A.)

Lees verder “Livius Nieuwsbrief | September 2017”

Op de fiets naar Thessaloniki (6)

Bisschop Maximianus van Ravenna vindt dat u zijn naam niet mag vergeten. De anonymus middenin is keizer Justinianus (San Vitale, Ravenna)

Ik had u, beste lezer van dit zomerfeuilleton, gisteren achtergelaten bij het graf van Augustinus in het mooie Noord-Italiaanse stadje Pavia. Ik pikte daar die ochtend mijn eerste Italiaanse espressootje en fietste verder naar Cremona, dat al net zo’n fijne stad bleek te zijn als Pavia. Toch was ik in mei-juni 1992 niet op reis van stad naar stad, zelfs al zal ik er nog tientallen noemen. Ik wilde gewoon het landschap ervaren. De zon voelen, de wind in de rug hebben, ergens rechts van me de Po zien glinsteren, de populieren langs de weg zien. De middeleeuwse dom hier, het museum daar en het kasteel verderop waren zeker geen obstakels maar waren niet waarvoor ik op reis was.

Ten oosten van Cremona was een slagveld uit het Vierkeizerjaar 69: het is waar de Rijnlegioenen van de Romeinse keizer Vitellius de troepen van keizer Otho versloegen. Het verslag in TacitusHistoriën is adembenemend en was de reden waarom ik de omweg over Cremona had gemaakt. Niet dat er iets was te zien, maar ik wilde er zijn geweest. Ik denk dat de Bataven in Vitellius’ leger zich op die dag in april 69 wel op hun gemak zullen hebben gevoeld want het vlakke rivierenland doet wat denken aan de Betuwe.

Lees verder “Op de fiets naar Thessaloniki (6)”

Op de fiets naar Thessaloniki (5)

De oudste afbeelding van Augustinus (Lateraan).

Ik had u, beste lezer van het zomerfeuilleton waarvan de eerste aflevering hier was, achtergelaten op maandag 11 mei 1992 aan de Frans-Italiaanse grens. Het was de twaalfde dag van mijn reis en ik was in acht-en-een-halve dag door heel Frankrijk getrokken. Ik wil niet zeggen dat ik haast had, maar de Maastrichtse vriend bij wie ik had gelogeerd vóór ik aan deze reis begon, zou over een week aankomen in Rome en we hadden daar schertsend afgesproken. Ik had een ruime week om de stad te bereiken die Hannibal alleen maar vanaf een afstandje had zien liggen.

Aan de afdaling naar de Povlakte zou het niet liggen. Ik suisde naar beneden en was al snel op de schaduwrijke helling naar het noorden waar Hannibals mannen sneeuw hadden gevonden die nog uit het voorafgaande jaar was. Niet veel verderop moest ik in de remmen omdat daar ineens recht voor me de abdij lag die u kent uit De naam van de roos.

Nu zegt u: “dat was fictie, Jona”, en dan heeft u gelijk. Maar!

Lees verder “Op de fiets naar Thessaloniki (5)”

MoM | Bruce Malina

Neem de Quichot. Waar gaat die tekst over? Menigeen zal het erop houden dat het een opstapeling van dwaasheden is. Ik voor mij stel dan graag de vraag “Wie is er eigenlijk de edelman?” omdat ik vermoed dat Don Quichot in al zijn dwaasheid zijn morele kompas beter op orde heeft dan veel van de zogenaamd verstandige mensen. Weer anderen zeggen dat de ridder met het droeve gelaat een tragische figuur is. Je kunt er ook op wijzen dat het in de zeventiende eeuw helemaal niet vreemd werd gevonden zwakbegaafden, dwergen, gehandicapten en geesteszieken uit te lachen.

Dat deze interpretaties niet dezelfde zijn, komt in elk geval niet door de tekst, want die is voor alle lezers dezelfde. Het komt doordat de lezer kijkt vanuit een ander perspectief. Onze interpretatie bevat een stevige subjectieve component. Hermeneuse of hermeneutiek is een poging deze subjectiviteit te overwinnen. Het principe is vrij simpel: je probeert je een beeld te vormen van de auteur en zijn lezers en zo te bedenken wat de meest plausibele uitleg is. (Ik ga er hierbij van uit dat het de opzet is te achterhalen wat de auteur heeft wil zeggen.)

Lees verder “MoM | Bruce Malina”