Kwakgeschiedenis: Griekse theaters

Het theater van Epidauros

(1)

Eigenlijk was ik best een leuke middag aan het hebben, maar toen las ik het bericht dat Eindhovense onderzoekers hebben vastgesteld dat de akoestiek in de Griekse theaters tegenviel. Dat weten we natuurlijk allang. Ik herinner me van mijn studie, eind jaren tachtig, dat mijn docent Grieks, professor Schenkeveld, uitlegde dat die theaters geluidstechnisch niet zo heel best waren.

Wat nog interessanter was: ook de Atheense democratie had akoestische problemen. Op de Pnyx, waar de volksvergadering samenkwam, was het onmogelijk dat alle mensen verstonden wat er werd gezegd. Met andere woorden, ze stemden in feite niet hoofdelijk maar volgden mensen die vooraan stonden en wél verstonden wat er was gezegd. Dat was, als ik me goed herinner, ooit eens uitgevogeld door een Amerikaanse prof en een hoop vrijwilligers.

Lees verder “Kwakgeschiedenis: Griekse theaters”

Marathon, Athene, Brescia, Pula

Fragment van een sarcofaag (Pula, tempel van Augustus)

Ik houd van havensteden. Rotterdam, Antwerpen, Napels, Palermo: het is er altijd een drukte van belang. Het leeft. Ik kan er uitstekend mee leven dat antieke monumenten in die steden wat stiefmoederlijk zijn bedeeld. Toen ik twee weken geleden in Pula aankwam, waren mijn verwachtingen als oudheidkundige dan ook niet al te hoog gespannen, mede omdat het museum momenteel wordt verbouwd. Het amfitheater (met een leuke expositieruimte in de kelder) bleek echter alleszins de moeite waard, er waren drie Romeinse stadspoorten, ergens lag een puntgaaf bewaard mozaïek en in de tempel van keizer Augustus was een lapidarium ingericht, een tentoonstelling van Romeinse inscripties en stenen sculptuur. Kortom, ik kon in Pula mijn professionele hart ophalen en dan heb ik het nog niet over het ontspannen stadscentrum.

In het lapidarium viel mijn oog op het bovenstaande reliëf, dat ooit deel heeft uitgemaakt van een sarcofaag uit de vroege derde eeuw n.Chr. Zonder mezelf nu beter te willen voordoen dan ik ben: ik herkende het meteen. Het stelt de slag bij Marathon voor.

Lees verder “Marathon, Athene, Brescia, Pula”

Een tekst over Troje? (vervolg)

Het steile Troje

Een paar dagen geleden schreef ik over de mogelijkheid dat een tekst was ontdekt waarin Wilusa (ofwel Wilios, ofwel Ilios, ofwel Troje) zou zijn genoemd. Ik was niet de enige scepticus. Eric Cline, wiens boeken weleens zijn besproken (1, 2, 3) plaatste op Facebook ook wat vraagtekens, die ik hier met u deel.

While on an airplane home from a conference last night, I had come up with a list of my own questions … about this inscription and its recent biographical history, to whit:

Lees verder “Een tekst over Troje? (vervolg)”

Afrodite

Afrodite (Archeologisch Museum van Zagreb)

Ik had u al gezegd dat het Archeologisch Museum in Zagreb zo mooi is, dus dat hoef ik hier niet te herhalen, en anders leest u het maar hier. Ook het bovenstaande bronzen beeldje, waarvan ik helaas alleen een onscherpe foto kon maken, is er te zien. Het is gevonden in Konjic en dat alleen al vertelt een verhaal, want dat ligt hartje Bosnië, halverwege Sarajevo en Mostar. De aanwezigheid van dit voorwerp in de hoofdstad van Kroatië herinnert aan de tijd waarin Joegoslavië nog bestond.

Niet minder interessant is wat het voorstelt. Dit is namelijk een inheemse kopie van een van de allerberoemdste beelden uit de Oudheid, de Afrodite van Knidos. Dat beeld is in de vierde eeuw v.Chr. gemaakt door Praxiteles en vormde destijds een schandaal: de Grieken waren gewend aan mannelijk naakt en nu presenteerde de kunstenaar een vrouw zonder kleren. Minstens zo erg was dat de preutsheid alleen maar schijn was. De handen accentueren immers precies die delen van het lichaam die ze lijken te bedekken. Dat is niet alleen een hedendaagse interpretatie, we hebben antieke bronnen die ook de aandacht vestigen op het erotische karakter van dit beeld (zoals). Hieronder heeft u een Romeinse adaptatie van Praxiteles’ beeld.

Lees verder “Afrodite”

Kindermoord

Grafsteen van Julia Restuta (Nationaal Archeologisch Museum, Zagreb)

Het Archeologische Museum van Zagreb is een van de mooiste musea die ik ooit heb bezocht. Het heeft een interessante afdeling Prehistorie, die in Kroatië doorloopt tot aan de komst van de Romeinen; er is een schitterende Romeinse afdeling; daarop volgt een degelijk overzicht van de Late Oudheid en Vroege Middeleeuwen; er is een verzameling inscripties in de tuin, waar je ook koffie kunt drinken. Alle uitleg is in zowel het Kroatisch als het Engels en het museum heeft – en hier word ik echt blij van – geen geheimzinnig donkere vertrekken waarin de voorwerpen mysterieus liggen te zijn.

Dat geldt weer wél voor de Egyptische afdeling, maar een papyrus kun je nu eenmaal niet in het volle daglicht leggen: dat beschadigt de toch al bleek wordende inkt. Op deze afdeling is ook het (althans bij vakidioten) wereldberoemde Liber Linteus Zagrabiensis te zien, “het linnen boek uit Zagreb”. Dit is de langste Etruskische tekst die we kennen, gevonden op de windsels van een mummie, die op hun beurt afkomstig waren uit een Etruskisch boek met een religieuze inhoud. Daar schrijf ik nog eens een keer over, voor vandaag had ik van de museumstukken de bovenstaande hartverscheurende inscriptie in gedachten.

Lees verder “Kindermoord”

Imerix de Bataaf

Grafsteen van Imerix (Archeologisch museum Zadar)

En dan sta ik in een museum en dan sta ik dus ineens te stuiteren. De inscriptie hierboven stond erbij en keek ernaar.

Wat is er zo bijzonder? Eerst maar even de tekst. Er staat:

IMERIX SERVOFR-
EDI F BATAVOS
EQ ALA
…ISPANO
…NNOR XXVIII
STIP VIII
…S E

Als we de afkortingen uitschrijven, enkele beschadigde letters aanvullen en een spelfout corrigeren, staat er

Lees verder “Imerix de Bataaf”

MoM | Conjecturen en kritische apparaten

Een paar weken geleden blogde ik op deze plaats over de Lachmannmethode, waarmee filologen vaststellen hoe antieke teksten, die we vooral kennen uit middeleeuwse handschriften, precies moeten zijn geweest. De truc is kopiistenfouten te gebruiken om een stamboom van handschriften te maken. Daar blijft het werk van filologen echter niet toe beperkt, zoals blijkt uit een voorbeeld dat ik ontleen aan de Anabasis, de biografie die de Grieks-Romeinse auteur Arrianus wijdde aan Alexander de Grote.

Hij meldt dat bij de stad Babylon een kanaal lag en dat heet in de handschriften nu eens Pollakopas en dan weer Pollakottas. Wie met de Lachmannmethode een archetype reconstrueert, komt er niet echt uit. Er zijn niet voldoende handschriften om één variant de voorkeur te geven en het woord is niet Grieks, dus dat helpt ook al niet. De filoloog zal op dit punt een keuze moeten maken. Gelukkig is dat niet moeilijk, want het kanaal is bekend uit kleitabletten en heet daarin Pallukkatu. We mogen aannemen dat Arrianus een correcte vorm heeft gebruikt en dat er twee groepen handschriften zijn ontstaan doordat een kopiist het ongebruikelijke woord verkeerd las. Het verschil tussen π en ττ is immers niet zo heel erg groot. De tekstcriticus zal daarom “Pollakottas” beschouwen als authentiek.

Lees verder “MoM | Conjecturen en kritische apparaten”