Naar de Hades

Grafreliëf uit Apollonia

Het reliëf hierboven, dat in de Romeinse tijd een grafsteen sierde, fotografeerde ik in het museum bij Apollonia, een van de grootste en mooiste opgravingen in Albanië. Ik heb nooit zoiets gezien, al schijnt er een soortgelijke afbeelding te bestaan in Wenen. Onderaan ziet u de onderwereld, met links de veerman Charon (waarvan sowieso weinig afbeeldingen bestaan) en rechts Minos, die in de onderwereld recht spreekt over de dode zielen. Eén daarvan is voor hem afgebeeld.

Lees verder “Naar de Hades”

Byblos in de IJzertijd (en daarna)

Fenicische toren

De steden van Fenicië, waaronder Byblos, hadden te maken met een geduchte vijand: het Assyrië waarover ik vorig jaar al zoveel heb geschreven (overzicht). De Assyrische koningen eisten tribuut van de havensteden, die weinig anders konden doen dan hun handelsnetwerken benutten om het gevraagde te bemachtigen. Zo rond 800 strekte dit netwerk zich uit tot Karthago in Tunesië en verder, tot aan de Atlantische Oceaan.

Zoals ik in mijn vorige stukje aangaf werd Byblos langs deze handelsroutes overvleugeld door andere steden, vooral Tyrus, maar de Byblische kooplieden wisten nieuwe markten aan te boren, zoals Griekenland, dat via Byblos papyrus importeerde uit Egypte. Ik heb vaak horen vertellen dat het Griekse woord voor boek, biblion, is afgeleid van “Byblos”, maar ik weet niet of dat waar is. Uit deze periode, die in Libanon niet heel goed is gedocumenteerd, is in Byblos nog een toren te zien. Ik kom later deze week nog even terug op een vondst uit deze tijd.

Lees verder “Byblos in de IJzertijd (en daarna)”

Caesar schreef nepnieuws, of toch niet?

Caesar (Altes Museum, Berlijn)

Dat was groot nieuws, in december 2015: archeoloog Nico Roymans van de Vrije Universiteit kondigde aan bij Kessel aan de Maas de materiële overblijfselen te hebben gevonden van een gevecht dat de Romeinse veldheer Julius Caesar daar in 55 v.Chr. zou hebben geleverd met twee Germaanse stammen. In de daarop volgende weken voerden de archeologen een pittige discussie, waarbij opviel dat zowel Roymans als zijn critici aannamen dat Caesar, die het gevecht vermeldde in zijn Gallische Oorlog, zijn beschrijving bedoeld heeft als feitenverslag.

Het is inderdaad verleidelijk Caesar zo te lezen. De Gallische Oorlog is namelijk een heel toegankelijke en buitengewoon spannende tekst. Zo staat of valt het succes van de oorlog met de strijd om één Gallische nederzetting, Alesia, staat of valt het succes van die belegering vervolgens met één gevecht om één fort, staat of valt het succes van dat gevecht met één manoeuvre en herwinnen de legionairs hun moed bij de aanblik van de rode veldheersmantel van één man, Julius Caesar. Meeslepend proza! Zelfs al weet je dat de auteur de zaken zó presenteert dat hij er zelf goed van afkomt, dan nog is het makkelijk je te laten overrompelen en je kritische zin te verliezen.

Lees verder “Caesar schreef nepnieuws, of toch niet?”

MoM | De Oudheid en de sociale wetenschappen

Reliëf van elf goden, een heros en keizer Theodosius uit Efese (Archeologisch Museum, Selçuk)

Een punt dat in Het visioen van Constantijn enige keren aan de orde komt, is het bestaan van niet-exclusivistische christenen als keizer Severus Alexander, generaal Bacurius en de aristocraat Synesios, die Christus vereerden als een van de vele goden. In onze bronnen wordt veelal wat neergekeken op deze demi-chrétiens (om de Franse term te gebruiken): dit is geen echt christendom, vinden de auteurs van die bronnen, die zichzelf natuurlijk wél beschouwden als recht in de leer.

Het is echter denkbaar dat die niet-exclusivisten lange tijd de meerderheid vormden, dat de mogelijkheid Christus toe te voegen aan de verzameling door jou vereerde goden er altijd was en dat degenen die onze bronnen schreven niet-representatief waren. We hebben domweg de statistieken niet om er veel zinnigs over te zeggen. Wat mijns inziens wel zeker is, is dat de vervolgingen door Decius en Valerianus zich richtten op de exclusivisten, op degenen dus die meenden dat Christus exclusief diende te worden vereerd. Voor de demi-chrétiens was de eis een offer te brengen aan andere goden immers geen probleem. Het was wat je als Romein nu eenmaal behoorde te doen op de feestdagen van je stad.

Lees verder “MoM | De Oudheid en de sociale wetenschappen”

Tja, de Romeinen

De “Sarcofaag van de Dronken Eroten” uit Tyrus (Nationaal Museum, Beiroet). Bacchanalen zijn niet representatief voor de Romeinse cultuur.

Éen van de verhalen die je over de Romeinen zou kunnen vertellen is dat ze de grondslag legden voor een westerse cultuur die expliciet erkent dat ze van andere culturen heeft geleend. Dit geeft Rome een bepaalde relevantie in het hedendaagse debat over cultural appropriation.

Uiteraard hoeft u dat niet met me eens te zijn. Ik schrijf dit minder om iets te zeggen over cultural appropriation, al is dat toevallig vandaag mijn aanleiding, dan om aan te geven welke betekenis de Romeinse cultuur voor ons heeft. Of beter: ik wil alleen maar aangeven dát die Romeinse cultuur betekenis heeft. Ze is te presenteren als iets met actualiteit. Er kunnen dingen over worden gezegd waarover te discussiëren valt. Zo heb ik op deze blog weleens uitgelegd dat we door de kennismaking met de oude (niet alleen Romeinse) wereld meer inzicht winnen in onze visies op grenzen, op religie en het onderscheid tussen oost en west. En zo voort.

Lees verder “Tja, de Romeinen”

Die bescheiden Romeinen

Mozaïek met twee Romeinse theatermaskers, afkomstig uit Tivoli en nu in de Capitolijnse Musea. De Romeinen hadden er weinig moeite mee zich een stuk Griekse cultuur toe te eigenen en te erkennen dat de Grieken hun in cultureel opzicht de baas waren.

U zult de oude Romeinen, die toch wel iets snoeverigs over zich hadden, niet meteen beschouwen als bescheiden, maar gek genoeg waren ze dat op een bepaalde manier wel. Ze hadden er althans geen moeite mee te erkennen dat de Grieken hun artistiek en wetenschappelijk de baas waren en namen van alles over. Dat laatste deden de Grieken ook – ze wisten dat ze leentjebuur hadden gespeeld in het Nabije Oosten – maar bescheidenheid was de Grieken vreemd. Een Plato kon erkennen dat andere volken weleens iets hadden bedacht, maar meende dat de Grieken het vervolgens beter deden.

Niets daarvan bij de Romeinen. Beeldhouwkunst, theater, architectuur, geneeskunde, literatuur, mythologie? Ze erkenden dat ze het allemaal hadden overgenomen van de Grieken. Bestudering van voortekens? Overgenomen van de Etrusken. Kalender? Gebaseerd op Egyptische berekeningen. Militaire uitrusting? Invloeden uit Iberië en Gallië. Consulaat? Overgenomen van de Karthagers. Monotheïsme? Een joodse sekte schopte het tot dominante godsdienst.

Lees verder “Die bescheiden Romeinen”

De wierookroute (1)

Wierookbrander (Musée nationale de Carthage)

[Het thema van de Romeinenweek is mobiliteit en ik heb de afgelopen dagen al enkele aspecten behandeld. Dankzij de DNA-revolutie weten we nu dat er in oude tijden veel meer mobiliteit is geweest dan we lange tijd hebben aangenomen. De netwerken waren ook veel wijder dan we dachten. Ik ga daarom nog eens in op de Wierookroute, waarover ik in 2016 het onderstaande publiceerde in het tijdschrift Hermeneus.]

Van Sapfo tot Nero

Aan het einde van de zevende eeuw v.Chr. bezong de Griekse dichteres Sapfo de bruiloft van Andromache en Hektor. In dit gedicht (fr.44) noemt ze enkele geurstoffen, waaronder wierook, die ze aanduidt met het arabisme libanos. Ze gebruikte het leenwoord, dat bijdroeg aan een sfeer van exotische luxe, zonder toelichting: haar publiek wist wat wierook was en daaruit kunnen we afleiden dat de geurstof in Griekenland niet zeldzaam meer was. Dat blijkt ook uit het feit dat vanaf de achtste eeuw steeds meer wierookbranders en -altaren in gebruik kwamen.

Lees verder “De wierookroute (1)”