Een boete voor de Green Collection

Een van de gestolen kleitabletten (© U.S. Attorney’s Office for the Eastern District of New York)

Het is nieuws in de marge, een berichtje dat maar een enkeling iets zegt, maar dat daarom nog niet minder belangrijk is: de Green Collection gaat oudheden teruggeven en betaalt een boete. Wat is de Green Collection, wat is er gebeurd, wat was er verkeerd en wat betekent dit voor de toekomst?

Wat is de Green Collection?

De Green Collection is de oudheidkundige verzameling van de Amerikaanse familie Green, eigenaars van een groot winkelbedrijf én oprichters van een conservatief-christelijk bijbels museum in Washington. Het verbluffende is dat de verzameling er zo maar in een keer was en ook meteen buitengewoon groot was. Nog verbluffender was dat niemand had gemerkt dat de Greens op enorme schaal oudheden hadden aangekocht. Bona fide handelaren horen zoiets te merken en dat was niet het geval.

Lees verder “Een boete voor de Green Collection”

Sempervivetum

Een re-enactor in de rol van een Romeinse slavin.

Nee, ik ben niet altijd een brombeer die er steeds aan herinnert hoe ver de voorlichting over de Oudheid achterblijft bij die over andere vakterreinen. Ik ben bijvoorbeeld erg blij met het boek dat ik momenteel lees over de geschiedenis van het Aramees, dat bewijst dat het ook goed kan. Ook vind ik dat de musea het, ondanks wat zorgwekkende ontwikkelingen, alleszins redelijk doen. En verder ben ik blij dat er eigenlijk elk weekend wel ergens re-enactors aan het werk gaan.

Re-enactors zijn mensen die uitleg geven over een historisch tijdvak en daarbij gebruik maken van gereconstrueerde historische kleding. De grens tussen re-enactment en parken zoals Archeon (waar re-enactors rondlopen tussen de gereconstrueerde huizen) is vloeiend, net als de grens met experimentele archeologie. Doordat het zo concreet is, is re-enactment heel toegankelijk. Geloofwaardig ook: re-enactors zijn doorgaans hobbyisten die het verleden gewoon interessant vinden en geen financiële belangen hebben. Als u er meer over wil weten, is hier een interview met Hanneke en Wim van Broekhoven en is daar een mooi artikel uit De Volkskrant. U mag de activiteit nu wat bizar vinden, na lezing van die stukken zult u er anders over denken.

Lees verder “Sempervivetum”

Van Smyrna naar Athene

Portret van keizer Titus (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

Dit is een leuk portret van Titus, die in 79 n.Chr. zijn vader Vespasianus opvolgde als keizer van het Romeinse Rijk. Het voorwerp komt uit de Griekse stad Smyrna, het huidige Izmir in West-Turkije, en is nu te zien in het Nationaal Archeologisch Museum in Athene.

En er is iets grappigs mee aan de hand. Het kapsel was in 79 uit de mode en de onderkaak is te smal. De verklaring is dat het eigenlijk helemaal geen portret is van Titus, maar van Caligula, die van 37 tot 41 keizer was. Ik stel me zo voor dat de mensen in Smyrna in 79 snel een portret van de nieuwe keizer nodig hadden en een oude buste die nog ergens op een zolder slingerde, hebben omgewerkt toen het model van de nieuwe vorst was ontvangen. Stevige lik verf erover en niemand die het ziet. Later zou er nog wel tijd zijn voor een beter portret. (Dit vertelt iets over het belang van de keizercultus en de ernst waarmee de Romeinen ermee omgingen.) Het “later” is er niet meer gekomen omdat Titus al na twee jaar overleed.

Lees verder “Van Smyrna naar Athene”

Bibliotheekleed

Een kleitablet uit het NINO: een lijst met beroepen uit de vierentwintigste eeuw v.Chr.

Laat ik eerlijk zijn: ik hink op twee gedachten over dit stukje. Ik wil uw aandacht vragen voor deze petitie tegen enkele veranderingen in het Nederlands Instituut voor het Nabije Oosten (het NINO) in Leiden. Dat heeft geen overdonderend groot budget en om dat wat te ontlasten, ligt er nu een plan om de boeken over te brengen naar de Leidse universiteitsbibliotheek en de kleitabletten (de grootste verzameling in Nederland) naar het Rijksmuseum van Oudheden. Dat betekent dat de zorg voor het materiaal verspreid raakt over verschillende instellingen en hoewel niemand twijfelt aan de goede bedoelingen van de betrokken partijen, is er geen garantie voor de toekomst.

“Maar zoiets leg je toch vast in een contract?” hoor ik u zeggen. Laat ik u dan verklappen dat een toezegging in de geesteswetenschappen weinig voorstelt. Om een persoonlijk voorbeeld te geven: ik had na mijn diensttijd de keuze tussen Maatschappijgeschiedenis in Rotterdam en Oudheidkunde aan de Amsterdamse VU en koos voor het laatste omdat werd toegezegd dat de colleges egyptologie, oud-oosterse archeologie en hittitologie konden worden gevolgd aan de UvA. Ik was net verhuisd naar Amsterdam en was al begonnen studieschulden te maken, toen de UvA de betreffende afdelingen ophief. Het is maar één voorbeeld onder vele. Afspraken zijn in de geesteswetenschappen zelden bindend.

Lees verder “Bibliotheekleed”

MoM | Speculaties

web

Toen ik een paar dagen geleden begon te schrijven over de geschiedenis van het oude Perzië, gaf ik aan dat deze antieke supermacht tussen 550 en 330 v.Chr. de hele oude wereld beheerste.

Heel de oude wereld? Nee, in het verre westen bleef een kleine groep Grieken moedig weerstand bieden tegen de Perzische eenheidsstaat.

Op dat punt had ik eigenlijk willen afdwalen naar de betekenis van die Griekse onafhankelijkheid. Dat heb ik niet gedaan – kill your darlings – maar ik zou hebben geopperd dat als de Perzen Griekenland hadden onderworpen, de Grieken al rond 480 v.Chr. waren opgenomen in de grotere wereld van de antieke culturen, dat er een vorm van kosmopolitisme zou zijn ontstaan, dat de filosofie de metafysische speculaties van Plato had kunnen overslaan om in plaats daarvan meteen te beginnen aan de praktische leer van de hedonisten, de epicureeërs, de stoïcijnen en de sceptici. Jammer toch, dat de Grieken de Perzische Oorlogen wonnen.

Lees verder “MoM | Speculaties”

Cyrus, Harpagos en Astyages

Het terras van de citadel van Pasargadai, Cyrus’ residentie.

[Tweede deel van het oosterse sprookje over de ondergang van de Medische koning Astyages en de opkomst van de Perzische heerser Cyrus. Ik ga het niet samenvatten. U moet het eerste deel maar lezen – het begint hier.]

Alles leek goed te zijn gekomen en die avond was het feestmaal, waarbij Harpagos, die toch ’s konings bevelen niet had opgevolgd, van Astyages een ereplaats kreeg. Wat hij niet wist, was dat de koning in de tussentijd Harpagos’ zoon had laten doden, braden en serveren. Anders gezegd, hij had zijn eigen kind opgegeten. En met deze excessieve straf riep Astyages zijn ondergang over zich af.

Astyages stuurde Cyrus naar zijn echte ouders, Kambyses en Mandane. Terwijl de jongeman in Perzië opgroeide, zon Harpagos op wraak. Zelf kon hij de rekening niet vereffenen, maar met hulp van de populaire Cyrus zag het er anders uit.

Harpagos had al een eerste stap gedaan door de Medische edelen tegen hun vorst op te zetten. Op elke belangrijke Mediër praatte hij in dat het alleen maar gunstig voor ze was als Cyrus de macht zou krijgen in plaats van Astyages, die zijn volk wreed behandelde.

Lees verder “Cyrus, Harpagos en Astyages”

Astyages, Harpagos en Cyrus

De “Nesaïsche vlakte” in Medië, met herders en bergen. Denk de electriciteitsmasten weg en je weet dat er in zesentwintig eeuwen weinig is veranderd.

Astyages nam de macht over de Meden over. Deze vorst had een dochter die hij Mandane had genoemd. Zij speelde een rol in zijn dromen, hoor maar. In zijn slaap zag Astyages haar zo verschrikkelijk veel plassen dat zijn hele stad onder water kwam te staan en zelfs Azië volledig werd overspoeld. Hij vertelde het de volgende morgen aan de magiërs die de taak hadden dromen te duiden, en de schrik sloeg hem om het hart toen zij punt voor punt hun uitleg gaven.

Zo begint, in de vertaling van Hein van Dolen, het sprookjesverhaal waarmee Herodotos verklaart hoe de macht over Iran in het tweede kwart van de zesde eeuw v.Chr. van de Meden overging naar de Perzen (Historiën 1.107-130). U zult zo meteen snel genoeg door hebben dat het niet waar zijn kán, maar één punt moet vooraf worden gemaakt: Astyages, Kambyses en Cyrus worden ook genoemd in kleitabletten en zullen wel historische personen zijn. De machtsoverdracht is eveneens een feit.

Het liefst zou ik het integraal citeren want zo’n volksverhaal heeft een eigen ritme, een eigen spanningsopbouw en een eigen taalgebruik. Als medewerker van die vertaling – ik maakte het register en moet nog weleens lachen om de klucht met de landkaarten – zou ik misschien nog een verworven recht hebben ook. Maar het hele verhaal telt 5500 woorden en dat is misschien wat veel. Een samenvatting dus maar.

Lees verder “Astyages, Harpagos en Cyrus”