Het Forum Romanum

Er zijn maar een paar plekken op aarde die je écht, zonder marketing-hype, kunt aanduiden als werelderfgoed. Eén zo’n plek is het Forum Romanum in Rome. Hier – en hier in de omgeving – zijn dingen gebeurd die u en mij nog altijd raken en die ook betekenis hebben voor mensen in pakweg Rio de Janeiro, Manila of Nairobi. Niet per se positief, niet per se door iedereen benoembaar, maar wel reëel. Leuk is daarbij dat er volop onderzoek plaatsvindt. Of het nu gaat om de hoek achter de tempel van Vesta, waar in de jaren tachtig grote huizen uit de zesde eeuw v.Chr. zijn opgegraven, of om het huidige onderzoek voor het Senaatsgebouw, er is nog volop ruimte voor andere visies en nieuwe inzichten.

Stenen en stemmen

Onlangs publiceerden Guido Cuyt (wereldberoemd in Antwerpen) en Michiel Verweij hierover Het Forum Romanum. Stenen en stemmen. Simpel samengevat: een volledige en actuele beschrijving van een van de allerbelangrijkste archeologische sites in Italië. Ik zou liegen als ik zei dat het rijk geïllustreerd was, maar de illustraties zijn goed gekozen en gaan voor een deel terug op de maquette die Cuyt van het Forum Romanum heeft gemaakt.

Lees verder “Het Forum Romanum”

Arie Zwiep, Tussen tekst en lezer

Hermeneutiek is de kunst om elkaar goed te begrijpen. Daarbij kun je in de eerste plaats denken aan teksten. Het gaat nooit alleen om de woorden, maar ook om de context. “Er wordt niet gestrooid” heeft een andere betekenis als bij Rijkswaterstaat eind januari de pekel op is dan op het heerlijk avondje. Als we het hebben over antieke teksten, is die context verloren en dat stelt speciale eisen aan de uitleg.

Historici gebruiken “het hermeneutische verklaringsmodel” bij het duiden van menselijk gedrag. De geschiedkundige die, om eens iets te noemen, de Romeins-Parthische oorlogen om Armenië wil doorgronden, probeert zich in te leven in de antieke actoren. Met hen heeft hij, welke verschillen er tussen toen en nu ook zijn, in elk geval het mens-zijn gemeen. Dat maakt het mogelijk je ein zu fühlen. Vervolgens is er de hermeneutiek van de archeologen. Daarbij kunt u denken aan postprocessuele benaderingen van auteurs als Ian Hodder.

Wat ik met deze voorbeelden duidelijk wil maken: hermeneutiek of hermeneuse is het nadenken over de wijze waarop we cultuuruitingen (het beste kunnen) begrijpen. Deze reflectie is wat de geesteswetenschappen maakt tot wetenschap.

Lees verder “Arie Zwiep, Tussen tekst en lezer”

Griekse goden

Goden op het Schathuis van de Sifniërs (Delfi)

De Griekse religie behoort tot de beroemdste delen van de antieke cultuur. De namen van de goden en hun beleidsterreinen zijn algemeen bekend. Om die reden begrijp ik niet goed waarom het eerstejaars-handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, een overzichtstabel bevat. Wie heeft die nodig? Wie een letterenstudie gaat doen, weet wel dat Artemis gaat over de jacht en dat de zee ressorteert onder Poseidon. Een eerstejaars-handboek, dat dus wordt gebruikt in het onderwijs, dat het desondanks uitlegt, onderschat het niveau van de lezer. Dat is jammer. De didactische handeling komt er immers op neer dat je, als je iemand niet net bóven zijn niveau aanspreekt, dan toch aanspreekt óp zijn niveau.

Ter zake. De enorme bekendheid is wat problematisch. Althans, ik ervaar het als ingewikkeld. Naarmate ik langer met de Oudheid bezig ben, begrijp ik minder van de antieke religies. Vandaag dus een stukje over onduidelijkheden en onzekerheden, vooral ingegeven doordat ik almaar niet los kom van dat algemeen bekende standaardbeeld.

Lees verder “Griekse goden”

Pompeius in Larisa

Pompeius (Louvre, Parijs)

Als ik u zeg dat het 2 sextilis was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar (voor de tweede keer) en Publius Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 22 juni 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Pompeius 2069 jaar geleden?”

Pompeius’ leger

Hij kwam aan in Larisa, de hoofdstad van Thessalië, die al was bezet door Metellus Scipio. In zijn Burgeroorlog vertelt Caesar dat Pompeius alle legioenen in één legerkamp samentrok en vanaf nu het oppercommando deelde met Scipio. Pompeius gunde zijn collega zelfs de eer dat hij de signalen liet trompetteren vanaf diens commandotent. Later zouden ze hun kamp verplaatsen in de richting van dat van Caesar bij Farsalos.

Deze vervolgt zijn verslag met een bijna pesterige beschrijving van de stemming in Pompeius’ kamp. Daar was men inmiddels huiden gaan verkopen voordat de beer was geschoten.

Lees verder “Pompeius in Larisa”

Bloedbad in Gomfoi

Metéora

Als ik u zeg dat het 29 quintilis was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar (voor de tweede keer) en Publius Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 18 juni 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Aankomen in Griekenland. Hij had na de nederlaag bij Dyrrhachion zijn acht legioenen in veiligheid gebracht in Apollonia, waar hij op 20 quintilis was aangekomen. Hij was er niet lang gebleven en opgerukt langs de rivier de Aoos, richting Ioannina. Daar was hij afgebogen naar het oosten, over de Pindos-bergen, richting Thessalië. Hij verliet nu het gebied dat in de Oudheid Epirus heette en trok nu met zes legioenen Griekenland binnen.

Lees verder “Bloedbad in Gomfoi”

De sofisten: Geboorte van het relativisme

Zomaar een Griekse filosofenkop (Kusthistorisch museum, Boedapest)

[In deze serie behandelt Kees Alders, webdesigner en auteur van het boek De wereld vóór God. Filosofie van de Oudheid de sofisten: de theoretici van de Griekse welsprekendheid en overredingskunst. Het eerste deel was hier.]

We zagen in het vorige stukje dat dankzij Plato de sofisten de geschiedenis in zijn gegaan als immorele denkers. Dat het relativisme van de sofisten automatisch zou leiden tot moreel verval is echter geen onomstotelijke waarheid. Sofisterij leent zich wellicht goed voor immorele redeneringen zoals die van Kallikles en Thrasymachos, relativisme kan ook dienen als filosofische basis voor de democratie, zoals we bij Gorgias en Protagoras zagen. Dat lijkt mij toch een staatsvorm die vanuit de moraal best goed te verdedigen is.

Het nadeel van de absolute waarheid

Het gelijk van de sterkste is dan wel niet zo ethisch, ook het idee van een absolute waarheid kan zorgen voor narigheid. Filosofen die uitgaan van een absolute waarheid zijn net zo goed in staat gebleken om kwaadaardige theorieën te ontwerpen, of theorieën die misschien wel goed bedoeld zijn, maar amoreel uitpakken. Immers, wie de absolute waarheid meent te kennen, deinst er vaak niet voor terug om het als excuus te gebruiken om over mensen heen te walsen. Voorbeelden daarvan zijn er in de geschiedenis van de mensheid helaas te over. Waar regels in steen uitgehakt worden en als ‘heilig’ worden beschouwd, mag iedereen die het er niet mee eens is zich bergen. In die zin is een beetje relativisme al snel een stuk veiliger.

Lees verder “De sofisten: Geboorte van het relativisme”

De sofisten: Goed is wat sterk is

Plato (Altes Museum, Berlijn)

[In deze serie behandelt Kees Alders, webdesigner en auteur van het boek De wereld vóór God. Filosofie van de Oudheid de sofisten: de theoretici van de Griekse welsprekendheid en overredingskunst. Het eerste deel was hier.]

De meest markante sofisten die in Plato‘s werk naar voren komen, hebben wellicht nooit echt bestaan. In Plato’s dialoog Gorgias treedt de sofist Kallikles naar voren, en in Plato’s hoofdwerk Politeia (de Staat) komen we de sofist Thrasymachos tegen. We zullen ze als ‘filosofen’ bespreken, want wat Plato ze laat zeggen is interessant genoeg.

Kallikles en Thrasymachos

Deze twee houden allebei ongeveer eenzelfde soort pleidooi. Hun stelling is dat het goede gelijk is aan dat wat het sterkst is. Ze stellen dat wie door list en bedrog, of gewoon door bruut geweld, zijn rijkdom en aanzien weet te behouden, uiteindelijk bepaalt wat de norm is, en daarmee uiteindelijk het meest bijdraagt aan de samenleving.

Wanneer zo iemand ontmaskerd of overwonnen wordt, dan komt dat dus niet omdat zijn moraal niet deugt, maar omdat hij kennelijk niet listig en sterk genoeg was. Zij prediken daarmee dus een soort sociaal darwinisme avant la lettre.

Lees verder “De sofisten: Goed is wat sterk is”

De negatieve reputatie van de sofisten

Plato (Capitolijnse Musea, Rome)

[In deze serie behandelt Kees Alders, webdesigner en auteur van het boek De wereld vóór God. Filosofie van de Oudheid de sofisten: de theoretici van de Griekse welsprekendheid en overredingskunst. Het eerste deel was hier.]

De sofisten waren vaak welgesteld en invloedrijk. Zij lieten zich voor hun onderricht betalen door politici. Succesvolle sofisten als Gorgias en Protagoras hadden relaties in de hoogste kringen.

Wiens brood men eet

Maar dat leverde hen ook politieke en filosofische tegenstanders op. Die verweten de sofisten werd dat zij niet zozeer op zoek waren naar waarheid en wijsheid, maar vooral naar geld.

Er valt wellicht wat te zeggen voor de stelling dat wie geld verdient met filosofie, moeilijk echt objectief kan blijven. Wiens brood men eet, diens woord men spreekt, nietwaar? Zeker als je sofist bent. En omdat er toch brood op de plank moest komen, hebben de sofisten zich vaak schuldig gemaakt aan simpelweg recht praten wat krom is. In het huidige taalgebruik is de term sofisme dan ook een synoniem van drogreden: een redenering die logisch en rechtvaardig klinkt, maar die volgens de wetten van de logica toch echt niet geldig is en eigenlijk ook nog eens immoreel.

Lees verder “De negatieve reputatie van de sofisten”

De sofist Prodikos van Keos

Zomaar een Griekse filosofenkop (Afrodisias)

[In deze serie behandelt Kees Alders, webdesigner en auteur van het boek De wereld vóór God. Filosofie van de Oudheid de sofisten: de theoretici van de Griekse welsprekendheid en overredingskunst. Het eerste deel was hier.]

Uit de voorgaande blogs volgt dat voor de sofist alles relatief is. Wat waar is, hangt af van het oordeel van de gemeenschap. Dat kan natuurlijk veranderen. Een gedachte die prima paste bij de democratische maatschappij van die tijd.

Maar de democratie bevorderde niet alleen het relativistische denken over zaken als de waarheid. Het bevorderde ook moreel relativisme.

Prodikos van Keos

Dit komt het best tot uitdrukking in een citaat van de sofist Prodikos van Keos, waarin hij stelt dat er geen objectief kwade of goede zaken bestaan. Of iets goed of kwaad is, hangt volgens Prodikos af van het gebruik ervan.

Lees verder “De sofist Prodikos van Keos”

De sofisten: Relativisme als basis voor democratie

De Atheense Volksvergadering wordt gekroond op een reliëf uit het Agoramuseum, Athene

[In deze serie behandelt Kees Alders, webdesigner en auteur van het boek De wereld vóór God. Filosofie van de Oudheid de sofisten: de theoretici van de Griekse welsprekendheid en overredingskunst. Het eerste deel was hier.]

Wat je wellicht opvalt aan het denken van Protagoras en Gorgias, is hoeveel ze verschillen van hun voorgangers. Herakleitos, Parmenides en Empedokles hielden zich vooral bezig met de natuur. Ze vroegen zich af hoe die in elkaar zou zitten. Protagoras en Gorgias wendden zich radicaal tot de mens en zijn meningen.

Daar hadden ze een filosofische onderbouwing voor. Filosofie die over iets gaat dat losstaat van de mens, leidt volgens de ware sofist nergens toe. Dat is allemaal maar speculatief gedoe en leidt enkel tot dwalingen.

De sofisten hadden dan ook geen al te hoge dunk van hun filosofische voorvaderen. Die kwamen volgens hen niet verder dan onderlinge tegenstrijdigheden. Dat gehakketak over de ‘werkelijke wereld’ los van de mens, dat vonden ze maar waardeloos. Vooral voor Parmenides konden ze maar weinig respect opbrengen: die had er werkelijk niets van begrepen.

Lees verder “De sofisten: Relativisme als basis voor democratie”