De begrafenis van Julius Caesar (1)

Marcus Antonius (Koninklijke bibliotheek van België, Brussel)

De reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden” nadert haar einde. Vandaag 2069 jaar geleden deed Caesar immers niets meer want hij was dood. De moordenaars hadden zich verscholen op het Capitool en hadden het initiatief gelaten aan de consul, Marcus Antonius, die een compromis had voorgesteld: amnestie voor de daders indien ze ermee akkoord gingen dat Caesars maatregelen van kracht blijven.

Daarmee waren de moordenaars akkoord gegaan – en zo verspeelden ze hun voornaamste troef: dat ze hadden gestreden voor de principes van de rechtsstaat. Marcus Junius Brutus had zijn best gedaan het doden van de dictator te presenteren als de executie van een crimineel en had de andere samenzweerders ervan overtuigd dat ze niet ook Marcus Antonius moesten doden. Dan zouden ze zich immers verlagen tot het principeloze niveau van de machtspolitiek. Door in te stemmen met het compromis, deden de moordenaars dat evengoed. Met wat goede wil kunnen we de Tweede Burgeroorlog nog interpreteren als een opstand van één man tegen het legitiem gezag, maar vanaf nu was het factie tegen factie. De Romeinse Republiek was in Munda strijdend ten onder gegaan, op 18 maart was ook de politieke fictie gestorven.

Lees verder “De begrafenis van Julius Caesar (1)”

Deel dit:

Het beeld van Zeus in Olympia

Het beeld van Zeus in Olympia (Bode-Museum, Berlijn)

We zijn geneigd om bij de zeven wereldwonderen te denken aan grote constructies: de piramiden in Egypte (het enige wereldwonder dat we nog kunnen zien), het mausoleum in Halikarnassos (tegenwoordig weinig meer dan een kuil in de grond), de (verzonnen) hangende tuinen van Babylon, de vuurtoren van Alexandrië (gereduceerd tot kasteel). Het oudste lijstje met wonderbaarlijke bijzonderheden, opgesteld door Antipatros van Sidon,noot Palatijnse Anthologie (9.58). bevat echter ook een standbeeld: de Zeus van Olympia. Ook van dit wereldwonder is niets over, al weten we in welke tempel het wereldwonder heeft gestaan. In de tempel van Zeus dus.

Het enorme beeld van de Griekse oppergod is gemaakt door de Atheense beeldhouwer Feidias. Die had, dankzij twee beelden van Athena op de Akropolis in Athene, al een grote reputatie toen hij en zijn collega’s Kolotes en Panainos zich in 437 v.Chr. in Olympia vestigden om het beeld te maken van de god ter wiens ere de Olympische Spelen werden gevierd. Hun werkplaats is geïdentificeerd en opgegraven.

Lees verder “Het beeld van Zeus in Olympia”

Deel dit:

Caesars erfgenaam: Octavianus

Een jonge Octavianus (Metropolitan Museum of Art, New York)

Ik schreef eerder dat we weinig wisten over Caesars echtgenote Calpurnia, die na de moordaanslag vrij snel uit beeld verdwijnt. Ze nam het lichaam van haar man nog in ontvangst en droeg diens archief over aan Marcus Antonius. Meer vernemen we niet.

Heel misschien hebben we echter een indirecte aanwijzing. Suetonius vertelt namelijk dat het testament van Julius Caesar op verzoek van diens schoonvader Lucius Calpurnius Piso werd geopend en voorgelezen in het huis van Marcus Antonius. Dat is wonderlijk, want zoiets intiems als het afhandelen van iemands laatste wil deed je liever in huiselijke kring. Bovendien woonde Caesar, als hogepriester, naast de tempel van de Vestaalse Maagden, die de akte hadden bewaard. Het zou veel logischer zijn geweest het testament bij Calpurnia thuis te openen, maar haar vader besloot anders. Het is denkbaar dat hij zijn dochter in de luwte wilde houden omdat zij, zoals je verwachten zou, compleet van de kaart was. Die vaderlijke liefde en die echtelijke genegenheid zijn ontroerende details in een geschiedverhaal waarin voor ontroering weinig plek is.

Lees verder “Caesars erfgenaam: Octavianus”

Deel dit:

De Senaat vergadert

Senatoren op de Ara Pacis (reliëf in de Vaticaanse Musea, Rome)

Vandaag 2069 jaar geleden, 17 maart 44 v.Chr. dus, kwam in de tempel van Tellus de Romeinse Senaat samen. De voorzittende consul, Marcus Antonius, vond het heiligdom een geschiktere plek dan het eigenlijke Senaatsgebouw, dat werd herbouwd, of de vergaderzaal van Pompeius, waar pas achtenveertig uur eerder Julius Caesar was vermoord. Er zijn verschillende verslagen van de bijeenkomst in de Tellustempel, maar helaas zijn die minimaal anderhalve eeuw na dato geschreven. Het verslag van Appianus lijkt het beste.

Intimidatie

Toen het bijna dag was kwamen de senatoren voor de vergadering bijeen in de tempel van Tellus, zo ook praetor Cinna, die zich weer had gehuld in de ambtskleding die hij eerder had afgelegd omdat die door een tiran gegeven zou zijn. Toen de mensen hem zagen, begonnen sommige personen stenen naar hem te gooien, woedend dat hij, toch een verwant van Caesar, hem als eerste in het openbaar belasterd had, en ze kwamen achter hem aan; en toen hij een huis in was gevlucht, maakten ze daar een stapel hout en zouden die ook aangestoken hebben, als niet Lepidus met zijn leger was verschenen en dat had verhinderd.noot Appianus, De burgeroorlogen 2.126; vert. John van Nagelkerken.

Lees verder “De Senaat vergadert”

Deel dit:

Marcus Antonius in actie

Marcus Antonius (Nationaal Archeologisch Museum, Madrid)

Het was 16 maart 44 v.Chr., vandaag 2069 jaar geleden, in een jaar dat was begonnen met Julius Caesar en Marcus Antonius als consuls, en dat sinds de moord op eerstgenoemde alleen nog laatstgenoemde had als consul.

Het proces waarmee antieke informatie tot ons is gekomen, is niet goed geweest voor de reputatie Marcus Antonius. Om te beginnen haalde Cicero hem door het slijk, vervolgens Octavianus. Die twee hebben nogal wat invloed gehad: eerst op de Romeinse en Griekse bronnen en via die teksten op de latere geschiedschrijving. Eeuwenlang hebben geschiedschrijvers dus nogal negatief over Marcus Antonius geoordeeld. Toen in de achttiende eeuw tragische liefdesverhalen in de mode kwamen, werd hij gereduceerd tot geliefde van Kleopatra. De simpele waarheid is echter dat hij een competente en meestal succesvolle generaal was en dat hij er in de weken na de moord op Caesar in slaagde een burgeroorlog te vermijden. Hij had uiteindelijk de pech dat Octavianus opdook – maar dat is een ander verhaal.

Lees verder “Marcus Antonius in actie”

Deel dit:

De nacht na de moord op Julius Caesar

Lepidus, de adjudant van Julius Caesar (British Museum, Londen)

Het was de nacht van 15 op 16 maart 44 v.Chr., nu 2069 jaar geleden, en de situatie in Rome was nog steeds verward. De moordenaars van Julius Caesar hadden zich teruggetrokken op het Capitool, beschermd door een schare gladiatoren. Ze hadden op straat toejuichingen gehoord en verkeerden in de veronderstelling dat velen sympathie voor hen voelden. Dat ze met steekpenningen links en rechts extra steunbetuigingen hadden gekocht, zal hen zelf niet van de wijs hebben gebracht, maar sommige senatoren hadden dat niet door. Cassius Dio vertelt:

Diezelfde avond voegden zich nog meer prominenten bij hen. Zij hadden dan wel niet aan het complot deelgenomen maar wilden toch ook hun aandeel hebben in de te verwachten roem (én de verder te behalen voordelen), want ze hadden gezien hoe de samenzweerders werden toegejuicht. Het liep echter heel anders af dan ze verwacht hadden (en dat was hun verdiende loon): ze konden geen prestige ontlenen aan de aanslag omdat ze er op geen enkele manier aan hadden meegewerkt, maar ze liepen wél hetzelfde risico als de samenzweerders, alsof ze er persoonlijk aan hadden deelgenomen.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.21; vert. Gé de Vries.

Lees verder “De nacht na de moord op Julius Caesar”

Deel dit:

Na de moord op Julius Caesar (2): de moordenaars

Brutus (Palazzo Massimo, Rome)

In het vorige blogje vertelde ik hoe drie slaven het stoffelijk overschot van Julius Caesar brachten naar zijn huis op het Forum Romanum. Ik vertelde ook dat Marcus Antonius, Caesars mede-consul, zich had verkleed als slaaf en was ondergedoken. De moordenaars waren extatisch. Ze waren de enigen niet. Of beter: ze kregen positieve reacties en verkeerden nog enkele uren in de veronderstelling dat de bevolking achter hen stond.

Ze hadden echter al zoveel fouten gemaakt dat het al onmogelijk was de republiek nog te herstellen. Cicero zou later – en niet zonder reden – oordelen dat de samenzweerders hadden gehandeld met mannenmoed en kinderverstand. noot Cicero, Brieven aan Atticus 14.21. Suetonius legt uit wat verkeerd was gedaan:

Lees verder “Na de moord op Julius Caesar (2): de moordenaars”

Deel dit:

Na de moord op Julius Caesar (1): familie

Portret van een Romeinse dame; Calpurnia zal zo’n kapsel hebben gehad (Museo Nazionale, Rome)

Het was 15 maart 44 v.Chr., Julius Caesar was dood en Marcus Antonius was de enige overlevende consul. En u wil weten wat Marcus Antonius vandaag 2069 jaar geleden aan het doen was.

Dat was niet verheffend. Hij had zich door Gaius Trebonius aan de praat laten houden bij de ingang tot de zuilengalerij bij de Senaatszaal en was er dus niet bij geweest toen de samenzweerders Julius Caesar daar hadden doorgestoken. Omdat het niet onredelijk was aan te nemen dat hij zelf het volgende slachtoffer zou zijn, trok hij – althans volgens Ploutarchos – slavenkleding aan en verstopte hij zich.noot Ploutarchos, Marcus Antonius 14.

Lees verder “Na de moord op Julius Caesar (1): familie”

Deel dit:

De moord op Julius Caesar (7): de dood

Portret van Julius Caesar, gebaseerd op zijn lijkmasker (Archeologisch Museum, Palermo)

Caesars reactie

Julius Caesar sprong op om zich te verdedigen en Casca riep zijn broer. In zijn opwinding sprak hij Grieks.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 89.

Caesar greep Casca’s arm en doorstak die met zijn schrijfstift.noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

Caesar draaide zich om en greep de dolk en hield die vast. Ze slaakten ongeveer gelijktijdig een uitroep; de getroffene riep in het Latijn:  “Vervloekte Casca, wat doe je?” en de dader in het Grieks tegen zijn broer: “Broer, help!”noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

Caesar trok nu zijn kleed uit de handen van Cimber, pakte de hand van Casca vast, sprong van zijn zetel af, draaide zich om en smeet Casca met grote kracht weg.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.117; vert. John Nagelkerken.

Lees verder “De moord op Julius Caesar (7): de dood”

Deel dit:

De moord op Julius Caesar (6): de aanval

Herdenkingsmunt van de moord op Julius Caesar (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Verschillende bronnen documenteren de moord op Julius Caesar. Te beginnen met de correspondentie van de politicus Cicero, die voldoende van het complot wist om te weten dat hij niet méér wilde weten. Hij bleef die dag weg, maar zou er later naar verwijzen in zijn toespraken. Dat levert niet zo heel veel informatie op, maar het is het oudste bewijs dát er iets is gebeurd. Een echt verslag krijgen we pas na een halve eeuw: de beschrijving door Nikolaos van Damascus. Het relaas van Titus Livius is verloren gegaan en Velleius Paterculus maakt vooral duidelijk dat de moordenaars wel iets dankbaarder hadden mogen reageren op Caesars clementie. We moeten tot de vroege tweede eeuw wachten tot we opnieuw een bron hebben: Suetonius. Daarop volgt Ploutarchos, die verschillende keren over de moord heeft geschreven, het meest uitgebreid in zijn biografieën van Caesar en van Brutus. Tot slot is er de beschrijving door Appianus.

Het ergerlijke is dat achter al die bronnen feitelijk slechts twee verslagen schuil gaan: enerzijds Nikolaos van Damascus, anderzijds de gedeelde bron van Suetonius, Ploutarchos en Appianus. De voornaamste verschillen tussen die drie zijn dat Ploutarchos de reactie noemt van de geschokte senatoren – de meeste aanwezigen zaten immers niet in het complot – en dat Suetonius verschillende tradities kent over Caesars laatste woorden. Omdat de overeenkomsten zo groot zijn, is er evident een gemeenschappelijke bron, wellicht Titus Livius. En als je de vier verslagen leest, vraag je je af ze feitelijk niet allemaal teruggaan op één bron.

Lees verder “De moord op Julius Caesar (6): de aanval”

Deel dit: