Hoe begin ik een blog?

Het kan gebeuren dat je ineens staat voor een rommelig, vooralsnog ongeorganiseerd jaar. Toen het mij (door de corona) gebeurde, ben ik online cursussen gaan doen en dat raad ik iedereen aan. Er zijn voldoende mogelijkheden, ook om diploma’s te halen en je kansen arbeidsmarkt te vergroten. Als je creatief bent en schrijven leuk vindt, kun je ook een blog beginnen.

Voorbereidingen (of niet)

Voorbereidingen zijn eigenlijk niet nodig. Het leuke van bloggen is namelijk dat niets moet. Je kunt zelf je onderwerp, woordental en frequentie bepalen.

Lees verder “Hoe begin ik een blog?”

Even iets over de Mainzer Beobachter

Lichte keelpijn, slaperigheid, een loopneus, een flauwe hoofdpijn en een enkele kuch: ik ben gevaccineerd en geboosterd maar zat deze week wel in een auto met iemand die positief bleek te zijn getest. Omdat de plek waar ik mijn PCR-test had moeten halen, bleek te zijn weggewaaid, zit ik nu wat langer dan normaal in zelfquarantaine. Een mooie gelegenheid om wat groot onderhoud aan de Mainzer Beobachter.

Als u hierboven kijkt, ziet u dat de kop wat is aangepast. Linksboven staat nu “Wat is de Oudheid?” en daar staat een superkorte samenvatting van de oude geschiedenis. Het uitklapmenu brengt u naar vervolgpagina’s met links naar artikelen over diverse landen of uitleg van wat de oudheidkundige wetenschappen nu eigenlijk maakt tot wetenschappen.

Lees verder “Even iets over de Mainzer Beobachter”

Steun de Mainzer Beobachter

Gevelsteen (Zeedijk 125, Amsterdam)

Dit is het 514e blogje dat de Mainzer Beobachter dit jaar op u afvuurt. Die heb ik niet allemaal zelf geschreven maar u mag de vraag stellen of ik niet iets beters te doen heb. Antwoord: ja, ik heb betere dingen te doen, heel veel zelfs. Alleen ging dat het afgelopen jaar wat ingewikkeld. U weet wel, corona. Sinds het bericht dat Wilfried was overleden aan een toen nog mysterieuze ziekte zijn er in mijn kennissenkring vierentwintig mensen overleden.

Gedwongen stil zitten

Dat ik nu een batterij blogjes over de Domitianus-expositie schrijven kan, is omdat ik weinig betaald werk heb. Ik ben soms reisleider, maar aan Libanon, Tunesië of Algerije hoef ik momenteel niet te denken. Schrijfwerk veronderstelt vaak dat ik mensen kan spreken en dat gaat moeizaam. Zoom is onvoldoende. De cursussen die ik verzorg zijn lastig om een grappige reden: weliswaar biedt het kabinet financiële steun aan de culturele sector, maar daar valt onderwijs niet onder, terwijl mijn onderwijs wel valt onder de verplichte sluitingstijden voor de culturele sector. Kortom, het kabinet heeft in het belang van de gemeenschap mij aangewezen om af te zien van reguliere inkomsten.

Lees verder “Steun de Mainzer Beobachter”

Huishoudelijke mededeling

U zult morgen merken dat de commentaarsectie op slot gaat. Daarvoor was geen nare aanleiding, zoals een vervelio die hier kwam zeeleeuwen of op een andere manier onze fascinerende huisregels negeerde. Integendeel, er is een leuke aanleiding: mijn vriendin en ik zijn de komende tijd in Irak. Als blogger houd ik zielsveel van mijn publiek maar eenmaal aan Babels stromen wil ik mijn aandacht hebben bij

  1. mijn vriendin
  2. andere zaken.

Bij die andere zaken mag u denken aan de verkiezingen die Irak aanstaande zondag organiseert. Maar u mag ook denken aan, ik noem eens wat, de Sumerische steden Uruk en Ur, aan de Babylonische stad Sippar en aan de Assyrische hoofdsteden Nimrud en Nineveh. De vlakte van Gaugamela zullen we wellicht zien vanaf een bergtop bij het klooster van Mar Mattai. Misschien kunnen we vanuit Mosul de Italiaanse opgraving in Hatra bezoeken. In het museum in Bagdad wil ik kleitabletten fotograferen die horen bij dit project. En het lijkt me leuk het Gilgameštablet te zien dat onlangs door de Green-collectie is teruggegeven. Ook de Moeras-Arabieren staan op het programma.

Lees verder “Huishoudelijke mededeling”

8. De praktijk

Soms maakt een diepe verslagenheid zich van je meester

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter tien jaar en daarom maak ik een persoonlijke balans op. De trouwe lezers van de blog zullen weinig nieuws tegenkomen, maar het is goed eens te kijken of mijn ambities overeenkomen met de praktijk. Dit is het achtste van twaalf stukjes; het eerste was hier.]

Als mensen makkelijk slechte informatie vinden, bouw je een structuur om mensen even makkelijk betrouwbare informatie te laten vinden: het mag dan vanzelf spreken dat er naast de fabeltjesfuik een feitenlift moet zijn, er blijven diverse problemen. Als je mensen goed wil informeren, moet je beschikken over goede informatie. De universiteiten verbergen die echter achter betaalmuren. Daarmee beletten ze niet alleen de opbouw van een gelaagde infrastructuur om kennis te delen, maar verhinderen ze ook dat mensen in een staat van vertrouwdheid raken met het wetenschappelijk proces. Aard en belang van onderwijs, wetenschap en cultuur blijven onduidelijk en omdat wetenschappers toch exposure zoeken, proberen ze de aandacht te trekken met andere middelen. Daarbij doen ze de waarheid nogal eens tekort.

Voorbeelden te over. Voor De klad in de klassieken heb ik uitgeknobbeld dat 40% van de archeologische persberichten onjuistheden bevatte die de opstellers moesten hebben herkend. Archeologen willen nog weleens overdrijven, zoals wanneer ze claimen dat het belangrijk is te weten welk Romeins legeronderdeel de sectie van een weg heeft gebouwd. Classici willen nog weleens oude wijn in nieuwe zakken doen, zoals het project Anchoring Innovation, dat een negentiende-eeuwse hermeneutische strategie herintroduceert. Weer een andere keer is er sprake van ongefundeerde speculaties, zoals wanneer weer eens een paleis van koning David is opgegraven. Dit is echter wel wat de media haalt. De voorlichting schiet tekort.

Lees verder “8. De praktijk”

Tien jaar bloggen

Mainz in 1880

Vandaag bestaat dit blog tien jaar. Ik ben op 14 juli 2011 begonnen met een stukje over Don Quichot en dit is de 4563e toevoeging. Ooit bedoeld om te schrijven over alles wat me te binnen schoot, is de Mainzer Beobachter (waarvan niemand bleek te begrijpen waarom die zo heet) in de loop van de jaren steeds meer een Oudheidblog geworden. Waarom dat zo is, leest u hier.

U reageerde in totaal zo’n 45.000 keer. Daarvoor dank! Hoewel ik de discussies soms te heftig vind, en ik twee keer een ban heb moeten uitdelen, ben ik blij met uw betrokkenheid. Ik heb vooral genoten van de stukken die u zelf aanleverde in de reeks geliefde boeken. Echt, dit zijn verrijkingen voor in elk geval mijn leven geweest en ik weet dat ook u dat zo heeft ervaren.

Lees verder “Tien jaar bloggen”

Huishoudelijke mededeling (bis)

Korte inhoud van het voorafgaande: ik heb op 1 maart de discussiepanelen gesloten omdat trollen misbruik maakten van de anonimiteit die ik op deze blog mogelijk wil houden. Ik werk aan een systeem waarmee mensen die willen discussiëren over mijn krabbels kunnen inloggen en reageren. Dat is niet even iets dat ik op een zondagse achternamiddag volledig heb geregeld, maar ik heb op deze zondagse achternamiddag wel weer een groep mensen een wachtwoord kunnen geven.

Als u geen wachtwoord hebt ontvangen, is dat niet omdat ik u niet waardeer, maar omdat er in de loop van bijna tien jaar ruim duizend mensen hebben gereageerd. Mail me even en ik neem u op als abonnee en ik zorg dat u een inlogcode krijgt.

 

Huishoudelijke mededeling

Een tijdje geleden heb ik de discussiepanelen gesloten. De aanleiding was dat er teveel anonieme commentaren kwamen. Ik weet van sommige mensen welke goede redenen ze hebben om hun naam te verbergen; maar er wordt misbruik van gemaakt en het zuigt mijn energie weg.

Ik werk nu aan een systeem waarmee mensen kunnen inloggen en vervolgens meedoen aan een discussie. Dat wordt zo makkelijk mogelijk gemaakt, maar het geeft mij iets meer vat op wie hier schrijven. Ook kan ik mensen die een gastblog schrijven, wat meer credits geven dan het flauwe “gastauteur”.

Lees verder “Huishoudelijke mededeling”

Aarzelend voorwaarts – maar waarheen? (2)

Ik ben even de weg kwijt.

“Op dit punt ben ik somberder,” schreef ik in mijn vorige stukje, doelend op de toekomst van de oudheidkunde als bloeiende wetenschap. Er zijn stevige intellectuele problemen. Uitdagende debatten zoals die in de jaren zeventig over de vraag of je, wanneer filologisch en archeologisch bewijsmateriaal asymmetrisch is, de ene of de andere bewijscategorie moet volgen, zijn er momenteel niet. Zowel in eigen land als daarbuiten werken de oudheidkundige bloedgroepen weinig samen, hoewel de problemen in de papyrologie toch echt voortkomen uit het feit dat tekstwetenschappers oostindisch doof zijn geweest voor wat archeologen zeggen over provenance, en hoewel de DNA-revolutie juist voor de filologische wetenschappen de belangrijkste gevolgen heeft. De oudheidkunde dreigt intellectueel op dood spoor te raken.

Ook de overdracht hapert. De samenleving zit opgezadeld met te kort opgeleide afgestudeerden en met desinformatie. Dat laatste probleem groeit al jaren. Ik zou het hebben gewaardeerd als degenen die de afgelopen maanden mopperden dat antiwetenschappelijke standpunten over klimaat, vaccinatie en corona op TV een platform kregen, de afgelopen decennia ook hadden gemopperd bij antiwetenschappelijk gezwatel over de geesteswetenschappen. Het is niet erg wetenschap te brengen als amusement, maar je moet degene die hierdoor belangstelling krijgt, wel zicht bieden op verdieping. Voorlichting zonder tweede lijn is aandachttrekkerij en dus contraproductief. Zie de schade die de archeologie ondervindt van de vlakke informatie over de limes.

Lees verder “Aarzelend voorwaarts – maar waarheen? (2)”

Spreektaal, blogtaal en boekentaal

Dit weekend rondde ik Bedrieglijk echt af, mijn boek over papyrologie. Het gekke is dat je nooit precies kunt aanwijzen wanneer een boek klaar is. Ik weet dat ik begin te spreken over een voltooid boek als ik het denkwerk heb gedaan, als ik de materie heb verdeeld over hoofdstukken, paragrafen en alinea’s en als ik het beeldmateriaal heb uitgezocht. Dan hoef ik alleen nog maar de zinnen te schrijven, wat in principe ook iemand anders zou kunnen doen. Tegelijk weet ik dat er tijdens het schrijven van de zinnen altijd nog ideeën komen. En soms grove ingrepen. Dit keer is bijvoorbeeld een paragraaf over Kellis, waar papyri de manichese geloofspraktijk documenteren, op het laatste moment geschrapt, waar ik eigenlijk van baal.

Maar ook als ik de zinnen heb geschreven en het manuscript naar de uitgever zou kunnen, is het niet af. Toen ik de tekst afgelopen weekend af had, ben ik die nog eens met de stofkam doorgelopen en uiteindelijk heb ik alles nog 5% ingedikt. Dat doe ik met boeken altijd en het maakt een tekst beter, maar ik snap niet goed wat er in die fase nu werkelijk gebeurt. Nou ja, ik heb een vermoeden.

Lees verder “Spreektaal, blogtaal en boekentaal”