Drie voorbeelden

Soms voel ik me de koning te rijk

Twee weken geleden bestond mijn blog acht jaar en ik had me voorgenomen een stukje te schrijven over drie blogs die me de afgelopen jaren als voorbeeld hebben gediend. De actualiteit sprong er die dag voor, maar eigenlijk had ik een compliment willen geven aan Peter Breedveld, een van de eerste bloggers in Nederland en qualitate qua iemand die allerlei dingen heeft bedacht. Zijn blog Frontaal Naakt had bijvoorbeeld aanvankelijk de vorm van een tijdschrift dat op zondag verscheen met een aantal stukken. Het was Breedveld die – vermoedelijk niet als enige maar wel als eerste binnen mijn horizon – zag dat die vorm niet werkt. Je moet je stukken verspreid over de week publiceren.

Ook als het gaat om het definiëren van een thema, is Breedveld een voorganger. Simpel gezegd: met schrijven over alles wat bij je opkomt of met het bijhouden van een kroniek van alledag draag je niets zinvols bij. Je moet een thema hebben om herkenbaar te zijn. Breedvelds blog is van breed en algemeen cultureel geradicaliseerd naar een verzameling (naar mijn smaak: te) scherpe stukken over iedereen die kritisch is over de multiculturele samenleving; zelf ben ik me gaan toeleggen op het informeren over de ontwikkelingen in de oudheidkunde. Dat is een andere richting maar dat doet niet af aan het feit dat ik me, net als Breedveld, ben gaan beperken. Een wegbereider moet hij helaas ook zijn op het gebied van modereren, het bannen van vervelio’s, het problemen krijgen met stukken en de noodzaak te beschikken over de adviezen van een jurist. Het feit dat Breedveld ondanks weerstand door blijft gaan, vind ik knap.

Lees verder “Drie voorbeelden”

De bloggersparadox

Ik heb nu ruim 3200 blogstukjes en ruim twee miljoen woorden geschreven, meestal over de Oudheid. Daarbij kan ik me weleens vergissen, maar trouwe lezers van deze blog weten dat ik ook weleens terugkom op een eerder oordeel en mezelf verbeter. U weet dat ik daarbij geen werkelijke agenda heb, of het moest zijn dat ik wil tonen waarom oudheidkunde een wetenschap is. Volmaakt ben ik allerminst, maar ik probeer naar eer en geweten te schrijven over het onderwerp dat me dierbaar is.

Gek genoeg is het problematisch. U vertrouwt me, maar alleen eerlijke mensen zijn zulk vertrouwen waard. Helaas moet ik, om zo nu en dan een bepaald punt te maken, van tijd tot tijd oneerlijk zijn. Daarin zit iets paradoxaals. En ik kom er niet werkelijk uit.

Lees verder “De bloggersparadox”

3000+1

Dit is een blog. Bloggen is, als journalistiek genre, nog vrijer dan het schrijven van columns. Je mag immers alles en bent niet gehouden aan woordenaantallen. De lezer heeft bovendien de mogelijkheid te antwoorden, wat voor de auteur een prettige manier is om zijn onwetendheid te verminderen. Misschien nog wel het aardigst van bloggen is dat de respondenten belang beginnen te stellen in elkaar, zoals toen vorige week iemand constateerde dat het stukje over zwaartekracht iets zou zijn voor de natuurkundeleraar die hier vroeger weleens antwoordde – hoe was het eigenlijk met hem? Kortom, bloggen is leuk.

Nou ja, meestal. Je moet soms wat alert zijn. Bijvoorbeeld omdat deze blog wat groot aan het worden is. De Livius Nieuwsbrief van gisteren was het 3000e stukje. Afgelopen augustus had ik gemiddeld 2200 lezers per dag en er zijn ook nog ruim 900 mensen die mijn verwarde flarden per e-mail ontvangen. Er liggen inmiddels zo’n 20.000 reacties; de laatste tijd zijn stukjes met twintig, dertig reacties niet ongebruikelijk meer. En daar, beste digitale vrienden, moet ik het vandaag even met u over hebben.

Lees verder “3000+1”

De drie onvrijheden van de blogger

Ooit was de column het meest vrije genre dat er was. Nog altijd kan de columnist schrijven waarover hij wil en heeft hij eigenlijk maar één beperking: hij moet een bepaald aantal woorden vol schrijven. De blogger is nog vrijer: die heeft zelfs die beperking niet. Hij neemt zoveel woorden als nodig is voor zijn betoog en dat is dat.

Paradoxalerwijs leidt deze vrijheid in de praktijk toch tot een beperking. Als iemand schrijft over alles wat bij hem opkomt, is er immers ook geen reden hem te volgen, want in driekwart van de gevallen schrijft hij over een onderwerp dat je niet interessant vindt. Slechts een enkele blogger – slechts een enkele auteur, trouwens – heeft het gouden pennetje dat hem zó goed doet schrijven dat mensen álles willen lezen, domweg omdat hij het schrijft. Onder de columnisten is Max Pam zo iemand: ook al kan ik niet echt schaken, ik heb jarenlang zijn schaakrubriek gevolgd omdat hij zo verrotte goed schreef. Een blogger met deze stilistische vaardigheid heb ik nog niet ontdekt. Ik zeg weleens dat Multatuli het bloggen heeft uitgevonden omdat hij in zijn Ideën alle vrijheden al heeft genomen, maar zijn digitale volgelingen halen diens torenhoge niveau niet.

Lees verder “De drie onvrijheden van de blogger”

Vom Nutzen und Nachteil der Historie für das Leben (1)

Ik heb geen plaatje van een brandende moskee (en eigenlijk gaat dit stukje er ook niet over) dus ik geef u deze foto maar van de Lotfollah-moskee in Isfahan.
Ik heb geen plaatje van een brandende moskee (en eigenlijk gaat dit stukje er ook niet over) dus ik geef u deze foto maar van de Lotfollah-moskee in Isfahan.

Het is verleidelijk om over de actualiteit te bloggen. Een nieuwsbericht over pakweg een rechtszaak tegen de NS maakt je boos of wanhopig of vrolijk, of alledrie, en dat wil je van je afschrijven. Het leuke is dat je met een actueel stukje ook wat meer lezers trekt. Soms wordt het doorgeplaatst naar andere websites en dan heb je wat eer van je werk.

Een nadeel van zo’n stukje is dat het een bepaalde eenvoud moet hebben. Je kunt er één gedachte in uitwerken, hooguit twee. Je kunt ook niet te veel voorkennis veronderstellen. De discussie over de islam, die in de kern gaat over lastige zaken als methodisch collectivisme en methodisch individualisme, is geen onderwerp voor een blogstukje. (Ik heb dat hier eens uitgelegd aan de hand van de ontspoorde discussie tussen Peter Breedveld en Marcel Hulspas.) De discussie die we zouden moeten voeren, leent zich ook niet voor een TV-debat en is vermoedelijk zelfs te complex voor een krant. Aangezien onze meningen desondanks worden beïnvloed door deze media, is de discussie inmiddels onderdeel van het probleem.

Lees verder “Vom Nutzen und Nachteil der Historie für das Leben (1)”

Waarom “Mainzer Beobachter”?

volksfreund
Ook mooi: de Trierischer Volksfreund

Waarom heet deze blog eigenlijk de Mainzer Beobachter? Een vriendin vroeg het me laatst, bij een kopje koffie, in het Haagse theater De Appel. Daarover valt best iets te zeggen.

De eerste reden is dat ik Duitse krantennamen zo mooi vind. Terwijl wij het moeten doen met vlakke titels als Algemeen Handelsblad, de Volkskrant of de Nieuwe Rotterdamsche Courant, had je in Duitsland tenminste een Neue Rheinische Zeitung, met als ondertitel Organ der Demokratie. Kijk, zo’n krant wil je nou lezen. (Sterker nog: dat deden zoveel mensen dat de autoriteiten deze krant onderscheidden met een publicatieverbod.)

Lees verder “Waarom “Mainzer Beobachter”?”