De Grieks-Orthodoxe Kerk

[Vandaag het derde van drie stukken over toerisme in het hedendaagse Griekenland, geschreven door Hans Overduin.]

Wie van Thessaloniki over de provinciale weg naar Pella rijdt, komt na een dertig kilometer door het dorpje Chalkidóna. Aan de rand van het dorp ligt een veldje dat wordt gedomineerd door een post-Byzantijns (over de term straks meer) kerkje, gewijd aan de apostelen Petrus en Paulus, en de voet van wat een behoorlijke minaret geweest moet zijn. Wie verder kijkt ontwaart rond de vijfentwintig kruisen, sommige bijna twee meter hoog maar de meeste in de grond gezakt, die in eerste instantie aan Keltische zonnekruisen doen denken maar er toch anders uitzien.

Bogomielen

De gangbare mening is dat het hier gaat om een kerkhof van bogomielen, een ketterse middeleeuwse sekte die zich in die tijd onder meer in het huidige Grieks-Macedonië ophield. Het kerkhof is van eminent historisch en toeristisch belang, maar geen richting- of informatiebord dat ernaar verwijst. Het bogomielenkerkhof wordt door het Griekse Ministerie van Cultuur en Sport en door de Griekse Kerk, die nog steeds allergisch is voor ketterijen, volledig doodgezwegen.

Lees verder “De Grieks-Orthodoxe Kerk”

Mar Behnam

Boekenverstopplek in Mar Behnam

De heilige Behnam lijkt een beetje op Sint-Joris. In elk geval iconografisch. De in Irak vereerde heilige is net als zijn Mediterrane collega een te paard gezeten drakendoder. De parallel gaat verder. Moslims vereren zowel Behnam als Joris als Khidr, de groene man. Joden vereren deze bemiddelaar tussen mensheid en God alsof het Elia is. Of Ezechiël, zoals in Khifl. Vermoedelijk is het de oude cultus van Baäl die in de volkscultuur steeds andere vermommingen heeft aangetrokken.

Zo’n heilige met diverse identiteiten, dat staat haaks op het verlangen van islamisten dat mensen slechts één identiteit hebben, hun religieuze. (Het is een vorm van modernisme, waarin alles eenduidig te verdelen moet zijn en elke ambiguïteit ergernis oproept.) Begrijpelijk dus dat de zogenaamd Islamitische Staat zich tegen dit soort volksculten richtte en de drie monniken uit het klooster van Mar Benham gevangennam. Wat er met hen is gebeurd, weet ik niet. Wel weet ik dat twee monniken zijn teruggekeerd. Er zijn nog drie of vier christelijke families in de omgeving. Het met dynamiet vernietigde graf van Benham is gerestaureerd (alleen de koepel was kapot) en verder moet u maar even hier kijken.

Lees verder “Mar Behnam”

De kerken van Armenië

Kecharis
Kecharis

Er is veel goeds over Armenië te vertellen, maar één ding is toch wat minder: het erfgoedaanbod is een tikje eenzijdig. Ik heb niet geturfd wat ik hier bij drie bezoeken zoal heb gezien, maar middeleeuwse kerkgebouwen zijn sterk oververtegenwoordigd. Niet helemaal onlogisch, want de kerk vormt de belichaming van de nationale identiteit, maar je zou als toerist ook weleens iets anders willen zien dan wéér zo’n kerkje.

Dat gezegd zijnde, de kerken van Armenië zijn wel heel erg mooi. En sober. Als er al decoratie is, is die aan de buitenzijde aangebracht in de vorm van banden met reliëfs. Je vindt binnen geen iconen, geen ikonostasis, geen standbeelden, geen orgel en geen gebrandschilderde ramen, maar juist doordat deze kerkgebouwen kaal en donker zijn, hebben ze een bepaalde sereniteit. En in elk geval ik, die in Nederland al hoorndol word als iemand zit te praten in een stiltecoupé, ben daar gevoelig voor.

Lees verder “De kerken van Armenië”

Adalbert

Het altaar waarin de resten van Adalbert liggen

Een tijdje geleden belandde ik, enigszins ongepland, in de Egmondse Abdij. Ik wist dat het historische klooster, waar de graven van Holland ooit hun kanselarij hadden, niet langer bestond en had daarom nooit eerder een reden gezien erheen te gaan. Nu zal ik niet zeggen dat ik daarmee een onherstelbaar cultureel misdrijf heb gepleegd, maar ik had er beter wél eens een kijkje kunnen nemen. Het is een mooie, rustige plaats. De plek waar ooit de kloosterkerk heeft gestaan is aangegeven en in de buurt ligt in een moderne kerk Adalbert, de missionaris die hier ooit het christendom zou zijn komen uitleggen, opnieuw begraven.

Toen hij hier rond 700 aankwam, waren hier wat Friese boerennederzettingen. Missionarissen als Wigbert en Willibrord hadden geprobeerd het gebied te kerstenen, maar hadden weinig bereikt, hoewel de lokale heerser Radboud behulpzaam was geweest. Er kwam pas schot in de zaak toen deze koning in 719 was overleden en de Frankische leider Karel Martel zich van alle gebied ten westen van het Vlie meester had gemaakt. Rond 730 waren er kerken in Velsen, Heiloo en Petten. En ergens daartussen leefde dus Adalbert.

Lees verder “Adalbert”

Possidius’ Augustinus

possidius_augustinus

Ik heb een paar maanden geleden op deze plaats geblogd over de belangrijke christelijke auteur Augustinus en, in een heel andere context, veel langer geleden over de positieve invloed die deze kerkvader nog steeds heeft. Het is een fascinerende man en bovendien een van de drie mensen uit de Oudheid van wie je denkt dat je hem echt een beetje kent. De twee anderen zijn Cicero en Herodotos.

Dit komt doordat Augustinus veel heeft geschreven, met de Belijdenissen als bekendste ego-document. Alsof dat nog niet genoeg is, heeft zijn vriend Possidius nog een biografie aan hem gewijd. Die is vorig jaar door Vincent Hunink in het Nederlands vertaald en voorzien van een inleiding door Paul van Geest. Beide zijn verbonden aan de Nijmeegse Radbouduniversiteit. Ik kan niet anders dan zeggen dat Het leven van Augustinus een geslaagd boek is, waarop alleen valt aan te merken dat het te bescheiden is.
Lees verder “Possidius’ Augustinus”

Mohra Moradu

Mohra Moradu
Mohra Moradu

De titel van dit stukje zal u vermoedelijk niet meteen iets zeggen en dat ligt niet aan u, want het gaat om een redelijk obscure opgraving in Pakistan. Ze behoort bij de verzameling ruïnes die bekendstaat als Taxila: de oudste hoofdstad van de Punjab. Het geheel geldt als werelderfgoed en dat is ook terecht: hier is de Mahabharata voor het eerst gereciteerd, hier werd de Ramayana gecomponeerd, hier kwamen Darius en Alexander, hier schreef Panini ’s werelds eerste grote grammaticaboek, hier ontwikkelden saddhu’s alternatieven voor de godsdienst van de brahmanen.

Lees verder “Mohra Moradu”

Woestijnvader

ascese

Eerst even dit: ik ken de vertaler van Athanasius’ Antonius. Onsterfelijke icoon van de monnik, de Nijmeegse classicus Vincent Hunink, persoonlijk en heb met veel plezier met hem samengewerkt bij zijn vertaling van Velleius Paterculus’ Romeinse geschiedenis. Het boekje waarover ik nu schrijf drukte hij me in de hand toen ik hem laatst even bezocht op zijn werk. Hartelijk als hij is, gaf hij me ook nog Tacitus’ Historiën mee en de tekst van een oude toespraak. Ik sta dus bij hem in het krijt, en u moet me maar vertrouwen dat het niet om die reden is dat ik schrijf dat dit een leuk boekje is.

Athanasius van Alexandrië (295-373) is een van de invloedrijkste denkers uit het christendom, en dat kwam vooral door zijn stellingname in een destijds actuele discussie over de vraag of Christus wezensgelijk was aan God de Vader of wezensgelijkend. (Voor de context van die discussie verwijs ik naar dit en dat stukje.) Terwijl de hele christelijke wereld koos voor wezensgelijkendheid, hamerde Athanasius als enige op het eerste, wat ertoe leidde dat vier keizers hem vijf keer in ballingschap stuurden, voor in totaal zeventien jaar. “Athanasius tegen de wereld” werd de gevleugelde uitdrukking om aan te geven dat iemand onverzettelijk zijn waarheid bleef verdedigen – in Athanasius’ geval uiteindelijk met succes, al kwam het tegen een hoge prijs. Wat het voor iemand uit Alexandrië, hét intellectuele centrum van de Griekse wereld, betekende te worden verbannen naar een uithoek als Trier is niet overgeleverd.

Lees verder “Woestijnvader”

Dalrymple, From the Holy Mountain

Sommige blogstukjes vergen wat voorbereiding, zoals dit. Een goede collega, wiens spirituele belangstelling wat uitgesprokener is dan de mijne, adviseerde me From the Holy Mountain te lezen, het boek dat de Britse auteur William Dalrymple (niet te verwarren met de conservatieve filosoof) wijdde aan de verdwijnende christelijke kerken van het Midden-Oosten. Ik heb het in één adem uitgelezen, en hoezeer het me aan het denken heeft gezet, blijkt wel uit het feit dat ik de afgelopen maanden al verschillende keren heb geblogd over aspecten van dit boek. Hier is bijvoorbeeld een uitleg van wat die kerken nu eigenlijk zijn.

De ondergang van de oosterse kerken stond al ergens op mijn radar. Mijn evangelische vriend Jan-Pieter van de Giessen heeft op zijn blog lange tijd elke vrijdag een overzicht gegeven van antichristelijk geweld, waarbij Turkije, Syrië en Egypte een vast onderdeel vormden. Zelf heb ik in Diyarbakir, de hoofdstad van Turks Koerdistan, eens te laat begrepen dat de terughoudendheid van een geestelijke, die me overigens vriendelijk te woord stond, niets had te maken met tekortschietende contactuele eigenschappen – zoals ik aanvankelijk dacht – maar alles met een begrijpelijk wantrouwen jegens belangstellenden. Ik schreef daar dit stukje al over.

Lees verder “Dalrymple, From the Holy Mountain”

Karel de Grote

charlemagne
Handtekening van Karel de Grote. Dit soort monogrammen waren de Late Oudheid en Vroege Middeleeuwen heel gangbaar en zeggen niets over Karels veronderstelde analfabetisme.

Het is natuurlijk best leuk de machtigste man in West-Europa te zijn, maar je wil natuurlijk ook iets nalaten, zodat mensen zich jou herinneren. Karel de Grote koos voor een onderwijshervorming. Die staat bekend als de Karolingische Renaissance. Rond 795 dicteerde hij de circulaire die bekend is komen staan als De brief over het cultiveren der letteren. Wie de tekst wil nalezen, kan terecht in de reeks middeleeuwse bronnen die bekendstaat als Monumenta Germaniae Historica, en wel in het eerste deel met Capitularia Regum Francorum. Daarin is het nummer 29.

Het is tekst met twee stemmen. Enerzijds zien we hoe de klerken zich inspanden om het mooi te formuleren, anderzijds horen we de spreektaalwoorden van de grote koning, die de zorg voor het onderwijs legt bij de bisdommen en abdijen. Hier is een deel van de tekst:

Lees verder “Karel de Grote”

Monnikenwerk

Het klooster van Gerasimos, waar Johannes Moschos nog eens is geweest

Gerard Reve schijnt eens te hebben opgemerkt dat hij hield van God, maar weinig vertrouwen had in Diens grondpersoneel. Dat is een rake typering van de spanning tussen persoonlijke Godsbeleving en geïnstitutionaliseerde religie, tussen gelovigen en geestelijken. Ze veronderstellen elkaar. De laatstgenoemden geven structuur en continuïteit aan de cultus, maar het zijn de gelovigen die bepalen wat religie feitelijk is. Daarom zul je in een stad als Rome, waarvan je toch bezwaarlijk kunt volhouden dat er een tekort bestaat aan geestelijken, meer kerken vinden voor Maria dan voor Jezus: hoewel geestelijken prediken dat het christendom draait om de tweede, spreekt de eerste de gemiddelde Italiaan meer aan.

De doorleefdheid van de volkscultus versus het intellectualisme van de geestelijkheid: het lijkt een duidelijke tegenstelling, maar uiteraard is er een overlap. Het christendom is ontstaan als een armeluisreligie en tot op de dag van vandaag is er een traditie waarin armoede geldt als ideaal. Ik blogde al eens over de zusters augustinessen en wil vandaag schrijven over de oosterse heremieten en monniken van de Late Oudheid. In de zin dat het “beroepsgelovigen” waren, waren het geestelijken, maar ze stonden dicht bij het arme volk en ver van de rijke, intellectuele clerus.

Lees verder “Monnikenwerk”