Nikolaos

Portret van een Romein, tweede kwart eerste eeuw (Archeologische collectie, Mérida)

Ik heb in mijn zondagse reeks over het Nieuwe Testament wel vaker geblogd over de Twaalf, de door Jezus aangewezen leiders van het te herstellen Israël. Na de dood van Judas Iskariot zijn de Elf nog een keer op sterkte gebracht, zo lezen we in de Handelingen van de apostelen, maar vervolgens verdwijnen ze, althans als groep, uit de geschiedenis. Het initiatief komt bij een andere groep, die we doorgaans aanduiden als de diakens, al gebruikt de Bijbel die aanduiding niet. De aanleiding:

Toen het aantal leerlingen toenam, ontstond er op een gegeven moment ontevredenheid bij de Griekstaligen, die de Hebreeuwssprekendennoot “Hebreeuws” is hier de Nederlandse weergave van het Griekse woord voor de taal die wij “Aramees” noemen. verweten dat de weduwen uit hun groep bij de dagelijkse ondersteuning werden achtergesteld.noot Handelingen 6.1; NBV21.

Lees verder “Nikolaos”

Christenvervolging in de derde eeuw

Decius (Musée Grand Curtius, Luik)

In het vorige blogje vertelde ik dat er twee visies zijn op het Romeinse religieuze leven in de derde eeuw: enerzijds waren er continuïteiten, anderzijds innovaties. De beruchtste daarvan was de christenvervolging. Het handboek waarover ik op donderdag blog, Een kennismaking met de oude wereld van Luuk de Blois en Bert van der Spek, meldt dat er een aantal grote vervolgingen was en dat de christenen niet wensten te bidden tot heidense goden en de keizer.

Het is altijd complexer dan het handboek meldt. Het is immers een handboek, een basis die iedere student van A tot Z behoort te kennen voordat hij op college leert hoe we weten wat we weten en ontdekt hoe we de gebeurtenissen óók kunnen lezen. Maar in dit geval is er geen sprake van andere interpretaties. Volgens mij is wat De Blois en Van der Spek schrijven over christenvervolging incompleet en deels gewoon fout.

Lees verder “Christenvervolging in de derde eeuw”

De essenen en de Dode-Zee-Rollen

In de Vierde Grot van Qumran zijn de meeste Dode-Zee-rollen gevonden. De grot ligt recht tegenover de ruïne. Het is moeilijk voorstelbaar dat er geen relatie tussen de bewoners van het gebouw en de teksten in deze grot is geweest.

Als, zoals ik in het eerste stukje schetste, het essenisme inderdaad pluriform was, is het goed denkbaar dat een deel van de Dode-Zee-rollen, zoals vaak wordt aangenomen, esseens is. Dat er verschillen zijn tussen de inhoud van de rollen en de informatie van de Joodse auteur Flavius Josephus (en enkele van zijn collega’s), valt dan te verklaren vanuit dit pluriforme karakter. Het probleem is natuurlijk dat zo vroeg of laat alles met alles valt te combineren. Om deze reden is lang niet elke geleerde overtuigd van de identificatie. Ik mag dan niet zo geleerd zijn, het lijkt me verstandig onderscheid te blijven maken tussen de essenen en de Dode-Zee-rollen, tot er meer duidelijkheid is.

Overeenkomsten en verschillen

Maar goed. Er zijn overeenkomsten. De Gemeenschapsregel beschrijft de inwijdingsrituelen die ook Josephus noemt. Predestinatie, dualisme, celibaat, gemeenschappelijk bezit en maaltijden, rituele baden en halachische kwesties komen in de Gemeenschapsregel eveneens aan de orde, terwijl andere teksten de sabbat beschrijven zoals ook Josephus doet. Er zijn echter ook complicaties. Zo komt de naam “essenen” (Aramees ḥsyn, “de vromen”) niet voor in de sektarische teksten. Een andere moeilijkheid is dat Filon, Plinius en Josephus allemaal niet datgene vermelden wat ons het meest treft bij het lezen van de Dode-Zee-rollen: de sektariërs dachten eschatologisch. Ze meenden dus dat de Eindtijd nabij was.

Lees verder “De essenen en de Dode-Zee-Rollen”

Het vroegste christendom als greedy institution

De gemeenschappelijke maaltijd was een van de momenten waarop de leden van de greedy institution zich uitverkoren konden weten (Catacomben van Domitilla, Rome).

Het idee dat alle vroege christenen elkaar lief hadden als broeders en zusters was meer ideaal dan waarheid. Er waren vaak ruzies. Het bekendste voorbeeld is Paulus, die in Galaten 2.11-14 weinig goeds heeft te zeggen over Petrus. De auteur van de Openbaring spreekt vol afschuw van christenen in Pergamon en Tyatira die van het heidense offervlees aten (2.14, 2.20; overigens met vermelding van een vrouwelijke leraar). De auteur van de Eerste brief van Johannes maakt zijn opponenten uit voor antichristen. Ik heb er onlangs op gewezen dat de Brief van Jakobus te lezen is als correctie op Paulus’ opvattingen over de Wet.

Het geruzie hoeft ons niet te verbazen. Het vroegste christendom was immers een greedy institution, dat wil zeggen een instelling die haar leden voorhoudt te zijn uitverkoren en in ruil volledige toewijding eist. (Sparta is een ander antiek voorbeeld.) Die volledig toewijding kwam als vanzelf. Wie een terechtgestelde crimineel begint te vereren – en daar leek het natuurlijk wel op – sneed nogal wat banden af met de rest van de samenleving. En in een greedy institution kan alles wat duidt op minder dan volledige toewijding, leiden tot explosieve situaties. Ruzie was te verwachten.

Lees verder “Het vroegste christendom als greedy institution”

Oxyrhynchos (2)

Ook in Oxyrhynchos las men Sallustius’ Oorlog tegen Jugurtha (Neues Museum, Berlijn)

In het vorige stukje vertelde ik iets over de werkzaamheden van Bernard Grenfell en Arthur Hunt aan het begin van de vorige eeuw in Oxyrhynchos. Ze slaagden erin vele tienduizenden papyri te bergen voordat ze unprovenanced op de zwarte markt zouden komen, waar ze geen wetenschappelijke waarde meer zouden hebben. In dit tweede blogje iets meer over wat de betekenis is van hun vondsten. Eerst het christelijke materiaal dat de belangstelling van de opgravers het meeste had, daarna de rest.

Christelijke teksten

Tot op heden zijn uit Oxyrhynchos vijftien fragmenten uitgegeven van het Evangelie van Mattheüs en veertien van het Evangelie van Johannes. De andere canonieke evangeliën, Marcus en Lukas, zijn met elk twee exemplaren vertegenwoordigd en dat is dus minder dan de tien exemplaren van de Herder van Hermas, een christelijke tekst die nooit tot de canon is gerekend maar in Oxyrhynchos dus goed was vertegenwoordigd. Hier hebben we een doorkijkje naar een pluriform christendom uit de periode voor er behoefte was aan orthodoxie.

(Tussen haakjes: een van de twee Marcus-fragmenten is de beruchte Eerste-eeuwse Marcus. U zult zich herinneren hoe Dirk Obbink een bevriende oudheidkundige manipuleerde om de prijs op te drijven.)

Lees verder “Oxyrhynchos (2)”

De Afrikaanse martelaren

Goede herder (Musée archéologique de Sousse)

Het christendom is ontstaan in Judea, de gelovigen kregen hun naam in Syrië en de nieuwe religie ontwikkelde zijn eigen ideeën in Egypte en Anatolië. Later ook op andere plekken natuurlijk, maar het kan nooit kwaad te benadrukken dat West-Europa in de geschiedenis van het vroegste christendom marginaal is. Eerst moest er een Latijnse literatuur ontstaan en de eerste bij naam bekende christelijke auteur die zich van die taal bediende was Tertullianus. Hij leefde rond 200 in Karthago. En dat gebied was allerminst marginaal voor het christendom, zij het dat het een vorm had die nooit mainstream is geworden.

De martelarencultus

Als we afgaan op wat is overgeleverd – altijd een belangrijk punt – was het martelaarschap hier heel belangrijk. Een van de alleroudste christelijke documenten van Afrikaanse bodem is het procesverslag van de martelaren van Scilli. Het gaat om een kleine groep gelovigen die op 17 juli 180 bij gouverneur Vigellius Saturninus werd voorgeleid, volhardde in wat de magistraat zal hebben beschouwd als weerzinwekkend bijgeloof en die ter dood werd gebracht. Martelaarschap is ook een centraal thema in het denken van Tertullianus, uit wiens De apologeet de beroemde (beruchte) kreet komt dat het bloed van de martelaren het zaad is van de kerk. Ik heb al eens eerder over deze ideeën geschreven en verwijs er nog eens naar.

Lees verder “De Afrikaanse martelaren”

Offerverklaring

Offerverklaring (Neues Museum, Berlijn)

Ik had het, toen ik Candida Moss’ boek The Myth of Persecution besprak, al eens over de christenvervolging door keizer Decius, rond het jaar 250. De pas aangetreden heerser eiste van alle ingezetenen een eed van trouw, die de mensen dienden af te leggen door te bidden bij de voorvaderlijke goden. We begrijpen niet goed hoe dit door christenen als een probleem kon worden ervaren, want ze mochten bidden voor het welzijn van de keizer en hun god had zich niet pas vorig jaar gemanifesteerd. Wierook branden was bij christenen in deze tijd ongebruikelijk maar niet verboden.

Het eten van offervlees was onder christenen omstreden: de brieven van Paulus tonen dat deze het problematisch vond, terwijl er ook gelovigen waren die meenden dat als de valse goden valse goden waren, het offervlees geen speciale status had. Dit kan voor sommigen dus een probleem zijn geweest. Of misschien was het afleggen van een eed wel problematisch: het verbod op het afleggen van eden behoort tot die delen van Jezus’ leer waarvan hedendaagse geleerden denken dat het Jezus-echt is.

Lees verder “Offerverklaring”

Wat zijn heidenen?

Apollo, Minerva en Mercurius: vierde-eeuws reliëf uit Lauterbourg (Straatsburg, Palais Rohan)

Als het goed is, is vandaag Het visioen van Constantijn in de boekhandels aangekomen, het boek dat ik maakte met Vincent Hunink en dat gaat over de vraag hoe een heidens visioen kon veranderen in een christelijke legende. U bestelt het hier (levert landelijk) of bij uw plaatselijke boekhandel en hieronder hebt u een stukje uit de inleiding.

***

De bekering van Constantijn betekende – wat er ook gebeurd moge zijn – het einde van het heidendom. Maar wie waren die heidenen eigenlijk? Het begrip komt uit de joods-christelijke wereld, waarin alle niet-medegelovigen over één kam werden geschoren, hoewel de niet-joden en niet-christenen zichzelf nooit definieerden als heidenen.

Ze vereerden de goden van hun eigen stad en van de Romeinse staat. Ook betoonden ze eer aan de keizer. Sommige volken hadden eigen godheden – zo hadden de Egyptenaren hun Isis, de Galliërs hun Grannus en de Bataven hun Magusanus – en daarnaast hadden bepaalde beroepsgroepen eigen culten. Over dit bonte geheel werd verschillend gedacht, maar niemand noemde zichzelf heiden. In Het visioen van Constantijn gebruiken we het woord alleen omdat het nu eenmaal ingeburgerd is. Dat bewijst overigens eens te meer in welke mate het in de vierde eeuw doorgebroken christendom het latere denken blijft beïnvloeden.

Lees verder “Wat zijn heidenen?”

De laatste heidenen

Severus Alexander (Museum van Dion)

Het is Romeinenweek en hoewel ik al schreef dat de Romeinen overal om u heen te zien zijn in allerlei musea of met een gids als Herman Clerinx, zijn er drie dingen die veel meer in het oog springen: het feit dat u woont in een stad, het feit dat u Nederlands spreekt en het feit dat deze zondag uw vrije dag is – met andere woorden, dat u leeft in een cultuur die is gevormd door het christendom. Zelfs onze geschiedbeelden zijn christelijk, zoals het idee waarmee ik deze reeks begon: dat er een machtige strijd tussen christenen en heidenen is geweest. Dat is, ietwat cru geformuleerd, christelijke propaganda.

Even terug naar het begin: er is de laatste jaren heel veel bekend geworden over de wortels van het christendom. Een belangrijke factor is dat eindelijk het embargo van de Dode Zee-rollen is opgeheven en we sinds 2009 beschikken over de volledige tekst, zodat we weten dat het materiaal dat daarvoor bekend was, nogal atypisch is. Pas nu begint het onderzoek naar het antieke jodendom pas echt. Een andere factor is het New Perspective on Paul, dat alles op z’n kop heeft gezet en duidelijk maakt dat Paulus nooit echt heeft gebroken met het jodendom. Meer dan vroeger zien we nu open communicatie tussen joden en christenen tot diep in de vierde eeuw: het is de openheid die het jodendom altijd heeft gehad.

Lees verder “De laatste heidenen”