Vragen rond de jaarwisseling (2)

Een Romeinse dodecaëder (Archeologisch Museum, Zagreb)

Ik nodigde u onlangs uit om vragen te stellen voor het lijstje “Vragen rond de jaarwisseling” van 2024. De eerste zes vragen beantwoordde ik daar; hier zijn er nog eens zes.

7. Is er meer bekend over hoe bijv. Caesar een grote troepenmacht met alle ondersteuning over grote (zee) afstanden kon sturen?

Ik denk dat u dit stuk moet lezen.

8. Was er in de oude wereld een sociale status vereist om deel te nemen aan de eredienst? Kijkend naar de meest populaire godheden in de antieke culturen, zie ik elitaire prioriteiten zoals autoriteit, oorlog en wijsheid. Verraadt dat een bepaalde maatschappelijke structuur?

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (2)”

Faits divers (18)

In de onregelmatig verschijnende reeks faits divers deze keer van alles en nog wat. De reeks heet natuurlijk niet voor niets faits divers.

Nieuwe exposities

Eerst maar even drie nieuwe exposities. Over de Paestum-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden heb ik het al enkele keren gehad (een, twee, drie, vier, vijf). Ook de villa-expositie in hetzelfde museum, die ik nog een tweede keer wil zien voor ik er over ga schrijven, is al aan de orde geweest (een, twee, drie). Beide zijn nog tot en met eind augustus, dus u heeft nog een zomer lang de tijd.

Dat geldt echter niet voor de expositie “Bronsschat van Nistelrode” in het voormalige parochiehuis in – u raadt het al – Nistelrode (ten oosten van Den Bosch). De Romeinse schat, die twintig jaar geleden is ontdekt, is slechts zes dagen te zien: van zaterdag 18 tot en met donderdag 23 mei. Dat is dus volgende week. Hoewel er vanzelfsprekend dranghekken staan bij de ingang en de Brabantse bereden politie de verwachte menigte in bedwang zal houden, is het verstandig een tijdslot te reserveren om museale gekte te vermijden.

Lees verder “Faits divers (18)”

Een soirée met Drs.P.

[Vanavond even een gastbijdrage aan deze blog, ingezonden door egyptologe/archeologe Sigrid van Roode, die u vorige week zag in dit filmpje.]

Een broze Drs.P. zit in een rolstoel naast de vleugel in de OBA te Amsterdam. Zijn jonge begeleider speelt De Gezusters Karamazov, de dan al demente doctorandus zingt de tekst. Kraakhelder en foutloos komen de vertrouwde woorden voorbij. Als de laatste akkoorden wegsterven, licht het gezicht van de hoogbejaarde doctorandus op. Hij straalt en zegt enthousiast: “Júist!” Het is één van de korte filmfragmenten in het eerbetoon dat Erik van Muiswinkel in de Leidse schouwburg opvoerde en waar ik in gezelschap van twee mede-adepten op een koude dinsdagavond naartoe was gegaan.

Ik hou van taal, van mensen die zich daarvan weten te bedienen en van mensen die daar net zo blij van worden als ik. Ik hou van Vondels rinkinkerende Aeneas en val als een blok voor de elegante zinnen van Frits van Oostrom in zijn Maerlants Wereld. Eén van de cassettebandjes, in onze studententijd door mijn beste vriendin meegebracht naar een opgraving, leverde eenzelfde plezier: dat was Drs.P. Compilé sur CD, of althans zoveel daarvan als op het bandje paste. De enjambementen in De Grenadiertjes, het enthousiasme in Sla, de uitsmijter van De Commensaal: ik genoot van zijn taalbehendigheid en oubollig krakende stem. Sneker Café en O wat leuk werden tot officieuze opgravingsliederen, en bij nader inzien bleek ik Dodenrit en Knolraap en Lof, Schorseneren en Prei allang te kennen. Want zo gaat dat, zei mijn gezelschap tijdens ons diner voorafgaand aan de voorstelling: Drs.P. hoef je niet uit je hoofd te leren, dat ken je op een gegeven moment gewoon.

Lees verder “Een soirée met Drs.P.”

Hoe lezen we hiërogliefen?

Zomaar wat hiërogliefen (Museo Barracco, Rome)

Dat was dus een leuk gesprek, alweer ruim een jaar geleden, in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden: egyptologe, bling-specialiste, archeologe, schrijfster en door-en-door leuk mens Sigrid van Roode legde me voor de camera’s uit hoe de hiërogliefen en de oude Egyptische taal zijn ontcijferd.

Een deel van haar betoog kent u misschien wel, zoals het verhaal van de Steen van Rosetta, de cartouches en de rol van Champollion. Ik wil niet beweren dat het algemeen bekend is, maar het behoort wel tot de meer bekende informatie over de oude wereld. Een ander deel is misschien wat minder bekend, zoals het belang van kwantificatie van het aantal tekens. Plus de betekenis van het woord wiwi.

Lees verder “Hoe lezen we hiërogliefen?”

Filmen in Leiden

Ruim een jaar geleden kondigde ik aan dat Livius (de vennootschap waar ik lid van ben) een reeks korte filmpjes wilde maken om uit te leggen hoe oudheidkundigen weten wat ze weten. Een soort “Methode op maandag” dus, maar dan in een ander medium. Een wetenschap die haar methoden niet uitlegt, lijkt immers geen methode te hebben, trekt dus amateurs aan, is niet in staat een overtuigend weerwoord te bieden aan kwakhistorici en kan niet langer spreken met het gezag dat nodig is om de samenleving adequaat te informeren. We hebben al twee draaidagen gehad en gisteren was de derde.

En zo zat ik – letterlijk, zie boven – zondag in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden voor een interview met Casper Porton van Addisco. Hij legde uit hoe taalkundigen de klanken van het oude Latijn reconstrueren. Ik heb zelden een zó gemakkelijk interview afgenomen. Handig was dat er een inscriptie aan de muur hing waar een spelfout in zat: het soort dingen dat helpt bij de reconstructie van de uitspraak.

Lees verder “Filmen in Leiden”

Bling!

Portret van een meisje met een sieraad in het haar (Archeologisch Museum, Thessaloniki)

Als ik u zeg dat het bovenstaande portret is te zien in het archeologisch museum van Thessaloniki, als ik toevoeg dat ik het “gewoon mooi” vind en als ik in de volgende alinea wat opmerkingen maak over een aspect van het antieke kunstvoorwerp, dan weet u dat u bent beland in weer een aflevering van de onregelmatig verschijnende rubriek museumstukken, waarvan u hier een overzicht vindt.

Om te beginnen vertelt het kapsel iets over de hoge kwaliteit van de oud-Romeinse scharen. Dit is namelijke haute coiffure: het haar is geknipt in laagjes die aflopen vanaf een middenscheiding, terwijl deze jonge vrouw op haar achterhoofd lange vlechten draagt die ze heeft opgebonden op haar kruin. Over haar scheiding ligt een metalen sieraad, dat bovenaan begint met een bloem, lijkt te zijn ingelegd met edelstenen (en daarom zelf wel van goud of zilver zal zijn gemaakt) en uitloopt op twee gewichtjes op haar voorhoofd. We weten niet waar deze jonge vrouw vandaan kwam, maar op mij komen haar kapsel en sieraad uitgesproken oosters over, al zeg ik erbij dat ik zoiets nog nooit ergens heb gezien. Het grappige is dat de indruk dat deze vrouw van oosterse afkomst is, sterker wordt als je de bovenste of de onderste helft apart bekijkt. Althans, zo vergaat het mij.

Lees verder “Bling!”

Egyptologie: niet voor wiwi’s

Deir el-Medina

Mijn boekhandelaar hoopte dat ik het volgende stuk uit De klad in de klassieken, door mijn collega Sigrid van Roode, online wilde plaatsen. Bij dezen:


Een brief van Sennefer, de burgemeester van Thebe, aan de pachter Baki, geschreven rond 1420 v.Chr., luidt ongeveer zo :

Lees verder “Egyptologie: niet voor wiwi’s”