Middeleeuws Dordrecht

Wie het boek De oudste stad van Holland van mediëvist Henk ’t Jong ter hand neemt, ziet in één oogopslag waarom het onderstaande stukje geen recensie is. Ik sta namelijk vrij prominent op de achterflap omdat ik vrij enthousiast heb geschreven over het vorige boek van ’t Jong, De dageraad van Holland. Maar ook als ik niet positief vooringenomen zou zijn over zijn nieuwste geesteskind, ook als ik Henk niet persoonlijk zou kennen, ook als Henk niet een vaste bezoeker was van deze blog, zou ik nu een mooi stuk schrijven. De oudste stad van Holland is namelijk opnieuw een aanrader.

Die oudste stad is Dordrecht. En laat ik meteen het voornaamste enige minpunt noemen aan ’t Jongs boek: de auteur is er nogal op gebeten dat de burgemeester van Geertruidenberg het in 2011 heeft bestaan te beweren dat niet Dordt maar D’n Bèrrig de oudste stad van Holland zou zijn. Ik begrijp dat er een patat-en-frietse twist tussen de twee gemeentes bestaat, en ik weet dat het ’t Jong echt dwars zit, maar disputen over de schaduw van een ezel zijn oninteressant. En dan ga ik nu de loftrompet steken.

Lees verder “Middeleeuws Dordrecht”

Romaanse kunst uit Keulen

Romaans kapiteel

Deze week ging ik twee dagen kerken kijken in Keulen, waar behalve een beroemde Dom ook twaalf kerken zijn te zien uit de romaanse tijd, dus zeg maar 1000-1200 plus of min wat decennia. Met een oppervlak van 400 hectare was Keulen destijds een van de belangrijkste steden in Europa. Ter vergelijking: Utrecht was met 100 hectare de grootste stad in Nederland.

De aartsbisschop van Keulen was een van de zeven keurvorsten en kroonde de koning van Duitsland (die zich vervolgens in Rome liet kronen tot keizer). De stad had het muntrecht en was de basis voor de Eerste Kruistocht. Na 1164 werd de stad ook nog een van de belangrijkste pelgrimsoorden, toen aartsbisschop Reinald van Dassel het gebeente van de Drie Koningen – uiteraard net zo echt als andere middeleeuwse relikwieën – vanuit Milaan overbracht naar de Keulse Dom.

Lees verder “Romaanse kunst uit Keulen”

De romaanse kerken van Keulen (2)

Maria speelt met Jezus (Museum in de St. Cäcilien, Keulen)

Ik heb een machtig leuke tijd doorgebracht in Keulen en laat u even delen in het plezier. Gisteren behandelde ik één Dom en vier romaanse kerken en beloofde ik u nog een vijfde romaanse kerk, nu neem ik eerst nog wat romaanse kerken onder handen. Uiteraard zijn de kerken zélf romaans, maar is er van alles toegevoegd, uit de gotische tijd en uit later tijdvakken.

6. St. Maria in Lyskirchen

Vlakbij de Rijn, in de richting van de Romeinse vlootbasis van Keulen, vlakbij de middeleeuwse haven ligt het kerkje van St. Maria in Lyskirchen, waar de plafondschilderingen nog zijn te zien. Ik vond ze erg moeilijk leesbaar maar het kerkje was het best bewaarde en gaf ook het beste idee van een kerk uit de Volle Middeleeuwen. Het orgel werd gestemd terwijl ik keek naar een prachtig modern gebrandschilderd raam van Sint-Nikolaas, de patroon van de zeevarenden. Vondel is op een boogscheut afstand geboren.

Lees verder “De romaanse kerken van Keulen (2)”

De romaanse kerken van Keulen (1)

St. Gereon, Keulen

Het was 1981. Ik weet dat zo precies omdat we in de auto terug naar Nederland “Vienna” van Ultravox hoorden. We, dat waren mijn vader en ik, en we waren naar Keulen geweest om daar de romaanse kerken te bekijken die zijn aandacht hadden getrokken en om grammofoonplaten te kopen bij Saturn. We zullen die dag drie romaanse kerken hebben gezien.

Keulen heeft, behalve een Dom en een Ludwigmuseum en een Rijn en een Römisch-Germanisches Museum, niet minder dan twaalf romaanse kerken, producten uit de tijd waarin Keulen een van de machtigste en belangrijkste steden in Duitsland was. Zeg maar de Volle Middeleeuwen. In de Late Middeleeuwen was het wat minder; de Dom bleef althans onvoltooid tot dit project na de Duitse vereniging van 1870 alsnog ter hand werd genomen. Maar die romaanse kerken zijn de eigenlijke sieraden van de stad.

Omdat we die dag in 1981 niet zo ver zijn gekomen, wilde ik die nog eens allemaal zien. Het kwam er echter nooit van. Ik ben heus wel vaker in die fijne stad geweest – vorige maand voor het laatst – maar de Romeinen hadden altijd mijn volle aandacht. Nu het Römisch-Germanisches Museum is gesloten, stonden die niet in de weg en was er alle tijd om de schade in te halen. Hier zijn er alvast een paar. Dat de gebouwen zelf romaans zijn maar veel kunstvoorwerpen van recenter datum, is natuurlijk vanzelfsprekend.

Lees verder “De romaanse kerken van Keulen (1)”

De kerken van Armenië

Kecharis
Kecharis

Er is veel goeds over Armenië te vertellen, maar één ding is toch wat minder: het erfgoedaanbod is een tikje eenzijdig. Ik heb niet geturfd wat ik hier bij drie bezoeken zoal heb gezien, maar middeleeuwse kerkgebouwen zijn sterk oververtegenwoordigd. Niet helemaal onlogisch, want de kerk vormt de belichaming van de nationale identiteit, maar je zou als toerist ook weleens iets anders willen zien dan wéér zo’n kerkje.

Dat gezegd zijnde, de kerken van Armenië zijn wel heel erg mooi. En sober. Als er al decoratie is, is die aan de buitenzijde aangebracht in de vorm van banden met reliëfs. Je vindt binnen geen iconen, geen ikonostasis, geen standbeelden, geen orgel en geen gebrandschilderde ramen, maar juist doordat deze kerkgebouwen kaal en donker zijn, hebben ze een bepaalde sereniteit. En in elk geval ik, die in Nederland al hoorndol word als iemand zit te praten in een stiltecoupé, ben daar gevoelig voor.

Lees verder “De kerken van Armenië”

Byzantium, een onbegrepen wereldrijk

Athene, Tempel van Zeus
Resten van het Byzantijnse Rijk in Athene: een huisje op de Tempel van Zeus

Vandaag rond ik mijn reeks stukjes over het Byzantijnse Rijk af met een lief verhaaltje over de bovenstaande gravure, gemaakt door de Beierse schilder Johann Michael Wittmer, die in 1833 Athene bezocht, één jaar nadat de Beierse prins Otto de eerste koning was geworden van het onafhankelijke Griekenland. U herkent links de Akropolis met het Parthenon, in het centrum de Boog van Hadrianus en in de voorgrond de Tempel van Zeus.

Wellicht ziet u wat er mis is: op de dwarsbalk boven de enorme zuilen staat een rare structuur die daar onmogelijk kan behoren. Het past eenvoudigweg niet in een Griekse tempel en bij een latere restauratie is dit uitstulpsel, de hut van een pilaarheilige à la Simeon de Styliet, verwijderd. Aan het begin van de twintigste eeuw waren er in Athene nog oude mensen die zich uit hun jeugd de pilaarheilige herinnerden.

Lees verder “Byzantium, een onbegrepen wereldrijk”

Dageraad van Holland

Ik weet niet meer hoe ik Henk ’t Jong heb leren kennen – online, ongetwijfeld – maar ik weet wel dat we elkaar voor het eerst hebben ontmoet in een restaurant op een bovenverdieping van het Groot Handelsgebouw in Rotterdam, genietend van het uitzicht op het station en de prachtige wolkenkrabbers. We ontdekten dat we het redelijk eens waren maar toch niet dezelfde visie hebben op geschiedenis. Dat doet er ook niet zoveel toe. Ik mag die ouwe brompot wel.

Hij weet namelijk waar hij het over heeft en is niet bang een impopulair standpunt in te nemen. Een historicus moet immers onbevangen, integer en onafhankelijk zijn en een trog een trog en een vijg een vijg noemen. Zoals op zijn blog Apud Thuredrech, waarin ’t Jong hier het standpunt weerlegt dat geschiedenis vooral een verhaal zou zijn. Wat het wel is:

Geschiedschrijving is het beschrijven van gebeurtenissen uit het verleden, hun oorzaken en gevolgen, gebaseerd op bronnen- en literatuuronderzoek, zonder de lege plekken op te vullen met fantasie of romantische verklaringen.

Ik licht deze zin eruit omdat dit precies is hoe ’t Jong te werk gaat in het eerste boek dat ik van hem lees, zijn pas verschenen De dageraad van Holland.

Lees verder “Dageraad van Holland”

De veertig kerken van Berat

Kerk van de Drie-eenheid, Berat

Schreef ik in mijn vorige stukje dat er veertig kerken stonden op de citadel van Berat? Ja, dat schreef ik. Hierboven ziet u de grootste van die kerken, gewijd aan de Drie-eenheid. Welbeschouwd is de kerkenrijkdom van Berat echter wat vreemd. Weliswaar ligt er een compleet dorp binnen de muren van de citadel, maar veertig kerken is nogal veel om de spirituele behoeften te lenigen van zelfs het meest religieuze dorp. Er is dus iets anders aan de hand.

Het grappige is nu dat behalve Berat ook Butrint, Voskopoja en Peč (in Kosovo) een stuk of veertig kerken hebben. Begrijp ik het goed, dan is de grootste daarvan steeds gewijd aan de Drie-eenheid, volgen er achtendertig steeds kleinere kerken, en is de allerkleinste kerk gewijd aan Shen Mihili ofwel de aartsengel Michaël.

Lees verder “De veertig kerken van Berat”

De joden van Hamadan

Het mausoleum van Ester en Mordechai, Hamadan

In de islamitische landen zijn altijd joodse gemeenschappen geweest. De joden zijn immers “mensen van het boek” ofwel dhimmi’s ofwel erkende minderheden die recht hebben op bescherming, niet tot bekering horen te worden gedwongen en een extra belasting betalen (jizya). Een redelijk comfortabele positie, maar het valt niet te ontkennen dat de joodse gemeenschappen in het Midden-Oosten weleens beter tijden hebben gekend.

Zo zijn er in Afghanistan überhaupt geen joden meer. Er is een beroemde grap dat er in Bagdad nog slechts twee Joden zijn – en die hebben ruzie. De prachtig gerestaureerde synagoge in Beiroet zal nooit meer het centrum zijn van een bloeiende geloofsgemeenschap. In Hamadan, een grote stad in het westen van Iran, leven nog ongeveer dertig joodse gezinnen en dat is aanzienlijk minder dan de 3.000-6.000 joden die daar leefden ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, om nog maar te zwijgen van de 30.000 joden die hier in de middeleeuwen zouden hebben geleefd.

Lees verder “De joden van Hamadan”

Een overbodig boek

Er zijn wat standaardadviezen voor iedereen die nonfictie recenseert: kijk vooral naar de inhoud en niet teveel naar de stijl; het gaat om de lezer en niet om de auteur; beperk je tot het boek en polemiseer niet met titel, flaptekst of reclame. En ook: laat een boek onbesproken als de informatie al op het internet is te vinden. Niemand wordt er immers beter van als overbodige boeken ook nog eens onder de aandacht wordt gebracht. De Noordse mythen. Goden en helden van het oude Scandinavië van Carolyne Larrington is een voorbeeld van zo’n boek dat dertig jaar geleden de moeite waard zou zijn geweest, maar inmiddels geen noemenswaardig doel meer dient.

Ik heb het met plezier gelezen, dat wel, maar meer positiefs valt er niet over te zeggen. Larrington vertelt de oude verhalen na en geeft daarop commentaar, maar het is bijna allemaal ook online te vinden, waar je slechts een paar muisklikken bent verwijderd van aanvullende informatie. Ik zou dan ook eigenlijk liever niet over De Noordse mythen bloggen, maar de gebreken komen vaker voor, ook bij andere boeken, en ik denk dat het zinvol is ze nog eens te benoemen.

Lees verder “Een overbodig boek”