De Zeevolken: het klimaat

Zes Mykeense krijgers trekken ten strijde. Het type helm is ook bekend van Egyptische afbeeldingen van Zeevolken (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

In het vorige stuk over de Zeevolken vatte ik samen wat De Blois en Van der Spek erover schreven in hun handboek Een kennismaking met de oude wereld. Ook benoemde ik twee onderliggende problemen: enerzijds de oorzaak was van de instorting van het Bronstijdsysteem en anderzijds of de Zeevolkencrisis geen negentiende-eeuws construct was. Over die eerste kwestie heb ik het vandaag. Over de tweede volgend week: het in de oudheidkunde altijd aanwezige gebrek aan informatie maakt dat je de gegevens kunt passen in vrijwel elk narratief. Wat in het handboek staat is dan ook niet zozeer verkeerd als wel de ideale handboekenstof, die zich leent voor verdieping en uitwerking. Kortom: wat weten we, waarom weten we het, en wat weten we niet over de Zeevolken?

Klimaatomslag

Om te beginnen: er is destijds, zoals het handboek vermeldt, iets aan de hand geweest met het klimaat. Het staat bekend als “3.2 ka BP Megadrought”, ofwel een droogte die zich 3,2 gekalibeerde kilojaren geleden voltrok. Uiteraard niet van de ene dag op de andere, maar daarom niet minder ingrijpend. Eén voorbeeld van het bewijs komt uit Ashdod, waar dateerbare monsters organisch materiaal zijn gevonden. Daaruit viel af te leiden dat de zee iets zouter werd: een aanwijzing voor verdamping en hogere temperatuur.

Lees verder “De Zeevolken: het klimaat” →

De Zeevolken

Het democratische metaal ijzer: klappersteen uit Drenthe (Hunebedcentrum, Borger)

In de reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, wil ik het vandaag eens hebben over de Zeevolken. Maar eerst iets over wat een handboek eigenlijk is: het bevat de basiskennis die een student beheersen moet voordat hij of zij zich kan verdiepen in de eigenlijke discussies. De stof wordt in het handboekcollege een beetje geproblematiseerd, en wordt daarna werkelijk bekeken door middel van literatuurlijsten en vooral werkcolleges. Zo was het althans in mijn tijd; of het nog steeds zo is, weet ik niet. In elk geval: de Zeevolken zijn typisch een thema waarover een student in een handboek leest, dat een docent bij het handboekcollege problematiseert en dat zich leent voor een werkcollege om te tonen hoe complex het is.

De Blois en Van der Spek wijzen op een reeks verschijnselen op de overgang van de Bronstijd naar de IJzertijd. Er was een “concert van mogendheden”: Egypte, Assyrië, Babylonië en de Hittieten. Het laatste rijk viel rond 1200 v.Chr. uiteen en daaruit kwamen de Neo-Hittitische staten voort. Rond het Egeïsche-Zee-gebied kwam een einde aan de Mykeense paleisburchten. Steden als Ugarit werden verwoest en verlaten.

Lees verder “De Zeevolken” →

Die vreedzame Minoërs

De stierspringers uit Kreta

Omdat ik wat in een impasse verkeer over de zin van mijn werk, ben ik een tijdje geleden begonnen het (regelmatig verbeterd herdrukte) handboek te herlezen waarmee ik ooit oude geschiedenis leerde, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek. Wat bij Van Gogh werkte, de terugkeer naar Millet, heeft bij mij nog niet gewerkt, maar wie weet zal dat wat ooit voor grote kunstenaars werkte ook voor mij nog eens iets opleveren. Ik lees het handboek dus om inspiratie te herwinnen, niet om op alle slakken zout te leggen. Evengoed moet ik vandaag toch even kritisch zijn.

Kreta

Van de bewoners van het oude Kreta, die we gewoonlijk naar de legendarische koning Minos van Knossos de Minoërs noemen, werd ooit beweerd dat ze zo vreedzaam waren. Wie als eerste opperde dat Kreta een vreedzame handelscultuur had gehad, weet ik niet; wel weet ik wat ook De Blois en Van der Spek schrijven.

Opvallend aan Knossos is dat er geen [stads]muren zijn en dat de fresco’s in het paleis tamelijk vredelievend zijn. Er zijn meer afbeeldingen van flora en fauna en religieuze plechtigheden gevonden dan van krijgsdaden.

Lees verder “Die vreedzame Minoërs” →

De Midden-Bronstijd

Mentuhotep II, de grondlegger van het Middenrijk (Louvre, Parijs)

In de reeks over het handboek Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek moeten we het eens hebben over het tweede millennium. Er is een klimaatcrisis geweest en nu bevinden we ons in de Midden-Bronstijd, die we in Egypte associëren met het Middenrijk en in Mesopotamië met het Oud-Babylonische Rijk en het Oud-Assyrische Rijk. Het is ook de periode waarin de Indo-Europees-sprekenden Anatolië binnendringen en zich vestigen in de stad Hattusa, waaraan ze de naam Hittieten ontlenen.

Vroeg, Midden, Laat

Eerst een woord over de nomenclatuur. De populaire natuurmetafoor dat alle dingen ontstaan, groeien, bloeien en teloor gaan is klassiek-Grieks. Ze is te vinden bij onder andere Aristoteles. Antieke kunsthistorici gebruikten het beeld om de neo-klassieke stijl aan te duiden: na de klassieke periode was het vroege hellenisme een soort dood geweest. “Cessavit deinde ars,” schrijft Plinius, “de kunst hield toen op te bestaan”. Daarna bloeide ze echter weer op met die neo-klassieke kunst.

De achttiende-eeuwse Duitse kunsthistoricus Winckelmann nam het over: de kunst was ontstaan in de archaïsche tijd, bloeide in de klassieke tijd en wat daarop volgde was eigenlijk drie keer niks. De enige hoop voor zijn tijdgenoten was de navolging van de klassieke kunstenaars – en zo ontstond het achttiende-eeuwse classicisme.

Lees verder “De Midden-Bronstijd” →

Het einde van de Bronstijd

Enkomi, een nederzetting uit de Late Bronstijd

De Late Bronstijd! Ik had retorisch willen vragen welk oudheidkundig thema toch fascinerender kon zijn, maar dan gaat u natuurlijk “Cicero” roepen of “Atheense tragedies”, of iets anders, want het zou matennaaierij zijn op retorische vragen geen flauwe antwoorden te geven. Maar goed: weinig onderwerpen uit de Oudheid zijn fascinerender dan de Late Bronstijd.

Reden één: de puzzelstukken beginnen in elkaar te grijpen. Naast archeologie hebben we teksten, Mesopotamië sluit aan op Egypte, er het vroegste (Mykeense) Griekenland heeft contact met Cyprus en de Hittieten. We zien in de brieven menselijke emoties, we hebben handel over enorme afstanden – denk aan het tin dat vanaf de Atlantische kusten naar het oostelijk bekken van de Middellandse Zee kwam – en we hebben staatsverdragen. Alles is er, althans in aanzet.

Lees verder “Het einde van de Bronstijd” →

Archeologie en de Indo-Europese talen

In 1987 publiceerde de Britse archeoloog Colin Renfrew, de grondlegger van de cognitieve archeologie, het bovenstaande boek over de verspreiding van de Indo-Europese talen. Ik herinner het me nog goed; mijn docent Marten Stol, die ons tijdens een college eigenlijk iets spijkerschrifterigs had moeten vertellen, weidde breed uit waarom dit allemaal niet kon kloppen.

Taalverspreiding en archeologie

Het was dan ook niet gering wat Renfrew claimde. Eén: taalverspreiding is archeologisch te herkennen. Weliswaar kun je geluid niet opgraven, maar de mechanismen die leiden tot intensieve taalverandering, zijn zelf ook intensief. Ze laten sporen na in het bodemarchief. Als bijvoorbeeld een gemeenschap een nieuwe elite krijgt die een andere taal spreekt, moet je dat aan materiële artefacten herkennen. De Latijnsprekende elite die zich aan het begin van de jaartelling vestigde aan de Rijn, is herkenbaar aan militaire nederzettingen, steden en een hele batterij andere zaken.

Lees verder “Archeologie en de Indo-Europese talen” →

Het Uluburunwrak

Het Uluburunwrak (Museum voor onderwaterarcheologie, Bodrum)

Je hebt oudheidkundige ontdekkingen en oudheidkundige ontdekkingen. Hoewel archeologen hun vondsten altijd hypen, groeit hun kennis meestal niet door deze of gene opgraving, maar door de geleidelijke toename van het totale aantal vondsten. We weten nu meer over onderwerp X omdat het databestand nu N keer groter is dan vroeger. Of, deftig gezegd: kwantitatieve groei leidt tot kwalitatieve verbetering.

Het gebeurt dus maar zelden dat een enkele ontdekking leidt tot een totaal nieuwe visie, maar het Uluburunwrak, in 1982 aangetroffen voor de Zuidwest-Turkse kust, behoort in die categorie. Makkelijk was het onderzoek niet. Het wrak lag namelijk op bijna dertig meter diepte en in totaal maakten de kikvorsmannen niet minder dan 22.000 duiken. De lading van het vijftien meter lage schip lag bovendien verspreid over een vrij groot gebied. In de loop van enkele jaren haalden de duikers al met al 15.000 voorwerpen en voorwerpjes naar boven. Het resultaat: voor het eerst kregen oudheidkundigen een beeld van de wijze waarop kooplieden in de Late Bronstijd rondtrokken.

Lees verder “Het Uluburunwrak” →

Alweer: chronologie

Midden-Geometrisch aardewerk. Volgens de Antikensammlung in München is dit rond 780 v.Chr. vervaardigd, maar in het voorgestelde nieuwe systeem zou dat 890 v.Chr. zijn. Overigens komt het voorwerp niet uit Sindos maar uit de omgeving van Athene.

Het is niet mijn bedoeling elke keer over chronologische puzzels te schrijven. Natuurlijk, het vaststellen van de volgorde waarin dingen zijn gebeurd is even fundamenteel als het bepalen van de antieke geografie, en het is zeker nuttig om erover te schrijven, maar er is méér over de Oudheid te vertellen. Dat is evengoed boeiend en – als het gaat over de DNA-revolutie – zelfs urgent. Desondanks: vandaag toch even een blogje over chronologie, en wel over de Griekse IJzertijd, dus de tijd na de ondergang van de Mykeense burchten.

Over die periode is sinds kort wat te doen. De archeologen Stefanos Gimatzidis en Bernhard Weninger denken namelijk dat de traditionele chronologie bepaalde ontwikkelingen te laat plaatst. Ze zouden een halve tot anderhalve eeuw eerder hebben plaatsgevonden. U leest er hier meer over. Zich baserend op koolstofdateringen van het grafveld te Sindos (even ten westen van Thessaloniki), concluderen ze dat het Vroeg- en Midden-Geometrische aardewerk eerder begon. De betekenis daarvan is weer dat de eerste Griekse steden, die worden gedateerd aan de hand van aardewerk, eerder zijn ontstaan dan oudheidkundigen tot nu toe dachten. Anders gezegd: de “dark ages” zijn korter geworden.

Lees verder “Alweer: chronologie” →

Begraven in een pot

Watervaten in Knossos, hoofdstad van Kreta (© Wikimedia Commons | Gebruiker Moonik)

Begraven in een pot. De oude Chauken deden dat met honden. Het doet mij denken aan het eerste fantasieverhaal uit de archeologie dat ik tegenkwam. In 1983 op Kreta. Natuurlijk bezocht ik het door Evans opgegraven ‘paleis’ van Knossos. Ik werd langs de ‘troon’ van de koning gevoerd, door de ‘badkamer’ van de koningin en langs de grote ‘voorraadvaten’, die onder een afdakje waren opgesteld, zodat je ze eerst naar voren moest kantelen om er wat uit te halen.

Om de dreigende verveling aan het strand te bestrijden kocht ik een boekje The Secret of Crete, geschreven door de Duitse geoloog H.G. Wunderlich. Hij was ook door ‘Knossos’ geleid en hem was opgevallen dat de trappen van de lichtst denkbare marmersoort waren gemaakt en niettemin vrijwel niet waren uitgesleten. Dat was toch merkwaardig in zo’n drukbezocht paleis van weleer.

Lees verder “Begraven in een pot” →

Een museum als belediging

Maa-Palaiokastro, Museum voor de Griekse kolonisatie

In de Late Bronstijd, bezochten Mykeense Grieken Cyprus. Hun producten zijn op allerlei plekken gevonden, de naam “Alashiya” (Cyprus) is te vinden op Lineair-B-tabletten, Hititische teksten vertellen dat een krijgsheer uit Ahhiyawa (Griekenland) een expeditie deed naar Alashiya en aan boord van het Uluburun-schip, dat tjokvol bronsbaren uit Cyprus lag, lijken twee Mykeense krijgers te hebben gevaren, op weg naar huis. Toen in het Griekse moederland de paleisburchten in de dertiende eeuw v.Chr. ten onder gingen, trokken vluchtelingen naar Cyprus. Een van hun vestigingsplaatsen was Maa-Palaiokastro, de voorganger van het latere Pafos. Na een kwart eeuw werd deze plek alweer ontruimd.

Kort als de Grieken er hebben gewoond, laten we zeggen van 1200 tot 1175 v.Chr., de plek was wel de plek waar ze echt woonden. Alle eerdere aanwijzingen zijn nog te verklaren als handel, als krijgers die komen en gingen, als kooplieden die waren gemigreerd naar hun afzetmarkt. Maar Maa-Palaiokastro is een echte Griekse nederzetting en dat maakt de opgraving nogal symbolisch voor het huidige Cyprus. De meeste Cyprioten spreken immers Grieks en volgen de Cypriotische variant van het Griekse christendom. Een Cyprioot herkent in Griekse liedjes iets dat hem aanspreekt en zal op het Eurovisie-songfestival dan ook douze points geven aan Griekenland.

Lees verder “Een museum als belediging” →