WvdK | Thoukydides over revolutionaire veranderingen

Thoukydides (Mozaïek uit Gerasa, nu in het Altes Museum, Berlijn)

Taal verandert in alle tijden, maar tijdens een revolutie valt het misschien wat meer op dat onze woorden wijzigen van betekenis. Een Griekse auteur die daarop wees, is Thoukydides – of Thucydides, als u de Latijnse spelling wil gebruiken. Zijn observaties over veranderende taal, die ik hieronder citeer, zijn terecht beroemd.

De vraag is wat hij ermee wil zeggen en om dat te achterhalen is  het zinvol eerst te kijken naar wat hij eigenlijk aan het doen is. Hij lijkt namelijk een historicus, maar dat is hij niet. Hij doet verslag van een reeks gebeurtenissen tussen pakweg 435 en 411 v.Chr., die wij aanduiden als de Archidamische Oorlog, de Siciliaanse Expeditie en de Dekeleïsche Oorlog, met daartussen enkele jaren die we kunnen typeren als een interbellum, waarin even goed veldslagen plaatsvonden zoals die bij Mantineia. Thoukydides nam alles samen en dan spreken we van de Peloponnesische Oorlog, maar als je je netten zo wijd werpt, moet je ook een later conflict, de Korinthische Oorlog, erbij nemen. Dat hij zijn netten te wijd of niet wijd genoeg werpt, toont dat hij niet werkelijk is geïnteresseerd in het verleden; wat hij wil is doorgronden wat er feitelijk gebeurt. Wat is een volksmenner? Wat vermag een goede toespraak? Wat is een oorzaak? En: wat is revolutie?

Lees verder “WvdK | Thoukydides over revolutionaire veranderingen”

WvdK | De geboorte van Aurelianus

Aurelianus (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

Het idee dat mensen van karakter konden veranderen, was de Grieken en Romeinen eigenlijk vreemd. Als een keizer Tiberius zich tijdens zijn regering steeds despotischer ging gedragen, was niet de man veranderd maar durfde hij, althans volgens de Romeinse auteur Tacitus, zijn werkelijke neigingen meer en meer uit te leven. Het denkbeeld van karakterontwikkeling schijnt te zijn ontstaan in christelijke kringen, waar men een verklaring zocht voor het feit dat zondaars oprecht tot inkeer konden komen.

Omdat, althans zoals men in voorchristelijke tijden dacht, mensen hetzelfde bleven, moest een bijzonder persoon al in zijn jeugd bijzonder zijn geweest. Latere grootheid kondigde zich, voor wie het zien kon, dus al vroeg aan. Herakles wurgde al slangen terwijl hij nog in de wieg lag en de geboorte van een béétje keizer ging ook met voortekens gepaard. Vandaag is het 1806 jaar geleden dat Aurelianus werd geboren, die later als keizer in Rome een tempel zou bouwen voor de zonnegod.

Lees verder “WvdK | De geboorte van Aurelianus”

WvdK | Lacus Curtius

Marcus Curtius tijdens zijn laatste actie

Op het Forum Romanum, het centrale plein van het oude Rome, ligt het kleine monumentje dat bekendstaat als Lacus Curtius ofwel het Curtische Meer. De website met de vele vertalingen is ernaar vernoemd. Ooit was dit werkelijk een meertje, gelegen in een dal tussen de heuvels van Rome. Na drainage veranderde de vochtige vallei in een plein en bleef alleen een vijver over. In de loop der tijden werd die steeds kleiner. Vanaf de tweede eeuw v.Chr. resteerde slechts een twaalfhoekig bassin.

Waarom was die er überhaupt, die vijver op het plein? Waarom was het gebied niet helemaal gedraineerd? De vermoedelijk juiste verklaring is dat in de jaren veertig van de vijfde eeuw v.Chr. de bliksem bij de vijver is ingeslagen en dat een consul Gaius Curtius daarop de plaats omheinde. De Romeinse traditie bewaarde echter een oudere herinnering. De geschiedschrijver Livius weet te vertellen dat tijdens de strijd die uitbrak na de schaking van de Sabijnse meisjes een Sabijnse ruiter met de naam Mettius Curtius op deze plaats in het moeras vast was komen zitten. Dit klinkt als een verzinsel, al is de naam Mettius een weergave van meddìs, een oud-Italiaanse naam voor legercommandant. Een andere sage speelt in het midden van de vierde eeuw…

Lees verder “WvdK | Lacus Curtius”

WvdK | De val van Jeruzalem

Het “verbrande huis” in Jeruzalem: een van de herinneringen aan de verwoesting van Jeruzalem in 70.

Over de ondergang van Jeruzalem in het jaar 70 n.Chr. heb ik vorig jaar uitgebreid geblogd en ik wil er nu niet al teveel over schrijven. U leest het hier allemaal maar na. Onze voornaamste bron is Flavius Josephus, die geen verschrikking onvermeld laat en desondanks de aandacht weet vast te houden. Josephus is absoluut een van de boeiendste klassieke auteurs en mag zeker niet ontbreken in het reeksje bronnen dat ik hier tijdens de Week van de Klassieken aan u voorleg.

Josephus is echter een auteur met een agenda. Hij presenteert de vernietiging van Jeruzalem als het resultaat van de rebelse houding van mensen die niet wilden luisteren naar de Joodse elite, de Sicariërs. Hun obstinate houding en hun geweld zouden al zijn begonnen aan het begin van de jaartelling en daarna zou het van kwaad tot erger zijn gegaan. Josephus kan echter geen continuïteit van het geweld documenteren voor de eerste decennia van de eerste eeuw, wat voldoende is om zijn theorie terzijde te schuiven. Hoe het wel zit, is voor een andere gelegenheid. In het volgende leest u over de laatste uren van het Joodse Jeruzalem: de nacht van 6 op 7 september 70. Aan het einde geeft Josephus zijn favoriete zondebokken nog even een trap na.

Lees verder “WvdK | De val van Jeruzalem”

MoM | Friedrich August Wolf en de Altertumswissenschaft

Friedrich August Wolf

Friedrich August Wolf hield zich niet alleen bezig met de Homerische kwestie, waarover ik zojuist blogde. Hij stichtte ook de oudheidkunde als wetenschappelijk vakgebied. De vraag: waarom zou je je bezighouden met de cultuur van de Oudheid? Wij kennen die vraag natuurlijk ook. In onze tijd sneerde Halbe Zijlstra dat hij niet wist wat hij moest met musea vol opgegraven potten en pannen. Anders dan de Nederlandse oudheidkundigen, die zwegen toen ze deze kans kregen zich uit te leggen, sprak Friedrich August Wolf wel. En hoe.

Wat was de waarde van de oudheidkunde? In de tijd van de Europese revoluties, de Napoleontische oorlogen en de eerste industrialisering, was het opheffen van universiteiten niet ongebruikelijk. De belangrijkste onderzoekers opereerden vaak op zichzelf. De oudheidkunde was kwetsbaar toen Wolf in 1807 er een essay aan wijdde. In zijn Darstellung der Altertumswissenschaft nach Begriff, Umfang, Zweck und Wert (1807) stelde hij voor wat de oudheidkunde moest zijn. De door hem gemaakte keuzes – waarvan sommige verstandig zijn gebleken en andere niet – zijn voor de oudheidkunde vaak nog actueel.

Lees verder “MoM | Friedrich August Wolf en de Altertumswissenschaft”

MoM | Friedrich August Wolf en Homeros

Friedrich August Wolf

Vorige week ontdekte ik dat ik nog nooit werkelijk had geblogd over de Duitse classicus Friedrich August Wolf (1759-1824). Dat moet rap veranderen. Hij was de grondlegger van de wetenschappelijke bestudering van de klassieke talen, dus hij past goed in deze Week van de Klassieken.

De ijverige student

Wolf bouwde voort op Winckelmann en Gibbon, maar anders dan zij was hij een academische insider. Hij had in Göttingen, destijds de beste universiteit ter wereld, gestudeerd bij Winckelmanns vriend Christian Gottlieb Heyne. Daar was Wolf als student al opgevallen door zijn kritische houding en plichtsbetrachting. Zo zou hij ’s nachts zijn voeten in ijskoud water hebben gestoken en een ooglid kunstmatig geopend hebben gehouden om geen tijd te verliezen aan slaap.

Later zou hij beweren weinig te hebben geleerd in Göttingen, maar dat is onwaar. Daarvoor lijken zijn opvattingen teveel op die van Heyne. Leraar en leerling ijverden ervoor de Oudheid niet à la Gibbon op te vatten als een reeks koningen en veldslagen, maar als een wisselwerking tussen volken en staten met eigen karaktertrekken. Die zouden af te leiden zijn uit hun instellingen, economie, wetten en dergelijke. Een voorbeeld is Heynes De Genio Saeculi Ptolemaeorum (“De geest van de tijd der Ptolemaiën”), waarin hij het karakter van het hellenisme (de “tijdgeest”) trachtte te duiden door te wijzen op aspecten die op elk terrein van de menselijke cultuur terugkeerden, zoals subtiliteit en liefde voor het uitzonderlijke, bizarre of vreemde. Wolf deelde deze brede benadering.

Wolf was achttien toen hij afstudeerde. Zes jaar later doceerde hij filosofie aan de universiteit van Halle en weer vier jaar later, in 1787, stichtte hij daar het taalkundig instituut.

Lees verder “MoM | Friedrich August Wolf en Homeros”

WvdK | Euripides over een Grieks huwelijk

Medea doodt haar kinderen (Antikensammlung, München)

In mijn reeks vertaalde bronnen, hier gepresenteerd in het kader van de Week van de Klassieken, vandaag een stukje dat ik, anders dan de eerdere stukjes, niet aan de datum kan ophangen. Het is meer algemeen geldig: een beschrijving van een Grieks huwelijk. Het fragment komt uit de tragedie Medeia van Euripides, een van de allerklassiekste teksten van een van de allerklassiekste auteurs. Ik durf de plot daarom wel bekend te veronderstellen: Medeia is naar Griekenland gekomen om te trouwen, maar door haar echtgenoot verstoten. De enige manier waarop ze nog wraak kan nemen is het doden van haar eigen kinderen. Voordat ze die wanhoopsdaad ten uitvoer brengt, maakt ze duidelijk wat het huwelijksleven voor haar inhield.

Of het representatief is, weet ik niet. Ik zou denken dat veel huwelijken weliswaar waren gearrangeerd, maar dat ze daarom niet per se ongelukkig waren. Dat vermoeden baseer ik echter op niet meer dan enerzijds de twee gearrangeerde huwelijken die ik ken (maar je kunt de eenentwintigste eeuw niet vergelijken met de Oudheid) en anderzijds de aanname dat mensen niet met elkaar kunnen samenleven als er niet minimaal enige sympathie is. Dat laatste is natuurlijk een ongeldige redenering: je zegt in feite “het is niet zo want ik geloof het niet”. Daarmee kun je rector magnificus worden aan de universiteit van Groningen maar dat maakt het nog niet tot een geldige redenering.

Lees verder “WvdK | Euripides over een Grieks huwelijk”

WvdK | Xerxes in Larissa en Halos

De haven van Halos; het genoemde “volkshuis” zal bij de fabrieken achteraan hebben gelegen.

In 480 v.Chr. vielen de Perzen Griekenland binnen. Onze voornaamste bron is de heerlijk schrijvende Herodotos van Halikarnassos. Aan hem en de Perzische oorlog tegen de Grieken wijdde ik mijn boekje Xerxes in Griekenland, waarin ik uitleg hoe weinig we van de gebeurtenissen weten en hoe absurd het is à la Tom Holland hier een wereldhistorische gebeurtenis van te maken waarin de westerse wereld de verschrikkingen van de oosterse onderdrukking bespaard bleven. Meer hier.

In de eerst week van september, nu dus 2499 jaar geleden, trok het enorme Perzische leger door het Noord-Griekse landschap dat Thessalië heet en bereikte Achaia. Herodotos onderbreekt het verhaal van de opmars met interessante anekdotes.

Lees verder “WvdK | Xerxes in Larissa en Halos”

WvdK | De regering van Romulus Augustulus

Romulus Augustulus (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

[De Excerpta Valesiana zijn twee korte historiografische teksten. De eerste gaat over Constantijn de Grote en de tweede over Italië in de late vijfde en vroege zesde eeuw. Hierin is ook een overzicht van de regering van de laatste West-Romeinse keizer: een jongen die eigenlijk de trotse naam Romulus droeg maar de bijnaam Augustulus kreeg, “het keizertje”. Hoe onbeduidend Romulus Augustulus was, blijkt uit het feit dat hij niet werd vermoord maar afgezet.]

***

Tijdens de regering van [de Oost-Romeinse] keizer Zeno in Constantinopel kwam de patriciër Nepos naar de haven van de stad Rome en zette [de daar verblijvende West-Romeinse keizer] Glycerius af, die werd benoemd tot bisschop. Nepos zelf werd in Rome erkend als keizer en trok snel verder naar Ravenna.

Lees verder “WvdK | De regering van Romulus Augustulus”

WvdK | Het Gallisch dorpje dat wij zo goed kennen

De Gallische krijger uit Vachères (kopie uit het Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

Laten we eerlijk zijn: u denkt niet werkelijk dat een Gallisch dorpje er uitzag zoals in Asterix. Zelfs in een kleine nederzetting aan de westelijke rand van Gallië (zo heette Frankrijk toen), waar de bewoners moedig weerstand boden aan de Romeinse overweldigers, waren er allerlei dingen die de dorpelingen hadden overgenomen van de aangrenzende cultuur. De verspreiding van Italiaanse vrouwensieraden rond 100 v.Chr. documenteert de handel die op dat moment al plaatsvond. Ze toont trouwens ook langs welke routes Julius Caesar tussen 58 en 50 v.Chr. Gallië zou onderwerpen.

Maar goed, hoe zag zo’n Gallisch dorp er nu wél uit? Hier zijn wat foto’s uit Aubechies in Henegouwen, waar in een historisch openluchtmuseum allerlei antieke gebouwen zijn nagebouwd, dus ook uit de La Tène-tijd, om de archeologische naam te gebruiken voor de cultuur van Gallië in de Late IJzertijd. Plus nog wat zaken uit andere plekken.

Lees verder “WvdK | Het Gallisch dorpje dat wij zo goed kennen”