Geliefd boek: The ruins of Nineveh and Babylon

Twee lamassu’s uit Nineveh

Austen Henry Layard vertrok in augustus 1849 vanuit (toen nog) Constantinopel om opnieuw opgravingen te doen in Nineveh en Nimrud. Zijn verslag van deze periode is vastgelegd in Discoveries among the ruins of Nineveh and Babylon (1853) en vormt een fascinerende aaneenschakeling van beschrijvingen van zijn ontdekkingen, waaronder de beroemde Assyrische reliëfs waarvan hij sommige zelfs nog in kleur heeft gezien en de lamassu’s (een woord wat door Layard overigens niet wordt gebruikt; hij spreekt over het algemeen van “winged bulls”) alsmede van zijn ontmoetingen met de lokale stammen. Ook verhaalt Layard uitgebreid en enthousiast over de inborst en gebruiken van de bedoeïenen.

Broederschap

Een opmerkelijk voorbeeld van wat Layard zoals vertelt, vormt het bestaan van een “rediff”, een persoon uit een, bij voorkeur, vijandige stam met wie een strijder een broederschap vormt. Deze broederschap over en weer vormt een bescherming als beide stammen in oorlog raken. De strijder wordt dan, ondanks de oorlog, beschermd door de familie van de rediff en andersom, familie en vrienden van de rediff zijn beschermd tegen geweld bij de familie van de krijger. Een hele praktische maatregel om eventuele onderhandelingen te vergemakkelijken en geweld te voorkomen. De krijger en zijn rediff zijn onafscheidelijk, en de plaats van de rediff tijdens het reizen is op de achterhand van de dromedaris waar hij zich met hoog opgetrokken benen vastklemt aan het zadel. Wellicht dankt de rediff zijn naam aan deze plek: het Arabische woord radif betekent onder meer “bil”.

Lees verder “Geliefd boek: The ruins of Nineveh and Babylon”

De Babylonische Oorlog (2)

De moeilijk neembare muren van Babylon

[In 314 v.Chr. brak een grote oorlog, de Derde Diadochenoorlog, uit tussen de opvolgers van Alexander de Grote. Vanuit Egypte stuurde Ptolemaios een klein leger, onder aanvoering van Seleukos, naar Babylonië, een welvarende provincie in het rijk van Antigonos Eénoog. Hier brak een tweede conflict uit, de Babylonische Oorlog. Het eerste deel van deze vijfdelige reeks was hier.]

Seleukos begaf zich op weg naar Babylon, hoewel hij van Ptolemaios maar achthonderd man infanterie en tweehonderd ruiters had gekregen. Hij was zo rotsvast overtuigd van de goede afloop dat hij zelfs helemaal zonder leger, alleen met zijn vrienden en eigen slaven het binnenland ingetrokken zou zijn. Hij veronderstelde namelijk dat de Babyloniërs op grond van hun vroegere welgezindheid bereid zouden zijn zich bij hem aan te sluiten en dat Antigonos, door met zijn leger een eind weg te trekken, hem een uitstekende gelegenheid had geboden zijn eigen plannen uit te voeren.

Diodoros van Sicilië, die ik hier citeer in de vertaling van Simone Mooij, formuleert het wat onhandig. Seleukos profiteerde minder van de afwezigheid van Antigonos dan van het feit dat Ptolemaios zich in Syrië bevond en hem dekking verschafte. Bovendien was Antigonos’ gouverneur van Babylonië kort tevoren gesneuveld.

Lees verder “De Babylonische Oorlog (2)”

MoM | Technologisch determinisme

Frederik de Grote (Berlijn)

Ik schreef vorige week over de Lex Roscia. Die presenteerde ik in het licht van enerzijds de Romeinse burgeroorlogen, die gewonnen zouden worden door de partij die de meeste soldaten kon oproepen en daartoe het kwistigst omging met burgerrechtverleningen, en anderzijds van een soort globaliseringsproces. Dat laatste, zo schreef ik, vloeide voort uit betere technieken om ijzer te bewerken, waardoor de welvaart was toegenomen, de vraag naar importproducten was gestegen, de handelsnetwerken waren vergroot, mensen meer met elkaar te maken kregen en oorlogen konden plaatsvinden, die uiteindelijk werden gewonnen door de grootste staat. Het zo ingezette proces van schaalvergroting moest wel leiden tot één wereldrijk waarin iedereen (of althans alle vrijgeboren mannen) gelijke burgerrechten had.

Er zijn hier twee problemen. Het eerste is dat het verhaal incompleet is. Naast het Romeinse Rijk bleef immers een Parthisch Rijk bestaan. Ik vermoed dat het unificatieproces op zijn natuurlijke grenzen stuitte. Beide rijken hadden alle grondstoffen die ze nodig hadden; handel was er wel maar was niet noodzakelijk. Toen men na enkele oorlogen had ontdekt dat het lastig zou zijn de ander te verslaan, zag men er maar van af. Denk ik. Ik weet het niet.

Lees verder “MoM | Technologisch determinisme”

Het tweede “Baptist Block”

Vespasianus (Archeologisch Museum, Vid)

Een nieuwe zondag, een nieuw stukje over Johannes de Doper, de joodse boetgezant die de mentor is geweest van Jezus.  Ik heb al geschreven over de waterrituelen die in het jodendom dienden om cultische reinheid te herstellen, over Johannes’ executie, en over het eerste van de twee aan de bron Q ontleende “Baptist blocks” (Matteüs 3.7-12 || Lukas 3.7-9, 15-18). Wat ons logischerwijs brengt bij het “second Baptist block” (Lukas 7.18-35 || Matteüs 11.2-19).

Johannes de Doper is in de gevangenis, lezen we, en heeft verhalen over zijn oud-leerling gehoord. Simpel gezegd: Johannes had op één punt staan preken en de mensen waren naar hem toegekomen, Jezus had de boodschap – God staat op het punt persoonlijk de wereld te gaan regeren – overgenomen en had besloten rond te trekken om de mensen in hun eigen dorpen en steden op de hoogte te brengen van wat er te gebeuren stond. Hij zette zijn verhaal kracht bij met genezingen, wat in de Oudheid een garantie was dat iemand sprak met gezag.

Lees verder “Het tweede “Baptist Block””

De Babylonische Oorlog (1)

Seleukos (Louvre, Parijs)

Alexander de Grote overleed in de late middag van de elfde juni 323 in het paleis van Nebukadnessar in Babylon. De terugkeer uit de Punjab was moeizaam verlopen. Duizenden hadden de tocht door de woestijn van Baluchistan niet overleefd en veel bestuurders, denkend dat hun koning was omgekomen, waren zich onafhankelijker gaan gedragen dan Alexander zinde. Het enige goede nieuws was de behouden aankomst van de troepen geweest die over zee vanuit India naar Babylonië waren vervoerd en die zich zelfs niet hadden laten afschrikken door honger en vervaarlijk spuitende walvissen.

Het succes van deze operatie, die in complexiteit weinig onderdeed voor Xerxes’ tocht naar Europa, had Alexander op het idee gebracht rond het Arabische schiereiland naar Egypte te varen en onderweg de Arabieren te onderwerpen. Omdat dit plan de gevaren van de open zee had gecombineerd met die van de woestijn, moet menigeen hebben gedacht dat de “onoverwinnelijke god”, zoals Alexander zich inmiddels noemde, niet meer in staat was tot een verantwoorde risicoanalyse. Toen hij aan de vooravond van de expeditie ziek was geworden en gestorven, werd dan ook aangenomen dat hij was vergiftigd om een ramp te vermijden.

Lees verder “De Babylonische Oorlog (1)”

Kapiteel uit Petra

Kapiteel uit Petra

Je bouwt een huis, zet er een houten dak op. Je bouwt een groot huis, de spankracht van het hout is niet voldoende voor zo’n breed dak, je plaatst er een pilaar onder. Om te verhinderen dat het hout van de pilaar van bovenaf splijt, leg je er een paar stukken leer vlak overheen. Dat droogt uit, gaat krullen. Wel zo decoratief. Je raakt eraan gehecht.

Je bouwt van steen een tempel, maakt de pilaren van steen. Je maakt kapitelen. De een hecht aan het leer zoals het aanvankelijk lag, vlak. Dat wordt het dorische kapiteel. De ander hecht aan het gekrulde leer. Dat wordt het ionische kapiteel. Later worden dat “ethnic markers” waarmee de Grieken van het vasteland zich onderscheiden van de Grieken van de eilanden en de Aziatische koloniën.

Lees verder “Kapiteel uit Petra”

Historische gebeurtenis: de Lex Roscia

Kleio, muze van de geschiedvorsing (El Djem, Huis van de Maanden)

Ik heb het niet gecontroleerd, maar volgens mij betekent “historische gebeurtenis” precies niks. Het is een clickbait-term waarmee journalisten of politici u ervan willen overtuigen nog even te verwijlen bij iets dat doorgaans over een week vergeten is. Vroeger, toen ze nog Élysée-verdragen sloten en Nixons nog naar China gingen, vroeger hadden ze historische gebeurtenissen.

Zoals de Lex Roscia, de Wet van Roscius, van 11 februari 49 v.Chr. Dit is het betere historische gebeuren. Eerst iets over de situatie, daarna iets over het diepere belang en daarna iets over het nog diepere belang.

De situatie

De situatie: Julius Caesar, die zich geschoffeerd voelde door de Senaat, was met een leger van de Povlakte Italië binnengetrokken. Terwijl het ene in Gallië getrainde legioen na het andere zich bij hem voegde, ontdekten de Senaat en zijn generaal Pompeius dat ze geen enkele steun hadden. Niemand in Italië wilde sneuvelen voor een corrupte elite – wat overigens niet wil zeggen dat men wel wilde sterven voor Caesar. Zie voor dit alles hier en hier en hier.

Lees verder “Historische gebeurtenis: de Lex Roscia”

Interview met Marcel Hulspas

Een van de bekendste uitspraken over de profeet Mohammed is die van de Franse geleerde Ernest Renan (1823-1892), die zei dat het ontstaan van de islam niet had plaatsgevonden in het geheim, zoals bij zoveel religies het geval was geweest, maar in het volle licht van de geschiedenis. Voor iemand die geen hoge pet op had van de islam was dat een opmerkelijke uitspraak. Renan nam namelijk voetstoots aan dat de verhalen die moslims over hun profeet vertelden, bedoeld waren om letterlijk te worden genomen. Dat is maar de vraag. De verhaalcultuur was destijds een andere.

Maar er is meer aan de hand. Zo fantastisch goed is de vroege islam helemaal niet gedocumenteerd. De voornaamste bron is het Leven van de Profeet door Ibn Ishaq, geschreven ruim een eeuw na het overlijden van Mohammed. Het boek, in het Nederlands vertaald door Wim Raven, gaat terug op ouder materiaal dat lastig is te authenticeren. We zouden graag wat meer bronnen willen hebben die niet door gelovigen zijn geschreven.

Lees verder “Interview met Marcel Hulspas”

De grenzen van de Oudheid

Ik had een reeks beloofd over handboekkennis. Na die belofte en wat gefantaseer over hoe mijn eigen handboek eruit zou zien, neem ik vandaag de Inleiding ter hand van Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek. De auteurs geven daarin aan dat de Oudheid op zichzelf een boeiend onderdeel van de menselijke geschiedenis is. De Oudheid is gewoon leuk en dat is volgens mij voldoende rechtvaardiging om je ermee bezig te houden. (Vanzelfsprekend geldt dit niet voor de financiering. We willen allemaal wel betaald krijgen om leuke dingen te doen.)

Bakermat

Maar wat is die Oudheid nou? De auteurs noemen het “de bakermat van de Europese en islamitische beschavingen” en spreken van

de landen rondom de Middellandse Zee, en in het bijzonder de cultuurcentra van het oude Nabije Oosten enerzijds en de antieke Grieken en Romeinen anderzijds.

Hier zouden zaken zijn ontstaan die de westerse en islamitische culturen bepalen. Bepalen. We zijn in het land van de sociale wetenschappen.

Lees verder “De grenzen van de Oudheid”

Nog even iets over papyrologie

De Leidse Amunpapyrus (foto Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Het filmpje dat u hierna ziet, illustreert de tijd waarin we leven. Mijn uitgever, Omniboek, wilde reclamefilmpjes hebben voor het interessante Mohammed-boek dat Marcel Hulspas heeft geschreven en voor mijn boek over de wedloop tussen papyrologie en vervalsers. Hulspas zou mij interviewen en ik Hulspas. Alles was al geregeld, toen de coronamaatregelen werden verscherpt en er niks van kwam. Als ik me goed herinner, kwam het nieuws dat we niet in de studio terecht konden, op de ochtend zelf. De tijd waarin we leven.

Hulspas’ boek is echter niet alleen interessant, zijn thematiek is ook belangrijk. En eerlijk gezegd vind ik ook mijn eigen boek redelijk belangrijk. Het gemak waarmee oudheidkundigen misdadigers een handje helpen, is voldoende schokkend om het, vooruitlopend op de rechtszaak tegen Obbink, nog eens over het voetlicht te brengen. En dus zaten Hulspas en ik onlangs in een uitgestorven Rijksmuseum van Oudheden. Zonder professionele apparatuur maar met een hoop praatjes.

Lees verder “Nog even iets over papyrologie”