Een ouderwetse Tacfarinas

Een Numidisch reliëf uit Sila dat Tacfarinas’ Musulamii vermeldt (Recueil des inscriptions libyques 808) in de tuin van het Musée de Cirta, Constantine.

Op de geschiedenis van Algerije in de Romeinse tijd bestaan ruwweg drie visies. Eén: de Romeinen kwamen de beschaving brengen aan de inheemse bevolking. Twee: de Romeinen waren onderdrukkers en hadden voortdurend te maken met inheemse protesten. Je zou dit de koloniale perspectieven kunnen noemen, want in beide visies is het beeld van de Romeinen beïnvloed door de praktijk van de Fransen, en in beide visies is een dichotomie verondersteld tussen Romeinen en niet-Romeinen.

Het derde perspectief benadrukt de relaties tussen de elites. De Romeinse bestuurlijke elite – een gouverneur, zijn officieren, de stedelijke bestuurders – werkten samen met de Maghrebijnse leiders: Numidische en Mauretanische dorpsoudsten en burgemeesters, de aanvoerders van groepen seizoensmigranten op de Hautes Plaines, de stamhoofden van de nomaden verder naar het zuiden. En dan waren er nog de vazallen: koning Juba II van Mauritanië en de magistraten van de Confederatio Cirtensis, die bestond uit de vier steden Cirta, Rusicade, Chullu en Mileu. Ik noemde dit gebied, niet onvergelijkbaar met de Dekapolis, al eens in een eerder blogje.

Lees verder “Een ouderwetse Tacfarinas” →

Het Eerste Bulgaarse Rijk (2)

Twee als Bulgaarse soldaten afgebeelde heiligen (Sveti Naum bij Ohrid)

Het ontstaan van de Bulgaarse kerk, waarover ik het gisteren met u had, bracht Bulgarije verder in de Byzantijnse invloedssfeer en het staatsapparaat werd naar Byzantijns model uitgebreid, maar omdat het een autokefale kerk was, kon de Byzantijnse keizer alleen maar dromen van invloed in het Eerste Bulgaarse Rijk, dat groter en groter werd. Bulgarije presenteerde zich inmiddels als alternatief voor het keizerrijk, zeker toen Simeon I (r.893-927) de keizertitel aannam – al werd de Latijnse titel caesar weergegeven als tsar ofwel tsaar. In Constantinopel gold het als een affront dat de man die zij als “vorst” beschouwden zich aandiende als “keizer der Bulgaren en Romeinen”, maar er was weinig tegen te doen.

Het Eerste Bulgaarse Rijk strekte zich op dit moment uit over het huidige Bulgarije, Servië, Noord-Macedonië, Roemenië en Moldavië en bezat binnen de grenzen van het tegenwoordige Griekenland havens aan de Egeïsche Zee en de Adriatische Zee. Om er een cliché tegenaan te gooien: dit was de Gouden Eeuw. De hoofdstad Preslav had zo’n 50.000 inwoners en was na Constantinopel de grootste stad in Europa. En ook al kende het land geen muntslag en waren de steden klein, voor de regio was het inderdaad een naar omstandigheden welvarende staat.

Lees verder “Het Eerste Bulgaarse Rijk (2)” →

Het Eerste Bulgaarse Rijk (1)

Krum krijgt te drinken aangeboden uit het bekkeneel van Nikeforos I.

Ik wilde al een tijdje een blogje schrijven over het Eerste Bulgaarse Rijk, dat bestond tussen 681 en 1018. De aanleiding: ik organiseer een reis naar Bulgarije, en dit soort blogjes zijn niet alleen een vriendelijk soort reclame, maar ook mijn manier om mijn reisbegeleiderskennis te structureren. De actualiteit biedt nu een extra reden: de stoffelijke resten van een van tsaar Samuel van Bulgarije (r.997-1014) zijn afgelopen weekend overgebracht naar Sofia en daar begraven. Samuel was een van de laatste heersers van het Eerste Bulgaarse Rijk, verantwoordelijk voor een laatste succes én de definitieve ondergang.

Asparuch

Maar eerst het begin. In het voorjaar van 681 na Chr. trok khan Asparuch met een groep (proto)Bulgaren over de rivier de Donau. De Byzantijnse keizer Konstantijn IV, die een belangrijke kerkelijke vergadering voorzat, onderbrak zijn bezigheden en trok vanuit Constantinopel de nieuwkomers tegemoet, werd verslagen en erkende de aanwezigheid van de Bulgaren op de zuidelijke oever van de stroom. Ik vertelde al eens dat Konstantijn Asparuch afkocht, dat de khan zo de middelen had om andere leiders uit te kopen en begon met de opbouw van een bescheiden staatsapparaat, met als voornaamste residenties Pliska en Silistra. Dit was het begin van het Eerste Bulgaarse Rijk.

Lees verder “Het Eerste Bulgaarse Rijk (1)” →

Faits divers (58)

Inscripties uit Taucheira

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer nogal wat vooral kleine berichtjes. Zoals altijd krijgt u géén garantie dat de zaken waarnaar ik verwijs representatief of belangrijk zijn, en krijgt u wél mijn hoogstpersoonlijke oordeel over the good, the bad, and the ugly.

Indo-Europese paarden

Op de mooie website Neerlandistiek bespreekt Marc van Oostendorp vanmorgen vroeg een boek over paarden in de Indo-Europese wereld. De auteur van dat boek oppert een andere betekenis voor het oerwoord voor dat edele dier: h₁ék̑u̯os zou niet “snel” maar “ongehoorzaam” betekenen. Dat is, afgezien van een parallel bij Homeros, niet zo vermeldenswaard, maar Van Oostendorps blogje is wel een prachtige samenvatting van wat Indo-Europeanistiek is.

Lineair-A

Er is weer eens iemand die beweert het Lineair-A (een schriftsoort gevonden op Kreta) te hebben ontcijferd, en die claim uit juli ben ik daarna nergens meer tegengekomen. Dat maakt wantrouwend, want als het echt iets was geweest, hadden we wel meer gehoord.

Voor het goede begrip: er zijn onvoldoende tabletten om te controleren of een mogelijke oplossing correct is. Een onderzoeker baseert zich op een bepaald tekstcorpus, maar heeft controlemateriaal nodig, en momenteel zijn er simpelweg onvoldoende data om én een basis te hebben voor de ontcijfering én controlemateriaal. Je kunt de “code breken” maar niet weten of  je oplossing klopt. We zullen de ontcijfering nog wel meemaken, want het corpus groeit langzaam maar zeker, maar volgens mij is de huidige claim op z’n best een klein stapje, en verdiende die vooralsnog geen publiciteit.

Lees verder “Faits divers (58)” →

Een Romeins konijn

Reliëf van een konijn (Archeologisch museum, Mérida)

Het konijn. Dat is een berucht beest, oudheidkundig gesproken dan. Om te beginnen vermeldt de best-gelezen vertaling van een antieke tekst, de Statenvertaling dus, het dier alleen maar dankzij een vergissing. Het in de grondtaal gebruikte woord, sjafan, betekent feitelijk een klipdas. Het konijn kwam namelijk niet voor in het oude Nabije Oosten. Nog zoiets: Nederlanders willen nog weleens beweren dat de Cananefaten, een bevolkingsgroep uit het huidige Zuid-Holland, een naam hebben die betekent dat ze konijnen aten. Dat is ook al niet waar. Weliswaar maken konijnen de duinen en andere waterkeringen met hun tunnels onveilig, en weliswaar zijn er duinen en waterkeringen in Zuid-Holland, maar opnieuw: er was daar geen konijn te zien in de Romeinse tijd.

Het beestje is pas in de Middeleeuwen begonnen aan zijn wereldwijde opmars. In de Oudheid leefde het vooral op het Iberische Schiereiland. De enige uitzonderingen zijn de konijnen die in hokken werden gehouden, klaar voor de slacht. Dat kwam ook in Gallië en Italië weleens voor, maar die dieren zijn niet de voorouders van de latere konijnen elders.

Lees verder “Een Romeins konijn” →

Wie gaat er mee naar Bulgarije?

Thracische Pegasos (Archeologisch museum, Razgrad)

Ik moet even reclame maken. Dat vind ik vervelend, want ik vind het veel leuker om u te informeren en ik denk dat u ook liever geen reclame leest. (Ik ken overigens wel aardige mensen uit de reclamebranche, maar dat terzijde.)

Enfin. Ik moet reclame maken voor de reis naar Bulgarije die ik volgend jaar organiseer aan het einde van de lente. Bulgarije is voor Nederlanders en Vlamingen geen heel bekende bestemming, maar het is een prettig land, dat niet alleen een interessant antiek verleden heeft, maar ook een boeiende twintigste-eeuwse geschiedenis. In landen die ooit achter het IJzeren Gordijn lagen, heeft men vaak net wat andere ervaringen en net wat andere visies op de wereld. Dat maakt een bezoek leuk.

Lees verder “Wie gaat er mee naar Bulgarije?” →

Wat heet mooi? Sculptuur

Cycladenidool (Museum für Kunst und Gerwerbe, Hamburg)

Een tijdje geleden nodigde ik u uit om te noemen wat u mooi vond. Dat had ik in 2015 al eens eerder gedaan, toen dit nog een kleiner blogje was, en ik was wel enigszins voorbereid op een respons die overeenkwam met de groei van de blog, maar de hoeveelheid schoonheid die u me toestuurde, was nogal overweldigend. Ik heb al geblogd over de mooie teksten waarmee u anderen bevoordeelde en over de mooie architectuur die we niet mogen vergeten. Vandaag een duik in de musea: welke sculptuur is een omweg waard?

Prehistorie

Die lijst kan alleen beginnen met een voorwerpje dat weliswaar veel te vroeg is maar ook behoort tot mijn favorieten: de Dame van Brassempouy in het museum in Saint-Germain-en-Laye (bij Parijs). Het is vijfentwintig millennia oud en gewoon prachtig. De volgende objecten uit de lijst zijn een stuk jonger: twee mensen noemden de beeldjes (“idolen”) die in het derde millennium v.Chr. zijn gemaakt op de Cycladen. Elk museum bezit wel een Cycladenidool, maar het grootste overzicht is het weinig bezochte Museum voor Cycladische Kunst in Athene.

Lees verder “Wat heet mooi? Sculptuur” →

Antieke voodoo

Pop uit een voodoo-ritueel (Landesmuseum, Hannover)

Wie kennismaakt met de klassieke wereld en religie, zal doorgaans eerst iets leren over de twaalf Olympische goden en hun mythen, en eventueel later met nog wat andere goden. Daar is niets mis mee; je moet ergens beginnen. Het is echter maar de vraag of de gemiddelde Griek of Romein het even belangrijk vond. Die Olympiërs, zou men hebben gedacht, dat waren staatsgoden, en op officiële feestdagen schoof je aan bij het feestmaal in de tempel, maar verder had je er niet mee te maken. Een Iberische boer die begon te zaaien, offerde aan de lokale vruchtbaarheidsgodin Ataegina en vroeg bij de oogst de zegen van een rabbijn – praktijken die nog in de christelijke tijd zijn gedocumenteerd.

En verder waren er allerlei magische rituelen, waar de chique auteurs van onze geschreven bronnen de neus voor ophaalden, maar die een zeer substantieel deel vormden van het geheel van antieke geloofspraktijken. Over de loden vervloekingstabletten (zoals uit Tongeren) heb ik vaker geschreven, vandaag iets wat ik maar een voodoo-pop noem.

Lees verder “Antieke voodoo” →

Zomaar een jonge Romein

Een jonge togatus (Zwinger, Dresden)

Het beeldje hierboven is maar half. Er hoort nog een onderlichaam bij. En als dat er was, zouden kunsthistorici dit soort beeld vermoedelijk aanduiden als een togatus, iemand die een toga droeg: een zwaar, wollen kledingstuk dat je met enig recht zou kunnen beschouwen als nationaal Romeins gewaad. Vergelijk het met de Duitse lederhosen, de Boliviaanse poncho’s, de Schotse kilt, de Mexicaanse sombrero, de Indonesische sarong en de Nederlandse klompen. Keizer Augustus bepaalde dat bezoekers van het Forum Romanum verplicht een toga moesten dragen: de Romeinen waren immers een gens togata.

Maar deze togatus is een beetje vreemd. Normaal gesproken sloeg een man de toga over zijn linkerschouder en linker bovenarm, liet hij die vrij diep over de rug en rechterheup vallen, en sloeg hij de punt weer over de linkerschouder. De rechterarm was, doordat de toga aan de rechterzijde zo diep viel, redelijk vrij. De jonge man hierboven, die u zo rond 250 na Chr. moet plaatsen, draagt de toga iets anders. Dit is een zogeheten toga contabulata, die is gemaakt van bijna vervilte stroken wol en heel andere plooien mogelijk maakt.

Lees verder “Zomaar een jonge Romein” →

Lysimachos en Dromichaites

Lysimachos (Museo archeologico nazionale, Napels)

Zoals ik al eens vertelde, was de eerste veldtocht van Alexander de Grote erop gericht het Macedonische gezag over Thracië te consolideren. Na Alexanders dood heerste diens adjudant Lysimachos over het gebied, en ook al noemde die zich koning, hij gold voor de Thraciërs als minder afschrikwekkend dan Alexander. De Thraciërs kwamen van tijd tot tijd in opstand, en ergens aan het begin van de derde eeuw v.Chr. namen ze zelfs Lysimachos’ zoon Agathokles gevangen.

De toevallige overlevering

Om welke groep Thraciërs het gaat, heeft Diodoros van Sicilië, die hierover schreef in zijn eenentwintigste boek, niet duidelijk aangegeven, en het feit dat we dit weten, berust op toeval: de Byzantijnse keizer Konstantinos VII Porfyrogennetos, die de gewoonte had uittreksels te maken uit antieke literatuur, vond een moralistische anekdote die zich afspeelde in de buurt van zijn hoofdstad Constantinopel de moeite waard. Ik noem dit, omdat het illustreert dat de informatie die tot ons is gekomen, niet per se de belangrijkste gebeurtenissen documenteert; de overlevering is een dronkenmanswandeling.

Lees verder “Lysimachos en Dromichaites” →