Hellenistisch Babylon

Beeldje van een kind uit Babylon, eerste of tweede eeuw n.Chr. (Louvre, Parijs)

Alexander de Grote had het Perzische Rijk, met inbegrip van Babylonië, onderworpen en er was een nieuw dynastie aan de macht gekomen: de afstammelingen van Alexanders kolonel Seleukos Nikator, de Seleukiden. Alexander had diverse nieuwe steden gesticht, zoals Charax.

Grieks Babylon

Maar oude steden als Babylon bestonden ook nog en we weten dat er allerlei bouwactiviteiten waren. Ze staan in allerlei kleitabletten vermeld. Zo werd er tot in de jaren 280 gewerkt aan de Etemenanki, de tempeltoren naast de Marduktempel Esagila. We lezen bijvoorbeeld dat de Seleukidische kroonprins Antiochos zelfs olifanten gebruikte om het puin te verwijderen.

Lees verder “Hellenistisch Babylon”

Charax, een stad van Alexander de Grote

Een waterkering in Charax

In het voorjaar van 324 v.Chr, stichtte Alexander de Grote een nieuwe stad op een kunstmatige heuvel tussen de monding van de rivier de Tigris in het westen en de gezamenlijke loop van de Eulaeus en de Pasitigris in het oosten. Dit Alexandrië in Susiana was geen totaal nieuwe stad. Er was al een Achaimenidische nederzetting met de naam Durine. De Macedonische kolonisten waren veteranen die een speciale wijk kregen in de vernieuwde stad, die ze Pella noemden, naar de hoofdstad van hun vaderland.

Seleukidische tijd

De stad stond al spoedig bekend als Charax (van het Aramese Karkâ, “kasteel”) en bloeide in de Seleukidische tijd. De belangrijke haven aan de kop van de Perzische Golf beheerste de handel over de Indische Oceaan beheerste. De bewoners doken ook naar parels.

Lees verder “Charax, een stad van Alexander de Grote”

Hunebed van de dag: D14 (Eexterhalte)

Hunebed D14 bij Eext

Tot 1975 leidde een spoorlijntje van Assen via de hunebedden bij Rolde (D17 en D18) en het hunebed D14, met een kronkel over Gasselte naar Stadskanaal. Eext lag niet aan die spoorlijn, maar had wel een stationnetje, een half uurtje wandelen bezuiden het dorp. Er liggen nog altijd wat rails en de Eexterhalte bestaat nog als hoofdgebouw van een camping. En even verderop ligt ’s Neêrlands op zestien na noordelijkste hunebed.

Hunebed D14 is enigszins te dateren: het oudste aardewerk stamt uit 3250-3125 v.Chr. Het is een opvallend groot grafmonument, want het is achttien meter lang en 4½ meter breed. Bovendien is het redelijk intact, wat ook een reden is om er eens langs te gaan. D14 schijnt ooit bekend te zijn geweest als de “dikke stenen”. Een begrijpelijke bijnaam.

Lees verder “Hunebed van de dag: D14 (Eexterhalte)”

Het Babylon van Nebukadnezar

De Ištarpoort (Pergamonmuseum, Berlijn)

Volgens de Babylonische kroniek die bekend staat als ABC 2, nam Nabopolassar op 23 november 626 v.Chr. de koningstitel aan. Ik blogde er al over. Dit was het begin van een reeks veldtochten tegen de Assyriërs. In 614 plunderden de Babyloniërs en de Meden de religieuze hoofdstad van Assyrië, Aššur, twee jaar later gevolgd door Nineveh. Babylon, al ruim een millennium de culturele hoofdstad van het Nabije Oosten, was nu ook weer de politieke hoofdstad.

Van Nebukadnezar tot Cyrus

De zoon van Nabopolassar, Nebukadnezar, regeerde van 605 tot 562 v.Chr. en herbouwde Babylon als de mooiste stad van het Nabije Oosten. De beroemde muren met blauwe glazuurtegels en de Ištarpoort zijn twee voorbeelden. Elders verbeterde hij het koninklijke paleis en herbouwde hij de Etemenanki. De roemruchte Hangende Tuinen, volgens Griekse auteurs een van de zeven wonderen van de toenmalige wereld, zijn misschien wel het bekendste werk van Nebukadnezar. Helaas zijn ze een sprookje.

Lees verder “Het Babylon van Nebukadnezar”

Babylon, Assyrisch hoofdpijndossier

De restauratie van Babylon door Esarhaddon (Louvre, Parijs)

Ik schreef onlangs dat Babylon de culturele hoofdstad van het Nabije Oosten bleef. Dat was zo nadat een Hethitische aanval rond 1595 v.Chr. – opnieuw die dateringskwestie – een einde aan het Oud-Babylonische Rijk had gemaakt, dat bleef zo in de slecht gedocumenteerde Kassitische tijd, dat bleef zo toen Elam in het oosten tijdelijk een supermacht was, dat bleef zo toen Mitanni in het noorden belangrijk was, dat bleef zo terwijl de Zeevolken in het westen de boel op stelten zetten, dat bleef zo toen de Assyrische koningen het Nabije Oosten verenigden.

Hoofdpijndossier Babylon

Voor hen was Babylon een hoofdpijndossier. Ze wierpen in de achtste eeuw v.Chr. “het juk van Aššur” over Babylonië en vonden dat ze de culturele hoofdstad netjes moesten behandelen. Vanaf Tiglath-pileser III (r.744-727) lieten ze zich daarom kronen als heersers van zowel Assyrië als Babylonië. Door de stad in een personele unie met hun rijk te verenigen, brachten zij hun respect voor de Babylonische beschaving, instellingen en wetenschap tot uitdrukking. De Babyloniërs kwamen echter in 703 v.Chr. in opstand onder leiding van Marduk-apla-iddin II (de Bijbelse Merodach Baladan), en koning Sanherib plunderde de stad in 689. Dit was een daad van verschrikkelijke goddeloosheid: dit verbrak immers de band die de aarde verbond met de hemel, zoals vorm gegeven in de Etemenankiziggurat, het “huis van het fundament van de hemel op aarde”. Hij deporteerde de bevolking van Babylon richting Nineveh en de culturele hoofdstad stond jarenlang leeg.

Lees verder “Babylon, Assyrisch hoofdpijndossier”

Nineveh, de laatste Assyrische hoofdstad

De (inmiddels verwoeste) Nergal-poort van Nineveh

De laatste hoofdstad van Assyrië, Nineveh, ligt op de oostelijke oever van de Tigris, op de plek waar de Khosr erin uitmondt. Dit riviertje verdeelt de oude stad in een noordelijke en een zuidelijke helft. Beide hebben een citadel dicht bij de westelijke muur: de zuidelijke heuvel heet Nebi Yunus (“profeet Jona”) naar het oude islamitische mausoleum op die plaats, terwijl de noordelijke heuvel Kuyunjik heet.

Over de alleroudste resten van Nineveh blogde ik al: neolithisch aardewerk uit het zevende millennium v.Chr. Maar ook al is dat erg mooi, er is maar weinig bekend over deze periode.

Lees verder “Nineveh, de laatste Assyrische hoofdstad”

Hunebed van de dag: D13 (Eext)

Hunebed D13 bij Eext

Hunebed D13, het op vijftien na noordelijkste hunebed in Nederland, is ook een van de meest merkwaardige. Het is erg klein: het meet slechts 4¼ bij 3¼ meter en dan rond ik nog naar boven af ook. Het bijzondere is dat het nog in de heuvel ligt die erover is opgetrokken. Een flinke heuvel trouwens, met een doorsnede van een meter of dertig.

Het graf is rond 1735 ontdekt door een Eexter boer die een hol geluid hoorde. Om die reden zou de heuvel ook Klankenberg en Stemberg genoemd zijn geweest, al kan die laatste naam ook een verbastering zijn van Steenberg (vgl. hunebed D1, dat deze naam gaf aan het nabijgelegen dorp Steenbergen). Later is het grafmonument ontdaan van enkele stenen. Zwerfkeien waren immers nuttig voor de versterking van de beschoeiing van de diverse waterwerken. Eén steen was in Eext nog tot 1976 in gebruik als bruggetje. De website Hunebedden.nl voegt toe dat er geruchten gaan over een soortgelijke grote steen bij de kerk van Eext.

Lees verder “Hunebed van de dag: D13 (Eext)”

Domitianus en de joden

Domitianus (Kunsthistorisch museum, Boedapest)

Ik had het vorige week over de rol van keizer Domitianus (r.81-96) bij het schisma tussen christendom en rabbijns jodendom. Het beleid, zo wilde ik aannemelijk maken, was gericht op geforceerde integratie van de Joden in het Romeinse Rijk. Doordat de gelden voor de tempel in Jeruzalem voortaan ten goede kwamen aan de Jupitertempel in Rome, moesten joden de Romeinse oppergod gelijkstellen aan de hunne.

De maatregel was grievend en was vermoedelijk ook zo bedoeld. Er is althans een parallel voor die dat suggereert: Domitianus sloeg nog in het jaar 93 munten van het type Judaea Capta, dat de overwinning op de Joden herdacht. Een kleine kwart eeuw na de gebeurtenissen is dat alleen uit te leggen als trap na. Dat joden het ook zo hebben uitgelegd, is gedocumenteerd in de rabbijnse literatuur. De tekst die bekendstaat als Deuteronomium Rabbah schuift Domitianus het voornemen in de schoenen Rome te ontdoen van Joodse bewoners.

Lees verder “Domitianus en de joden”

Kalhu ofwel Nimrud

Twee lamassu’s uit het paleis van Aššurnasirpal (Nationaal Museum van Irak, Bagdad)

De afgelopen dagen had ik het over het oude Babylonië. Assyrië, het noorden van het huidige Irak, maakte deel uit van het Oud-Babylonische Rijk. Later herwon Mât Aššur, “het land van de god Aššur”, echter zijn zelfstandigheid en begon het aan een gestage expansie. Die is uitzonderlijk goed gedocumenteerd in vele duizenden kleitabletten. Het koninkrijk breidde zich in alle richtingen uit. Eén koning voor alle volken, was de ideologie, zo mooi beschreven door Daan Nijssen in Het wereldrijk van het Tweestromenland.

Het was daarbij een beetje – al moeten we voorzichtig zijn met vergelijkingen – zoals met de Spaanse conquistadores in Mexico: het succes van de vele veldtochten bewees dat de god Aššur het imperialisme steunde, de veroveraars deden dus godgevallig werk, en het was daarom niet vreemd dat ze veel buit binnenhaalden, want Aššur was een goede god die zijn vrome dienaars beloonde. En dus kwamen het goud, het zilver, het ivoor, de slaven, het koper, het edelsmeedwerk, het textiel, de paarden in grote aantallen en hoeveelheden naar de hoofdstad Aššur.

Lees verder “Kalhu ofwel Nimrud”

Hunebed van de dag: D12 (Eexteres)

Hunebed D12 bij Eexteres

Hunebed D12 is nog geen zeven meter lang en nog geen drie meter breed. Het op veertien na noordelijkste hunebed in Nederland is bovendien aan de kleine kant. En het is nog incompleet ook.

De oriëntatie van dit hunebed, dat staat onder een mooie oude boom op de es ten westen van Eext, is echter opvallend. Meestal richtten de hunebedbouwers hun monumenten ruwweg langs een oost-west-as, maar D12 is gericht op het zuidzuidoosten. Waarom? We weten het weer eens niet. Zoals zo vaak.

Lees verder “Hunebed van de dag: D12 (Eexteres)”