Geliefd boek: Rebel land

De interessantste reisverhalen worden geschreven door auteurs die maandenlang op dezelfde plek blijven om mensen en hun omgeving goed te leren kennen. Een prachtig voorbeeld is Rebel land. Among Turkey’s Forgotten Peoples (2009) van Christopher de Bellaigue (1971). Die ‘vergeten’ volkeren zijn Alevieten (aanhangers van een vrijzinnige islamitische stroming in het soennitische Turkije), Armeniërs en Koerden.

De schrijver kent het westerse deel van Turkije goed. Liefde bracht hem naar Istanbul, maar die liefde ging over. Hij sprak toen zo goed Turks dat Turken hem vroegen uit welk deel van Turkije hij kwam. Een nieuwe liefde brengt hem naar Teheran waar hij gaat werken als correspondent voor de Britse Economist. Perzisch wordt zijn nieuwe taal.

Bloedige gebeurtenissen

Na enkele jaren in Teheran besluit hij een boek te schrijven over de herinneringen van bewoners in de kleine stad Varto, gelegen in het verre zuidoosten van Turkije, aan de moord op Armeniërs en Koerden. De oudste bewoners hebben de Armeniërs in hun stadje nog meegemaakt of kennen de bloedige gebeurtenissen uit de verhalen van hun ouders. Zijn Turks blijkt niet meer te zijn wat het is geweest, maar toch kan hij nog alle gesprekken in het Turks voeren.

Lees verder “Geliefd boek: Rebel land”

Libanese politiek

Komend weekend zijn in Libanon verkiezingen. De situatie samengevat: er is een economische en een financiële crisis, de positie van vrouwen is slecht, er zijn milieuproblemen, er zijn sektarische conflicten, er is buitenlandse inmenging (Iran, Saoedi-Arabië…), er is een incompetente president met een niet-zo-ideale-schoonzoon en er zijn honderdduizenden Syrische en Palestijnse vluchtelingen. In elk land zou men zich tegen de overheid keren, en dat is in Libanon ook gebeurd: drie jaar geleden barstten de protesten in volle heftigheid los.

“The situation”

De protesten verenigden alle Libanezen. De sektarische tegenstellingen waren vergeten, rijk en arm keerden zich samen tegen de corrupte bestuurlijke klasse. Een klasse die alle hierboven genoemde problemen heeft veroorzaakt. De protesten waren fel en escaleerden. Ik was in Beiroet op de dag dat die protesten gewelddadig werden (zie boven). Een revolutie leek in de maak. Toen kwam de corona. En toen was er the blast. Alle reden om komend weekend te gaan stemmen op een partij die vernieuwing wil.

Lees verder “Libanese politiek”

De Elgin Marbles, of: hapklare brokken

Een deel van de Elgin Marbles (British Museum, Londen)

Toen ik de Livius-nieuwsbrief nog samenstelde, verwees ik af en toe naar de Elgin Soap. Dat was de eindeloze discussie over de marmeren sculptuur die ooit op het Atheense Parthenon heeft gestaan. Er is eigenlijk altijd wel iets over te doen. De beelden, die bekendstaan als de Elgin Marbles, zijn al een eeuw of twee in het British Museum in Londen en Griekenland wil ze graag terug. De argumenten daar voor en daar tegen zijn al heel lang bekend. Ze overtuigen wel of ze overtuigen niet.  Het is allang geen kwestie meer waar de argumenten ertoe doen. Of ze ooit terug zullen gaan, is vooral afhankelijk van de politiek.

En de politiek gaat ook over andere zaken, die niet per se belangrijker zijn maar doorgaans wel urgenter. Kortom, er is feitelijk nooit echt nieuws.

Lees verder “De Elgin Marbles, of: hapklare brokken”

Geliefd boek: Fool’s Gold

Een van mijn favoriete columnisten is Gillian Tett (1967). Ze schrijft in de weekendeditie van de Britse Financial Times, en woont in New York. De als antropoloog opgeleide Tett promoveerde in 1994 aan de Universiteit van Cambridge op moslimvrouwen in de voormalige Sovjet-Unie, waarbij huwelijksrituelen centraal staan. Rituelen versterken bindingen tussen mensen. Tegelijkertijd onderwerpen deelnemers zich aan de regels van het ritueel. En wie niet participeert wordt uitgesloten.

In haar column schrijft Tett regelmatig over bankiers. Het leuke daaraan is dat ze een antropologische manier van kijken gebruikt bij haar commentaar. Zo ziet ze topbankers als een stam met herkenbare rituelen. Sommige Masters of the Universe zien dat als een belediging, zo vertelt ze in haar recente Anthro Vision (2021).

Lees verder “Geliefd boek: Fool’s Gold”

Irak kort (16): Een paleis van Saddam Hussein

Het paleis van Saddam Hussein, gezien vanaf de Processieweg van Babylon

Wat heb je nodig, als dictator? Een land natuurlijk en een bevolking om te onderdrukken, plus een buitenlandse vijand die je de schuld kunt geven van alles wat verkeerd gaat. Voeg een balkon toe om de menigten toe te spreken en je bent er. Aan dat balkon zit natuurlijk wel een paleis vast, zoals het bovenstaande, dat uitziet over Babylon en ooit werd bewoond door Saddam Hussein.

Of hij er ooit is geweest, is niet bekend. Dat maakt ook niet zoveel uit. Gehaat blijft het. Net als bij zijn residentie in Tikrit, waar een eindeloze reeks vervallen villa’s staat, is er sinds 2003 niets gedaan om het te behouden. Het resultaat is ernaar.

Lees verder “Irak kort (16): Een paleis van Saddam Hussein”

De sji’ieten van Irak (slot)

Vlag van de Vredesbrigade, een van de milities van de sji’ieten van Irak

[Dit is het laatste stuk over de geschiedenis van de sji’ieten. Het eerste is hier.]

Wie nu door Irak reist, merkt overal dat de sji’a bestaat en het politieke leven domineert. Een simpel voorbeeld: in de kopermarkt in Bagdad hangen overal vlaggen met de portretten van de imams. Dit is opvallend, want Bagdad is traditioneel een gemengde stad, waar alle gezindten wonen. De soennitische koperwerkers zijn echter tijdens de Surge vertrokken. Pas nu keren ze terug.

De Surge was de naam die president Bush Jr in 2007 gaf aan de versterking van de Amerikaanse troepenmacht die in 2003 Saddam Hussein had verdreven en een steeds chaotischer land had geërfd. Het werd inderdaad rustiger, maar dat was niet doordat de Amerikanen het gebied nu pacificeerden maar doordat de sji’ieten hun politieke doelen bereikten: meer gezag in hun woongebied. Hun milities wisten grote gebieden in hun macht te krijgen en breidden hun invloedssfeer ook uit, terwijl sji’itische politici meer macht kregen.

Lees verder “De sji’ieten van Irak (slot)”

Studiefinanciering

Toevallig las ik gisteren het stukje van Ellen Deckwitz in het NRC Handelsblad. Het was indrukwekkend. Na wat omtrekkende bewegingen vertelt ze over de schaamte die ze ervoer toen ze, door een stommiteit van de Studiefinanciering, te weinig geld had.

Om geld te besparen, begon ik maaltijden en verjaardagen over te slaan. Ik ging niet meer uit. Ik ontving liever geen bezoek omdat ik alleen thee kon aanbieden. Ik verzon smoes na smoes waarom ik liever thuisbleef. Ik begon post te vrezen. Uiteindelijk kwam alles weer goed, maar de armoede heeft me een knauw bezorgd. Ze schrijnt na. En nog altijd is er de angst dat het me weer overkomt.

Lees verder “Studiefinanciering”

Prinsjesdag, Plinius, Mill en de vergelijkingstheorie

John Stuart Mill

Morgen is het Prinsjesdag en dat is een mooie gelegenheid om het weer eens over vergelijkingstheorie te hebben. Het demissionaire Nederlandse kabinet zal wel een miljoenennota indienen en u kent de problemen waarvoor de overheid staat. In heel Europa. De diverse overheden hebben enorme bedragen geleend. Nog nooit – althans in vredestijd – was de staatsschuld zo hoog. Gelukkig zijn de rentes laag, zodat we ons er vooralsnog geen zorgen om hoeven maken. Probleem is wel dat er vrijwel geen marktpartijen meer zijn die schulden tegen zulke lage rentes willen afnemen. De overheid kan hen daartoe echter, ook al zal men het niet graag doen, wel dwingen. Het is weliswaar in hun financiële nadeel, maar in het gemeenschapsbelang. De Romeinen zouden het hebben begrepen.

Plinius in Bithynië

In de eerste jaren van de tweede eeuw na Chr. was de provincie Bithynië-Pontus in grote financiële problemen geraakt. Keizer Trajanus stuurde een bestuurder met buitengewone bevoegdheden, Plinius de Jongere. Diens correspondentie is over. Aan de dateringen is te zien dat hij werkte zoals een interimmanager betaamt: eerst maakte hij een plan van aanpak, wat aanvankelijk resulteerde in een lawine aan brieven, daarna werkte hij zijn plan uit en neemt de frequentie van de brieven af. Brief 10.54 documenteert het succes. Het begint met Romeinse standaardstroopsmeerderij:

Lees verder “Prinsjesdag, Plinius, Mill en de vergelijkingstheorie”

Geliefd boek: Tennis in Kaboel

Het boek van de antropologe Tessa Terpstra, Tennis in Kaboel. Een Nederlandse vrouw in Afghanistan (2002) beschrijft haar ervaringen bij een internationale hulpverleningsorganisatie die in Afghanistan opereert tijdens het regime van de Taliban. Wie dagelijks het tragische nieuws over Afghanistan volgt zal weten dat de Taliban ruim twintig jaar geleden ook al aan de macht is geweest. Over die eerste periode gaat dit boek.

De toon van Terpstra’s boek blijft blijmoedig en dat is geen geringe prestatie want bitter geklaag had meer voor de hand gelegen. Het is niet niks waar ze zich allemaal in moet schikken bij de hulporganisatie, die gevestigd is in de orthodox islamitische stad Peshawar in Noord-Pakistan. Buiten altijd een chador dragen spreekt vanzelf. Maar als vrouw heeft ze ook verder weinig bewegingsvrijheid in de stad. De organisatie zelf doet soms denken aan de wereld die Voskuil in Het Bureau beschrijft. Hilarisch is dan ook de tegenstelling met de avonturen van haar vriend die enkele maanden op bezoek komt. Ze is bang dat hij zich zal vervelen, maar het tegendeel is waar. Als man kan hij de hele dag door de stad zwerven, hij ontdekt het lokale bier en vindt zelfs een pornobioscoop, stampvol met Afghaanse vrachtwagenchauffeurs, en hij verbaast zich over de heersende hypocrisie. Terpstra is jaloers op zijn belevenissen.

Lees verder “Geliefd boek: Tennis in Kaboel”

“De burger moet betalen, niet méér”

559 Australische dollars is ongeveer 350 euro. Dat is dus de prijs voor een boek waarin onderzoekers de informatie uit gespecialiseerde academische artikelen voor anderen ontsluiten, opdat anderen er ook nog eens van profiteren. De eigenlijke artikelen liggen achter betaalmuren. Als de materie toegankelijk wordt gemaakt, is het resultaat, zoals we in dit voorbeeld zien, volslagen onbetaalbaar.

Ondertussen kan, doordat betrouwbare informatie ontoegankelijk blijft en verouderde inzichten via digitaliseringsprojecten beschikbaar komen, desinformatie zich makkelijker verspreiden dan wetenschappelijke informatie. Bad information drives out good. Je hoort vaak praten over open access en dat is goed, maar het is slechts een deelprobleem. Het echte probleem is hoe we de schade die de afgelopen jaren aan de publieke kennis is toegebracht, teniet kunnen doen. Zonder dat ik claim precies te weten hoe het moet, weet ik wel dat er goede ideeën zijn. Dáárover moeten we praten.

Lees verder ““De burger moet betalen, niet méér””