MoM | Relatieve en absolute dateringen

Seriatie van Bronstijd-bijlen (Grand Curtius Museum, Luik)

Onlangs las ik een oud blogje van me terug en het viel me op dat ik het daarin zonder toelichting had over “absolute dateringen”. Hoewel het geen heel moeilijke term is, wil ik hem toch eens uitleggen, net als de “relatieve datering”. (Overigens is er voor jargontermen op deze blog een woordenlijst.)

Een relatieve datering ofwel relatieve chronologie wil alleen zeggen dat iets is gedateerd ten opzichte van iets anders. Het is dus ouder of jonger dan iets. De onderste laag in een opgraving is ouder dan de bovenste. Keizer Constantius II is jonger te dateren dan Constantius I. Bronstijdvoorwerpen zijn ouder dan IJzertijdvoorwerpen. Gekopieerde teksten zijn per definitie jonger dan het origineel. Dat soort dingen. In een seriatie, zoals de Bronstijdbijlen hierboven, liggen de voorwerpen van ouder naar jonger naast elkaar.

Lees verder “MoM | Relatieve en absolute dateringen”

De negatieve reputatie van de sofisten

Plato (Capitolijnse Musea, Rome)

[In deze serie behandelt Kees Alders, webdesigner en auteur van het boek De wereld vóór God. Filosofie van de Oudheid de sofisten: de theoretici van de Griekse welsprekendheid en overredingskunst. Het eerste deel was hier.]

De sofisten waren vaak welgesteld en invloedrijk. Zij lieten zich voor hun onderricht betalen door politici. Succesvolle sofisten als Gorgias en Protagoras hadden relaties in de hoogste kringen.

Wiens brood men eet

Maar dat leverde hen ook politieke en filosofische tegenstanders op. Die verweten de sofisten werd dat zij niet zozeer op zoek waren naar waarheid en wijsheid, maar vooral naar geld.

Er valt wellicht wat te zeggen voor de stelling dat wie geld verdient met filosofie, moeilijk echt objectief kan blijven. Wiens brood men eet, diens woord men spreekt, nietwaar? Zeker als je sofist bent. En omdat er toch brood op de plank moest komen, hebben de sofisten zich vaak schuldig gemaakt aan simpelweg recht praten wat krom is. In het huidige taalgebruik is de term sofisme dan ook een synoniem van drogreden: een redenering die logisch en rechtvaardig klinkt, maar die volgens de wetten van de logica toch echt niet geldig is en eigenlijk ook nog eens immoreel.

Lees verder “De negatieve reputatie van de sofisten”

“De wetteloze mens”

Pompeius (Louvre, Parijs)

Een opvallend trekje van de joodse literatuur is het gebruik van bijnamen. In de Dode-Zee-rollen is bijvoorbeeld sprake van een Leraar der Gerechtigheid. Die heeft het aan de stok met een Leugenspuier en een Goddeloze Priester. De auteur die bekendstaat als Trito-Jesaja introduceert een Lijdende Dienstknecht, Daniël voorspelt een Gruwel der Verwoesting en de evangelist Johannes belooft de komst van een Pleitbezorger. De oorspronkelijke toehoorders wisten wel naar wie (of wat) werd verwezen; wij kunnen er hooguit een slag naar slaan.

De vaagheid verhoogde natuurlijk de toepasbaarheid van zo’n tekst. De Gruwel der Verwoesting kan Antiochos IV Epifanes zijn, die de tempel in Jeruzalem betrad en ontheiligde, maar de uitdrukking is op talloze manieren geïnterpreteerd. De Pleitbezorger is wel uitgelegd als Jezus zelf, als de Heilige Geest en als de profeet Mani. Rabbijnen zien in de Lijdende Dienstknecht een verwijzing naar het volk van Israël, christenen herkennen er de messias in. Zonder cynisch te willen zien: de multi-interpretabiliteit van zulke teksten vergrootte de kans dat een toekomstige generatie er iets relevants in herkende, maakte dat men ze diepzinnig vond en droeg bij aan hun status als heilige literatuur.

Lees verder ““De wetteloze mens””

De sofist Prodikos van Keos

Zomaar een Griekse filosofenkop (Afrodisias)

[In deze serie behandelt Kees Alders, webdesigner en auteur van het boek De wereld vóór God. Filosofie van de Oudheid de sofisten: de theoretici van de Griekse welsprekendheid en overredingskunst. Het eerste deel was hier.]

Uit de voorgaande blogs volgt dat voor de sofist alles relatief is. Wat waar is, hangt af van het oordeel van de gemeenschap. Dat kan natuurlijk veranderen. Een gedachte die prima paste bij de democratische maatschappij van die tijd.

Maar de democratie bevorderde niet alleen het relativistische denken over zaken als de waarheid. Het bevorderde ook moreel relativisme.

Prodikos van Keos

Dit komt het best tot uitdrukking in een citaat van de sofist Prodikos van Keos, waarin hij stelt dat er geen objectief kwade of goede zaken bestaan. Of iets goed of kwaad is, hangt volgens Prodikos af van het gebruik ervan.

Lees verder “De sofist Prodikos van Keos”

Zeven à acht Syrische Oorlogen

Astronomisch Dagboek uit Babylon met informatie over financiële maatregelen in 273 v.Chr. (British Museum, Londen)

De erfenis van Alexander de Grote, die in 323 v.Chr. in Babylon overleed, bestond uit een wereldrijk, een professioneel leger en een goed gevulde schatkist. Wat ontbrak, was een duidelijke erfgenaam. Het was daarom alleen maar logisch dat Alexanders generaals de ene burgeroorlog na de andere ontketenden. De een wendde voor te strijden voor Alexanders zwakbegaafde broer, de ander beweerde op te komen voor de rechten van een bastaardzoon, een derde wilde de rijkseenheid bewaren maar dan wel onder zijn eigen voogdij en een vierde pretendeerde slechts een provincie te beheren tot het stof was opgetrokken. Dat was in 301 v.Chr. het geval. Toen was al het ooit door Alexander bemachtigde zilver en goud uitgegeven aan soldij. Nu het geld op was, kon een einde komen aan de burgeroorlogen.

De Syrische Oorlogen

Sommige conflicten sluimerden. Een daarvan betrof de relatie tussen het koninkrijk dat generaal Ptolemaios had gesticht in Egypte en het rijk van Seleukos, die zich inmiddels had laten uitroepen tot koning van Azië. Hoewel de laatste officieel behoorde te heersen over de Fenicische havensteden (zoals Byblos) en enkele steden in het binnenland, was dit gebied in handen van Ptolemaios. Seleukos, die ooit was geholpen door Ptolemaios, achtte het beneden zijn nieuwverworven koninklijke waardigheid om een oorlog te ontketenen tegen zijn weldoener, maar handhaafde zijn aanspraken op wat Hol Syrië heet. In de volgende anderhalve eeuw zouden de Ptolemaïsche en Seleukidische legers nog zeven keer tegen elkaar optrekken, steeds als in een van de twee koninkrijken een nieuwe heerser aan de macht was gekomen die zich niet gehouden voelde aan het vredesverdrag van zijn voorganger.

Lees verder “Zeven à acht Syrische Oorlogen”

De bron van Byblos

De bron van Byblos

Het plateau waarop Byblos verrees, bestaat uit twee heuvels, eigenlijk keihard geworden duinen. Daar tussenin lag nog tot in de jaren dertig van de vorige eeuw een bron. Regenwater dat neersloeg op de Libanon, sijpelde door allerlei aardlagen heen naar beneden, naar het voorgebergte, naar de uitlopers, naar de kust. En zo lag er, vlakbij de kust, een fijne bron voor redelijk zoet water. Nou ja, een tikje brak, want de zee was in de buurt.

Misschien dankt de stad haar naam aan de bron, want Byblos, Gubla in de Semitische taal die er in de Bronstijd werd gesproken, is te lezen als Gub-El, wat zoiets betekenen kan als “put van god”. Alleen weten we natuurlijk niet of er altijd een Semitische taal is gesproken in deze regio. Het kan gaan om een volksetymologie waarin aan een oude naam een nieuwe betekenis werd gegeven. Niemand weet wat Babylon betekent, maar latere bewoners hoorden er Bab-Ili in, wat zoiets betekent als “poort der goden”.

Lees verder “De bron van Byblos”

De sofisten: Relativisme als basis voor democratie

De Atheense Volksvergadering wordt gekroond op een reliëf uit het Agoramuseum, Athene

[In deze serie behandelt Kees Alders, webdesigner en auteur van het boek De wereld vóór God. Filosofie van de Oudheid de sofisten: de theoretici van de Griekse welsprekendheid en overredingskunst. Het eerste deel was hier.]

Wat je wellicht opvalt aan het denken van Protagoras en Gorgias, is hoeveel ze verschillen van hun voorgangers. Herakleitos, Parmenides en Empedokles hielden zich vooral bezig met de natuur. Ze vroegen zich af hoe die in elkaar zou zitten. Protagoras en Gorgias wendden zich radicaal tot de mens en zijn meningen.

Daar hadden ze een filosofische onderbouwing voor. Filosofie die over iets gaat dat losstaat van de mens, leidt volgens de ware sofist nergens toe. Dat is allemaal maar speculatief gedoe en leidt enkel tot dwalingen.

De sofisten hadden dan ook geen al te hoge dunk van hun filosofische voorvaderen. Die kwamen volgens hen niet verder dan onderlinge tegenstrijdigheden. Dat gehakketak over de ‘werkelijke wereld’ los van de mens, dat vonden ze maar waardeloos. Vooral voor Parmenides konden ze maar weinig respect opbrengen: die had er werkelijk niets van begrepen.

Lees verder “De sofisten: Relativisme als basis voor democratie”

De sofist Gorgias

Zomaar een Griekse filosofenkop (Archeologisch museum, Thessaloniki)

[In deze serie behandelt Kees Alders, webdesigner en auteur van het boek De wereld vóór God. Filosofie van de Oudheid de sofisten: de theoretici van de Griekse welsprekendheid en overredingskunst. Het eerste deel was hier.]

Gorgias was een tijdgenoot van Protagoras en geldt als de vader van de retorica: de kunst van het spreken. Hij was dan ook beroemd om zijn redevoeringen, waarin hij allerlei nieuwe stijlfiguren introduceerde, en andere uitwerkte: de zogenaamde ‘gorgiaanse figuren’. Iedereen die zich in de Oudheid wilde bekwamen in de welsbesprekendheid, zou die bestuderen, nog eeuwenlang.

Gorgias schreef ook over de kunst van het argumenteren. In zijn studies over de argumentatieleer verdedigt hij vaak expres onconventionele en soms ronduit absurde stellingen: het ging hem dan ook niet om het waarheidsgehalte van de stellingen zelf, maar om de argumentatie te kunnen bestuderen en oefenen.

Lees verder “De sofist Gorgias”

Caesars aftocht

De Aoos

Van het dorpje Kavajë, waar Caesars laatste kamp bij Dyrrhachion was geweest, naar Pojan, het Apollonia waar Caesar de winter had doorgebracht, is het over moderne wegen ongeveer 75 kilometer. Toen Caesars manschappen, ongeveer dertigduizend in getal, zich van Dyrrhachion terugtrokken, legden ze de afstand af in drie dagen. Deze logistieke operatie toont Caesar, voor wie we verder geen sympathie hoeven voelen, op zijn best.

Pompeius’ aarzeling

Hij had wel wat geluk, want Pompeius schatte de situatie verkeerd in. Appianus is bijna sarcastisch.

Vol trots op zijn overwinning stuurde Pompeius brieven naar alle koningen en steden. Hij rekende erop dat de soldaten van Caesar direct naar hem zouden overlopen nu ze uitgehongerd waren en volkomen ontmoedigd door de nederlaag. (Burgeroorlogen 2.63; vert. John Nagelkerken) Lees verder “Caesars aftocht”

De eerste vermelding van Jahweh?

Kleitablet uit Ugarit met een deel van de mythe van Ba’al (Louvre, Parijs)

Ik wil niet altijd op alle slakken zout leggen en daarom blog ik niet over alle minder dan optimale informatie over de Oudheid. In 2014 was 40% van de nieuwsberichten aantoonbaar onjuist; ik denk dat het percentage onzinnige, overdreven of ongenuanceerde berichten inmiddels hoger ligt. Lees het waarom maar in De Volkskrant.

Zo was er onlangs de claim – hier in Trouw en daar in De Morgen – dat een vloektablet de oudste vermelding zou bevatten van de godsnaam Jahweh. We hoeven er geen aandacht aan te besteden. De kop (“Is dit vloektablet de oudste tekst ooit waar de God van de Bijbel op staat?”) maakt al duidelijk waarom. Immers, de Wet van Betteridge is van toepassing.

Lees verder “De eerste vermelding van Jahweh?”