De taal der Romeinen

Romeinse meertaligheid: Latijns-Punische inscriptie uit Lepcis Magna (meer)

Deze Romeinenweek schrijf ik elke dag een stukje over, wel, de Romeinen. Ik zal zaterdag, de eerste dag van het Nijmeegse Romeinenfestival, ingaan op het belang van re-enactment, dat voor velen een niet goed begrepen vorm is van wetenschapsvoorlichting, en ik wil zondag de vraag behandelen hoe de Romeinen ook na een eeuw of twintig nog relevantie zouden kunnen hebben – “What have the Romans ever done for us?

Op dat stukje vooruitlopend: de Romeinen waren altijd bereid dingen van anderen over te nemen en erkenden dat ook. Anders dan de Grieken, die bluften dat ze de dingen die ze overnamen beter deden, gaven de Romeinen hun culturele inferioriteit toe. Daarmee zetten ze een toon die in de Europese cultuur nog zou doorklinken tot in de zeventiende eeuw. Het Romeinse minderwaardigheidscomplex had als paradoxaal gevolg dat de romanisering van Anatolië en Syrië inhield dat de Griekse cultuur zich verspreidde.

Lees verder “De taal der Romeinen”

Wetenschapscommunicatie

In zijn geestige toespraak over het belang van de geesteswetenschappen, “Oud maar nieuw”, gaf de Nijmeegse classicus Vincent Hunink onlangs lucht aan een diepgevoelde en o zo herkenbare frustratie. Hij hield zijn toehoorders voor:

U moet natuurlijk iets leren, of beter gezegd: iets willen leren, iets willen aannemen, iemand een bepaald gezag toemeten. Om de zoveel tijd krijg ik verzoeken van mensen die iets in het Latijn willen om dat op hun arm of borst te tatoeëren. … [R]egelmatig blijken die mensen mij eerst als deskundige op de universiteit te benaderen, maar vervolgens niets van mij te willen aannemen. Of ze gaan mijn voorstel controleren bij vrienden op internetfora, alsof die er wel verstand van hebben. Met andere woorden: deze consumenten leren niets van mij, omdat ze mij eigenlijk niet vertrouwen.

Het is krek zo. Iemand vraagt je iets, je geeft een beleefd antwoord en wordt daarvoor beloond met wantrouwen. Ik maak dat bijna wekelijks mee: de hoeveelheid e-mail die ik op de Livius-website ontvang is vrij groot, ik beantwoord die geheel pro deo en het is vrij frustrerend als men dan mijn antwoord in twijfel trekt. “Val mij niet lastig als je het beter weet”, denk ik dan. Het kan erger. Ik ken een hoogleraar die de moeite nam in te gaan op een verzoek om uitleg en bij wijze van bedankje al in het derde mailtje een godwin kreeg. Zo bont heeft men het bij mij niet gemaakt, maar ik word er wél elke maand zo’n drie keer aan herinnerd dat ik niet verder ben gekomen dan doctorandus en dus zeker ongelijk moet hebben als professor doctor Zus-en-zo iets anders zegt.

Lees verder “Wetenschapscommunicatie”

Erotion

children_louvre
Spelende kinderen (Louvre)

Het bewerken van steen is niet eenvoudig, en daarom bevatten Romeinse inscripties allerlei afkortingen. Makkelijk voor de steenhouwer, en een mooie bezuiniging voor de opdrachtgever. Eén van die afkortingen, alleen gevonden in grafschriften, is STTL, sit tibi terra levis, “moge de aarde licht voor je zijn”.

Ik weet het niet zeker, maar ik denk dat “aarde” hier moet worden opgevat als een verwijzing naar het hiernamaals: “moge het verblijf in de Onderwereld je niet te zwaar vallen”. (Deze stijlfiguur heet metonymie.) De Romeinse dichter Martialis gebruikt de woorden echter letterlijk in het grafschrift voor Erotion, een meisje dat vermoedelijk de dochter was van twee van Martialis’ slaven.

Lees verder “Erotion”