Bruxelles, je t’aime

Mijn fiets in Brussel

Recht op de man kreeg ik onlangs de vraag voorgelegd: “Waarom houd je eigenlijk van Brussel?” De vraag kwam onverwacht en ik was op het verkeerde been gezet. “Omdat het een stad is”, was het eerste wat ik bromde. Dat klopt ook wel. Ik had ook kunnen antwoorden “Omdat er een Librairie Jona is”. Het stukje dat ik daarover ooit schreef, kwam uit mijn tenen. Al gaat het natuurlijk niet over Brussel.

Ik geloof dat het eigenlijke antwoord in het verlengde van de vorige alinea ligt. Brussel heeft – for better or worse – iets internationaals, meertaligs en multicultureels. Voor wie, zoals ik, woont in een stad waarin steeds meer Engels wordt gesproken door mensen die volstrekt niets interessants te melden hebben, is het een verademing te wandelen door een stad waar Frans nadrukkelijk aanwezig is. Ik weet niet of alles wat in die taal wordt gezegd interessant is, maar het is tenminste iets anders.

Lees verder “Bruxelles, je t’aime”

Vreemde namen in het Nederlands

Het Oranje Boekje

Het lijkt het oudheidkundige equivalent van de patat-en-frietse twisten: hoe moeten we de namen uit vreemde talen weergeven in een Nederlandse vertaling? De auteur van de Ilias, heet die Homerus of Homeros?

De beroemdste Jood aller tijden

Laat meteen duidelijk zijn: er is geen goede oplossing. In ons taalgebied duiden we de bekendste ingezetene van het Romeinse Rijk doorgaans aan met een in de Nederlandse spelling weergegeven Latijnse weergave van een in Griekse letters genoteerde Aramese afkorting van een Hebreeuwse naam. Niemand zal ervoor pleiten hem voortaan Yeshu ha-Notsri te noemen, zelfs al noemde zijn tijdgenoten hem zo.

Lees verder “Vreemde namen in het Nederlands”

China en Rome

Ruiter uit middeleeuws China (Jin-dynastie; Volkenkundig museum, Leiden)

In het westen lag het Romeinse Rijk, dat in de vijfde eeuw na Chr. nogal wat gebied verloor maar overleefde als het Byzantijnse Rijk. In het oosten lag China, geregeerd door diverse dynastieën, zoals de Han, de Jin, de Sui en de Tang. Daar tussenin lag Perzië, beheerst door eerst de Parthen en daarna de Sassaniden. Iets verderop regeerden de Kushana’s in Baktrië en de Punjab. Op de Centraal-Euraziatische steppe bestond de multi-etnische en meertalige federatie van de Hunnen.

De geschiedenis van deze rijken is complex maar komt erop neer dat ze elkaar in een dynamisch evenwicht hielden. En ze hadden contact, zelfs het westelijkste en het oostelijkste keizerrijk.

Lees verder “China en Rome”

Lucifers zoon Gaius Julius Phosphorus

Als u dacht dat The Man Who Fell to Earth een origineel verhaal heeft, dan heeft u het mis. Het motief van het bovennatuurlijke wezen dat vanuit de hemel op de aarde is gevallen, is eeuwenoud. Hefaistos en Faëton zijn Griekse voorbeelden, uit het oude Iran kennen we Aži Dahāka (de Joodse Azazel) en uit Ugarit kennen we Horran. Die gevallen god wordt vanouds geassocieerd met de ochtendster, die de opkomst van de zon aankondigt en dus een licht-brenger is. De profeet Jesaja sneert naar de koning van Babylon dat hij is neergevallen zoals de zoon van de dageraad Helel (Jesaja 14.12).

Helel is een ongebruikelijk woord, al is duidelijk dat het zoiets betekent als “schijnend” of “stralend”. De Griekse Bijbelvertalers maakten er Heôsforos en Fôsforos van, woorden die letterlijk “dageraaddrager” en “lichtdrager” betekenen. De Latijnse vertaling werd Lucifer, wat eveneens “lichtdrager” betekent. Hoewel er geen enkele reden is Helel/Fôsforos/Lucifer te beschouwen als de duivel, was de associatie van de gevallen ster en de val van de engelen snel gemaakt. Desondanks bleef het een gewone naam. Minstens twee laat-Romeinse bisschoppen, waarvan ik deze online vind, gingen door het leven met de naam Lichtdrager zonder dat iemand dat opvatte als satanisme.

Lees verder “Lucifers zoon Gaius Julius Phosphorus”

Kelmis

Het is wat ironisch dat in Kelmis een restaurant is, vernoemd naar de plaats waar de taalverschillen niet verdwenen maar ontstonden.

Zoals je in Beiroet kunt horen dat ouders hun kinderen aansporen met “Jalla, mes enfants, let’s go”, zo kun je in het Belgische Kelmis horen dat iemand afscheid neemt met de woorden “Tschüss, mon chéri, I love you”. Het is een van de aangename kanten van het Land van Herve, het gebied in België recht onder het Nederlandse Zuid-Limburg waar mijn vriendin en ik dit weekend doorbrengen. Hier worden alle talen van de wereld gesproken: Frans en Duits, maar we hoorden zaterdag ook Nederlands, Italiaans, Limburgs en Engels. Dat ik in een kerk ook nog iets las in het Latijn telt niet mee, maar het is wel beduidend dat we in het Musée Vieille Montagne in Kelmis (Franse naam, website in het Duits) ook wat teksten hebben ontcijferd die waren gesteld in het Esperanto.

Meertaligheid

Het verhaal van Kelmis is, denk ik, wel enigszins bekend, en anders moet u het beslist lezen in het boeiende boek van Philip Dröge: tijdens het Congres van Wenen konden Pruisen en het nieuwe koninkrijk Nederland geen overeenstemming bereiken over de zinkmijn alhier, waardoor “Neutraal Moresnet” ontstond, een postzegelstaatje van 344 hectare dat het uithield tot de Eerste Wereldoorlog. In het laatste decennium van zijn bestaan is geprobeerd Esperanto tot voertaal te maken, een project dat weliswaar op niets uitliep maar wel paste bij een gebied waar de mensen weigeren een keuze te maken voor slechts één taal.

Lees verder “Kelmis”

Libanon en tabouleh

Hoewel Libanezen tabouleh beschouwen als hun nationale gerecht, is het een salade die wordt gegeten in het gehele Midden-Oosten. Het gaat om een stevige hoeveelheid fijngesneden peterselie met blokjes of schijfjes tomaat. Daarnaast kun je er stukjes bosui en munt in aantreffen, en vaak ook gemalen tarwe (bulgur). Tabouleh wordt op smaak gebracht met olijfolie, peper, zout en vooral citroensap, wat zorgt voor de frisse smaak.

“Libanon is als tabouleh”, hoorde ik in Sidon vertellen: je kunt de peterselie niet weglaten, want dan is het geen tabouleh meer. Waarna, in goede oosterse vertellerstraditie, de spreker alle ingrediënten opsomde: je kon de tomaten niet weglaten, “want dan is het geen tabouleh meer”, je kon het citroensap niet weglaten, “want dan is het geen tabouleh meer”, je kon de olie niet weglaten… Het voorbeeld was precies wat ik nodig had om aan u uit te leggen wat me zo aantrekt in Libanon.

Lees verder “Libanon en tabouleh”

De meertaligheid der Romeinen

Romeinse meertaligheid: Latijns-Punische inscriptie uit Lepcis Magna (meer)

Deze week schrijf ik elke dag een stukje over, wel, de Romeinen. Ik zal zaterdag ingaan op het belang van re-enactment, dat voor velen een niet goed begrepen vorm is van wetenschapsvoorlichting, en ik wil zondag de vraag behandelen hoe de Romeinen ook na een eeuw of twintig nog relevantie zouden kunnen hebben – “What have the Romans ever done for us?

Op dat stukje vooruitlopend: de Romeinen waren altijd bereid dingen van anderen over te nemen en erkenden dat ook. Anders dan de Grieken, die bluften dat ze de dingen die ze overnamen beter deden, gaven de Romeinen hun culturele inferioriteit toe. Daarmee zetten ze een toon die in de Europese cultuur nog zou doorklinken tot in de zeventiende eeuw. Het Romeinse minderwaardigheidscomplex had als paradoxaal gevolg dat de romanisering van Anatolië en Syrië inhield dat de Griekse cultuur zich verspreidde.

Lees verder “De meertaligheid der Romeinen”