Ik blogde gisteren al over de Nijl, de grootste rivier uit de oude wereld, en beschreef toen de loop vanaf de bronnen tot aan de zee. Vandaag wat andere aspecten.
Overstroming
Zowel de Blauwe Nijl als de Atbarah, die ik gisteren noemde, ontspringen in het hoogland van Ethiopië, waar in de vroege zomer zware moessonregens vallen. Dit water stroomt noordwaarts en veroorzaakt de beroemde, vijf maanden durende overstroming van de Nijl. De oude Egyptenaren vergeleken deze vloed met de chaos van de oertijd.
Omdat ze de bronnen van de Nijl niet kenden, vroegen Griekse bezoekers zich af wat de oorzaak van dit fenomeen kon zijn. Herodotos noemt verschillende theorieën. Dat de noordenwind het water terugblaast, zoals Thales van Milete had beweerd, was onzin:
Afgelopen zaterdag organiseerde EOL in de Lokhorstkerk in Leiden een studiemiddag over klimaatwetenschap en migratie. Twee thema’s waarin momenteel dynamiek zit, al is het inmiddels niet meer zo heel erg verrassend. Iets vormt nieuws zolang de aard van ons inzicht verandert. Het antieke klimaat was daarvan een voorbeeld maar nu de wissel eenmaal is omgezet, komen de inzichten uit deze steeds minder nieuwe categorie binnen. Steeds meer, dat wel, maar verrassend is het niet meer. Boeiend blijft de materie wel. Het andere thema, migratie, kwam zaterdag wat minder uit de verf.
De twee jaar in Oezbekistan, waarover ik gisteren schreef, veranderden Alexander. In een onbekend land vocht hij tegen een vijand waartegen zijn eigen troepen niets konden uitrichten, terwijl zijn pas in dienst genomen Perzische cavalerie wel successen boekte. Dat leidde tot spanningen en toen Alexander probeerde wijzigingen in het hofprotocol aan te brengen om de Perzen wat meer ter wille te zijn, werd hij door de Macedoniërs tegengewerkt. Toen er versterkingen aankwamen, bleken dat vooral huurlingen uit Griekenland, wat niet op prijs werd gesteld door de Macedoniërs. In een poging de inheemse bevolking voor zich te winnen, trouwde Alexander met de lokale prinses Roxane en bruuskeerde daarmee zijn Perzische maîtresse Barsine en haar familie.
Alexander kon niet alle mensen tegemoet komen en zijn frustratie blijkt uit het radicale karakter van zijn maatregelen. Als Spitamenes werd gesteund door de bevolking, dan moesten die mensen maar worden gedeporteerd. Als er spanningen waren tussen Macedoniërs en Grieken, dan liet hij de laatsten achter als kolonisten. En toen Alexander bij een drinkgelag eens een vriend doodsloeg, was er niets aan de hand, want net als zijn vader Zeus was hij de belichaming van het recht. Het idee was hem aan de hand gedaan door de filosoof Anaxarchos, maar de auteur van een van onze bronnen, Arrianus, plaatste vraagtekens bij het denkbeeld:
De Griekse onderzoeker Herodotos was wat je noemt “intelligent maar geen intellectueel”. Hij mist de diepzinnigheid van de filosofen van zijn tijd en laat ook de vragen lopen waar een Aischylos mee worstelde. Maar Herodotos had een goed stel hersens en was niet beschroomd die te gebruiken. Zijn beschrijving van de sedimenten van de Nijl en zijn constatering dat Egypte in de loop van tien- of twintigduizend jaar was ontstaan uit rivierafzettingen, vormt een prachtig staaltje onbevooroordeeld en onbevangen nadenken. Zijn conclusie dat het land van de stroom was verkregen, werd spreekwoordelijk: Egypte wordt nog altijd aangeduid als “geschenk van de Nijl”.
De Egyptische rivier vormde in de Oudheid een beroemd raadsel. Niemand wist waar de bronnen waren en het moet gezegd dat Herodotos’ speculaties niet werkelijk correct zijn gebleken: redenerend dat de rivier symmetrisch was met de Donau, concludeerde hij dat de bronnen van de Nijl tegenover die van de Europese rivier moesten liggen, en aangezien hij die zocht in de Pyreneeën moest de Afrikaanse stroom beginnen in de Atlas. Hij had daarvoor overigens wel een serieuze aanwijzing: een rapport van een groep Nasamonen (een stam uit Libië) dat ze in het zuiden een grote stroom hadden gezien die van west naar oost stroomde. Een rivier waarin typisch Egyptische dieren leefden, zoals krokodillen. De Niger, weten wij, maar dat kon Herodotos niet weten.
Aan het einde van de zevende eeuw v.Chr. bezong de Griekse dichteres Sapfo de bruiloft van Andromache en Hektor. In dit gedicht (fr.44) noemt ze enkele geurstoffen, waaronder wierook, die ze aanduidt met het arabisme libanos. Ze gebruikte het leenwoord, dat bijdroeg aan een sfeer van exotische luxe, zonder toelichting: haar publiek wist wat wierook was en daaruit kunnen we afleiden dat de geurstof in Griekenland niet zeldzaam meer was. Dat blijkt ook uit het feit dat vanaf de achtste eeuw steeds meer wierookbranders en -altaren in gebruik kwamen.
Het was net de IJssel bij Zutphen, dacht ik, alleen was de stroom breder en was het landschap wijdser. Ik realiseerde me tegelijk hoe belachelijk de associatie was. Ik stond namelijk in Pakistan en keek uit over de rivier de Jhelum. Het was veertig graden en ik moest uitkijken voor tropenkolder.
Misschien was ik niet overweldigd door de warmte maar door het belang van de plaats: dit was waar de Macedonische koning Alexander de Grote in de vroege zomer van 326 v.Chr. de Indische radja Poros versloeg. Militair stelde die campagne weinig voor, maar religieus was ze des te significanter.
Het maken van speelfilms over de Oudheid – peplums in het Hollywood-Latijn dat ons in Gladiator ook ‘Roma victor’ gaf – is terug van weggeweest. Het tijdvak biedt immers een perfect excuus om geweld in beeld te brengen. En dat verkoopt. Gladiator bood weinig ander vermaak dan het spektakel dat destijds werd aangeboden in het Colosseum (van de plot of de karakterontwikkeling hoefde de film het althans niet te hebben). The Passion of the Christ toont twee uur lang hoe iemand wordt doodgemaakt. Terwijl ik dit stuk schrijf moet Troy nog in première gaan maar ik durf er ongezien een krat bier op in te zetten dat Brad Pitt, om het karakter van Achilleus recht te doen, niet de helft van de gezichtsuitdrukkingen hoeft te gebruiken die hij nodig had in de inmiddels klassieke eindscène van Seven. Het moet volstaan te kunnen matten, al weet ik dat hij zich zó in zijn rol inleefde dat hij letsel opliep aan uitgerekend zijn achillespees.
En dan komen er nog drie films aan over Alexander, de Macedonische koning die het Perzische Rijk onderwierp. Baz Luhrman, groot geworden met Heavenly creatures, Romeo and Juliet en Moulin rouge, lijkt de jonge veroveraar te tonen als een wereldverbeteraar die de mensheid wil verenigen, en met zijn homoseksuele geliefde Hefaistion nieuwsgierig zoekt naar de uiterste randen van de aarde. Luhrmans collega Oliver Stone, de regisseur van Platoon, JFK en Nixon, schetst een wranger portret: zijn Alexander schijnt een man te worden die aan zijn succes ten onder gaat en eindigt als paranoïde, wrede alcoholist. Ontevreden met deze portretten van Alexander als homo en despoot, heeft de Griekse overheid opdracht gegeven een film te maken met een Griek in de hoofdrol, een Griek (de debutant Atcheson) als regisseur, en een echt Grieks scenario waarin wordt getoond hoe Alexander –voor de gelegenheid tot Griek genaturaliseerd– de Griekse cultuur over de beschaving hunkerende wereld verspreidde.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.