De Friese vrijheid

Een blijde (Fries Museum, Leeuwarden)

De drie maanden die ik in 2018 doorbracht in Friesland behoren tot de gelukkigste van mijn leven. Ik heb er een zwak aan overgehouden voor het Fries Museum in Leeuwarden. En omdat ik de Middeleeuwen interessant vind zonder er heel veel van te weten, was ik blij dat er een expositie was over de Friese landen in de Late Middeleeuwen: Vrijheid, Vetes, Vagevuur. Voor het goede begrip: de Friese landen grensden rond 1000 in het zuidwesten aan de Rijn en in het oosten aan – naar keuze – de Dollard, de Jade, de Elbe of de Deense istmus. Het gaat in elk geval om het gebied langs de Waddenzee.

De Karolingen hadden de regio onderworpen en gekerstend, maar ze behield een zekere onafhankelijkheid. Echte onderwerping van het gebied zal voor de Ottoonse, Salische en Staufische vorsten ook weinig prioriteit hebben gehad. Het gebied lag perifeer. Bovendien grensde het aan zee, konden de bewoners zich betrekkelijk eenvoudig verplaatsen en had je er weinig aan de ruiterlegers die destijds het voornaamste instrument waren om gezag af te dwingen. Het zal keizer Sigismund niet heel zwaar zijn gevallen om in 1417 de de facto Friese vrijheid in een oorkonde ook de iure te erkennen. Een iets jongere tekst, het Fivelgoër handschrift, zegt het poëtisch:

De Friezen zijn vrij, zowel de geborenen als de ongeborenen, zolang de wind van de wolken waait en de wereld bestaat.

Lees verder “De Friese vrijheid” →

Kort Irakees (1): Al-Haytham

Al-Haytham

Ik kan over het reizen in Irak natuurlijk allerlei spannende verhalen vertellen. Over onze bewapende begeleider of over ons escorte. Dat klinkt allemaal heel stoer, maar de simpele waarheid is dat reizen in Irak zo avontuurlijk niet is. Hotels zijn goed, sanitair functioneert, eten is prima. weer is lekker, mensen zijn vriendelijk. En vooral: de mensen vinden het leuk dat je belangstelling toont voor hun land. Mooi zou ik het vlakke, vervuilde en verstedelijkte gebied tussen Eufraat en Tigris niet willen noemen, boeiend is het echter wel. Ik wil wat stukjes schrijven over alledaagse zaken die me opvielen. Gewoon, om tegenover het vele nare nieuws over Irak eens wat positiefs te zetten.

Al-Haytham

Eerst maar eens iets over het bovenstaande bankbiljet van 10.000 dinar, een kleine zes euro. Daar kun je met z’n tweeën prima van lunchen in de plaatselijke horeca. De afgebeelde persoon is de Irakese geleerde Al-Haytham, die leefde van 965 tot 1039. Op andere bankbiljetten staan beroemde gebouwen en de Wetten van Hammurabi (waarover binnenkort meer). Zoals zoveel landen gebruikt Irak zijn geld om mensen iets te tonen waarop elke ingezetene trots kan zijn. En Al-Haytham, die in West-Europa bekendstaat als Alhazen, verdient de onderscheiding dubbel en dwars. Hij is de grondlegger van de optica. Maar er is meer.

Lees verder “Kort Irakees (1): Al-Haytham” →

Geliefd boek: Het hoofdkussenboek

Jarenlang bezat ik een Engelse vertaling van de Japanse klassieker The Pillow Book waaruit ik regelmatig stukjes las, maar die Britse pocket viel langzamerhand uit elkaar. Toen in 2018 een Nederlandse vertaling verscheen, heb ik die meteen gekocht: Sei Shonagon, Het hoofdkussenboek. Over de nauwkeurigheid van de vertaling kan ik niet beoordelen, maar het Nederlands leest erg prettig. Uit een vergelijking met de Engelse vertaling blijkt dat de Belgische vertaler Jos Vos (1960) in voetnoten vaak een betere uitleg geeft bij passages. Daarvoor had hij jaren besteed aan de integrale vertaling van een ander klassiek Japans meesterwerk Het verhaal van Genji uit dezelfde periode en geschreven door de schrijfster Murasaki Shikibu.

Sei Shonagon leefde ongeveer tussen 966 en 1017. Ze was de dochter van een provinciegouverneur, een niet erg hoge ambtelijke rang. Ze was in dienst van keizerin Teishi tussen ongeveer 993 en 1000. De vertaler merkt op dat Het Hoofdkussenboek getuigt van een hoogst elegante levensstijl maar dat de houten gebouwen bijna ‘spartaans’ waren en in de winter verschrikkelijk koud. Bovendien was het overheersende dieet zo karig dat zelfs de adel last had van ondervoeding. Geen wonder dat Het Hoofdkussenboek (…) niet een lijstje bevat van ‘dingen die lekker zijn om te eten’, merkt de vertaler op.

Lees verder “Geliefd boek: Het hoofdkussenboek” →

Middeleeuws Dordrecht

Wie het boek De oudste stad van Holland van mediëvist Henk ’t Jong ter hand neemt, ziet in één oogopslag waarom het onderstaande stukje geen recensie is. Ik sta namelijk vrij prominent op de achterflap omdat ik vrij enthousiast heb geschreven over het vorige boek van ’t Jong, De dageraad van Holland. Maar ook als ik niet positief vooringenomen zou zijn over zijn nieuwste geesteskind, ook als ik Henk niet persoonlijk zou kennen, ook als Henk niet een vaste bezoeker was van deze blog, zou ik nu een mooi stuk schrijven. De oudste stad van Holland is namelijk opnieuw een aanrader.

Die oudste stad is Dordrecht. En laat ik meteen het voornaamste enige minpunt noemen aan ’t Jongs boek: de auteur is er nogal op gebeten dat de burgemeester van Geertruidenberg het in 2011 heeft bestaan te beweren dat niet Dordt maar D’n Bèrrig de oudste stad van Holland zou zijn. Ik begrijp dat er een patat-en-frietse twist tussen de twee gemeentes bestaat, en ik weet dat het ’t Jong echt dwars zit, maar disputen over de schaduw van een ezel zijn oninteressant. En dan ga ik nu de loftrompet steken.

Lees verder “Middeleeuws Dordrecht” →

Al-Hakim

Fatimidisch kristal (Louvre, Parijs)

Het was diep in de nacht van de 27e shawwal van het jaar 411 volgens de islamitische jaartelling ofwel 13 februari 1021, toen kalief Al-Hakim bi-Amr Allah zijn paleis verliet, gezeten op zijn grauwe ezel Qamar, “maan”, en vergezeld door twee dienaren. Het zou een veelbewogen nacht worden.

Kalief Al-Hakim was een wonderlijke man. Hij behoorde tot de Fatimidische dynastie, waarvan de heersers de sji’itische islam propageerden. Alleen niet in de vorm zoals die tegenwoordig in vooral Iran bestaat, maar in de zogenaamde Ismaëlitische stroming. Zoals wel meer shi’itische leiders keerde hij zich tegen de soennieten en was hij tolerant voor joden en christenen. In 1004 was aan dat beleid echter een einde gekomen. Hij verbood de christelijke feestdagen en ook mochten mensen geen wijn meer drinken, wat zowel voor christenen als joden problemen opleverde. Ook kwamen er kledingvoorschriften: niet-islamitische vrouwen dienden bijvoorbeeld één rode en één zwarte schoen te dragen.

Lees verder “Al-Hakim” →

Notger van Luik

Evangeliarium van Notger van Luik (Grand Curtius Museum, Luik)

“Luik, je hebt Christus te bedanken voor Notger,” schrijft Notgers anonieme biograaf, “en je hebt Notger te bedanken voor al het overige.” Daarmee zei de auteur van de Vita Notgeri geen woord teveel. Keizer Otto I de Grote had de monnik uit Sankt Gallen in 971 benoemd tot bisschop van Luik en hoewel deze zijn keizer en daarna diens opvolger Otto II, vervolgens regentes Theophanu en tot slot de jonge Otto III altijd loyaal heeft gediend, was hij niet blind voor de belangen van zijn bisdom. In de jaren na de dood van Otto II steunde hij Theophanu door dik en dun, maar wat hij voor haar veroverde, voegde hij vaak toe aan zijn eigen gebieden, zoals Hoei en een deel van de Haspengouw. Hiermee werd hij de grondlegger van wat later het prinsbisdom Luik zou zijn. In zijn hoofdstad bouwde hij diverse kerken, een paleis en een omwalling.

De man was creatief. Een mooi verhaal – ik sta niet in voor de betrouwbaarheid – is dat over de belegering van het bergfort Chèvremont (bij Chaudfontaine), waar hij zijn tegenstanders een gevechtspauze toestond in verband met een bevalling. De volgende dag vroegen die tegenstanders hem of hij dan de doop wilde komen verzorgen, want ze erkenden weliswaar zijn wereldlijke gezag niet, maar hij was wel de hoogste aanwezige geestelijke. Notker stemde in en toog naar de burcht met een grote groep monniken, die bij nader inzien soldaten bleken te zijn, waarmee hij het garnizoen al snel had overmeesterd.

Lees verder “Notger van Luik” →

De kerken van Armenië

Kecharis
Kecharis

Er is veel goeds over Armenië te vertellen, maar één ding is toch wat minder: het erfgoedaanbod is een tikje eenzijdig. Ik heb niet geturfd wat ik hier bij drie bezoeken zoal heb gezien, maar middeleeuwse kerkgebouwen zijn sterk oververtegenwoordigd. Niet helemaal onlogisch, want de kerk vormt de belichaming van de nationale identiteit, maar je zou als toerist ook weleens iets anders willen zien dan wéér zo’n kerkje.

Dat gezegd zijnde, de kerken van Armenië zijn wel heel erg mooi. En sober. Als er al decoratie is, is die aan de buitenzijde aangebracht in de vorm van banden met reliëfs. Je vindt binnen geen iconen, geen ikonostasis, geen standbeelden, geen orgel en geen gebrandschilderde ramen, maar juist doordat deze kerkgebouwen kaal en donker zijn, hebben ze een bepaalde sereniteit. En in elk geval ik, die in Nederland al hoorndol word als iemand zit te praten in een stiltecoupé, ben daar gevoelig voor.

Lees verder “De kerken van Armenië” →

Byzantium, een onbegrepen wereldrijk

Athene, Tempel van Zeus
Resten van het Byzantijnse Rijk in Athene: een huisje op de Tempel van Zeus

Vandaag rond ik mijn reeks stukjes over het Byzantijnse Rijk af met een lief verhaaltje over de bovenstaande gravure, gemaakt door de Beierse schilder Johann Michael Wittmer, die in 1833 Athene bezocht, één jaar nadat de Beierse prins Otto de eerste koning was geworden van het onafhankelijke Griekenland. U herkent links de Akropolis met het Parthenon, in het centrum de Boog van Hadrianus en in de voorgrond de Tempel van Zeus.

Wellicht ziet u wat er mis is: op de dwarsbalk boven de enorme zuilen staat een rare structuur die daar onmogelijk kan behoren. Het past eenvoudigweg niet in een Griekse tempel en bij een latere restauratie is dit uitstulpsel, de hut van een pilaarheilige à la Simeon de Styliet, verwijderd. Aan het begin van de twintigste eeuw waren er in Athene nog oude mensen die zich uit hun jeugd de pilaarheilige herinnerden.

Lees verder “Byzantium, een onbegrepen wereldrijk” →

Ani

De oude Armeense hoofdstad Ani, nu in Turkije, gezien vanaf de Armeense grens

De Armeniërs waren er eeuwenlang in geslaagd buiten het Seleukidische, Parthische, Romeinse en Sassanidische Rijk te blijven, maar eind vierde eeuw begonnen de Romeinen en de Sassanidische Perzen met de geleidelijke annexatie van het oeroude koninkrijk. In 428 was de Armeense deling voltooid, al zijn de Armeniërs nog enkele keren in opstand gekomen, ook tegen de opvolgers van de Romeinse en de Perzische rijken: Byzantium, het kalifaat van Damascus en het kalifaat van Bagdad.

Eén van die opstanden leidde in 884 tot het herstel van de onafhankelijkheid onder leiding van koning Ashot I de Grote, die erkenning afdwong door de kalief en de keizer. Zijn dynastie staat bekend als die van de Bagratiden en hun hoofdstad was vanaf 952 Ani, gelegen in Turkije, in het niemandsland richting Armenië. Hoewel het Bagratidische koninkrijk intern verdeeld was en uiteenviel in vijf deelrijkjes, bleef Ani gelden als de mooiste en belangrijkste stad van de Armeniërs. Het was de plek waar kunstenaars naartoe trokken.

Lees verder “Ani” →

Byzantijnse krabbel (9): Klassieken

Liefde voor de klassieken: reliëf van de heidense god Pan uit de elfde eeuw (Bode-Museum, Berlijn)

De speurtocht naar de herkomst van de uitdrukking “de wijze van Chaironeia” afgelopen weekend had een leuk gevolg: op Facebook attendeerde iemand me op een charmant gedichtje van de Byzantijnse auteur Johannes Mauropous, “Zwartvoet”, de bisschop van Euchaita in oostelijk Anatolië. U moet hem kort na het jaar 1050 plaatsen; hij was een vriend van de Michael Psellos over wie ik al eens eerder schreef.

Liefde voor de klassieken

Het gedichtje hieronder trof me omdat het zo aardig weergeeft hoe middeleeuwers dachten over de geleerden uit de Oudheid. De tekst is wat corrupt overgeleverd, maar de strekking is duidelijk. De  vertaling is voor de gelegenheid gemaakt door Hein van Dolen.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (9): Klassieken” →