Dageraad van Holland

Ik weet niet meer hoe ik Henk ’t Jong heb leren kennen – online, ongetwijfeld – maar ik weet wel dat we elkaar voor het eerst hebben ontmoet in een restaurant op een bovenverdieping van het Groot Handelsgebouw in Rotterdam, genietend van het uitzicht op het station en de prachtige wolkenkrabbers. We ontdekten dat we het redelijk eens waren maar toch niet dezelfde visie hebben op geschiedenis. Dat doet er ook niet zoveel toe. Ik mag die ouwe brompot wel.

Hij weet namelijk waar hij het over heeft en is niet bang een impopulair standpunt in te nemen. Een historicus moet immers onbevangen, integer en onafhankelijk zijn en een trog een trog en een vijg een vijg noemen. Zoals op zijn blog Apud Thuredrech, waarin ’t Jong hier het standpunt weerlegt dat geschiedenis vooral een verhaal zou zijn. Wat het wel is:

Geschiedschrijving is het beschrijven van gebeurtenissen uit het verleden, hun oorzaken en gevolgen, gebaseerd op bronnen- en literatuuronderzoek, zonder de lege plekken op te vullen met fantasie of romantische verklaringen.

Ik licht deze zin eruit omdat dit precies is hoe ’t Jong te werk gaat in het eerste boek dat ik van hem lees, zijn pas verschenen De dageraad van Holland.

Lees verder “Dageraad van Holland”

Byzantijnse krabbel (11): Bogomielen

De obelisk in de hippodroom van Constantinopel

In mijn reeks stukjes over het Byzantijnse Rijk nu een wat minder vrolijk verhaal. Het komt uit de Alexias van Anna Komnene, de dochter van keizer Alexios I Komnenos (r.1081-1118). Hij is de man die orde op zaken probeerde te brengen – en ook eigenlijk een heel eind kwam – na de catastrofale crisis na de Byzantijnse nederlaag tegen de Turken bij Manzikert in 1071. Alexios werd geconfronteerd met het ene probleem na het andere: Turken in Anatolië, een aanval van de Normandiërs van Sicilië, strooptochten van de Petsjenegen en tot overmaat van ramp de doortocht van de ridders van de Eerste Kruistocht.

Alexios wist de crises te overleven en het rijk enigszins te herstellen. Zijn dochter deed er verslag van in een van de lezenswaardigste geschiedwerken uit de Middeleeuwen. (De titel Alexias is een woordspeling op Ilias en ik houd daarom niet van de meer gangbare weergave Alexiade.) Anna heeft echter meer te vertellen dan verhalen over politiek en oorlog. Bijvoorbeeld over de bogomielen, een religieuze groep op het Balkanschiereiland.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (11): Bogomielen”

Priester Hendrik

Priester Hendrik (beeld: Carsten Eggers)

Toen ik onlangs door Rijnsaterwoude – dat ligt op de grens van Zuid- en Noord-Holland – kwam fietsen, zag ik daar bij de kerk het bovenstaande standbeeld. Ik remde meteen, want dit beeld had ik vaker gezien. Alleen: dat was in de buurt van Hamburg. Wat deed priester Hendrik, want over hem hebben we het, in Rijnsaterwoude bij de kerk?

Het zit zo. De twaalfde-eeuwse priester Hendrik had geleerd hoe je een cope aanlegde, een veenontginning. Het eerste wat jij als locator (“projectmanager”) deed was een team samenstellen van laten we zeggen twintig mensen die als boer aan het werk wilden maar geen land bezaten. Je trok dan langs een kreek het veen in en zocht een plek om een dorpje te stichten. Op de oever bouwde je dan een lang lint van twintig huizen, zo om de honderd meter één, en halverwege die huizen begon je sloten te graven, haaks op het veenstroompje, het veen in.

Lees verder “Priester Hendrik”

NWA: Receptiegeschiedenis

Justinianus kondigt de codificatie van het Romeins Recht aan. Miniatuur uit de Mainzer editie van 1477, waarvan een exemplaar (vastgebonden aan een ketting) is te zien in de Librije van de Walburgiskerk in Zutphen.

In mijn reeks rond de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) behandel ik vandaag twee vragen tegelijk. De tweede is namelijk een deel van het antwoord op de eerste. De eerste vraag is deze:

Waarom is middeleeuws Europa cultureel zo homogeen?

Ik vind dit een ontzettend leuke vraag omdat, zoals de vragensteller ook aangeeft, de Middeleeuwen op het eerste gezicht helemaal zo homogeen niet zijn. Er is nogal wat verschil tussen Castilië en Brandenburg, tussen Schotland en Beieren, tussen Sicilië en de Lage Landen. Desondanks was er – althans dat denk ik – tegelijk wél een culturele eenheid: in een abdij, aan een universiteit of aan het hof van een koning konden mensen uit Engeland, Zweden, Aragón en Italië met elkaar converseren.

Hoe kwam dat? Is dat de erfenis van de Romeinen, is dat de rol van de Kerk, komt dat door handelscontacten, of door migratie? In hoeverre werkten dat soort zaken samen en welke dynamiek stond hieraan ten grondslag?

Lees verder “NWA: Receptiegeschiedenis”

Abbasiden en Turken

Modern beeld van Al-Khwarizmi in Khiva
Modern beeld van Al-Khwarizmi in Khiva

Zoals ik eerder aangaf, kan de geschiedenis van Centraal-Azië schematisch worden samengevat in “vier vegen”. De eerste daarvan is een noord-zuid-beweging: de migratie van de Indo-Europeanen waardoor de regio een eenheid werd. De tweede “veeg” is vanuit het zuidwesten naar het noordoosten en is de komst van de islam. Hiermee kwam de religieuze identiteit vast te liggen. De derde beweging was noordoost-zuidwest: de etnische grenzen werden getrokken toen de Mongolen kwamen. Tot slot was er een noordwest-zuidoost-veeg, toen de Russen het gebied in handen kregen en de staten werden gevormd. Ik heb in de eerdere stukjes (1, 2, 3, 4, 5) de eerste twee vegen geschetst en vandaag heb ik het over de islamitische tijd.

De islam was de dominante godsdienst in Iran, in Oezbekistan en in de oases in het zuiden van wat nu Turkmenistan heet. De Abbasidische kalief zond gouverneurs naar het gebied, die soms wat trouwer aan Bagdad waren, soms wat meer hun eigen koers voeren en uiteindelijk de heerser der gelovigen alleen nog in naam erkenden. Ondanks het afbrokkelende centrale gezag maakte het feit dat je overal terecht kon met Arabisch, de bloei van de wetenschappen en kunsten mogelijk.

Lees verder “Abbasiden en Turken”

Langs de Zijderoute (3)

Het mausoleum van Abd ol-Azim in Reyy
Het mausoleum van Abd ol-Azim in Reyy

In mijn eerste stukje over de Iraanse Zijderoute van Teheran naar Mashhad vertelde ik dat dit gebied, zolang de Arabische legers streden in wat nu Turkmenistan en Oezbekistan heet, strategisch belangrijk was. De kalief in Damascus zag daarom toe op de islamisering en faciliteerde deze door bijvoorbeeld de bouw van de moskee in Damghan. In het tweede stukje gaf ik aan dat het belang van dit gebied de bewoners in staat stelde de islam te aanvaarden op hun eigen voorwaarden, en dat zij hun steun gaven aan de afstammelingen van Mohammed, die terzijde waren geschoven toen de Umayyaden het kalifaat naar zich toe hadden getrokken.

Rond het midden van de achtste eeuw slaagden de moslims van de Zijderoute erin de Abbasiden aan de macht te brengen: een zijtak van de familie van de profeet, residerend in Bagdad. Als de gelovigen hadden gemeend dat nu de vraag wie moest heersen voorgoed ten grave was gedragen, kwamen ze bedrogen uit. Er bleven er die vonden dat het familiehoofd van de hoofdtak, de imam, moest heersen. Kalief Al-Ma’mun heeft daarmee ook ingestemd en heeft de achtste imam, Reza, aangewezen als opvolger. In 818 overleed deze echter in Mashhad – door vergiftiging, zoals zijn aanhangers wisten.

Lees verder “Langs de Zijderoute (3)”

De joden van Afghanistan

Het lemma “Afghanistan” in de 2007-editie van de Encyclopaedia Judaica is op één zinnetje na identiek aan het artikel uit de editie van 1971. Dat is ook niet zo vreemd, want het oorspronkelijke stuk eindigde met een beschrijving van een vervolging die de omvang van de joodse gemeenschap al had gereduceerd tot driehonderd. Het enige dat de redacteur van het artikel in 2007 nog hoefde toe te voegen, was het zinnetje dat er in 2005 in Afghanistan nog één jood over was.

De Afghaanse joden hebben er niet lang geleefd. Het gaat om een groep die in 1839 in de Perzische heilige stad Mashhad de keuze kreeg tussen bekering tot de islam en emigratie, en koos voor het laatste. Ze vestigden zich in de grote Afghaanse steden, tot in 1933 ook daar vervolgingen begonnen. Toen hun in 1950 werd toegestaan te emigreren, verhuisden ze naar de staat Israël. En nu is er dus nog één over.

Lees verder “De joden van Afghanistan”

Omar Khayyam (2)

Het (moderne) graf van Omar Khayyam in Nishapur

In mijn vorige blogpost introduceerde ik de Perzische dichter Omar Khayyam (1048-1131), wiens kwatrijnen door J.T.P. de Bruijn zijn vertaald onder de titel De ware zin heeft niemand nog verstaan (2009 Bulaaq). Ik wees op Omar Khayyams vele verwijzingen naar het drinken van wijn. Die kunnen letterlijk worden genomen maar ook figuurlijk, als een mystieke verwijzing naar de gelukzaligheid van een islamitische mysticus die zich in God geborgen weet. Maar was de dichter een mysticus?

Dat valt nog niet zo makkelijk uit te maken. Hij heeft veel geschreven, maar het meeste is wetenschappelijk van aard. Omar Khayyam was namelijk vooral wiskundige en astronoom. In die laatste hoedanigheid is hij verantwoordelijk voor een kalenderhervorming en het is mogelijk dat hij begreep dat de aarde om zijn as draaide; als wiskundige wist hij oplossingen te vinden voor veel tot dan toe onbegrijpelijke derdegraadsvergelijkingen. Daarover is veel meer te vertellen, en ik zal nog een stukje schrijven over een heel bijzondere toepassing, maar de wetenschappelijke teksten leveren ons, zo lijkt het op het eerste gezicht, weinig op als we ’s mans religieuze opvattingen willen kennen en zijn kwatrijnen begrijpen.

Lees verder “Omar Khayyam (2)”

Omar Khayyam (1)

Moderne buste van Omar Khayyam

Een tijdje geleden kreeg ik van mijn ouders de mooie Nederlandse vertaling die J.T.P. de Bruijn heeft gemaakt van de kwatrijnen van Omar Khayyam, De ware zin heeft niemand nog verstaan (2009 Bulaaq). Een goed gevonden cadeau, want ik houd erg van deze poëzie en heb om die reden tweemaal in het Iraanse Nishapur een bezoek gebracht aan het graf van de dichter, die leefde van 1048 tot 1131.

Misschien houd ik van Omar Khayyam omdat ik te weinig geduld heb om me echt in een gedicht te verdiepen. Ik ben daardoor makkelijk te imponeren en het moet gezegd: het kwatrijn is een dichtvorm waarmee je de meest platvloerse gedachten nog iets kunt laten lijken. In de woorden van Drs.P.:

Lees verder “Omar Khayyam (1)”

De keizers van het Byzantijnse Rijk

Het hof van het Byzantijnse Rijk (op een reliëf uit Istanbul).

Ik heb de woorden van de Duitse filosoof Georg Hegel al eens eerder geciteerd: de geschiedenis van het Byzantijnse Rijk was

eine tausendjährige Reihe von fortwährenden Verbrechen, Schwächen, Niederträchtigkeiten und Charakterlosigkeit.

Andere negentiende- en twintigste-eeuwse auteurs hebben soortgelijke uitspraken gedaan. Moderne auteurs over het onderwerp nemen deze opmerkingen vaak als uitgangspunt om aan te geven hoe sterk onze opvattingen sindsdien zijn veranderd.

Zo ook Hein van Dolen in zijn sympathieke Een kleine geschiedenis van het Byzantijnse Rijk. Hij begint met de constatering dat het onderwerp “verwaarloosd en ondergewaardeerd” is geweest, wijst erop dat dit beeld de afgelopen halve eeuw radicaal is gekanteld en neemt de lezer vervolgens mee door een geschiedenis van ruim elf eeuwen.

Lees verder “De keizers van het Byzantijnse Rijk”