Kimbren en Teutonen

Helmen uit de Deens Bronstijd (dus te oud om Kimbrisch te zijn) (Nationaal Museum, Kopenhagen)

Aan het einde van de tweede eeuw trokken de Kimbren en Teutonen dwars door Europa. Ik noemde ze vorige week, toen ik vertelde dat Marius ze uiteindelijk had verslagen. Maar waar kwamen ze vandaan? Die vraag is verwant met de vraag wie ze waren. De naam Teutonen is Germaans en betekent zoiets als “het volk”. Dat past goed bij het beeld dat we hebben van een grote groep mensen die op drift zijn geraakt: een samenraapsel van ontheemden. De naam Kimbren is wel in verband gebracht met een Germaans woord *himbra-, dat “bewoners” betekent, wat best waar kan zijn. In elk geval vertrokken ze van Jutland, waar een eeuw later nog Kimbren woonden. Kortom, we lijken te maken te hebben met grote groepen noordelingen die, op zoek naar een beter leven, naar het zuiden trokken.

Lees verder “Kimbren en Teutonen”

Ambiorix tegen Caesar

Nog minder dan Dirk Zwysen heb ik de wetenschappelijke bagage om Ambiorix tegen Caesar van Robert Nouwen te recenseren. Zulke bijkomstigheden hebben me er nooit van weerhouden om luidkeels mijn mening te verkondigen. Bovendien heeft elk nadeel zijn voordeel, dus vertrouw ik op mijn onbevangenheid en het feit dat ik een paar geschiedenisboeken heb gelezen. Over de wetenschappelijke kwaliteit zal ik me niet uitlaten. Nouwen heeft een CV om u tegen te zeggen, dus ik ga er voetstoots van uit dat de feiten en de methode in orde zijn. Voor mij telt de vraag: klopt JonaL’s conclusie dat we  het boek zullen lezen zonder spijt en met vrucht?

Vraagstelling

De inleiding belooft veel. Op de Blauwe Maandag die ik aan de universiteit heb doorgebracht is mij bijgebracht dat elk wetenschappelijk onderzoek begint met een vraagstelling. Die verwacht ik dan ook aan te treffen in de inleiding. Ik citeer:

Lees verder “Ambiorix tegen Caesar”

De tempel van Elagabal in Rome

De schaarse resten van de tempel van Elagabal

Een van de meest curieuze personen uit de Oudheid was de kindkeizer Heliogabalus (r.218-222). Die heette eigenlijk Varius Avitus Bassianus, maar toen hij eenmaal keizer was, noemde iedereen hem Antoninus. De naam waaronder hij beroemd is geworden, Heliogabalus dus, is een verbastering van de naam van de door hem vereerde Syrische zonnegod Elagabal. Dat is ook al niet de echte naam van die god, want die heette in het Aramees Ila ha-Gabal, “heer van de berg”. De bijnaam Heliogabalus is daarvan dus een verbastering. Weliswaar zou Elagabalus meer voor de hand hebben gelegen, maar met het ietwat onlogische eerste element verwijst de weergave ook naar de Griekse zonnegod Helios.

Kortom: er was een kindkeizer die we gemakshalve Heliogabalus noemen en die vereerde een zonnegod die we Elagabal noemen.

Wie een mooi boek wil lezen over Heliogabalus’ wonderlijke regeringsperiode, kan terecht bij Louis Couperus. Zijn roman De berg van licht (1905) is in feite een omgekeerde Stille kracht: in het laatstgenoemde boek gaat een westerling ten onder in de Oost, in De berg van licht gaat een oosterling ten onder in het Westen. Het is trouwens interessant hoe Couperus een Syrische wereld toont waarin androgyniteit zo niet geaccepteerd dan toch denkbaar was. Wie nu fronst bij non-binariteit, zou eens Couperus kunnen gaan lezen.

Lees verder “De tempel van Elagabal in Rome”

IJsonderzoek en boorkernen

Voor ijsonderzoek  gebruikt men schepen als de G.O. Sars

Op 26 juni j.l. schreef Jona Lendering hier een blog over zogenoemd ijsonderzoek. Dit is een relatief nieuwe archeologische discipline. Citaat:

Het principe lijkt op dat van jaarringonderzoek. Elke winter valt er sneeuw en in het hooggebergte en in de poolgebieden blijft die liggen. Het verandert in een ijslaagje, en dat bevroren hemelwater biedt een aanwijzing voor de samenstelling van de atmosfeer. We beschikken bij mijn weten over drie meterslange boorkernen, alle drie uit Groenland.

Kortom, er moeten dus eerst boorkernen verzameld worden waaruit men vervolgens conclusies kan trekken.

Lees verder “IJsonderzoek en boorkernen”

Het Getty Museum (2)

In een tuin van het Getty Museum

Het Getty Museum in Malibu liet, zo zagen we in het vorige stukje, rijke Amerikanen bij kunsthandelaar Robert Hecht eenvoudige oudheden kopen, die ze vervolgens schonken aan het museum. Dat dreef, door een wetenschappelijke publicatie te doen, de prijs op, waarna de donateurs een enorme belastingaftrek konden opvoeren.

Arthur Houghton

Door de groei van het museum vond de Trust het wel nodig een nieuwe museumdirecteur te benoemen. Conservator Jiří Frel kon het met hem niet goed vinden en zorgde ervoor dat hij een assistent kreeg die als buffer moest fungeren. Dat pakte verkeerd uit, want deze Arthur Houghton vertelde de Trust over de door Frel ontworpen donatieconstructie. De bestuurders van de Trust besloten de zaak binnenshuis te houden en stuurden Frel met behoud van salaris terug naar Europa.

Houghton werd echter ook aangestoken door de Getty-cultuur en bedacht het principe van de ‘optische’ due dilligence: het museum deed zogenaamd oprecht onderzoek naar de herkomst van mogelijke aankopen en zorgde er voor dat iedere aankoop een ‘betrouwbare’ herkomst had. Maar het museum lette er ook op dat er niet te diep onderzoek werd gedaan naar een mogelijk onbetrouwbare en illegale herkomst. Op deze manier zou het museum nooit iets te verwijten zijn.

Lees verder “Het Getty Museum (2)”

Het Getty Museum (1)

Het Getty Museum in Malibu: de nagebouwd Villa dei Papiri uit Herculaneum.

In 2005 werd Marion True, conservator van de klassieke afdeling van het Getty Museum, in Italië aangeklaagd voor betrokkenheid bij de handel in illegale oudheden. In hun in 2011 verschenen boek Chasing Aphrodite beschreven de Los Angeles Times-journalisten Jason Felch en Ralph Frammolino dat True niet alleen handelde en dat er veel meer mis was bij het Amerikaanse museum. De gang van zaken blijkt te passen in een criminologisch model dat corruptie bij instellingen beschrijft.

Het Getty Museum

De stichter van het museum, J. Paul Getty (1892-1976), legde zelf al de basis voor hebzucht en vriendjespolitiek binnen de organisatie. Rijk geworden in de olie-industrie was hij begonnen met het verzamelen van oudheden. Aan een eigen museum had hij geen moment gedacht. Het was zijn accountant die met het idee kwam: schenkingen aan andere musea leverden immers belastingvoordelen op, en als hij zijn eigen museum zou beginnen zou hij nog veel meer aftrekposten krijgen. Getty liet daarop bij Los Angeles een museum bouwen dat was gebaseerd op de Villa dei Papyri in Herculaneum. Ondanks zijn rijkdom kon Getty zeer gierig zijn: airconditioning in het museum vond hij te duur en zijn museummedewerkers moesten bij wijze van spreken de aanschaf van de spreekwoordelijke puntenslijper verantwoorden. Tegelijkertijd overwoog hij afluisterapparatuur te installeren om te kunnen horen wat medewerkers zeiden.

Lees verder “Het Getty Museum (1)”

Het Nieuwe Rijk van Egypte

Hatshepsut (Medelhavsmuseet, Stockholm)

Ik heb al eerder geschreven over de driedelige History of Ancient Egypt van John Romer. Het eerste deel (2013) vertelde het fascinerende verhaal van het ontstaan van de cultuur van de farao’s: zeg maar de Naqada-tijd, de unificatie van de Nijlvallei en uiteindelijk de bouw van de Grote Piramide. Het tweede deel, verschenen in 2017, vond ik heel sterk: het vertelde niet alleen het verhaal van het Oude Rijk, de Eerste Tussentijd en het Middenrijk, maar toonde ook hoe het beeld dat wij hebben van de Bronstijd, is geschapen door de negentiende-eeuwse archeologen. Ik was diep onder de indruk van dat boek. Ik wou dat ik zoiets kon schrijven.

Egypte zonder Egyptenaren

En nu is er het derde deel, waarin Romer het Nieuwe Rijk behandelt. Zeg maar de Dynastieën Vijftien tot en met Twintig. Opnieuw biedt Romer naast het verhaal over het oude Egypte een analyse van de wijze waarop onze kennis uit vondsten en teksten is opgebouwd én de wijze waarop ons beeld door negentiende-eeuwse en twintigste-eeuwse geleerden is gevormd. Dat zijn vrijwel allemaal Fransen, Duitsers en Britten; Labib Habachi is de enige Egyptenaar waar Romer aandacht aan besteedt.

Lees verder “Het Nieuwe Rijk van Egypte”

Een balsamarium uit Limburg

Balsamarium (Gallo-Romeins Museum, Tongeren)

Vorige maand fietste ik van Lanaken naar Tongeren en kwam ik door Vlijtingen, een dorpje even benoorden Riemst, dat op zijn beurt ligt aan de Chaussée Brunehaut, de grote weg tussen Tongeren en Maastricht. De naam Vlijtingen zei me iets, maar het wilde me maar niet te binnen schieten. Nu ineens realiseer ik me dat het bovenstaande hoofdje daar is gevonden. Het is een centimeter of 15 hoog en is te zien in het Gallo-Romeins Museum.

Balsamarium

Het is niet zomaar een hoofdje maar een zogeheten balsamarium, een bronzen potje voor geurige zalf of olie. Het moet afkomstig zijn uit een van de vier nabijgelegen Romeins landgoederen en wordt volgens het bordje in het museum gedateerd in de tijd tussen pakweg 90 en 300. En het stelt iemand voor uit Nubië, herkenbaar aan het kapsel. De twee hoorntjes die daar bovenuit lijken te steken, zijn eigenlijk de oren van het vaasje. Daar tussen ligt, als de kruin op het hoofd, het dekseltje.

Lees verder “Een balsamarium uit Limburg”

Snapshots uit Libanon

Iedereen in Libanon is fan van de zangeres Fayruz

Het is niet mijn opzet u iedere dag lastig te vallen met informatie over Libanon, maar toevallig maakt de onvermoeibare Kees Huyser net vandaag de vijftien filmpjes af die mijn vriendin en ik onlangs opnamen. Verwacht geen Hollywoodproductie! Het idee om weer eens filmpjes te maken, zoals we in Irak en Byblos en Zuid-Frankrijk deden, werd vorige maand ter plekke geboren. We hadden alleen een draagbare telefoon bij ons. Het zijn maar snapshots.

Zelf moet ik altijd denken aan de gonzojournalistiek van Hunter S. Thompson, die voorwendde in plaats van uitgewerkte verhalen zijn on the spot geschreven aantekeningen in te sturen. Die verhalen waren veel geredigeerder dan hij beweerde, en als mijn filmpjes ergens op lijken, komt dat ook door redactie: ze zijn dus de verdienste van Kees, die traditiegetrouw de filmpjes wat stabiliseerde, foto’s toevoegde en aan het begin een optiteling en aan het einde een aftiteling maakte.

Lees verder “Snapshots uit Libanon”

Absence of evidence is not evidence of absence

Niet gebouwd door aliens

De vuistregel is vermoedelijk het bekendst uit de bijbelse archeologie: absence of evidence is not evidence of absence. Het gezegde is vaak ingeroepen geweest ter verklaring van een beruchte asymmetrie in ons bewijsmateriaal: terwijl de Bijbel het heeft over een groot koninkrijk ten tijde van David en Salomo, is daarvoor geen archeologisch bewijs. We hebben momenteel twee buitenbijbelse vermeldingen van David als voorvader van de dynastie van het koninkrijk Juda (één, twee) en nul verwijzingen naar Salomo. Geen enkel kleitablet, niets.

Dit probleem is al ruim een eeuw bekend. Een eeuw waarin bijvoorbeeld in Megiddo alvast enkele stallen zijn toegeschreven aan Salomo, zonder dat er bewijs was voor diens historische bestaan. De gedachte was: goed doorgaan met spitten, we vinden nog weleens onweerlegbaar bewijs dat Salomo een historisch personage is geweest. Het ontbreken van bewijs gold dus niet als bewijs dat er nooit iets was geweest.

Lees verder “Absence of evidence is not evidence of absence”