Saturnus Africanus (1)

Saturnus Africanus (Musée du Bardo, Tunis)

Je hoeft geen Latijn te kennen om te begrijpen dat “Saturnus Africanus” de godheid Saturnus is zoals die werd vereerd met Afrikaanse rituelen. Wie Tunesië, Algerije of Marokko bezoekt, kan niet om deze Romeinse godheid heen, al was het maar omdat hij staat vermeld in bijna 2500 gepubliceerde Latijnse inscripties, gevonden van Karthago in het oosten tot Volubilis in het westen. Vaak staat hij op die inscripties ook afgebeeld; er zijn verder honderden afbeeldingen zonder tekst. Ook zijn 200 cultusplaatsen bekend. Het bovenstaande reliëf was tien jaar geleden een van de pronkstukken op de Karthago-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden; als u het daar niet zag, zult ervoor Tunis moeten, naar het Bardo-museum.

Van boven naar beneden herkent u de god, gezeten op een troon, met een scepter en een snoeimes in de hand, met vóór hem het hoofd van óf zijn echtgenote Venus Caelestis óf de zon. Onder hem ziet u degene die deze stèle heeft opgericht. Hij staat op het punt een lam te offeren. De vlammen laaien al op van het altaar. Er zijn honderden van dit soort afbeeldingen. De baardige godheid draagt vaak een kleed over het hoofd en gaat niet zelden vergezeld van de goddelijke Tweelingen of de Zon en Maan.

Lees verder “Saturnus Africanus (1)”

De opstand van Tacfarinas (3)

Een ereteken voor de Romeinse commandant Scipio in Lepcis Magna

[Dit is het laatste van drie blogjes over de opstand van Tacfarinas. Het eerste was hier.]

De voor het jaar 21 na Chr. door keizer Tiberius aangewezen commandant, Quintus Junius Blaesus, had een nieuwe strategie. Hij begreep dat een regulier leger 100% van de bezittingen 100% van de tijd moet beschermen, terwijl een guerrilla-leider maar af en toe succes hoeft te hebben om door te kunnen gaan. Mits hij de steun heeft van de boeren, die het guerrilla-leger moeten voeden. Blaesus besloot de boerenbevolking beter te beschermen of – afhankelijk van je perspectief – meer onder druk te zetten en verspreidde daarom zijn troepen. Hij bezat immers twee legioenen met hulptroepen en kon zijn manschappen dus ook over een breed terrein inzetten.

Contraguerrilla

VIIII Hispana opereerde in het oosten, langs de weg naar Lepcis Magna, waar generaal Scipio belette dat de rebellen samenwerkten met de verderop wonende Garamanten. Blaesus’ zoon beschermde de boeren rond de Numidische hoofdstad Cirta (tegenwoordig Constantine). Zelf opereerde Blaesus, aan het hoofd van III Augusta, in het centrum, in de omgeving van het huidige Tébessa. Tacitus schrijft:

Lees verder “De opstand van Tacfarinas (3)”

De opstand van Tacfarinas (2)

Een Numidische ruiter (Musée du Bardo, Tunis)

[Dit is het tweede van drie blogjes over de opstand van Tacfarinas. Het eerste was hier.]

In hetzelfde jaar [17 na Chr.] brak er in Africa oorlog uit. De aanvoerder van de vijanden was Tacfarinas. Hij was een Numidiër van geboorte en had in het Romeinse leger gediend bij de hulptroepen. Later was hij gedeserteerd.noot Tacitus, Annalen 2.52.1; vert. Wes.

Een deserteur: de Romeinse geschiedschrijver Tacitus weet wel hoe hij een personage zó bij moet introduceren dat lezers meteen weerzin voelen. En nu was die nietswaardige dus vervallen tot banditisme.

Eerst had hij een aantal figuren die zonder middelen van bestaan rondzwierven en overvallen pleegden, om zich heen verzameld om links en rechts te roven en te plunderen…noot Tacitus, Annalen 2.52.1; vert. Wes.

Lees verder “De opstand van Tacfarinas (2)”

De opstand van Tacfarinas (1)

Ruiter uit een nomadenvolk (Museum Bani Walid)

Het simpele verhaal eerst: Tacfarinas was een Numidische plattelandsrebel die het tijdens de regering van keizer Tiberius opnam tegen de Romeinse legers. Zulke opstanden zijn overal gedocumenteerd waar de Romeinen de macht overnamen. Dat was het simpele verhaal. Nu de iets complexere betekenis. Je kunt zulke gebeurtenissen op verschillende manieren interpreteren, bijvoorbeeld als een vorm van verzet tegen een vreemde overweldiger, of als protest tegen een te geringe mogelijkheid om te profiteren van de kansen die de Romeinse wereld bood, of een combinatie van deze twee motieven, of nog anders.

Perspectiefwisselingen

Het kan nog iets complexer. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog veranderde de westerse visie op Griekenland en Rome. Tot dan toe had men de verspreiding van de klassieke cultuur beschouwd als iets goeds. Een veroveraar als Alexander de Grote of een imperialistische mogendheid als Rome bracht de verslagen bevolking naar een hoger cultureel plan. Na de Dekolonisatie keerde het perspectief om: Alexander gold als een massamoordenaar en de Romeinen stonden vijandig tegenover de lokale culturen.

Lees verder “De opstand van Tacfarinas (1)”

Médracen (Madghacen)

Het Numidische koningsgraf van Médracen

Als we de Griekse geschiedschrijver Polybios mogen geloven, was Numidië lange tijd een volkomen achterlijk gebied, tot koning Massinissa (r.202-148 v.Chr.) opstond en het gebied in hoog tempo moderniseerde. Helemaal onwaar is het niet. Op de koninklijke domeinen werd de graanteelt geïntensifieerd en Numidië begon wijn te exporteren. Massinissa’s hoofdstad Cirta, het huidige Constantine, trok Italische en Griekse migranten aan, en kort na Massinissa’s dood werden de boeken uit de bibliotheken van het in 146 v.Chr. verwoeste Karthago overgebracht naar Cirta. In Polybios’ dagen was de stad inderdaad op weg een centrum van de hellenistische cultuur te worden.

Modernisering

Van de Franse oudheidkundige Stéphane Gsell is de observatie dat Numidië in de loop van de tweede eeuw v.Chr. een grotere vooruitgang boekte dan de door de Romeinen beheerste provincie Africa (zeg maar Tunesië). Daar is weinig aan toe te voegen.

Lees verder “Médracen (Madghacen)”

Een Thracische huurling in Numidië

Grafstèle van een Thracische huurling (Archeologisch museum, Constantine)

Onderzoek in wat destijds bekendstond als de Franse departementen Oran, Algiers en Constantine, midden twintigste eeuw. In 1929 publiceerde Stéphane Gsell het eerste deel van Inscriptions latines de l’Algérie, dat alleen nog maar het oostelijkste deel van het oostelijkste departement bevatte. Hoe lastig de productie van dit boek was verlopen, blijkt wel uit het feit dat het officiële jaar van publicatie 1922 was: het boek heeft zeven jaar op de plank gelegen. Deel twee, dat de westelijke helft van het departement besloeg, verscheen in 1957. Het overlijden van Gsell, de Tweede Wereldoorlog en de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog hadden nogal wat problemen veroorzaakt, om het eufemistisch uit te drukken.

Dat bemoeilijkte ook vervolgonderzoek. Sommige inscripties vragen nog altijd om nadere inspectie, zoals de bovenstaande stèle, die we alleen kennen uit het deel uit 1957, alsmede een notitie van Jeanne Robert-Vanseveren en Louis Robert, de twee grootste epigrafen (inscriptiekenners) van de moderne tijd. De stèle is afkomstig uit het El-Hofra-heiligdom te Constantine, waarover ik al eens eerder blogde. Ze dateert uit de tweede eeuw v.Chr. De Roberts voegden aan de tekst van de inscriptie toe dat op de vindplaats ook diverse wijdingen waren gevonden aan de god Baäl-Hammon en aan de godin Tanit in haar rol van “aangezicht van Baäl”.

Lees verder “Een Thracische huurling in Numidië”

Turkse TV (10) Khair ad-Din Barbarossa

Khair ad-Din Barbarossa

Barbaros Hayreddin: Sultanın Fermanı, ofwel Barbaros Hayreddin: Het decreet van de sultan is een serie over het leven van Khair ad-Din Barbarossa, bekend als de eerste kapitein-pasha en admiraal van het Ottomaanse Rijk. Khair ad-Din Pasha (1475-1546) was een Ottomaans-Albanese admiraal en kaper. Hij had de bijnaam “Barbarossa”, afgeleid van Baba Aruj, de bijnaam van zijn broer, over wie ik gisteren blogde. Khair ad-Dins oorspronkelijke naam was Yakupoğlu Hızır (Hızır, zoon van Yakup). Onder leiding van Hızırs oudste broer Aruj Reis legden de broers zich toe op de kaapvaart, eerst vanuit Alexandrië, daarna met het eiland Djerba als basis.

Al geruime tijd fungeerden de havens aan de Barbarijse kust van Noord-Afrika als uitvalsbasis voor moslim-piraten die het zuiden van Spanje bedreigden. De Spanjaarden waren er op hun beurt in geslaagd de controle over een aantal havens aan de Noord-Afrikaanse kust in handen te krijgen. Het groeiende prestige van de broers maakte hen tot leiders in de strijd tegen de Spanjaarden.

Lees verder “Turkse TV (10) Khair ad-Din Barbarossa”

Turkse TV (9) Aruj Barbarossa

Aruj Barbarossa

Barbarossa: Zwaard van de Middellandse Zee (Turks: Barbaroslar: Akdeniz’in Kılıçı) is een Turkse actiefilmserie en vertelt het verhaal van Oruç Reis en Hızır Reis, twee opeenvolgende Kapudan Pasha’s van het Ottomaanse Rijk.

Aruj Barbarossa

Aruj Barbarossa (ca. 1474-1518), bij de Turken bekend als Oruç Reis, was een Ottomaanse kaper die sultan van Algiers werd. Hij was de oudere broer van de beroemde Ottomaanse admiraal Khair ed-Din Barbarossa, zijn broer Hızır. Aruj/Oruç werd geboren op het Ottomaanse eiland Midilli (Lesbos in het huidige Griekenland) en sneuvelde in de strijd tegen de Spanjaarden bij Tlemcen.

Hij werd bekend als Baba Aruj (Vader Aruj) toen hij grote aantallen vluchtelingen uit Spanje, waaronder Morisco’s, moslims en joden, in Noord-Afrika verwelkomde. De volksetymologie in Europa vertaalde de naam Baba Aruj naar Barbarossa, Roodbaard in het Italiaans.

Lees verder “Turkse TV (9) Aruj Barbarossa”

Een christelijke sarcofaag (bis)

Christelijke sarcofaag uit Algiers (klik=groot)

Bij wijze van vervolg op mijn vraag – zie vorige blogje – over de christelijke sarcofaag nog even een samenvatting van de antwoorden. Verschillende mensen wisten te noemen dat de sarcofaag op de laatste dag van 1857 is gevonden in de Algerijnse badplaats Dellys, zo’n honderd kilometer ten oosten van Algiers. Hoewel er twaalf mannen naast Jezus staan, zijn dat de niet de Twaalf: het gaat wel degelijk om zes scènes uit het leven van Christus. En middenin is niet de Bergrede te zijn, zoals ik dacht, maar de Transfiguratie.

Van links naar rechts.

Eerste links: zelf dacht ik aan de slang als verwijzing naar Paulus, maar het is natuurlijk veel logischer dat het Satan is die Jezus in de woestijn beproeft. Een verhaal waarover ik vaker heb geschreven.

Lees verder “Een christelijke sarcofaag (bis)”

Een christelijke sarcofaag

Christelijke sarcofaag uit Algiers (klik=groot)

Ik zit al een paar dagen te kijken naar bovenstaand plaatje. U herkent het als een Romeinse sarcofaag, en u herkent de afbeeldingen als christelijk. Voor het origineel moet u naar het Algerijnse Musée national des antiquités in Algiers. Ik weet niet waar deze sarcofaag is opgegraven, het bordje vertelde het niet. Zelf zou ik deze sarcofaag dateren in de vijfde of zesde eeuw, maar misschien vergis ik me.

In elk geval: ik weet niet wat de scènes voorstellen. Oké, middenin is makkelijk: de Bergrede. Christus geeft zijn wet af. Leuk detail: hij heeft de aantekeningen voor zijn toespraak in de hand. Misschien stelde de beeldhouwer zich voor dat Jezus, toen hij aankwam bij  passages waarin hij zou zeggen “u hebt gehoord dat in de Wet staat … daarop is mijn commentaar…”, de wetsbepalingen ook voorlas. Maar waarom heeft de berg de vorm van een mensenhoofd?

Lees verder “Een christelijke sarcofaag”