Een sprookjesstamboom

Bijlen uit de Pontische vlakte, ongeveer 3000 v.Chr. (Archeologisch Museum van Burgas)

In 2016 publiceerden S.G. da Silva en J.J. Tehrani in Royal Society Open Science een elegant artikel met een weinig elegante titel (“Comparative phylogenetic analyses uncover the ancient roots of Indo-European folktales”), waarin ze betoogden dat ze van een aantal sprookjes de verspreiding konden verklaren. Eén voorbeeld is het verhaal van Sjaak en de grote bonenstaak (AT 328A), dat is overgeleverd in zowel Engeland als de Balkanlanden. Ver uit elkaar dus, en zonder de mogelijkheid dat het ene gebied het had overgenomen van het andere.

Omdat sprookjes worden doorverteld in een taal, zo redeneerden de auteurs, en omdat we de Indo-Europese taalstamboom redelijk kennen, was aannemelijk dat het verhaal in de Germaanse tak (de Engelse versie) en in de Slavische tak (de Balkanversie) was terechtgekomen doordat ze een gemeenschappelijke voorouder hadden, vóór deze twee takken gescheiden waren geraakt. Dat zou dan ergens in het late vierde millennium v.Chr. kunnen zijn geweest, toen deze twee taalgroepen nog naast elkaar lijken te hebben geleefd in Moldavië en het westen van Oekraïne.

Lees verder “Een sprookjesstamboom”

Hunse bruiden

Vervormde vrouwenschedel (Nationaal Museum van Hongarije, Boedapest)

Eerlijk gezegd houd ik er niet zo van als menselijke resten in musea liggen tentoongesteld. Zo ga je niet om met de doden. Van de andere kant begrijp ik ook wel dat bijvoorbeeld mummies en het botmateriaal uit pakweg Herculaneum belangrijke informatie bieden. Vandaar dat ik toch maar een foto heb gemaakt van de schedel hierboven, die ligt in een vitrine in het Hongaarse Nationaal Museum in Boedapest (waar u, bij een bezoek, vooral het lapidarium in de kelder moet bekijken).

Wat we tot voor kort zeker wisten was dat deze vervormde schedel dateerde uit de Late Oudheid en dat het gaat om een vrouw. Meteen na haar geboorte is haar hoofd ingebonden, waardoor het deze aparte vorm heeft gekregen. Er zijn er meer gevonden. Vermoedelijk gaat het om de resten van Hunnen, de steppenomaden die vanaf de late vierde eeuw vanuit Centraal-Azië naar het westen kwamen en wel voor eeuwig geassocieerd zullen blijven met moord & doodslag, ook al is allang bekend dat de praktijk genuanceerder was. De reputatie van koning Attila als “gesel Gods” vlakken we echter niet meer uit.

Lees verder “Hunse bruiden”

De Indo-Europese migraties

Antropomorfe stèle uit Plachidol, geassocieerd met Indo-Europees-sprekenden die op zoek waren naar koperaders (Nationaal Historisch Museum, Sofia)

Zoals ik gisteren vertelde, is de vraag waarom de Indo-Europese talen op elkaar lijken, in een kwaad licht komen staan doordat de nationaalsocialisten zich meester maakten van de hypothese dat de veronderstelde Urheimat, waar de Indo-Europeanen hadden gewoond voor ze naar alle windstreken waren gemigreerd, had gelegen op de Noordduitse Laagvlakte. In de nationaalsocialistische interpretatie waren de oerbewoners van dat gebied (de “Ariërs”) autochtoon, onvermengd met migranten die bij hen waren komen wonen, raszuiver en daardoor in allerlei opzichten briljant.

Er was een tweede reden waarom het onderzoek stokte. Weliswaar betwijfelde niemand dat de Indo-Europese talen op elkaar leken doordat ze afstamden van één oertaal, maar men had domweg onvoldoende gegevens om daarover werkelijk uitspraken te doen. Zoals we zagen, probeerde men eerst aan de hand van de gedeelde woordenschat enkele aspecten van het thuisland te reconstrueren – er waren bepaalde dieren en gewassen geweest, men had de ploeg gekend en men had er met karren gereden – en was zo’n reconstructie in principe archeologisch toetsbaar.

Lees verder “De Indo-Europese migraties”

Perzen op de Krim?

Voorbeeld van een inscriptie in Perzisch spijkerschrift (Darius' inscriptie DPd uit Persepolis, als u het wil nazoeken)
Voorbeeld van een inscriptie in Perzisch spijkerschrift (Darius’ inscriptie DPd uit Persepolis, als u het wil nazoeken)

De Griekse onderzoeker Herodotos vertelt dat de Perzische koning Darius I de Grote in 513 v.Chr. probeerde de Skythen te onderwerpen, het door de Griekse auteur als nomaden getypeerde volk dat destijds leefde in wat nu Oekraïne heet. Komend vanuit Azië stak de expeditie de Bosporus en de Donau over, maar ze slaagde er niet in contact te maken met de steeds verder terugwijkende nomaden en keerde onverrichterzake terug. Althans, zo vertelt Herodotos het en één ding staat vast: zijn verslag is ongeloofwaardig.

Zijn beschrijving van de Skythische gewoontes is niet onjuist, maar hij overdrijft voortdurend hun barbaarse karakter. Veel erger is dat wat hij over de eigenlijke campagne schrijft, van de clichés aan elkaar hangt. Het lijkt erop dat hij wist dat er iets was gebeurd en verzon wat er gebeurd had moeten zijn. Daarbij speelde systeemdwang een rol: de grote Perzische koning Xerxes was, naar de zin van de goden, te machtig geworden en daarom ten onder gegaan toen hij had geprobeerd Griekenland te onderwerpen – en dus moesten ook andere te machtige vorsten ten onder gaan. De eerste Perzische koning, Cyrus de Grote, zou zijn gesneuveld in Oezbekistan, diens zoon Kambyses zou een leger hebben verloren in de Egyptische woestijn. De machtige Lydische koning Kroisos zou zijn hand hebben overspeeld, met koning Kleomenes van Sparta ging het ook niet al te best. En dus moest Darius tegen de Skythen in de problemen komen.

Lees verder “Perzen op de Krim?”

Pre-proto-Italo-Kelt

Stèles als deze uit Nevsha, gevonden langs de wegen naar de koperaders, documenteren de westelijke migratie van de Proto-Italo-Kelten Nevsha (Archeologisch Museum van Varna)

De Yamnaya- of Kuilgrafcultuur, die u ergens tussen 3600 en 2300 v.Chr. moet plaatsen in wat nu Oekraïne en zuidelijk Rusland heet, geldt momenteel als de “Urheimat” van de volken die een Indo-Europese taal spreken. Daar duidt niet alleen het taalkundige maar ook het archeologische bewijsmateriaal op. Sinds een jaar of wat is er ook genetisch bewijs, waarbij ik aanteken dat veel nog onduidelijk is, dat elke onderstaande zin in feite een hypothese is en dat de vele migraties die blijken te hebben plaatsgevonden, de onderzoekers hebben verbaasd.

De Yamnaya-mensen kenden de ploeg zodat ze aan akkerbouw konden doen, maar ze hadden ook het paard gedomesticeerd en wisten hoe ze een kar moesten bouwen, zodat ze ook heen en weer konden trekken. De Yamnaya-cultuur breidde zich dan ook gestaag uit.

Lees verder “Pre-proto-Italo-Kelt”

Sogdië en Perzië

Een bereden boogschutter zoals in Centraal-Azië voorkwamen (British Museum, Londen)

Zoals ik in de eerste aflevering in deze onregelmatige reeks over Centraal-Azië heb aangegeven, is de geschiedenis het beste samen te vatten als een viertal “vegen” over de landkaart, waarin achtereenvolgens de eenheid werd geschapen (een veeg van noord naar zuid die we kunnen associëren met de komst van de Indo-Iraanse volken), de religieuze scheidslijnen werden getrokken, de etnische kaart tot stand kwam en de huidige staten werden gevormd. Daar tussenin waren periodes van betrekkelijke rust.

Die eerste rustperiode duurde zo’n twee millennia, van ergens rond het midden van het tweede millennium v.Chr. tot de komst van de islam in de zevende eeuw. Er woonden verschillende verwante volken in het gebied, die elkaar redelijk konden verstaan en zaken als de vuurcultus met elkaar deelden. In Iran gaat het vanaf pakweg 900 v.Chr. om bijvoorbeeld de Perzen, Meden en Parthen, terwijl in het huidige Afghanistan de Arachosiërs en Baktriërs verbleven.

Lees verder “Sogdië en Perzië”

Zijderoute

De Bibi Khanum-moskee in Samarkand

Ik beken dat ik er altijd moeite mee heb, met al die Centraal-Aziatische volken die je, als je je bezighoudt met de Oudheid, geacht wordt te herkennen. Het begint al in het tweede millennium v.Chr., toen de sprekers van de Indo-Europese talen uitzwermden: de Indiërs, de Iraniërs, de Hittieten, de Armeniërs, de Thraciërs, de Grieken, de Italiërs, de Kelten, de Germanen en dan mis ik er nog een paar. Dat uitzwermen duurde tot ver in het eerste millennium.

Op de steppe zelf woonden de Skythen en de Saken, van wie de Griekse onderzoeker Herodotos zegt dat het verschillende volken zijn maar die volgens moderne onderzoekers vreselijk veel op elkaar leken. We kennen ze ook als Sogdiërs, terwijl de Chinezen hen aanduiden als de Sai of de Saklai. Uit de Perzische en Griekse bronnen kennen we diverse Skythisch/Sakische volken: de Sakā haumavargā of Amyrgische Saken (de haoma-drinkende Saken), de Sakā tigrakhaudā of Orthokorybantiërs (puntmutsdragende Saken), de Pausiken ofwel Apā Sakā (water-Saken), de Māh-Sakā of Massageten (zonne-Saken), de Sakā paradrayā (Saken van overzee ofwel Skythen).

Lees verder “Zijderoute”

Ruttes persoonlijke inzet

“Als dit een aanslag was,” zo vertelt premier Rutte op de persconferentie over het neergeschoten personenvliegtuig, “dan zet ik me er persoonlijk voor in dat de daders gepakt worden. Eerder zal ik niet rusten.”

Tja. Je kunt als minister-president niet volstaan met oprechte deelneming. Daarvoor hebben we immers een koning, die dat gisteren deed met een verklaring die overtuigde door de afwezigheid van franje. Rutte koos voor spierballentaal, maar hij is daarvoor niet de juiste man.

Lees verder “Ruttes persoonlijke inzet”

Een munt uit Kyjiv

Munt uit Kyjiv, gevonden in Zweden

Deze hanger fotografeerde ik een tijdje terug op de Vikingexpositie in het Drents Museum in Assen, waarover ik al eerder blogde. Ik noemde toen ook de munt die in dit sieraad is opgenomen, want die is echt de moeite waard.

Het voorwerp is opgegraven in Väsby (ten noorden van Stockholm). Daar zal de drager wel hebben gewoond. De munt die erin is verwerkt, is echter afkomstig uit het Grootvorstendom Kyjiv, waar een elite van Zweedse Vikingen, de afstammelingen van Rurik, heerste over een gemengd Slavische en Iraanse bevolking. Een deel van de bevolking was christelijk; in 987 werd de religie staatsgodsdienst. Het rijk geldt als de voorganger van het latere Rusland.

Lees verder “Een munt uit Kyjiv”