Misverstand: het Romeinse Rijk

Septimius Severus (Museum Tripoli)

Misverstand: Het Romeinse Rijk bereikte zijn grootste omvang ten tijde van Trajanus

Keizer Augustus voegde meer toe aan het Romeinse Rijk dan Caesar en Pompeius samen. Zijn eerste veroveringen vonden plaats in wat ooit Joegoslavië heette, en daarna volgden Egypte en noordelijk Spanje. Andere generaals bereikten de Rijn, Donau en Eufraat. Latere keizers annexeerden de Maghreb, Engeland en Wales, Roemenië en Jordanië, en de grootste uitbreiding zou het rijk hebben bereikt ten tijde van Trajanus (r.98-117).

Althans, dat valt overal te lezen. Het misverstand duikt al in de achttiende eeuw op, bijvoorbeeld bij de Franse filosoof Montesquieu. Het werd twee eeuwen later breeduit gemeten door Mussolini, toen die in Rome aan de Via dell’ impero, de huidige Via dei fori imperiali, een landkaart aanbrengen die het zo toonde. Hij had zo zijn redenen om de credits aan Trajanus te geven en niet aan de keizer die het Rijk feitelijk het grootst maakte.

Lees verder “Misverstand: het Romeinse Rijk” →

Constantine en Tiddis

Constantine

Het was eigenlijk mijn opzet om u, afgezien van wat stukjes die ik had voorbereid voordat ik naar Algerije vertrok, in ruwweg chronologische volgorde op onze reis mee te nemen. Die chronologie is wat doorbroken geraakt door twee Algiers-stukjes, maar ik neem nu de draad weer op waar ik u had achtergelaten: in Batna, waarvandaan we naar Timgad/Thamugadi en naar Tazoult/Lambaesis waren geweest. Van die laatste plek begeleidde de politie ons terug naar Batna en eerlijk gezegd weet ik nog altijd niet waarom. We hielden het erop dat men geen pottenkijkers wilde maar zouden enkele dagen later onder begeleiding worden weggebracht van een plek waar inderdaad verhoogd risico was.

Enfin. Van Batna bereikten we opnieuw Constantine, het antieke Cirta. De stad is beroemd om de enorme kloof met de geweldige bruggen – zie boven – en heeft een ietwat stoffig museum met een geweldige collectie. Vooral de verzameling munten trof me als tiptop. Achterin het museum is een zaal vol met de in 1950 ontdekte Numidische steles waarover ik al eerder blogde. Ik vond het erg indrukwekkend en was des te meer onder de indruk omdat we het eigenlijk niet hadden verwacht in een ietwat achenebbisj museum.

Lees verder “Constantine en Tiddis” →

Pytheas van Marseille

Gallische helmen, iets ouder dan de tijd van Pytheas (Musée d’archéologie nationale, Saint-Germain-en-Laye)

De Karthagers, die een buitenpost hadden aan de Straat van Gibraltar, hadden de onprettige gewoonte om iedere Griek te verdrinken die richting Atlantische Oceaan kwam. Om die reden, zo wist de Alexandrijnse geleerde Eratosthenes (die van de berekening van de aardomtrek), moesten Griekse rapporten over het westelijke wateren worden gelezen met de nodige scepsis. Die banvloek heeft zijn uitwerking niet gemist, want we hebben er niet één over. Wat we wel hebben, zijn wat fragmenten uit De Oceaan, het boek dat een zekere Pytheas rond 325 v.Chr. zou hebben geschreven.

Afkomstig uit de Griekse kolonie Marseille zou deze auteur erin zijn geslaagd de Karthaagse blokkade te omgaan en de Atlantische Oceaan te bereiken. De fragmenten, overgeleverd door niet minder dan achttien antieke auteurs, zijn interessant genoeg, zelfs als sommige van die achttien auteurs Pytheas citeren om aan te geven dat er niks van klopt. We krijgen een beeld van ’s mans omzwervingen – en dat is eindeloos fascinerend, al was het maar omdat hij de eerste is geweest die schreef over Nederland.

Lees verder “Pytheas van Marseille” →

Livius Nieuwsbrief | Juni 2019

Van 2005 tot 2020 vatte ik het online beschikbare oudheidkundige nieuws samen in de Livius Nieuwsbrief die ik elke maand naar ongeveer 7900 abonnees stuurde. Frustrerend werk: in 2014 bevatte 40% van de online-artikelen fouten die de betrokken oudheidkundigen moesten hebben herkend. Toen ik begreep dat ik, door die onzin te delen (zelfs als ik aangaf dat het onzin was) medeplichtig werd, stopte ik ermee. De oudheidkunde gaat kapot, zeker, maar het hoeft niet door onze handen te gebeuren.

Hieronder vindt u een van de nieuwsbrieven. Veel links zijn verouderd en sommige zijn inmiddels verwijderd (aangeduid met *).

Lees verder “Livius Nieuwsbrief | Juni 2019” →

Livius Nieuwsbrief | Maart 2017

Van 2005 tot 2020 vatte ik het online beschikbare oudheidkundige nieuws samen in de Livius Nieuwsbrief die ik elke maand naar ongeveer 7900 abonnees stuurde. Frustrerend werk: in 2014 bevatte 40% van de online-artikelen fouten die de betrokken oudheidkundigen moesten hebben herkend. Toen ik begreep dat ik, door die onzin te delen (zelfs als ik aangaf dat het onzin was) medeplichtig werd, stopte ik ermee. De oudheidkunde gaat kapot, zeker, maar het hoeft niet door onze handen te gebeuren.

Hieronder vindt u een van de nieuwsbrieven. Veel links zijn inmiddels verouderd; verwijderde links zijn aangegeven met*.

======================================

LIVIUS’ EIGEN NIEUWS

We gaan verder met het omzetten van de Livius.org-website en inmiddels zijn Naqš-e Rustam en Constantinopel beschikbaar in de nieuwe stijl. We blogden over een Egyptisch nijlpaardje, over Fenicisch ivoor, over klassiek toneel en over een boek over datzelfde onderwerp, over Antinoös en over Valentijnsdag.

Lees verder “Livius Nieuwsbrief | Maart 2017” →

NWA: Receptiegeschiedenis

Justinianus kondigt de codificatie van het Romeins Recht aan. Miniatuur uit de Mainzer editie van 1477, waarvan een exemplaar (vastgebonden aan een ketting) is te zien in de Librije van de Walburgiskerk in Zutphen.

In mijn reeks rond de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) behandel ik vandaag twee vragen tegelijk. De tweede is namelijk een deel van het antwoord op de eerste. De eerste vraag is deze:

Waarom is middeleeuws Europa cultureel zo homogeen?

Ik vind dit een ontzettend leuke vraag omdat, zoals de vragensteller ook aangeeft, de Middeleeuwen op het eerste gezicht helemaal zo homogeen niet zijn. Er is nogal wat verschil tussen Castilië en Brandenburg, tussen Schotland en Beieren, tussen Sicilië en de Lage Landen. Desondanks was er – althans dat denk ik – tegelijk wél een culturele eenheid: in een abdij, aan een universiteit of aan het hof van een koning konden mensen uit Engeland, Zweden, Aragón en Italië met elkaar converseren.

Hoe kwam dat? Is dat de erfenis van de Romeinen, is dat de rol van de Kerk, komt dat door handelscontacten, of door migratie? In hoeverre werkten dat soort zaken samen en welke dynamiek stond hieraan ten grondslag?

Lees verder “NWA: Receptiegeschiedenis” →

Nineve, die grote stad

anchistmag_7_cover

Eerder vanmiddag heb ik in het café in Zaandam waar ik ook nu zit te werken, een PDF met  vijf mini-correcties in de Dropbox van Karwansaray Publishers gedaan. In de tussentijd heeft ergens in Zutphen de vormgeefster drie woorden cursief gezet, een dubbele punt veranderd in een punt, een hoofdletter aangebracht en zes letters gewijzigd. Daarna ging uw favoriete oudheidkundige tijdschrift, Ancient History Magazine, naar de drukker.

Meer dan ooit is er een reden een abonnement te nemen. We hebben de tweede jaargang aangegrepen om wijzigingen aan te brengen. De vaste lezers van deze kleine blog zullen hebben herkend dat een andere tekenaar, Radu Oltean, het omslag heeft ontworpen. Binnenin is vanzelfsprekend nog steeds een thema-deel, dat dit keer zal zijn gewijd aan Nineve, de hoofdstad van het antieke Assyrië. De opmaak is echter veranderd, waardoor er wat meer ruimte is gecreëerd voor het beeldmateriaal. We hebben dit keer enkele unieke foto’s, gemaakt door drie Amerikaanse legerfotografen. Ik blogde er al eerder over. Nieuw is verder de factcheckrubriek waarvoor we altijd al plannen hebben gehad.

Lees verder “Nineve, die grote stad” →

Terra sigillata

germa_museum_dish
Terra sigillata uit Germa

Menigeen zal weten wat het bovenstaande is: een schaal van terra sigillata, “gestempeld aardewerk”. Het is het gebruikelijke luxe-aardewerk in de Romeinse tijd en is gevonden op opgravingen van Syrië tot Schotland. Omdat de mallen waarmee het werd vervaardigd zo herkenbaar zijn en zelden heel lang mee gingen, is terra sigillata (kortweg TS) ideaal om opgravingen te dateren.

De bovenstaande schaal is zo leuk door de vindplaats: Germa, diep in de Libische woestijn. Als je vanaf de Mediterrane kust naar “zwart” Afrika reisde, was de eerste oase nog Romeins, waarna Germa de tweede halte was. Daarop volgden Ghat en nog wat oases, tot je aankwam aan de middenloop van de Niger. Romeinse kooplieden kwamen hier om goud, ivoor en wilde dieren te halen.

Lees verder “Terra sigillata” →

De ondergang van VIIII Hispana

Paardenbeslag uit Ewijk met vermelding van VIIII Hispana (Valkhof Museum, Nijmegen)

Na de dood van keizer Trajanus in 117 was het zo onrustig aan de grenzen van het Romeinse Rijk dat in Schotland een compleet legioen werd vernietigd, het VIIII Hispana. Dat is althans de premisse van het geweldige jeugdboek The Eagle of the Ninth van Rosemary Sutcliff. Ze vertelt hoe een jonge Romeinse officier die door een verwonding geen dienst meer kan doen, op zoek gaat naar het veldteken van het Negende Legioen Hispana, de adelaarstandaard, en dit uiteraard ook vindt. Ik heb De adelaar van het Negende als kind verslonden.

Suttcliffs idee dat VIIII Hispana rond 117 is vernietigd door de stammen in het huidige Schotland was in de tijd dat ze het schreef, 1954, de gebruikelijke verklaring voor het feit dat het legioen niet meer in Brittannië wordt vermeld na de regering van Trajanus. In 108 was het nog gestationeerd in York; in 122 vinden we daar VI Victrix.

Lees verder “De ondergang van VIIII Hispana” →

Caracalla

caracalla_nmd3
Caracalla (Nationaal Museum van Denemarken, Kopenhagen)

“Wat heeft u toch tegen ambtenaren? Die lui dóen toch niks?” Het is maar een van de vele flauwe grapjes die worden gemaakt over de mensen die ervoor zorgen dat het beleid van onze democratisch gekozen bestuurders ook werkelijk wordt uitgevoerd. Zoals bij alle moppen is sprake van een karikatuur: de veronderstelde ambtelijke luiheid is niet groter dan die van degenen die in loondienst zijn bij het bedrijfsleven. Natuurlijk, er zijn gedemoraliseerde ambtenaren: ik heb ze ontmoet toen ik werkte op het archief van het ministerie van Volksgezondheid. Daar stond echter de enorme vaktrots tegenover van andere medewerkers, die ik eveneens ontmoette.

Nu was er ook iets om trots op te zijn. Het archief dat ik op dat moment beschreef, was dat van de subsidieverstrekking – en dat is verrotte interessant. Aan het begin van de twintigste eeuw gebruikte de rijksoverheid de subsidiegelden namelijk om de kruisverenigingen (de meestal op religieuze grondslag georganiseerde zorg-organisaties) aan te sporen tot grotere professionaliteit. Wie bijvoorbeeld een wijkverpleegster wilde aanstellen voor de tuberculosebestrijding, kon een tegemoetkoming krijgen in de kosten, mits was voldaan aan allerlei door het Rijk gestelde voorwaarden. Het was fascinerend te zien hoe zich, rond die subsidieverstrekking, een modern volksgezondheidsstelsel ontwikkelde.

Lees verder “Caracalla” →