De Codex Sinaiticus

Het einde van het Evangelie van Johannes in de Codex Sinaiticus (© Wikimedia Commons)

Iedereen die zich met de Oudheid bezighoudt, al is het nog zo oppervlakkig, weet dat we vrijwel geen boeken hebben uit die tijd. De antieke literatuur is grotendeels overgeleverd in de vorm van middeleeuwse kopieën van kopieën van kopieën. Al in de zestiende eeuw hadden geleerden in de gaten dat zo’n 80% van de manuscripten dateerde van na 800 na Chr. Dat is verre van ideaal. Weliswaar zijn er papyri, die wel komen uit de Oudheid, maar die hebben slechts zelden de lengte van een volledig werk.

Het is zoals het is, maar je zou zo graag echt oude boeken willen hebben. En dat geldt zeker voor de Bijbel, die nou eenmaal normatief is voor joden en christenen. Voor gelovige mensen was de onduidelijke tekstoverlevering zo nu en dan problematisch. Zo zijn er manuscripten met en zonder het zinnetje dat er drie zijn “die getuigen in de hemel: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest”.noot 1 Johannes 5.7-8. Dit zogeheten Comma Johanneum heeft nogal wat theologische implicaties.

Lees verder “De Codex Sinaiticus”

De onbekende god

Altaar voor een onbekende god (Antiquarium van het Palatijn, Rome)

We zullen vermoedelijk nooit weten wie Gaius Sestius Calvinius was, behalve dat hij in Rome het bovenstaande altaar oprichtte. Het is gevonden op de plek die bekendstaat als Velabrum, dat wil zeggen de doorgang tussen Palatijn en Capitool die het Forum Romanum verbond met het Forum Boarium, de veemarkt. De tekst, die bekendstaat als EDCS-17200112, is eenvoudig:

Sei deo sei deivae sac(rum)
C(aius) Sextius C(ai) f(ilius) Calvinus pr(aetor)
de senatinoot Je zou senatus hebben verwacht. sententia
restituit

Lees verder “De onbekende god”

Een vaas uit Apulië

Krater uit Apulië (Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)

Apulië, de “hak” van Italië, is een deel van de oude wereld dat ik niet goed ken. Ik ben er twee keer met de trein doorheen gekomen en een keer met de fiets, en dat is alles. Mijn gebrek aan kennis vreet een beetje, want in allerlei musea heb de wonderlijkste Apulische vazen gezien, zoals de krater (mengvat) hierboven, in het Museum für Kunst und Gewerbe in Hamburg. Zoals wel meer vazen uit Apulië, oogt ’ie wat rommelig.

De Kopenhagen-schilder, zoals kunsthistorici de rond 335 v.Chr. actieve kunstenaar noemen, heeft een aantal motieven los bij elkaar geplaatst. De oren zijn gevuld met twee portretten. Op de nek en hals staan diverse horizontale banden, vervolgens is er een los hoofd in een veld vol vegetatie. Na een band over de buik is er dan een afbeelding van een tempeltje, waarin een naakte krijger is te zien. Aan weerszijden van het tempeltjes staan wat vrouwenfiguren met voorwerpen in de hand, en tot slot is er een effen zwarte voet. Afgezien van de verticale symmetrieas zit er weinig systeem in. Zoals ik al zei: het oogt al met al nogal rommelig.

Lees verder “Een vaas uit Apulië”

Manemos, een grote onbekende

Wijding aan Manemos (Musée des Beaux-Arts, Lyon)

Ik blog regelmatig over antieke religie en die stukjes eindigen nogal eens met de constatering dat we iets niet weten. Waarom Psyche op een dromedaris rijdt, waarom Hercules Magusanus vroeger gold als de Hercules van Magusa en nu als syncretisme: dat werk. Ik wil morgen schrijven over het raadsel hoe het christendom in Egypte is aangekomen. Bij elk van deze vragen is de kern van de problematiek dezelfde: we hebben te weinig informatie. En de data die we hebben, zijn ambigu.

Het onbekende platteland

Wat we wél weten: iets over de staatsculten, iets over filosofische visies op het goddelijke, iets over systematiseringen als “de twaalf Olympische goden”. Over de echte godsdienst van de normale Grieken, Babyloniërs, Kelten, Romeinen, Egyptenaren, Syriërs weten we daarentegen vrijwel niets. Welke oogstfeesten hadden ze? Hoe sloten de opvattingen van de “little tradition” van het platteland aan bij de “great tradition” van de stedelijke elites? Welke familieleden voltrokken welke rituelen? Vereerden ze überhaupt goden en zo ja, wat waren dat van bovennatuurlijke krachten?

Lees verder “Manemos, een grote onbekende”

Museum Dorestad

Romeinse helm uit Wijk bij Duurstede (Rijkscollectie)

Deze blog bestaat vandaag veertien jaar en dat vier ik met het 500e blogje in onze reeks museumstukken. Dat moet natuurlijk een bijzonder museumstuk zijn, maar het is niet de helm hierboven. Ik blog over het museum waar die helm eigenlijk hoort te zijn, en wellicht nog eens komt. Alleen is dat museum nog niet geopend: het is Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede.

Ik blog daarover omdat een museum, waar ze artefacten tonen, ook zelf een artefact is. Ik heb eerder weleens geblogd over de landkaart van Italië die je kunt zien in het Museo della civiltà romana in Rome, en zo kun je ook kijken naar het museum waar de vondsten uit Dorestad te zien zullen zijn. Ik sprak erover met conservator Luit van der Tuuk.

Lees verder “Museum Dorestad”

De Korè van Lyon

De korè van Lyon (Musée des Beaux-Arts, Lyon)

Kijk, dit is nou leuk. Tweemaal. Ik bedoel het bovenstaande beeld, dat ik vorige maand heb gefotografeerd in het Musée des Beaux-Arts in Lyon. Het stelt een vrouw voor en als u eens een boek over Griekse kunstgeschiedenis hebt gelezen, weet u dat kuntshistorici dit type standbeeld aanduiden als een korè, “meisje”. Archeologen moeten er honderden hebben gevonden, zoals ze ook honderden kouroi hebben gevonden, “jongens”. De meeste dateren uit de zesde eeuw v.Chr., en altijd zijn het staande figuren die je frontaal aankijken. Ze hebben altijd één voet iets naar voren; de jongens zijn naakt, de meisjes gekleed. Ze zijn vrij nauwkeurig te dateren aan de hand van de amandelogen, de glimlach en (bij de kouroi)  de klutsknieën. Dit meisje is uit steen gehouwen tussen 540 en 520 v.Chr. Ze heeft als offerande een duif in de hand.

Het eerste wat leuk is aan dit beeld, is dat het is gemaakt van een marmersoort die werd (en wordt) gewonnen bij Athene, en dat de wijze waarop de kunstenaar het lichaam heeft afgebeeld, eveneens duidt op een Atheens atelier. Maar Atheense korai dragen meestal een lange wollen peplos, terwijl deze korè een linnen chiton draagt. Dat kledingstuk was populair in de Griekse steden in het westen van het huidige Turkije; anders gezegd, we hebben een oosterse invloed.

Lees verder “De Korè van Lyon”

De krater van Vix

De krater van Vix (Musée du Pays Châtillonnais)

Vorige week zondag bezocht ik het Musée du Pays Châtillonnais in Châtillon-sur-Seine. Het is een museum zoals er in Frankrijk vele zijn, met een collectie die varieert van opgezette vogels via laatmiddeleeuwse sculptuur en zeventiende-eeuwse prenten tot herinneringen aan een buiten Châtillon allang vergeten generaal. Maar er is één pronkstuk: het enorme bronzen mengvat (“krater” in jargon) dat bij het dorpje Vix is gevonden in het graf van een dame die ietwat voorbarig “Prinses van Vix” is genoemd. Mogelijk gaat het niet om een vrouw, zoals aanvankelijk aangenomen, maar om een man.

De Prinses van Vix – zo zal ik haar toch maar noemen – moet tegen het einde van de zesde eeuw v.Chr. hebben gewoond in het met een Murus Gallicus omgeven heuvelfort dat bekendstaat als Mont Lassois. Een jaar of twintig geleden is daar een opvallend grote woning opgegraven die, met wat fantasie, mag worden aangeduid als haar paleis. Dat weten we natuurlijk niet zeker, maar het is wel zeker dat Mont Lassois lag in de regio van Lotharingen tot en met Beieren waar schitterende elite-graven zijn gevonden uit de Late Hallstatt-periode. De mensen die hier werden bijgezet, beheersten de handel tussen de noordelijke regio’s, waar allerlei grondstoffen vandaan kwamen (textiel, barnsteen…), en de steden in het Mediterrane zuiden.

Lees verder “De krater van Vix”

Een wierookbrander uit Cádiz

Fenicische wierookbrander (Archeologisch museum, Cádiz)

In het najaar van 2023 bezocht ik Cádiz, ooit de Fenicische stad waar het handelsnetwerk van de Middellandse Zee contact maakte met het handelsnetwerk van de Atlantische kusten. Hier moet tin uit Armorica zijn overgeslagen op schepen die voeren naar de Mediterrane havens. In het museum van Cádiz zag ik bovenstaande wierookbrander, die afkomstig zou zijn uit de tempel van de liefdesgodin Astarte. De datering, kort voor 600 v.Chr., biedt een mooie aanwijzing voor de verspreiding van de gewoonte om in tempels wierook te branden.

De brander is overigens gevonden in wat destijds de branding van de Atlantische Oceaan was. De vermoedelijke verklaring is dat het voorwerp, gewijd aan een godheid, niet zomaar kon worden vernietigd als ze niet langer bruikbaar waren. Het antieke tempelpersoneel groef hiervoor ook wel speciale kuilen.

Lees verder “Een wierookbrander uit Cádiz”

Een Thracische huurling in Numidië

Grafstèle van een Thracische huurling (Archeologisch museum, Constantine)

Onderzoek in wat destijds bekendstond als de Franse departementen Oran, Algiers en Constantine, midden twintigste eeuw. In 1929 publiceerde Stéphane Gsell het eerste deel van Inscriptions latines de l’Algérie, dat alleen nog maar het oostelijkste deel van het oostelijkste departement bevatte. Hoe lastig de productie van dit boek was verlopen, blijkt wel uit het feit dat het officiële jaar van publicatie 1922 was: het boek heeft zeven jaar op de plank gelegen. Deel twee, dat de westelijke helft van het departement besloeg, verscheen in 1957. Het overlijden van Gsell, de Tweede Wereldoorlog en de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog hadden nogal wat problemen veroorzaakt, om het eufemistisch uit te drukken.

Dat bemoeilijkte ook vervolgonderzoek. Sommige inscripties vragen nog altijd om nadere inspectie, zoals de bovenstaande stèle, die we alleen kennen uit het deel uit 1957, alsmede een notitie van Jeanne Robert-Vanseveren en Louis Robert, de twee grootste epigrafen (inscriptiekenners) van de moderne tijd. De stèle is afkomstig uit het El-Hofra-heiligdom te Constantine, waarover ik al eens eerder blogde. Ze dateert uit de tweede eeuw v.Chr. De Roberts voegden aan de tekst van de inscriptie toe dat op de vindplaats ook diverse wijdingen waren gevonden aan de god Baäl-Hammon en aan de godin Tanit in haar rol van “aangezicht van Baäl”.

Lees verder “Een Thracische huurling in Numidië”

Filosoof over de vloer

Een filosoof bij een gezin (Altes Museum, Berlijn)

U heeft een kat of u maakt uw avondwandeling met uw hond, uw kinderen hebben een konijn of een marmot of een aquarium. En een Grieks gezin was pas compleet als het een eigen filosoof bezat. Althans, dat was wat ik dacht toen ik bovenstaand reliëf zag in het Altes Museum in Berlijn. Je kunt er van alles bij verzinnen, want het gaat om een volkomen contextloze vondst. Het bordje met uitleg, in het mooie museum aan de Spree altijd een rijke informatiebron, meldt alleen dat het voor 1892 is gevonden in een olijfgaarde langs de weg van Athene naar Eleusis. Ik verzin dus dat het is gevonden bij het klooster van Dafni.

Meer in het specifiek verzin ik dat dit een wijsgeer is te midden van een klein gezin. Van links naar rechts zien we de oudste zoon, de filosoof, jongste zoon, vader en tot slot een vrouw. Over haar zo meteen meer, maar eerst even die filosoof: het is in elk geval een belangrijke gast, want hij zit op een opvallend mooie stoel met een voetenbankje. Dat laatste gold altijd als erg vererend. Kortom, ik denk dat het gezin dat dit reliëf liet maken – ik verzin dat het een gezin is – er trots op was te kunnen tonen een wijsgeer over de vloer te hebben. (Als ik een astronaut zou ontmoeten, wilde ik ook met hem op de foto.)

Lees verder “Filosoof over de vloer”