MoM & misverstand: Natuurgodsdiensten

Standbeeld uit Ain Ghazal, even ten noorden van Amman, ongeveer 6700 v.Chr. Tot de ontdekking van een beeld in Şanli Urfa gold dit als de oudste vrijstaande sculptuur ter wereld. Het mythologisch-religieuze karakter staat met zo’n dubbel lichaam niet ter discussie (Archeologisch Museum van Amman)

Natuurgodsdiensten zijn de oudste vorm van religie. Zegt men. Vóór de moderne wetenschap bestond verklaarde de primitieve mensheid namelijk alle natuurverschijnselen als goddelijk ingrijpen. En nog eerder, vóór de mens begreep dat er goden bestonden, zag de oermens overal vage en ambigue natuurkrachten. Althans, dat dachten antropologen en godsdiensthistorici aan het eind van de negentiende eeuw. Zij meenden ook dat de oermens de vruchtbaarheid van het land had geïdentificeerd met die van de vorst. Vandaar dat de Graalkoning in een verwoest land leefde zolang de wond in zijn lendenen niet was genezen.

Koningsmoord

In natuurgodsdiensten was het niet onlogisch ’s konings vruchtbaarheid zo geconcentreerd mogelijk in te zetten: als men elk jaar een andere heerser aanstelde, maximaliseerde men diens vermogen de natuur te doen uitlopen en de oogst overvloedig te laten zijn. Aan het einde van het jaar moest de koning dan dood. Vandaar dat in zoveel Griekse mythen en sagen de koning akelig aan zijn einde komt: Herakles verbrandde, Agamemnon bezweek aan bijlslagen, Pelias werd geslacht.

Lees verder “MoM & misverstand: Natuurgodsdiensten” →

Misverstand: Pasargadai

Graf van Cyrus, Pasargadai

In de verzameling misverstanden die tijdens de corona-lockdown op deze blog is gegroeid, was zelden sprake van kwaadwillendheid. Veel mensen weten niet beter. Slechts een enkele keer is er sprake van werkelijk kwaad opzet en één van die gevallen betreft de hoax dat de Iraanse autoriteiten Pasargadai, de eerste hoofdstad van het Perzische Rijk, onder water zouden willen zetten.

Pasargadai was de residentie van koning Cyrus de Grote, die overleed in 530 v.Chr. Vrijwel zeker door natuurlijke oorzaken, want uit de kleitabletten blijkt dat zijn zoon de regeringstaken al eerder had overgenomen; misschien gesneuveld op een of andere oostelijke campagne. We weten het niet goed. In elk geval is Cyrus begraven in Pasargadai, in een relatief bescheiden graf op loopafstand van zijn paleis. De plek werd voor moderne Iraniërs een lieu de mémoire toen Mohammed Shah daar in 1971 voor een kwart miljard dollar verspijkerde aan een feestje voor alle gekroonde hoofden ter wereld. De sjah had iets met Cyrus, die hij, op overigens oneigenlijke gronden, beschouwde als eerste heerser van een land dat zich had gecommitteerd aan de mensenrechten.

Lees verder “Misverstand: Pasargadai” →

Misverstand: Stad der steden

Geen “Stad der steden” maar “eeuwige stad”: de bij mijn weten oudste vermelding van de “urbs aeterna”, uit de tijd van keizer Maxentius (r.306-312), wiens naam in de vijfde regel is uitgewist (EDCS-24100628)

Er is genoeg lelijks om de stad Rome te haten. Romofobe scheldgedichten en andere aanklachten vormen een literair genre op zich. Er is ook genoeg interessants in Rome om de stad intens lief te hebben en er zijn ook talloze romofiele teksten. De lofprijzing is een derde genre. Hier is een antiek voorbeeld:

Uit ieder land en uit elke zee wordt aangevoerd wat de seizoenen laten groeien en wat alle landen, rivieren, meren en ambachten … voortbrengen. Stel dat iemand dat allemaal wil zien, dan moet hij óf de hele bewoonde wereld afreizen óf verblijven in Rome. Het kan niet anders of al wat bij ieder volk groeit en wordt geproduceerd, is hier altijd in overvloed aanwezig. … Nooit ontbreekt het er aan binnenlopende en uitvarende schepen. Het is dan ook niet alleen een wonder dat de haven voldoende ruimte biedt voor de vrachtschepen, maar ook dat de zee niet vol raakt! Wat men hier niet kan zien, heeft niet bestaan of bestaat niet.

Lees verder “Misverstand: Stad der steden” →

Misverstand: De stad Nijmegen

Agrippa, de stichter van Nijmegen (British Museum, Londen)

Keizer Trajanus gold als een goede heerser en dat hij hier en daar een modern standbeeld heeft gekregen is geen catastrofe. Wie Nijmegen over de Waalbrug binnenrijdt, zal er door worden begroet. Het beeld dateert uit de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen het aloude Keizer Lodewijkplein, aangelegd na de sloop van de Nijmeegse stadsmuur en vernoemd naar Lodewijk de Vrome, een nieuwe naam moest krijgen. Omdat oudheidkundigen toen nog dachten dat Trajanus iets voor Nijmegen zou hebben gedaan, werd het plein naar hem vernoemd en kreeg hij een beeld.

De vraag was destijds al wát hij voor Nijmegen heeft gedaan, want het enige wat vaststaat is dat de stad zich Ulpia Noviomagus is gaan noemen. Het laatste element is de eigenlijke plaatsnaam, “nieuwe weide”. Het eerste element verwijst naar de familienaam van de keizer, die voluit Marcus Ulpius Trajanus heette. De aanname was destijds (als ik het wel heb) dat die naam is verleend met het recht om markt te houden, nundinas habere. Een tweede aanname was dan dat Noviomagus tevens “nieuwe markt” zou betekenen, wat niet onmogelijk is maar een secundaire betekenis verheft boven de primaire.

Lees verder “Misverstand: De stad Nijmegen” →

Misverstand: Cananefaten

De Cananefaten kwamen overal, getuige de grafsteen van Adiutor de Cananefaat (Museum Tipasa)

Zuid-Holland was het woongebied van de Cananefaten, een groep mensen die het huidige Voorburg als hoofdstad had. Vaak wordt beweerd dat de naam van de bewoners van het oude Zuid-Holland zoiets zou betekenen als “konijneneters” of “konijnenvatters”, maar jammer genoeg is er geen archeologisch bewijs dat de diertjes al in de Oudheid door het duingebied huppelden: wilde konijnen leefden toen nog alleen in Spanje en zijn pas in de Middeleeuwen voor het eerst gesignaleerd in de Lage Landen.

In de tweede eeuw na Chr. lijken er overigens wel wat konijnen te zijn geweest, in hokken op de landgoederen van rijke mensen, maar die hebben geen noemenswaardige nakomelingen gehad. Bovendien arriveerden ze te laat om nog als naamgevers te kunnen dienen. De Cananefaten waren hier immers al in de eerste eeuw van de jaartelling.

Lees verder “Misverstand: Cananefaten” →

Misverstand: Plato

Plato (Capitolijnse Musea, Rome)

Als het kapitaal dat in de constructie van monumentale gebouwen werd geïnvesteerd een aanwijzing is voor de materiële welvaart van Athene, dan was de bloei van Athene na de Peloponnesische Oorlog voorbij. De democratie bleef echter bestaan en floreerde. We beschikken over meer teksten uit de vierde dan uit de vijfde eeuw. Ook de teksten van de tegenstanders van de democratie zijn bewaard, zoals de dialogen van de filosoof Plato.

Deze zag liever dat de staat werd bestuurd door filosofen, mensen die met goed nadenken de waarheid konden opsporen en zich niet lieten afleiden door onlogische argumenten. Wie wilde studeren aan zijn school, de Akademie, moest wel eerst bewezen hebben in staat te zijn tot nadenken, en wat lag meer voor de hand dan van de studenten te verwachten dat ze genoeg wiskunde in huis hadden? Er zou zelfs een bord met de woorden “verboden voor niet-wiskundigen” boven de ingang van de Akademie hebben gehangen.

Lees verder “Misverstand: Plato” →

Misverstand: Rammende galeien

Model van een triëre (Mon repos, Korfu)

Na de Perzische Oorlogen zetten de Atheners de strijd tegen het Perzische wereldrijk voort. Ze hadden de triëren, ze hadden een zilvermijn om de roeiers te betalen, ze hadden de wouden waar het scheepshout groeide, en ze waren voor de duvel niet bang. Wie zich als bondgenoot bij hen wilde aansluiten moest daarvoor betalen, maar kon dan rekenen op bescherming. Een en ander geschiedde tegen concurrerende prijzen, want de Atheners waren goedkoper dan zelf een vloot onderhouden.

Onnodig te zeggen dat er daarna voor een bondgenoot geen weg terug was: wie uit het bondgenootschap wilde stappen, had meestal geen eigen schepen meer, ja had zelf betaald voor de vloot waarmee Athene de achterstallige betalingen kwam innen. Met deze gelden financierde Athene de roeiers: meestal gewone Atheense burgers, die in de volksvergadering niet zelden stemden voor agressieve militaire expansie. Dat leverde immers een leuk inkomen op.

Lees verder “Misverstand: Rammende galeien” →

Misverstand: Patroklos

Garrett Hedlund als Patroklos in de speelfilm Troy (©Warner Bros.)

De Griekse literatuur begint met de Ilias, het prachtige gedicht van de legendarische bard Homeros over de heldhaftige Achilleus die, na een belediging, weigert nog langer deel te nemen aan de Trojaanse Oorlog, wat tot gevolg heeft dat ontelbare soldaten de prooi worden van vogels en honden. Als echter ook zijn vriend Patroklos sneuvelt, is Achilleus’ woede zó groot dat hij zich over zijn rancune heen zet en weer meevecht om zo wraak te nemen op degene die Patroklos doodde, de Trojaanse kampioen Hektor.

Het verhaal is naverteld, geparodieerd, als opera en ballet opgevoerd, en ook verschillende keren verfilmd. Een voorbeeld is de speelfilm Troy (2004), waarin er zó nadrukkelijk op wordt gewezen dat Achilleus en Patroklos neven waren, dat het de kijker ging storen. Het zal er, zoals verschillende recensenten destijds opperden, mee te maken hebben gehad dat het slecht zou zijn geweest voor de bezoekerscijfers als de film leek te gaan over homoseksuele geliefden, want dat is hoe Achilleus en Patroklos vooral bekendstaan.

Lees verder “Misverstand: Patroklos” →

Misverstand: Het oog van de naald

Even ongeacht welk dier bedoeld is met het Griekse woord kamelos, een kameel of een dromedaris, het Bijbelvers dat het makkelijker is voor een kameel door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke het koninkrijk Gods te betreden, is voor sommigen nogal problematisch. In de Verenigde Staten, waar de puriteinse christenen vanouds materieel succes beschouwen als blijk van goddelijke gunst, heeft men zich altijd wat ongemakkelijk gevoeld bij Jezus’ categorische afwijzing van rijkdom.

In hun kringen schijnt het misverstand te zijn ontstaan dat in Jeruzalem een stadspoortje zou zijn geweest dat “het oog van de naald” heette. De achterliggende gedachte is dat, zoals een groot dier met enige moeite wel door een kleine poort kon, rijkdom geen definitief obstakel voor het koninkrijk hoefde zijn. Een vergelijkbaar idee is dat “oog van de naald” de oosterse naam zou zijn van een winket, dat wil zeggen het kleine deurtje dat wel wordt aangebracht in een grote deur. Zie boven.

Lees verder “Misverstand: Het oog van de naald” →

Misverstand: Carrhae

Parthische boogschutter (Altes Museum, Berlijn)
Parthische boogschutter (Altes Museum, Berlijn)

De Romeinse Republiek breidde zich aanvankelijk gestaag uit over Italië, annexeerde na de Eerste Punische Oorlog de eilanden Sicilië, Sardinië en Corsica en ook de Povlakte en de Dalmatische kust, nam na de oorlog tegen Hannibal ook de Spaanse kusten in bezit, en gebruikte vervolgens enkele decennia om alles te consolideren. Na het midden van de tweede eeuw v.Chr. ging het sneller: Macedonië, Africa, Griekenland, het Pergameense Rijk, de Meseta, de Provence, Numidië.

Daarna was het de tijd van de grote generaals. Sulla, Lucullus en Pompeius veroverden gebieden in het oosten, Caesar annexeerde het westen van het Iberische Schiereiland, Gallië en nog meer Numidië. Ze zouden allemaal worden overtroffen door keizer Augustus. En dan waren er nog de evidente mislukkingen, zoals generaal Crassus, die zich aan zijn stand verplicht voelde naar het oosten te trekken om te strijden tegen de Parthen, die woonden in Irak en Iran. Dat had hij beter niet kunnen doen, want in 53 v.Chr. werd hij bij Carrhae, ook bekend als Harran, verslagen.

Lees verder “Misverstand: Carrhae” →