Schrijnwerker, niet per se Jezus (Musée Saint-Rémi, Reims)
Het is een standaardscène in vrijwel elke film over Jezus: de flashback waarin iemand terugdenkt aan hoe het allemaal begon, met een jonge Jezus die in Nazareth nog tafels en andere meubels timmerde. In Jesus Christ Superstar (1973) herinnert Judas eraan dat “tables, chairs, and wooden chests would have suited Jesus best” en in The Passion of the Christ (2004) is de timmermanszoon uit Nazaret zelfs de uitvinder van een nieuw soort meubilair.
Het maken van meubels was echter het werk van een schrijnwerker, terwijl Jezus (volgens Marcus 6.3 || Matteüs 13.55) van beroep timmerman was – of beter, een bouwkundig vakman, wat vermoedelijk de beste vertaling is van het Griekse tektôn.
Nog steeds niet door Trouw gerectificeerde prietpraat.
Ik heb in deze reeks al enkele patronen beschreven waardoor slechte informatie over de Oudheid in omloop komt: verouderde ideeën die blijven circuleren, archeologische aandachttrekkerij die nergens toe wordt getrokken, de echoput van de classici, exacte wetenschappers die het zonder literatuuronderzoek beter denken te weten, de neiging van wetenschappers – niet alleen oudheidkundigen – om voorbarige conclusies de wereld in te gooien, politieke belangen. In dit stukje nog wat andere zaken en ik denk dat we moeten beginnen met onhandigheid.
Onhandigheid
De filoloog, historicus of archeoloog die zich ergert als iemand zonder vooropleiding zich uitlaat over de oude wereld, heeft een punt. Hoewel een vakopleiding noch de enige noch een voldoende weg is naar kwaliteit, helpt ze je wel in de goede richting. Oudheidkunde is een vak. Opvallend is dat dezelfde oudheidkundige die enig respect vraagt voor zijn vakkennis, meent geen vakkennis nodig te hebben als het gaat om wetenschapscommunicatie.
In de voorgaande stukjes toonde ik enkele patronen waardoor misinformatie werd verspreid: het voortbestaan van negentiende-eeuwse ideeën, het trekken van aandacht zonder dat er iets is waartoe die aandacht wordt getrokken, de echoput en het gebrekkige literatuuronderzoek van vooral fysici. Hier zijn er weer twee.
Voorbarige conclusies
Een van de beruchtste patronen waarmee onjuiste informatie de wereld in komt, is de publicatie van voorbarige conclusies. Een mooi voorbeeld was de verborgen kamer in het graf van Toetanchamon. In 2015 opperde egyptoloog Nicholas Reeves, die laserscans van de tombe had geanalyseerd, dat er mogelijk een verborgen vertrek was en dat koningin Nefertite hier mogelijk begraven kon liggen. Hij was voorzichtig, maar niets dat met Toetanchamon te maken heeft kan geen hype worden en maandenlang bleef de claim maar terugkeren. In 2018 was duidelijk dat die kamer er niet was. Dat had het einde van de zaak behoren te zijn maar evengoed blijft het verhaal rondspoken: afgelopen februari was het weer eens raak.
Een tijdje geleden ben ik begonnen met een reeks blogstukjes over misverstanden. Ik had er vijftig liggen en dat leek me leuk om de periode van de corona-lockdown te overbruggen, niet méér. Langzaam begon me duidelijk te worden dat er toch iets meer in zat. De oudheidkunde komt namelijk zelden echt goed in het nieuws: het is meestal met trivialiteiten en vrijwel nooit met inzichten, waardoor ze een inmiddels welverdiende reputatie heeft intellectueel weinig voor te stellen.
Dit probleem ligt er nu eenmaal en ik schreef in mijn eerste stukje dat de patronen in de misverstanden wellicht aangeven waar het verkeerd gaat en hoe we een van zijn ankers geslagen vakgebied weer een ligplaats kunnen geven in het maatschappelijk debat. In mijn tweede stukje wees ik op het voortduren van negentiende-eeuwse ideeën en op aandachttrekkerij zonder dat de eenmaal getrokken aandacht ergens naartoe leidt. Dit is vooral een probleem voor de archeologie, die noch historiografische verdieping biedt (waarom draait de limes het “Gelderse geschiedbeeld” om?), noch methodische uitleg geeft (hoe weten we wat we weten?), noch vergelijkingen tussen toen en nu maakt (wat zegt slavernij over ons vrijheidsbegrip?).
Ik wilde eigenlijk verder werken aan mijn reeks over patronen van misinformatie toen ik dit artikel tegenkwam. Een oudheidkundige heeft aanwijzingen dat er vrouwelijke geestelijken zijn geweest in de vroege kerk.
New research recently unveiled in Rome suggests women had a greater role in the early church’s ministries and liturgies than previously thought.
Let op dat lamlendige “than previously thought”. “Anders dan aangenomen” is de ergste stoplap uit de wetenschapsjournalistiek.
Nederlands historicus is niet verder gekomen dan de negentiende eeuw
Ik was begonnen met een overzicht van patronen in de misinformatie over de oude wereld. De eerste factor die ik wil noemen is het voorbestaan van verouderde ideeën.
De eeuwige negentiende eeuw
De negentiende eeuw is de tijd waarin de oudheidkunde een wetenschap werd en geïnstitutionaliseerd raakte. De toenmalige ideeën zijn nog steeds aanwezig.
Een voorbeeld is de structuur van het verleden. Pak de Wikipedia-pagina over de geschiedenis van het oude Egypte er maar bij en je ziet dat deze veelgelezen informatiebron deels is gestructureerd langs dynastieën (zoals de negentiende-eeuwse politiek werd gerund door de Romanovs, Habsburgers en Hohenzollern) en op hoofdlijnen is onderverdeeld in een Oud, een Midden- en Nieuw een Rijk. Het is gebruikelijk deze drie perioden, waarin Egypte imperialistisch was, te typeren als bloeiperioden en de tussentijden, waarin het bewind werd gedecentraliseerd, als perioden van verval: een idee uit de negentiende-eeuwse politiek, die eenheidsstaten wilde scheppen.
Scène uit Ben Hur, waarin galeien worden geroeid door geketende slaven. Ten onrechte.
Een van de vele misverstanden over de Oudheid is dat de roeiers in de Griekse en Romeinse galeien geketend zouden zijn geweest. Het is al heel lang bekend dat bijvoorbeeld de triëren van Athene werden bemand door gewone burgers, die daarvoor een goed salaris kregen. Het misverstand had allang uitgestorven kunnen zijn, maar toen was daar de speelfilm Ben Hur en voilà: het is weer terug.
Dit is om twee redenen interessant. In de eerste plaats: het toont dat de massamedia verspreiders zijn van traditionele, vaak verouderde beelden van het verleden. Een beeld dat afwijkt van wat het publiek verwacht, ook een accuraat beeld, zou immers afleiden en afbreuk doen aan het vermaak. In de tweede plaats toont het hoe een misverstand ontstaat: vanaf de zestiende eeuw veroordeelden Ottomaanse en Franse rechters misdadigers aux galères en oudheidkundigen hadden destijds geen moeite dat te projecteren op het verleden. Zo reconstrueerden ze hoe anderhalf millennium daarvoor was geweest en dat gaven ze door, tot ze ontdekten dat het niet klopte en ze leerden dat er, om schepen te roeien, ook andere mogelijkheden waren dan de inzet van gevangenen.
Het zogenaamde portret van Aspasia. De identificatie is onzeker. (Archeologisch museum van Izmir)
Critici van het democratische bestel van Athene meenden dat debatten niet lang logisch bleven als jan en alleman zich ermee bemoeiden. Dat onlogische factoren een rol speelden in de discussie, zou de filosoof Aristoteles (384-322) brengen tot een scherpzinnige analyse van factoren die er in de communicatie werkelijk toe deden: een betoog moest niet alleen logisch gestructureerd zijn (logos), maar de spreker moest ook betrouwbaar overkomen (ethos) en kunnen appelleren aan de gevoelens van het publiek (pathos). Ik blogde er al eens over. Wie een politieke tegenstander niet met inhoudelijke argumenten kon overtuigen, kon het altijd nog proberen door te appelleren aan de eigen keurigheid of door de ander verdacht te maken.
Dat beperkte zich niet tot de volksvergadering. Het spel (als dat nog het woord is) ging verder in de Atheense gerechtshoven en komedies.
In de eerste weken van 330 v.Chr. veroverde Alexander de Grote de hoofdstad van het Perzische Rijk, door de Grieken aangeduid als Persepolis, “Perzenstad”. Toen hij aan het begin van de lente weer verder trok, liet hij de prachtige paleizen in brand steken. Onze bronnen spreken elkaar tegen over de aanleiding: volgens Arrianus gebeurde het na beraadslagingen en was erover nagedacht, volgens Curtius Rufus en Ploutarchos was het een dronkemansactie.
Dat leidde tot een oudheidkundige discussie over de vraag welke van de twee versies de juiste was, maar daaraan gaat een vraag vooraf: vielen de paleizen wel ten prooi aan de vlammen? Zo is bijvoorbeeld het paleis van Darius de Grote intact gebleven: weliswaar zijn de lemen muren en het houten plafond vergaan, maar de deuren, kozijnen en muren zijn perfect bewaard en vertonen geen spoor van vandalisme.
Ik zal de eerste zijn om te zeggen dat de podiumkunsten in de eerste plaats kunst zijn, in de tweede plaats kunst, in de derde plaats kunst, vervolgens amusement en pas dan educatie. Wie de Gijsbrecht gaat zien om geschiedenis te leren, heeft gewoon iets niet begrepen. Je zult mij dus niet horen mopperen over pakweg Redbad omdat het historisch niet klopt – al is ook dat zo – maar omdat de film gewoon slecht is als film.
Er is dus weinig reden om het misverstand van de wulpse Salome, te vinden in allerlei toneelstukken en schilderijen, recht te zetten. Behalve dan dat het misverstand zo veel voorkomt.
Dynastieke relaties
Voor wie het even niet paraat heeft: koning Herodes de Grote van Judea (r.40-5/4 v.Chr.) had tien echtgenotes, waaronder twee Mariamnes. Van de jongste Mariamne had hij een zoon die Herodes heette, werd onterfd en in Rome woonde; van de oudste had hij een zoon die Aristoboulos heette, die weer trouwde met een Berenike en van haar een dochter Herodias had. Herodes Junior, vermoedelijk geboren rond 20 v.Chr., trouwde rond 5 v.Chr. met Herodias. Junior kan niet meer dan zeventien zijn geweest, zijn bruid was vermoedelijk nog een meisje. Het ging dan ook niet om biologie, bloemetjes en bijtjes, het ging nog minder om liefde en genegenheid, het ging om het creëren van een lijn voor de troonopvolging.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.