Fik Meijers Romeinse Rijk (4)

De zelfmoord van Decebalus (Zuil van Trajanus)
De zelfmoord van Decebalus (Zuil van Trajanus)

[Dit is het vierde deel van een beschouwing over Fik Meijers Macht zonder grenzen. Het eerste deel leest u hier.]

Mijn bezwaar tegen Meijers Macht zonder grenzen is, zoals ik in het eerste deel aangaf, tweeledig: zijn beheersing van de oudheidkundige methoden schiet tekort en hij bezit te weinig kennis van de feiten. Ik heb, denk ik, nu wel voldoende onderbouwd dat er methodische fouten zitten in Meijers boeken, die ertoe leiden dat u een verkeerd beeld krijgt van de oude wereld. Dit is moeilijk te repareren. Dat ligt anders bij ’s mans tekortschietende kennis van bij oudhistorici algemeen bekende feiten. Hier is het probleem meer dat simpele verbeteringen niet worden doorgevoerd. Alvorens daarop in te gaan echter een passage die niet in de twee genoemde categorieën valt.

Pseudowetenschap

De definitie van pseudowetenschap is notoir lastig en daarom heb ik ooit de term “kwakgeschiedenis” gemunt om claims te typeren die verder gingen dan methodisch verantwoord was, maar bleven binnen de grenzen van het fysisch mogelijke. Er is een verschil tussen enerzijds Tom Holland, die eeuwenlange continuïteiten postuleert zonder het benodigde bewijs te kunnen leveren, en anderzijds Immanuël Velikovski of Erich von Däniken, die dingen claimen die in strijd zijn met de natuurwetten.

Lees verder “Fik Meijers Romeinse Rijk (4)”

Fik Meijers Romeinse Rijk (3)

De Elbe
De Elbe

[Dit is het derde deel van een beschouwing over Fik Meijers Macht zonder grenzen. Het eerste deel leest u hier. Ik leg hieronder uit wat een historicus doet met bronnen.]

Representatief of niet?

Ik beschreef in mijn vorige stuk dat oudhistorische kennis weliswaar is gebaseerd op bronnen, maar dat je er rekening mee moet houden dat die bevooroordeeld zouden kunnen zijn. Wat zéker verdacht is, is hun representativiteit. Min of meer het eerste wat studenten leren bij hun colleges oude geschiedenis is – of zou moeten zijn – dat we onze kennis van het verre verleden voor een groot deel baseren op geschreven teksten en dat we die moeten wantrouwen juist omdat het geschreven teksten zijn. Wat werd (en wordt) opgeschreven, heeft immers betrekking op het uitzonderlijke en ongebruikelijke. De informatie in onze geschreven bronnen is dus zelden representatief.

Lees verder “Fik Meijers Romeinse Rijk (3)”

Fik Meijers Romeinse Rijk (2)

Moeilijk leesbaar, maar deze beroemde inscriptie uit Caesarea vermeldt in de tweede regel Pontius Pilatus en in de derde zijn functie,
Moeilijk leesbaar, maar deze beroemde inscriptie uit Caesarea vermeldt in de tweede regel Pontius Pilatus en in de derde regel zijn functie, “praefectus”. Het origineel is in het Israel Museum in Jeruzalem; dit is een goede kopie.

[Dit is het tweede deel van een beschouwing over Fik Meijers Macht zonder grenzen. Het eerste deel leest u hier. Ik leg hieronder uit wat een historicus doet met bronnen.]

Jaren geleden leidde Fik Meijer in – ik meen – Felix Meritis een gesprek met Tom Holland, de auteur van Persian Fire. In dit boek over de Perzische Oorlogen beweert Holland dat dat conflict verklaart waarom het vrije, humanistische westen zo anders is dan het religieuze, despotische Nabije Oosten. Zo’n eeuwenlang beslaande tegenstelling moet je bewijzen – als je het alleen maar claimt, ben je geen historicus maar een als historicus verklede ideoloog. Het toeval wil dat de beslissendheid van de Perzische Oorlogen een voorbeeld is uit een essay van Max Weber dat wordt behandeld in handboeken voor geschiedtheorie, zoals Chris Lorenz’ De constructie van het verleden. Een eerstejaarsstudent weet dus waarom Hollands beweringen kulleklap zijn. Het curieuze is nu dat Meijer, hoewel toch hoogleraar oude geschiedenis, Holland prees: hij had bij het lezen van Persian Fire niet gemerkt dat Holland niet was opgeleid als oudhistoricus.

Vanzelfsprekend schrijft de beleefdheid voor dat we soms iets aardigs zeggen over een wanproduct – in de tweede alinea van dit stuk beschreef ik een veel voorkomende situatie waarin ik beleefdheid liet gaan vóór eerlijkheid – maar Meijers uitspraak gaat, voor een beleefdheid, te ver. Veel te ver: dit is alsof een lid van de directieraad van het RIVM in het openbaar Jomanda complimenteert met de woorden dat hij niet had gemerkt dat ze niet was opgeleid als arts. Ik vrees dat de verklaring voor Meijers misplaatste compliment is dat hij domweg de waarheid sprak: hij had inderdaad niet gemerkt dat Holland niet was opgeleid als oudhistoricus. Zou hij dat wel hebben herkend, dan zou hij de organisator van de bijeenkomst immers hebben gezegd dat geesteswetenschappers ideologie plegen door te prikken (“deconstrueren”) en dat hoogleraren zich niet kunnen lenen voor het respectabel laten lijken van kwakgeschiedenis. Mijn indruk dat Meijer niet in staat is de wetenschappelijke kwaliteit van historische publicaties te beoordelen, wordt bevestigd door zijn boek Macht zonder grenzen, waarin hij methodische fout op methodische fout laat volgen. Die fouten komen redelijk overeen met wat hij doet in Jezus en de vijfde evangelist. Zo wordt het grote publiek gedesinformeerd over de oude wereld, groeit het beeld dat een methode er niet toe doet en kunnen de Hollands en Van Rossems dezer wereld denken dat zij kunnen bijklussen in de oude geschiedenis. Je hoeft immers toch niet te zijn opgeleid als oudhistoricus.

Lees verder “Fik Meijers Romeinse Rijk (2)”

Fik Meijers Romeinse Rijk (1)

fik_meijer-macht_zonder_grenzen

Een tijdje geleden schreef ik over Fik Meijers Jezus en de vijfde evangelist. Ik legde uit dat dit boek een christelijke agenda volgde: Meijers Jezus was van alles, maar géén Jood. Ik zal de allerlaatste zijn, echt, om christenen het recht te ontzeggen hun heiland uit zijn religieuze en etnische context te lichten, maar ik wilde wel de eerste zijn om op te merken dat Meijers boek over een onjoodse Jezus niet kan doorgaan voor het werkstuk van een competente historicus.

Die haast had ik, omdat ik overlast ondervind van de boeken van Meijer. Al jaren gaat er vrijwel geen week voorbij zonder dat ik vragen moet beantwoorden over wat de UvA-emeritus heeft geschreven, beweerd op een HOVO-cursus, verteld als reisleider, gezegd op de radio. Ik blijf altijd beleefd: als iemand erop wijst dat de man toch hoogleraar is geweest, verbloem ik met een “ook hoogleraren begaan weleens vergissingen” de problemen. Deze correspondentie kost me echter te veel tijd. Het gaat bovendien niet om onschuldige zaken die je kunt afdoen als verschil aan inzicht. Soms is fout gewoon fout. Als Meijer de Bergrede presenteert als “de enige tekst die echt iets prijsgeeft over de door Jezus beoogde samenleving”, heeft hij de bronnenkritiek niet begrepen en licht hij u verkeerd voor. Tot slot zijn veel van Meijers fouten zichtbaar voor iedereen, zodat het begrijpelijk is dat mensen denken dat oude geschiedenis een fopwetenschap is.

Lees verder “Fik Meijers Romeinse Rijk (1)”

Fik Meijers Jezus (slot)

Christus als wetgever. Detail van een sarcofaag uit Rome (Louvre, Parijs)

[Het derde deel van mijn bespreking van Fik Meijers Jezus en de vijfde evangelist. Het eerste deel is hier.]

Fik Meijer wil de historische Jezus tot leven brengen, maar verwaarloost de historische Jood Jezus en negeert belangrijke Joodse bronnen. Er zijn meer punten waarop Meijer als historicus niet de kwaliteit levert die we zouden verwachten van een hoogleraar.

Eliminatie en authenticatie

Eén voorbeeld is zijn behandeling van de Bergrede, die Meijer op blz.240 typeert als “de enige tekst die echt iets prijsgeeft over de door Jezus beoogde samenleving”. De tekst is echter een compositie van de evangelist Matteüs, die gebruik maakte van het materiaal uit de bron Q. De precieze reconstructie is niet helemaal onomstreden, maar voor Meijers doel – een boek voor het grote publiek – weten we er voldoende van. We beschikken dus over een oude bron, Q, en een daarvan afgeleide bron, Matteüs. In dit soort situaties dient een historicus de voorkeur te geven aan de oude bron en de jongere “te elimineren”. Dit punt is belangrijk, want Q toont de door Jezus beoogde samenleving niet echt: Meijer ziet voor Jezus’ mening aan wat in feite die van Matteüs is.

Lees verder “Fik Meijers Jezus (slot)”

Fik Meijers Jezus (2)

Henochs hemelvaart met het offer van Abel (Cappella Palatina, Palermo)

[Het vervolg van mijn bespreking van Fik Meijers Jezus en de vijfde evangelist. Het eerste deel is hier.]

De oudheidkundige disciplines zijn gevarieerd, maar hebben één kenmerk dat ze verbindt en uniek maakt onder de wetenschappen: een gierend gebrek aan data. Oudheidkundigen kunnen geen experimenten doen, geen waarnemingen uitvoeren. Ze hebben alleen geschreven teksten, archeologische vondsten en etnografisch vergelijkingsmateriaal. Dit extreme datagebrek dwingt oudheidkundigen alle, en dan ook echt álle, informatie te verkennen, maar Meijer leest naast de teksten uit het Nieuwe Testament eigenlijk alleen Josephus. Dat verheldert het een en ander, maar is onvoldoende om Meijer zijn doel te laten bereiken: het tot leven brengen van de historische Jezus.

Lees verder “Fik Meijers Jezus (2)”

Fik Meijers Jezus (1)

Ik heb nooit over de Nederlandse oudhistoricus Fik Meijer willen schrijven. Ik ben namelijk ooit verschrikkelijk geschrokken van zijn boek Macht zonder grenzen, waarin vele tientallen feitelijke onjuistheden staan. Bijna de helft daarvan is zonder oudheidkundige vooropleiding te herkennen. Omdat mensen hun vragen het liefst via mail beantwoord krijgen, ontving ik er elke week een paar, en die stroom is nooit opgedroogd. Een nare herinnering. Daarom heb ik, als bijvoorbeeld het NRC Handelsblad me verzocht iets van Meijer te bespreken, dat doorgaans geweigerd.

Full disclosure

Het is daarom met enige aarzeling dat ik nu iets schrijf over Jezus en de vijfde evangelist, Meijers boek over de historische Jezus en Flavius Josephus. Afgezien van het feit dat ik er vooraf al van uitga dat Meijer een sloddervos is, maak ik me kwetsbaar voor het verwijt dat ik een negatief oordeel vel omdat ik zelf een boek over een soortgelijk onderwerp heb geschreven. Er is de afgelopen vier dagen echter zes keer naar mijn mening gevraagd. “Ik snap wel dat je je bezwaard voelt om er in het openbaar iets over te schrijven vanwege je eigen boek,” schreef bijvoorbeeld Yuri Visser van Historiek.net, “maar aan de andere kant ben jij daarom juist dé persoon om kanttekeningen te plaatsen.”

Lees verder “Fik Meijers Jezus (1)”