Het pro-actieve Paasstukje

De kruisiging van de historische Jezus was gruwelijker dan op deze middeleeuwse afbeelding (Keulen, St. Maria im Kapitol).

Binnenkort is het Pasen, journalisten willen daar dan iets mee doen en zoeken iets nieuws. Daar is niets mis mee, maar er zit kaf tussen het koren; zie onderaan deze pagina voor een overzicht van enkele paashoaxes. Wetenschappers staan er bovendien niet boven om journalisten voor hun karretje te spannen: toen Harvard door het stof moest voor een wetenschapsfraude, bracht de universiteit kort voor Pasen een misleidend persbericht naar buiten. Op deze pagina heb ik wat populaire misverstanden op een rijtje gezet.

1 Judea was politiek onrustig

Populair gemaakt door Jesus Christ Superstar en later Fik Meijer. Gebaseerd op kritiekloos gebruik van de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus, die een nogal aparte visie had op de aanloop naar de grote oorlog tussen Joden en Romeinen van 66-70. Volgens hem was de oorzaak gelegen in een “vierde filosofie” die “aan het Jodendom vreemd” was, waarmee hij de Sicariërs bedoelde. Deze streed aan het begin van de jaartelling tegen de Romeinen en speelde zestig jaar later opnieuw een kleine rol. Josephus claimt continuïteit en om die te bewijzen noemt hij allerlei opstandelingen, maar die dateren uit de tijd tussen 36 en 66. Over de daaraan voorafgaande periode, waarin Jezus leefde, weet hij domweg geen rebellen te noemen. Die continue onrust in Judea bewijst hij dus niet. De wetenschappelijke consensus komt overeen met de inschatting van de Romeinse schrijver Tacitus, die de situatie typeert met één woord: quies.
Lees verder “Het pro-actieve Paasstukje”

Geweld in Judea (2)

De militaire expansie van het Hasmonese tempelstaatje
De vorming van Judea: militaire expansie van het Hasmonese tempelstaatje

Ik begon gisteren een reeks over oorlog in het antieke Judea. Ik presenteerde u een geestdodend saaie reeks van gewelddadige conflicten om u te tonen dat oorlog destijds meer dan bij ons een realiteit was. Je hoefde daarbij niet rechtstreeks door het geweld getroffen te zijn om de gevolgen te ondervinden. Een mooi voorbeeld is de passage uit de Bergrede waarin Jezus verwijst naar een soldaat die van een voorbijganger kon eisen dat deze een deel van de bagage zou dragen: “als iemand u dwingt een mijl te gaan, ga dan twee mijlen.” Toen Jezus werd gekruisigd, eisten de soldaten dat een zekere Simon van Kyrene, die net van zijn akker naar Jeruzalem kwam lopen, het kruis zou dragen.

Wij hebben geen idee wat de nabijheid van geweld met mensen doet, maar het is moeilijk voorstelbaar dat het géén mentale gevolgen heeft. Het lijkt me denkbaar dat de drempel om geweld toe te passen erdoor werd verlaagd. Ouders sloegen hun kinderen, lijfstraffen als geseling waren gangbaar en in het uiterste geval volgde executie. Dit kan niet anders dan psychische consequenties hebben gehad. (Ik zou er graag meer over willen weten maar het meeste van wat ik in mijn studie en daarna heb gelezen op het snijvlak van psychologie en geschiedenis bestond uit een slaapverwekkende herhaling van dezelfde zetten, waarbij de ene geleerde riep dat moderne psychologische concepten toepasbaar zijn op de Oudheid en de andere geleerde zegt dat de maatschappelijke verhoudingen destijds te anders waren.)

De tweede van mijn tien stellingen ligt in het verlengde van de stelling dat geweld in de Oudheid een realiteit was.

2. Oorlog was acceptabel maar het jodendom maakte wel regels

Lees verder “Geweld in Judea (2)”

De Syrische Oorlogen

grainger

Anders dan u bij de titel van deze post verwacht, gaat dit stukje niet over de trieste reeks gevechten in het huidige Syrië. Het gaat over een serie conflicten die in de derde en de tweede eeuw v.Chr. werden uitgevochten tussen het Ptolemaïsche en het Seleukidische Rijk, twee staten die, zoals de trouwe lezers van deze kleine blog inmiddels weten, waren ontstaan na de dood van Alexander de Grote. Een Macedonisch-Griekse elite kreeg in die nieuwe koninkrijken de macht over en moest daar in feite van voren af aan beginnen.

De negen oorlogen zijn een vergeten onderwerp, nog méér vergeten dan het toch al zo vergeten Seleukidische Rijk. Niet alleen waren er weinig veldslagen waarop de antieke historici zich konden uitleven, veel belangrijker is dat tegelijkertijd Rome bezig was het Middellandse Zee-gebied te verenigen, een proces dat veel duurzamer resultaten zou hebben dan de oorlogen in het oosten. In The Syrian Wars breekt J.D. Grainger er een lans voor wat meer aandacht te geven aan de eindeloze conflictenreeks, die draaide om het bezit van Koile Syria, “het holle Syrië” ofwel de vallei van de Jordaan en de Bekaa. De conflictenreeks, zo betoogt Grainger, was heel belangrijk, omdat ze de directe aanleiding vormde voor de staatsvorming in zowel het Ptolemaïsche als het Seleukidische Rijk. Grainger duidt de ontwikkeling van een staatsapparaat, bedoeld om de oorlogsinspanning voort te zetten, aan als “competetive development”.

Lees verder “De Syrische Oorlogen”

Antiochos IV Epifanes

In het Bijbelboek Daniël komt de Seleukidische koning Antiochos IV Epifanes (r.175-164) er niet bepaald geweldig vanaf. Een monster en godslasteraar, dat is hij, maar God zal hem straffen:

De koning zal doen wat hij wil; in zijn hoogmoed zal hij zich verheffen boven welke god ook en tegen de God der goden zal hij ongehoorde dingen zeggen. Toch zal hij voorspoed genieten, totdat de toorn ten top gestegen is: dan wordt uitgevoerd wat besloten is. (Daniël 11.36)

Even eerder heeft de samensteller van Daniël Antiochos al getypeerd als een godslasteringen uitkramende hoorn van een van de vier beesten die hij in een van zijn visioenen uit zee ziet oprijzen. Zie het plaatje hierboven. De Griekse historicus Polybios van Megalopolis (c.200-c.118) dacht er niet heel anders over. “Wegens zijn gedrag kreeg Antiochos, bijgenaamd Epifanes [de verschenen godheid], ook de naam Epimanes [de dwaas]” schrijft hij (Wereldgeschiedenis 26.1). Daaraan voegt hij een catalogus van vreemde gedragingen toe.
Lees verder “Antiochos IV Epifanes”

Olympische Spelen

Het stadium in Delfi
Het stadium in Delfi

Het is de oudheidkundige nieuwscyclus. Elk jaar rond kerstmis is er weer dat stukje over de Ster van Betlehem. Elk jaar rond Chanoeka vinden de archeologen weer iets dat te maken heeft met de Makkabeeënopstand. Elk jaar vlak voor pasen lezen we weer wat “de” wetenschap zegt over de historische Jezus. Als het zo-en-zoveel jaar geleden is dat deze of gene gebeurtenis plaatsvond, komen er exposities: tweeduizend jaar na de slag in het Teutoburgerwoud, tweeduizend jaar na de dood van Augustus. En om de vier jaar herinneren journalisten zich plotseling dat de Olympische Spelen komen uit Griekenland en dat die Griekse herkomst altijd goed is voor een vet stukje.

De rest van het jaar is de Oudheid de irrelevante hobby van wereldvreemde types.

Ik ben niet de enige die daarmee moeite heeft. De Oudheid is om te beginnen ruim 365 dagen per jaar belangrijk en is bovendien belangrijk genoeg om niet te zijn onderworpen aan de toevalligheid van de nieuwscyclus. De Oudheid verdient het in de media serieus aandacht te krijgen.

Lees verder “Olympische Spelen”

Het lot van Henoch

Henochs hemelvaart met het offer van Abel (Cappella Palatina, Palermo)
Henochs hemelvaart met het offer van Abel (Cappella Palatina, Palermo)

Ik vertelde gisteren dat het christendom mede is ontstaan doordat Jezus, die zich als joodse religieuze autoriteit vooral moet hebben beziggehouden met halachische vraagstukken en die geloofde in het nabije einde der tijden, door zijn leerlingen werd beschouwd als een middelaarfiguur van de soort die we ook kennen uit de Henochitische literatuur. (Het binnen het toenmalige jodendom ongebruikelijke idee dat de Messias en de Mensenzoon dezelfde waren, heeft eveneens parallellen in dit materiaal.)

Henoch

Het is u vergeven als u de Henochitische literatuur nooit heeft gelezen of er niet van heeft gehoord. Toen de rabbijnen in de tweede eeuw n Chr. vaststelden welke teksten mochten gelden als geïnspireerd, distantieerden ze zich er namelijk van. Niet onbegrijpelijk, aangezien het idee van een tweede godheid een rol speelde in het vroege christendom. Dáár voelde men zich er echter eveneens ongemakkelijk bij en christenen zouden Jezus steeds meer typeren als de tweede persoon van de drie-eenheid. Teksten over een “kleine JHWH” waren daarom ook bij de christenen niet gewenst. Toen ze lijsten begonnen op te stellen van geïnspireerde teksten, verdween Henoch dus ook van de christelijke canon.

Lees verder “Het lot van Henoch”

Makkabeeën in Rome?

Blad uit het Leidse handschrift met de tekst van Makkabeeën

In de jaren zestig van de tweede eeuw v.Chr. woedde in Judea een grote opstand tegen de Seleukidische koning Antiochos IV Epifanes, die het joodse geloof wilde onderdrukken. Deze revolte staat bekend als de Makkabeeënopstand, genoemd naar de strijders die deze nom de guerre droegen. Het woord zou “hameraars” kunnen betekenen, maar zeker is dat allerminst. Als u meer over de opstand wil weten, moet u dit stuk lezen. De revolte eindigde met de onafhankelijkheid, die internationale erkenning kreeg middels een of twee staatsverdragen met Rome.

Er zijn twee bronnen over, 1 Makkabeeën en 2 Makkabeeën. In de Middeleeuwen waren ze buitengewoon populair. Als strijders tegen het ongeloof waren de Joodse krijgers een mooi model voor de Kruisridders. In feite las men de boeken als een soort ridderromans. (Het plaatje toont een schitterend geïllustreerd handschrift uit Leiden.) Er was ook handel in Makkabese relikwieën. Enkele strijders zouden begraven liggen in Sankt Andreas te Keulen (meer).

Lees verder “Makkabeeën in Rome?”

Makkabeeën en methode (4)

Donald Rumsfeld

[Dit is het vierde deel van een artikel dat deze maand ook valt te lezen in Kleio. Het eerste deel is hier. In het voorafgaande heb ik gewezen op allerlei tegenspraken.]

Een verhaal vol tegenspraken – so what? Wordt de historicus daarmee niet altijd geconfronteerd? Inderdaad, maar dat is de pointe niet van dit stuk, dat in feite niet gaat over de Makkabeeënopstand maar over de omgang met strijdige bronnen.

Lees verder “Makkabeeën en methode (4)”

Makkabeeën en methode (3)

Blad uit een Leids manuscript over de Makkabeeën

[Dit is het derde deel van een artikel dat deze maand ook valt te lezen in Kleio. Het eerste deel is hier. Ik beschreef de aanleiding van de opstand en de uitbraak daarvan, en wees op tegenspraken tussen onze bronnen.]

De twee Makkabeeënboeken zijn het eens over de leider van de opstand: Judas de Makkabeeër. (Voor de bijnaam bestaat geen bevredigende uitleg.) Er is ook consensus dat zijn eerste tegenstander de garnizoenscommandant van Jeruzalem was, Apollonios. Volgens 1 Makkabeeën probeerde deze, met troepen uit Samaria, Judas aan te vallen, en werd hij verslagen. 2 Makkabeeën meldt daarentegen dat Judas in Jeruzalem was toen Apollonios de stad binnentrok met zijn garnizoen van Mysische soldaten. Judas zou zijn gevlucht.

Lees verder “Makkabeeën en methode (3)”

Makkabeeën en methode (2)

Antiochos IV Epifanes (Bodemuseum, Berlijn)

[Dit is het tweede deel van een artikel dat deze maand ook valt te lezen in Kleio. Het eerste deel is hier; ik beschreef daarin hoe in Judea het hogepriesterschap in opspraak raakte en hoe de bevolking werd geconfronteerd met belastingverhoging.]

Tot hier is alles eenduidig. We beschikken over een redelijke bron, het al genoemde Tweede boek Makkabeeën, dat is geschreven rond 124 v.Chr. Daarnaast is er informatie te vinden in de Joodse  Oudheden van Flavius Josephus, die de tekst citeert van de door Antiochos III toegestane belastingverlaging. Zo kunnen we reconstrueren hoe Judea afgleed naar een burgeroorlog, die bekend is komen staan als de Makkabeeënopstand.

Deze vormt het onderwerp van meer bronnen: het Eerste boek Makkabeeën, ruwweg even oud als het tweede, en het Bijbelboek Daniël, dat geschiedverhalen vertelt in de vorm van apocalyptische profetieën. Dat maakt deze tekst wat duister, maar van de andere kant: vanaf een bepaald moment gaat de als voorspelling gepresenteerde geschiedenis over in pure speculatie, en dat moet het moment zijn waarop de auteur schreef. Daniël is een contemporaine bron.

Lees verder “Makkabeeën en methode (2)”