De grootste oorlog uit de Oudheid (3)

De Egadische Eilanden

[Dit is de derde aflevering van een reeks over de Eerste Punische Oorlog (264-241). In het eerste deel beschreef ik hoe de Romeinen en Karthagers in conflict raakten en dat de Romeinen een vloot waren gaan bouwen In het tweede deel beschreef ik hoe de Romeinen overstaken naar Afrika en hoe consul Regulus daar door de Karthagers werd verslagen.]

Het was een geweldige blamage dat Regulus krijgsgevangen was genomen, maar de operatie in Afrika was niet volledig mislukt. Enkele Numidische stammen ten westen van Karthago hadden zich aan de Romeinse zijde geschaard, wat betekende dat de Romeinen de volgende vijf jaar niet bang hoefden zijn voor grootschalige Karthaagse initiatieven. Bovendien verscheen de Romeinse vloot net op tijd om het expeditieleger te evacueren.

Lees verder “De grootste oorlog uit de Oudheid (3)”

De grootste oorlog uit de Oudheid (2)

Model van een enterbrug (Martin Lokaj)

[Dit is de tweede aflevering van een reeks over de Eerste Punische Oorlog (264-241). In het eerste deel beschreef ik hoe de Romeinen en Karthagers in conflict raakten en ik eindigde met een beschrijving van de Romeinse vlootbouw.]

Mylae en Eknomos

Wat de Romeinen tijdens de Eerste Punische Oorlog misten was ervaring ter zee. Nieuwkomers waren ze niet, maar ze hadden geen grootse maritieme traditie. Het waren landrotten. Om van een zeeslag een landslag te maken, voegden ze aan hun oorlogsschepen een enterbrug toe. Die maakte het schip weliswaar topzwaar, maar stelde de Romeinse strijdkrachten in staat aanvallen met rammen te pareren. Kwam een Karthaagse galei te dichtbij, dan lieten de Romeinen de enterbrug vallen, die zich dankzij een scherpe punt óf achter de dolboorden óf in het dek van het vijandelijke schip vasthaakte.

Dankzij deze uitvinding kregen de Romeinen al snel de overhand in de zeeoorlog – de eerste zege was die te Mylae, behaald door consul Duillius – en in 256 probeerden ze de strijd over te brengen naar Afrika, in de hoop dat hun vijanden de verdediging van Sicilië dan moesten opgeven. De Karthagers wisten dat ze hun platteland niet goed konden verdedigen en probeerden de invasie te verhinderen. Ze zetten 350 oorlogsbodems in van een type dat werd geroeid door 300 man en bemand door 120 soldaten: samen 147.000 koppen. De Romeinse cijfers deden er nauwelijks voor onder: 330 schepen, bijna 140.000 koppen. De schepen ontmoetten elkaar bij Kaap Eknomos, waar tegenwoordig het havenstadje Licata ligt.

Lees verder “De grootste oorlog uit de Oudheid (2)”

De grootste oorlog uit de Oudheid (1)

Sicilië

De ambassadeurs uit de Siciliaanse stad Messina die in 264 v.Chr. in Rome aankwamen om daar te vragen om militaire steun tegen Karthago, kunnen maar weinig vertrouwen hebben gehad in de goede afloop van hun missie. Hun stadsgenoten hadden zich de afgelopen jaren namelijk toegelegd op piraterij en daarmee Romeinse bondgenoten benadeeld. De ambassadeurs wisten dat deze activiteit hen niet bepaald geliefd had gemaakt. Van de andere kant: de Karthagers hadden een garnizoen in Messina geplaatst en dat schreeuwde om een oplossing. Desnoods moest die in Rome worden gezocht.

De diplomaten moeten hebben geweten dat er nog een tweede reden was waardoor hun missie tot mislukking was gedoemd. De Romeinen hadden pas kort daarvoor de Griekse steden in het zuiden van Italië veroverd na een zó moeizaam conflict dat ze het slechts hadden kunnen winnen door steun uit Karthago, dat vanaf West-Sicilië Griekse steden als Syracuse had aangevallen. De Griekse legers van Zuid-Italië hadden op Sicilië enige successen geboekt maar toen ze zich weer op Rome hadden gericht, bleken ze zó verzwakt dat Rome ze had kunnen verslaan. De ambassadeurs uit Messina stonden al met al dus voor de weinig benijdenswaardige opgave in de hoofdstad van Italië namens een stad vol piraten steun te vragen tegen uitgerekend de Karthagers, Romeinse vrienden, Maar ja, die Karthagers hadden wel een garnizoen in Messina gelegd.

Lees verder “De grootste oorlog uit de Oudheid (1)”

Klassieke literatuur (5b): geschiedschrijving

Kleio, de muze van de geschiedschrijving. Mozaïek uit Zeugma, nu in Gazi Antep.

[Bij mijn mail zat onlangs de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich werkelijk in de klassieke letteren wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit aanschuiven bij een collegereeks. Voor de Latijnse literatuur kun je verder Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus lezen, maar voor de Griekse en christelijke literatuur bestaat zo’n boek niet.]

Xenofon

Ik heb u eergisteren al voorgesteld aan Herodotos, de auteur van de Historiën, en aan Thoukydides, die het genre dat we gemakshalve “geschiedschrijving” noemen versmalde tot de daden van enkele grote mannen. Vandaag behandel ik enkele andere schrijvers, en dan begin ik met Xenofon, een van de onderhoudendste auteurs uit de Oudheid. Dat is ook niet zo vreemd, want behalve auteur was hij huurling, econoom, filosoof, paardenfokker, reiziger, balling, biograaf, romancier, generaal en hoveling. Met zo’n leven ben je natuurlijk niet in staat iets te schrijven dat saai is.

Lees verder “Klassieke literatuur (5b): geschiedschrijving”

Het Romeinse Rijk van Fik Meijer (4)

De zelfmoord van de Dacische koning Decebalus op de Zuil van Trajanus

[Dit is het vierde deel van een beschouwing over Macht zonder grenzen van Fik Meijer. Het eerste deel leest u hier.]

Mijn bezwaar tegen Macht zonder grenzen van Fik Meijer is, zoals ik in het eerste deel aangaf, tweeledig: zijn beheersing van de oudheidkundige methoden schiet tekort en hij bezit te weinig kennis van de feiten. Van een hoogleraar verwacht je meer kwaliteit. Ik heb, denk ik, nu wel voldoende onderbouwd dat er methodische fouten zitten in Meijers boeken, die ertoe leiden dat u een verkeerd beeld krijgt van de oude wereld. Dit is moeilijk te repareren. Dat ligt anders bij ’s mans tekortschietende kennis van bij oudhistorici algemeen bekende feiten. Hier is het probleem meer dat simpele verbeteringen niet worden doorgevoerd. Alvorens daarop in te gaan echter een passage die niet in de twee genoemde categorieën valt.

Pseudowetenschap

De definitie van pseudowetenschap is notoir lastig en daarom heb ik ooit de term “kwakgeschiedenis” gemunt om claims te typeren die verder gingen dan methodisch verantwoord was, maar bleven binnen de grenzen van het fysisch mogelijke. Er is een verschil tussen enerzijds Tom Holland, die eeuwenlange continuïteiten postuleert zonder het benodigde bewijs te kunnen leveren, en anderzijds Immanuel Velikovsky of Erich von Däniken, die dingen claimen die in strijd zijn met de natuurwetten.

Lees verder “Het Romeinse Rijk van Fik Meijer (4)”

Polybios’ portret

Polybios (Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

Het plaatje hierboven toont Polybios van Megalopolis, een Griekse aristocraat die, na een desastreus verlopen oorlog tegen de Romeinen, als gijzelaar werd meegenomen naar Rome. Daar had hij het geluk te worden geïnterneerd bij de familie Cornelius Scipio en vriendschap te kunnen sluiten met Publius Cornelius Scipio Aemilianus, die was voorbestemd tot een grootse militaire carrière. In 146 v.Chr. veroverde hij Karthago en in 133 de belangrijke Spaanse stad Numantia.

Polybios kon met hem mee op campagne en kreeg zo de gelegenheid informatie te verzamelen voor een van de betere geschiedwerken uit de Oudheid. Deze briljante wereldgeschiedenis beslaat de periode vanaf 220 tot 146 v.Chr.: de driekwart eeuw waarin Rome het Middellandse Zee-gebied onderwierp en verenigde.

Lees verder “Polybios’ portret”