De ruiters van de Donau

Een votiefgift voor de “ruiters van de Donau” uit Sirmium (Archeologisch museum, Zagreb)

Een tijdje geleden vroeg ik uw hulp bij het identificeren van de voorstelling op een loden schijfje. Ik kreeg leuke reacties, die wezen naar een Romeinse cultus die vooral bekend is uit Moesia, dat wil zeggen het gebied van de Beneden-Donau. En toen u mij eenmaal op dat spoor had gezet, herinnerde ik me ineens dat ik meer van zulke loden afbeeldingen had gezien.

De ruiters van de Donau

Het gaat bij deze ruiters van de Donau steeds om loden plaatjes, waarop altijd een feestmaal is te zien met vis op het menu. De meeste afbeeldingen zijn, zoals de bovenstaande, vierkant, maar er zijn ook een paar ronde schijven gevonden zoals die waarover ik uw hulp vroeg.

Lees verder “De ruiters van de Donau”

De Matres

De Aumenahenische Matres (Römisch-Germanisches Museum, Keulen)

Tot de vele dingen uit de oude wereld waarover we nagenoeg niets weten, behoort ook de religie van de mensen die in de Romeinse tijd woonden in de Lage Landen. We hebben honderden hypotheses maar ze zijn nauwelijks toetsbaar. Vaak komt het neer op eclecticisme: we nemen iets dat we weten over de Noordse goden en projecteren dat maar op de Germanen die hier ooit hebben gewoond, alsof er tussen de eerste optekening van de Edda en de Franken niet een eeuw of zeven, acht zit. Over de periode die eraan voorafgaat hebben we het maar niet eens. Ik bezondig me er ook aan, zoals wanneer ik Wieland de Smid leg naast een Germaans voorwerp, maar het voelt ongemakkelijk.

En toch. Er zijn wel veel reliëfs bekend met afbeeldingen van de drie matres of matronae (beide woorden betekenen “moeders”). Zulke reliëfs komen niet alleen uit het Rijnland, maar ook uit Gallië, Noord-Spanje en de Povlakte. Anders gezegd: de regio van de La Tène-cultuur. Dat duidt eerder op een Keltische dan een Germaanse oorsprong en dat is alvast iets dat we weten kunnen. Er zijn twee concentraties van deze monumenten: enerzijds de Povlakte, anderzijds het gebied aan de Neder-Rijn waar de Ubiërs leefden.

Lees verder “De Matres”

Votiefgift

Votiefgift uit de tempel van Aesculapius in Rome (Nationaal Museum, Rome)

Ik schreef onlangs over de leuke Bes-expositie in het Allard Pierson-museum en vertelde dat die ook aardig was voor kinderen. De voor dit doel gevraagde externe deskundige (8 jaar) beleefde veel plezier aan de speurtocht langs de diverse beeldjes en reliëfjes van de kleine Egyptische godheid. Ik schreef ook dat de Grieks-Romeinse afdeling mooi aan het worden is. Die is echter voor kinderen wat minder toegankelijk.

Zo kwam het dat de externe deskundige bij de Etruskische voorwerpen wat verbaasd stond te kijken naar enkele votiefgiften, de voorwerpen die mensen in de Oudheid achterlieten bij een heiligdom na een genezing.

Lees verder “Votiefgift”

Numidische grafstèle

Grafsteen uit Mascula (Algerije), nu in het Amsterdamse Allard Pierson-museum

Vorige week blogde ik over twee Numidische votiefstèles die ik ooit in het Louvre heb gefotografeerd. Beide waren gesteld in het Punisch, dateerden uit de tweede eeuw v.Chr., waren voorzien van het “teken van Tanit” en waren afkomstig uit hetzelfde heiligdom bij Cirta (Constantine in Algerije). De ene was een gewoon bedankje van een zekere Abdeshmun aan de god Baal-Hammon, de tweede was interessant omdat degene die de stèle had opgericht een Italische naam had. Niet onmogelijk, maar ik had in de tweede eeuw v.Chr. geen Italiaan in Algerije verwacht. Zo leren we elke dag bij.

Vandaag een andere Algerijnse inscriptie, dit keer uit Mascula (het huidige Khenchela), die ik fotografeerde in het Amsterdamse Allard Pierson-museum. Deze stèle is zo’n tweehonderd jaar jonger. Terwijl de vorige inscriptie een Romein of een Italiaan documenteerde die in het Punisch een lokale godheid aanbad, is dit keer de godheid geromaniseerd. Hij is bovenaan afgebeeld: dit is Saturnus. De aloude Baäl-Hammon, de heerser van het dodenrijk, had een nieuwe naam aangenomen, ongeveer zoals in Gallië de god Lug zich was gaan tooien met de naam Mercurius.

Lees verder “Numidische grafstèle”

Temple boys (ofwel: enge baby’s)

Beeld van een baby uit Bustan-esh Sheikh (Nationaal Museum, Beiroet)

In het jaar 310 v.Chr. belegerde Agathokles, de alleenheerser van Syracuse, Karthago. De bevolking van de stad begreep al snel dat ze goddelijke steun nodig had en besloot tot een dramatisch offer. Diodoros van Sicilië schrijft daarover dit:

Ze kozen tweehonderd kinderen uit de voornaamste families en offerden die in het openbaar. Niet minder dan driehonderd anderen, die ergens van waren beschuldigd, offerden zich vrijwillig. In de stad stond een bronzen beeld van Baal Hammon, met naar de grond toe uitgestrekte handen, de handpalmen naar boven, zodat een kind dat daarop was geplaatst er vanaf kon rollen en in een soort vurige put kon vallen.

Er bestaan reconstructies waarin het beeld van Baal Hammon een beestachtige kop heeft met een grote openstaande bek, zodat de armen – bewogen door middel van kettingen – konden dienen als een soort scheplepel om de kinderen omhoog te tillen en via de muil in het vuur te laten vallen. Dat is een wel erg fantasierijke uitleg van Diodoros’ beschrijving, die zo al naargeestig genoeg is. Lees verder “Temple boys (ofwel: enge baby’s)”

Votiefstèles uit Numidië

Twee stèles uit Numidië (Louvre, Parijs)

Bovenstaande twee stèles, tegenwoordig in het Louvre in Parijs, zijn gevonden bij de antieke hoofdstad van Numidië, Cirta, het huidige Constantine in Algerije. Voordat de Romeinen hier in 44 v.Chr. de macht overnamen, woonden in deze streek de Numidiërs. Of beter gezegd, hier woonden de Massyli, een van de twee grote Numidische groepen. De andere groep was die van de Masaeisyli – hoe verzin je zo’n naam? – en die woonden wat westelijker. Hoewel de oude Grieken in de naam van de antieke Numidiërs hun eigen woord voor rondzwervende herders herkenden, νομάδες, waren de mensen in deze regio geen nomaden. Ze waren sedentair.

We zien dat in Cirta. Dat was in de voor-Romeinse tijd al een behoorlijke nederzetting en het is geen verrassing dat archeologen in het in 1950 ontdekte heiligdom van El-Hofra vele tientallen votiefstèles vonden. 281 waren voorzien van Punische inscripties (zoals de twee hierboven), 17 hadden Griekse inscripties, 7 hadden Latijnse inscripties, en de overige waren te beschadigd voor bestudering.

Lees verder “Votiefstèles uit Numidië”

Dolichenus in Tongeren

Votiefinscriptie voor Jupiter Dolichenus (Tongeren)

Een goed museum wil je twee keer bezoeken en ik was gisteren bepaald niet met tegenzin terug bij de archeologische site onder de Onze-Lieve-Vrouwe-basiliek van Tongeren. Net als bij ons bezoek in september hadden we een tiptop-rondleidster die de complexe structuur duidde: antieke huizen (met badhuis), een laatantieke basiliek (vaak geassocieerd met bisschop Servatius) en daarna kerken uit de Merovingische, Karolingische, Ottoonse en gotische perioden. Die laatste is uiteraard de kerk met de karakteristieke stompe toren, die je vandaag al van een grote afstand kunt zien.

In mijn vorige stukje noemde ik een inscriptie voor Jupiter Dolichenus die onder de basiliek is gevonden. Zie de foto hierboven. Er staat:

…OM
DOLICHEN…
VOLVSIA SABIN…
…NA PRO SE ET SV…

Lees verder “Dolichenus in Tongeren”

Het Romeinse platteland

Romeinse tuin (Museumpark Orientalis)

Antieke steden zijn goed herkenbaar: ook na enkele eeuwen vallen de ruïnes nog altijd op. Het waren echter niet de enige nederzettingen in de Lage Landen. De oude heuvelforten van de oorspronkelijke bewoners werden weliswaar overvleugeld door de hoofdsteden van de Romeinse gemeentes, maar werden niet allemaal verlaten.

In de buurt van de militaire kampen lagen burgerlijke nederzettingen waar kooplieden, kroegbazen en de gezinnen van de soldaten verbleven. Aan de kust lagen vissersdorpen en zeehavens als Boulogne, Domburg, Colijnsplaat en Katwijk. Kolenbranders en jagers woonden in de bossen, mijnwerkers bij de groeven en pottenbakkers op plaatsen met goede klei, zoals in Berg en Dal, waar op industriële schaal dakpannen werden vervaardigd. Rond Heerlen werd even grootschalig keramiek geproduceerd: momenteel zijn er niet minder dan zesenveertig pottenbakkersovens bekend.

Lees verder “Het Romeinse platteland”

Vrouw Holle

Wijding aan Hludana (Museum van Xanten)
Wijding aan Hludana (Museum van Xanten)

De godin Hludana is bekend van vijf inscripties, waarvan er vier zijn gevonden in het Romeinse Beneden-Rijn-gebied en één in de terp van Beetgum (ten noordwesten van Leeuwarden). De foto hierboven toont een votiefsteentje met een dertien-in-een-dozijn-inscriptie uit het dorpje Birten, te zien in het een paar jaar geleden volledig herbouwde museum in Xanten.

Deae
Hludanae
sacrum
C(aius) Tiberius
Verus

Lees verder “Vrouw Holle”

Twaalf Olympische goden

De Aufanische Matres (Nettersheim)
De Aufanische Matres (Nettersheim)

De oude Grieken en Romeinen vereerden de twaalf Olympische goden, heet het. Ze worden inderdaad genoemd door de dichter Hesiodos en zijn ook niet helemáál zonder betekenis, maar het is in feite maar een beetje theorie.

Vergelijk het met het rooms-katholicisme. Katholieken vereren officieel God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest, maar wie Rome bezoekt zal vaststellen dat van de ruim 280 kerken binnen de stadsmuren er twee zijn voor de heilige Drie-eenheid, één voor Jezus en een kleine vijftig voor Maria. Wie kijkt naar de bidprentjes herkent Padre Pio en de huilende Madonnina van Civitavecchia, maar geen God de Vader, Zoon of Heilige Geest. De geloofspraktijk wijkt af van de theorie.

Lees verder “Twaalf Olympische goden”