Alesia (1)

Caesar (Altes Museum, Berlijn)

Veel Romeinse auteurs meenden dat de verovering van Karthago – ik blogde er al over – het begin was geweest van een periode van zedenverval. Geldzucht en machtswellust hadden hun intrede gedaan, de Romeinen hadden hun oprechtheid verloren, list en geweld waren acceptabele politieke middelen geworden. Het was van kwaad tot erger gegaan doordat militaire leiders de Senaat onder druk zetten en de Volksvergadering paaiden met geschenken, waardoor het volk lui en vadsig zou zijn geworden.

Titus Livius gaf de lezers die zijn geschiedwerk ter hand namen het advies erop te letten hoe de moraal eerst begon af te brokkelen, vervolgens meer en meer verviel en uiteindelijk in hoog tempo ineenstortte. De enige antieke auteur die verder keek dan het zogenaamde verval van normen en waarden, was Appianus van Alexandrië, die aan het begin van zijn boek over de Burgeroorlogen de diepere sociaal-economische veranderingen beschreef.

Lees verder “Alesia (1)”

Twee dromende keizers

De slag bij de Milvische Brug: Constantijns soldaten doden hun verslagen tegenstanders, die liggen in het water van de Tiber.

Wie een antieke tekst leest, zelfs als het gaat om een rationele auteur als pakweg Plinius de Oudere, wordt altijd geconfronteerd met zaken die domweg niet kunnen. Als een vorstin haar lokken offert voor de behouden terugkeer van haar man van het front, verschijnen die kort daarna als ster aan de hemel: het sterrenbeeld Hoofdhaar van Berenice. Elke belangrijke gebeurtenis wordt aangekondigd door betrouwbare voortekens. Van Jezus van Nazaret wordt verteld dat hij de lammen liet lopen en blinden deed zien en van keizer Vespasianus wordt precies hetzelfde verteld. Keizer Marcus Aurelius had een regenmaker in dienst die het Twaalfde Legioen Fulminata redde van de ondergang. En keizer Constantijn zag hoe de goden Apollo en Victoria hem lauwerkransen presenteerden.

Ik citeer nog eens de vertaling van de redevoering die voor dat visioen de eerste documentatie vormt. Deze dateert uit de zomer van 310.

U was afgebogen naar de mooiste tempel op aarde, of nee: naar de reëel aanwezige Godheid, zoals U hebt gezien. Want ja, U hebt gezien, geloof ik, hooggeachte Constantijn, hoe uw Apollo onder begeleiding van Victoria U lauwerkransen presenteerde, stuk voor stuk goed als voorteken van dertig jaren. … Maar wat zeg ik “geloof ik”? U hébt gezien. (vert. Vincent Hunink)

Lees verder “Twee dromende keizers”

Quirinius

Portret van een Romein, ongeveer 20 n.Chr.
Portret van een Romein, ongeveer 20 n.Chr. (Glyptothek, Munchen)

Je zou Publius Sulpicius Quirinius een van de bekendste Romeinen aller tijden kunnen noemen. Hij wordt namelijk genoemd in het kerstverhaal, dat christenen over de hele wereld elk jaar weer aan elkaar vertellen. Hier is de vermelding bij Lukas die vanavond in menige kerk zal worden voorgelezen: “In die dagen vaardigde keizer Augustus een decreet uit dat de hele wereld zich moest laten registreren. Deze eerste registratie vond plaats toen Quirinius gouverneur van Syrië was.” (Lukas 2.1-2)

We weten veel meer over deze Quirinius. Hij werd geboren in de buurt van Lanuvium, een stadje in de buurt van Rome; zijn familie was vermogend, maar kon zich er niet op beroemen dat haar leden hoge ambten hadden bekleed. Die waren gereserveerd voor een beperkt aantal families. De staatsgreep van keizer Augustus bood echter ruimte aan de provinciale elite, die nu kon doorstromen naar de hoogste bestuursfuncties.

Lees verder “Quirinius”